Reportage Libanon

Als Hezbollah raketten afvuurt op Israël, vieren ze in Libanon twee dagen feest

In Maroun al-Ras woedt zondag brand na de raketaanvallen tussen Hezbollah en Israël. Beeld AFP

Er wonen door raketaanvallen tussen Hezbollah en Israël niet veel mensen meer in Maroun ­al-Ras. Maar als Hezbollah het Libanese dorp uitkiest voor een vergeldingsactie, dan wordt dat groots gevierd.

Op het dorpsplein staat geen liefelijk fonteintje, zoals je in Libanon zou verwachten. Het plein voor de moskee wordt hier gedomineerd door een metershoog beeld van een Israëlische soldatenhelm die wordt verbrijzeld. Herinnering aan de oorlog in 2006, toen hier acht Israëlische elitemilitairen door Hezbollah-strijders werden gedood. Dat Hezbollah dit dorp uitkoos om zondag raketten af te vuren op Israël, stemt de inwoners trots.

‘Heel mooi’, zegt een man die werkt in een kantoortje tegenover het monument, Abbas Hamadi. ‘Wij willen opnieuw Israëlische hoofden verpletteren.’

Maroun al-Ras ligt op een bergrug langs de grens en biedt een magnifiek uitzicht over Israël. Het mooiste uitzicht vind je rondom een mysterieus pretparkje dat de ‘Iraanse Tuinen’ heet. Iran is de belangrijkste bondgenoot van Hezbollah, een Libanese beweging waarvan de militaire tak door zowel de Europese Unie als de Verenigde Staten wordt gezien als terroristische organisatie. ‘We weten wie er bij Hezbollah zit’, zegt Hamadi. ‘Maar we zien ze niet vechten. We weten ook hun rang niet, dat zou niet veilig zijn.’

Vergeldingsactie

Even recapituleren. Zondag 25 augustus laaien de spanningen tussen aartsvijanden Libanon en Israël op als twee drones neerstorten nabij een Hezbollah-kantoor in een buitenwijk van de Libanese hoofdstad Beiroet. Libanon wijst Israël aan als de schuldige. De VN waarschuwt al langer dat Israël met drones het Libanese luchtruim binnendringt. President Michel Aoun, in 2016 aan de macht gekomen dankzij een pact met de politieke tak van Hezbollah, spreekt van een ‘oorlogsverklaring’. Daags ervoor zijn twee Hezbollah-commandanten gedood in Syrië, in een aanslag opgeëist door Israël. Hezbollah-leider Hassan Nasrallah kondigt een vergeldingsactie aan.

In Maroun al-Ras weten ze dan: Nasrallah houdt woord. En ons dorp is een goede kanshebber. Ze weten ook: het wordt waarschijnlijk zondag 1 september, een week na de drone-aanval en ook de eerste dag van Asjoera, een jaarlijkse sjiitische rouwplechtigheid die tien dagen duurt. Maar ze weten het niet zeker, want met Hezbollah weet je nooit iets zeker.

Prompt dreunt het dorp zondagmiddag van de Kornet-antitankraketten die vanaf een nabijgelegen bergtop richting Israël gevuurd worden. De afgelopen jaren beperkten schermutselingen tussen Hezbollah en het Israëlische leger zich tot een betwist groepje boerderijen op de oostelijker gelegen Golanhoogte, de Shebaa Farms. Een openlijke confrontatie in dit deel van Libanon is sinds 2006 niet meer voorgekomen. Israël antwoordt vrijwel per omgaande met raketten – veertig stuks, volgens de Libanese regering. Die ploffen neer in een nabijgelegen akkertje, nu zwartgeblakerd door het vuur van de explosies.

Feest

‘Ik zag alles gebeuren’, zegt Abbas Fares, die Libanese pizza’s bakt in zijn restaurant met panoramisch uitzicht over Israël. ‘Dit is wat we verwacht hadden van Nasrallah.’ Zoals wel meer bewoners praat hij in zinnen die regelrecht afkomstig lijken uit de televisietoespraken van de Hezbollah-leider. Wie is machtiger in deze streek: het Libanese leger of Hezbollah? ‘Nasrallah zegt: het is een drie-eenheid. Het leger. Het volk. En het verzet.’ Het verzet is synoniem voor Hezbollah.

Wat is hier aan de hand? Wordt dit dorp samen met de rest van Libanon gegijzeld door Hezbollah, zoals de Israëlische oorlogspropaganda stelt? Of speelt hier iets anders?

De laatste Israëlische raketten zijn nauwelijks geland of in Maroun al-Ras begint het feest. Volgens eigen zeggen stormen de inwoners naar buiten. Selfies maken. Toeteren in de auto. Speculeren of er al dan geen gewonden aan Israëlische kant zijn gevallen. Wat zeg je tegen de buren, na een aanval op Israël?

‘Gefeliciteerd.’
‘God sterkt jou.’
‘Op meer overwinning.’

Maryam Makki, de oudere dame die dit vertelt, vond het gezellig dat de aanval op zondagmiddag kwam. In het weekeinde is er nog volk in Maroun al-Ras. Doordeweeks is zij met haar man een van de weinige overgebleven inwoners. De jeugd werkt noodgedwongen in de steden. ‘Door de Israëlische aanvallen zijn mensen weggetrokken.’

Het dorp, reeds in 16de-eeuwse beschrijvingen genoemd, werd in de afgelopen veertig jaar drie keer door Israël gedeeltelijk verwoest. Vanaf 1978 tijdens de eerste Israëlische invallen op Libanese bodem, in wat zou uitgroeien tot een langjarige bezetting die het land achterliet vol mijnen en de christelijke bevolking opzette tegen hun sjiitische buren. In 1996. En opnieuw tijdens de oorlog in 2006, toen het dorp vrijwel met de grond gelijk gemaakt werd.

Vakantie

Makki’s man, Mohammed Alawi, stapt in de auto en laat het weiland zien waar zondag volgens hem de Israëlische raketten neerkwamen. ‘Israël valt Libanon altijd als eerste aan en wij blijven niet stil.’ Hij wil het zandpad inslaan dat tot het grenshek voert. ‘Het maakt niet uit of Israël op ons schiet.’ Martelaar worden voor het verzet, is er een grotere eer? Hij is het niet eens met Hezbollah. Hij is namelijk de plaatselijke partijbons van Amal, de concurrerende sjiitische politieke partij. Maar als je hier woont, kun je niet tegen Hezbollah zijn. ‘Politiek zijn er verschillen, maar uiteindelijk steun je elkaar.’

Wat moet hij anders? Kijk, daar rijden we langs een observatiepost van de VN, die al sinds 1978 de vrede probeert te bewaken in de grensstreek. Heb je niks aan, vredestroepen van de VN. ‘Net standbeelden. Ze zijn niet met Israël, maar ook niet met ons. Ze zien alles, maar doen niets.’

Een bizar perspectief op de militaire confrontatie komt van de 21-jarige Ali Fares. ‘Kun jij alsjeblieft Engels praten? Ik kom uit Australië.’ Deze zoon van Libanese emigranten, student in Sydney, is hier zoals elke zomer met vakantie. Dat kan hij zijn vrienden toch al niet uitleggen. ‘Ze begrijpen niet dat hier niet altijd elektriciteit is of water.’ En dan nu dit: raketten afgevuurd door wat internationaal als terreurbeweging geldt. Rookwolken. Gevolgd door een dorpsfeest van twee dagen. ‘In Australië hebben we dit niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden