Als het morele kompas kapot is

Niemand weet zeker wat de gevolgen zijn van een Grieks faillissement

De meeste morele intuïties zijn kinderlijk eenvoudig. Voor wat, hoort wat, bijvoorbeeld. Of het principe dat mensen voor hun eigen daden verantwoordelijk zijn. Maken ze er een potje van, dan moeten ze op de blaren zitten. Doen ze voortreffelijk werk dan verdienen ze een beloning. Deze morele intuïties kenmerken zich door rechtlijnigheid. Het onderscheid tussen goed en fout is volstrekt helder. Het is zwart of wit.

Als politici maatregelen nemen die aansluiten bij deze alledaagse morele intuïties, kunnen zij hun beleid makkelijk verkopen. Denk aan harde straffen voor mensen die frauderen met een uitkering. Het wordt pas ingewikkeld als politici maatregelen overwegen die haaks staan op onze alledaagse morele intuïties. Neem de Europese schuldencrisis. De Grieken hebben zich misdragen. Ze hebben te veel geld uitgegeven. Ze hebben geknoeid met de boekhouding. En belastingontduiking is er een nationale sport. De morele intuïtie is dat zij moeten boeten voor hun fouten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de meeste Nederlanders tegen verdere hulp aan Griekenland zijn.

In de politiek is echter een andere morele logica dominant, namelijk de gevolgen-ethiek. In deze benadering is goed wat goede gevolgen heeft. Als het volgen van alledaagse morele intuïties desastreuze gevolgen heeft, is dat in deze optiek fout. Wie ervoor kiest de Grieken aan hun lot over te laten, is verantwoordelijk voor de gevolgen van een Grieks faillissement. Die gevolgen kunnen immens zijn. Als Griekenland stopt met betalen, raken Europese landen en ook Europese banken miljarden kwijt. Met een beetje pech vallen er banken om. Dat leidt weer tot nieuwe dilemma’s. De banken redden met belastinggeld of het risico lopen dat ze andere banken in hun val meetrekken. Een faillissement van Griekenland stimuleert ook speculatie tegen Ierland, Portugal en Spanje. Voor je het weet heb je een kredietcrisis in het kwadraat.

De achilleshiel van een gevolgenethiek is het speculatieve karakter van de gevolgen. Niemand weet zeker wat de gevolgen zijn van een Grieks faillissement. Om een beslissing die is gebaseerd op een gevolgenethiek te verkopen, is daarom gezag nodig. Het gezag om geloofwaardig te vertellen waarom het ene alternatief beter is dan het andere. Dat gezag kan bijvoorbeeld worden ontleend aan de wetenschap. Het probleem voor Europese leiders is dat dit gezag ontbreekt. Zonder gezag is een waarschuwing Griekenland niet te laten vallen evenveel waard als de waarschuwing vooral voor het Europese referendum te stemmen omdat anders het licht uitgaat. Zo’n waarschuwing lijkt verdacht veel op bangmakerij. Burgers kiezen dan eerder voor de vertrouwde alledaagse morele intuïtie. Wie zich misdraagt, moet boeten.

Europese leiders beseffen dat dit sentiment leeft onder hun kiezers. Om die tegemoet te komen, mengen ze hun gevolgenethische overwegingen met alledaagse morele oordelen. Ze lenen de Grieken geld, maar tegen strenge voorwaarden om de indruk weg te nemen dat de Grieken makkelijk wegkomen. Maar als de Grieken een hoge rente moeten betalen en veel moeten bezuinigen leidt dat tot een economische krimp die terugbetaling nog onwaarschijnlijker maakt. Het resultaat is het slechtste van twee werelden. De hulp helpt de Grieken er niet bovenop en eurosceptici houden het gevoel dat belastinggeld wordt gedumpt in een bodemloze put. Dit conflict tussen gevolgenethiek en alledaagse morele intuïties maakt Europa stuurloos. Ons morele kompas is kapot.

De impasse kan op twee manieren worden doorbroken. Of onverkort kiezen voor de alledaagse morele intuïtie, zoals de populisten doen. Zij vinden het onverteerbaar dat de Grieken niet voor hun fouten worden gestraft. Zij stellen zich op als zedenpreker. De zondaar moet boeten, zelfs als hij ons meetrekt in zijn val. Het alternatief is onverkort kiezen voor een gevolgenethiek. Dat begint met de erkenning dat hun rotzooi, onze rotzooi is en dat het herstel van de Griekse economie in ons aller belang is. Bij de huidige verplichtingen is economisch herstel onmogelijk. Links- of rechtsom moeten daarom schulden worden kwijtgescholden. Dat betekent dat of de banken of de Europese landen flinke verliezen moeten slikken. Het betekent ook dat een land dat zich heeft misdragen niet wordt gestraft, maar juist nieuwe kansen krijgt. Terwijl landen die zich gedragen de rekening gepresenteerd krijgen.

Dat staat haaks op onze alledaagse morele intuïties. Dus is de keus: zedenpreken ten koste van de welvaart, of kiezen voor de welvaart ten koste van onze alledaagse morele intuïties. In dat geval kies ik voor het laatste.



Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden