Als het moet, doet Ridder het wel zelf

ALMERE - Koen Ridder haalt opgelucht adem. Zijn pijnlijke knie heeft hem zondag geen parten gespeeld, al zal hij de komende dagen wel moeten afzien. Het is het waard: het veroveren van de Nederlandse titel in het dubbelspel is voor hem de bevestiging dat hij met Ruud Bosch het beste koppel van Nederland vormt.

Ridder en Bosch winnen in het Topsportcentrum in Almere hun derde titel. In de finale verslaan ze Lester Oey en Justin Teeuwen met 21-12 en 21-11.

Al een maand of vier toont Ridder (27), nazaat uit een roemrijk badmintongeslacht, een groeiende vorm. Hij heeft zijn ambities daarom aangescherpt. Ridder wil met Bosch (28) aan zijn zijde een gooi doen naar een plek bij de top-8 van de wereld. Ondanks de scepsis bij sommigen is dat een realistische gedachte, meent hij.

Nog niet zo lang geleden wisten Ridder en Bosch op internationale toernooien van de sterkste dubbels te winnen. Toen stonden ze 22ste op de wereldranglijst, nu 51ste. Ridder: 'Als je een half jaar niet samenspeelt, hol je achteruit. In de top-20 staat geen Europese dubbelaar jonger dan 26. We hebben de goede leeftijd om te oogsten.'

Ervaring

Ridder en Bosch hebben de laatste jaren veel ervaring opgedaan. 'We weten van elkaar wie wat kan en wie wat doet', zegt Ridder.

In mei 2012 gingen ze echter uit elkaar. De badmintonbond verkeerde in een crisis en had spelers niet langer iets te bieden. Er waren zelfs geen bondscoaches meer. Onlangs besloten Ridder en Bosch toch weer samen te spelen. Voor hoe lang weten ze niet. Als er een bondscoach komt met andere plannen, is het misschien weer voorbij.

Na de mislukte kwalificatiepogingen voor de Olympische Spelen van Londen heeft Ridder kritisch naar zichzelf en zijn omgeving gekeken. Dat moet hem en Bosch op weg helpen naar de Spelen van 2016. Ook al heeft sportkoepel NOC*NSF de financiële steun aan de badmintonbond stopgezet, zijn olympische ambitie is intact gebleven. Ridder: 'NOC*NSF heeft gelijk, hoe pijnlijk dat voor mij als speler ook is.'

Dat de sportkoepel inzet op de sporten met de beste kansen op medailles, snapt Ridder wel. 'Badminton hoort daar niet bij. Als ik NOC*NSF was, zou ik tegen de bond zeggen: 'Zorg eerst dat je de boel organisatorisch op orde hebt voordat we weer geld in jullie stoppen.' Bij zwemmen zijn ook meer medailles te winnen dan bij badminton.'

Ridder gelooft niet dat het door zijn bond uitgestippelde traject naar de Spelen van Rio leidt. De badmintonbond heeft geen technisch directeur. De laatste bondscoach, Gerben Bruijstens, heeft een baan gevonden in het bedrijfsleven en een opvolger is er nog niet. Jeugdcoach Rune Massing bekleedt alle technische functies, maar dat is in zijn eentje niet te doen.

Ridder: 'Ondanks de goede bedoelingen heeft de huidige trainingsstaf te weinig kennis in huis. We missen ook sparringpartners tegen wie we dagelijks vol aan de bak moeten. In Azië staan toppers de hele dag tegen elkaar te rammen. Daar word je beter van.'

Veranderen

Ridder heeft een plan ontworpen dat in werking treedt als hij alle vertrouwen in de bond heeft verloren. Daarin komen een krachttrainer, masseur, medische ondersteuning, coach en buitenlandse stages voor. Wat de bond biedt, voldoet vooralsnog niet aan de eisen die Ridder stelt. 'Daaraan moet het nodige veranderen. Ze zijn ermee bezig. Of het lukt, is de vraag.'

Nu de subsidie van het NOC*NSF is beëindigd, beschikt de bond nog altijd over een topsportbudget van 4 ton, weet Ridder. 'Het bestuur moet goed kijken en met topspelers overleggen waaraan dit geld wordt uitgegeven. Ga je 50 duizend euro aan zaalhuur uitgegeven of is er een club die de hal gratis beschikbaar stelt? Heb je drie coaches nodig of is twee ook voldoende?'

Ridder heeft het gevoel dat de bond bezig is het wiel opnieuw uit te vinden, terwijl in Nederland mensen rondlopen als Chris Bruil, Lotte Jonathans en Mia Audina. Zij weten wat nodig is om een topsporter beter te maken.

Ridder: 'Ik hoop dat het bestuur het van de positieve kant beziet. Er is nog veel geld voor topsport beschikbaar. Ze moeten creatief zijn, snijden in de kosten en goed kijken wat noodzakelijke uitgaven zijn.'

Koen Ridder badmintonner

Vijfde titel Eric Pang, negende voor Yao Jie

Eric Pang is zondag voor de vijfde keer op rij Nederlands kampioen geworden. Hij versloeg in de finale Dicky Palyama met 21-19 en 21-9. Palyama, die de titel tot 2009 negen keer op rij won, geeft zijn strijd om een tiende titel op. 'Het was voor mij wel een speciaal NK, het was de laatste keer.' Palyama heeft een baan gevonden als trainer van de Tsjechische badmintonners. 'Ik had graag mijn ervaring in Nederland willen overbrengen, maar ik ben nooit gevraagd.'

De vrouw van Pang, Yao Jie, won haar negende nationale titel. Ze was in de eindstrijd met 22-20, 21-8 sterk voor Patty Stolzenbach. Ook Jie speelde haar laatste wedstrijd op het NK: ze gaat terug naar China om een badmintonschool te leiden.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden