Als het maar op orde lijkt

In de Bijlmer wordt opnieuw alles gepland vanaf de tekentafel. laagbouw vervangt hoogbouw. DE STENEN WORDEN ANDERS GESTAPELD, de SOCIALE problemen BLIJVEN....

Ik woon in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer. Onder moslims dus, en tot mijn genoegen. Maar wat een feest om weer even terug te zijn in die andere vermaledijde Amsterdamse wijk, de Bijl mer, en weer te verkeren onder negers.

Zeker twintig jonge en iets oudere mannen rumoeren, ontbloot bovenlijf en flesjes water of bier in de hand, in de schaduw van een blinde muur op het Krimpertplein. Eentje vertelt in het Surinaams een kennelijk komische anekdote want men lacht luid, wat overgaat in gebulder wanneer de apotheose van het verhaal gelegen ligt in de sluipgang die de verteller, als ware hij een tijger, maakt over het trottoir.

In de schaduw van een boom langs het water zitten drie mannen in een donkerblauwe bmw. Zwijgend. Je hoeft geen rechercheur van politie te zijn om te vermoeden dat ze iets met verboden handel van doen hebben. De man naast de bestuurder beweegt een mobiele telefoon naar zijn oor, zegt iets, en zwijgt dan weer met de andere twee mee. Na een minuut of zes komt er van de kant van Ganzenhoef een jonge man in een voor zo'n zomerse dag opvallend groot jack. Het zit bovendien van onder tot boven dichtgeknoopt. Door het open portierraam van de bmw wisselt hij geld voor goederen, die hij in kleine pakketjes in het binnenste van zijn jack stopt, waarna hij terugloopt in de richting van Ganzenhoef. De mannen in de auto hebben zich nauwelijks bewogen.

Wie als Porgy en Bess Summer in the City wil beleven, moet in de Bijlmer zijn. Uit open ramen stroomt muziek; van jongemeisjeskamers is dat meestal zwijmelende arrenbie. In het kerkverzamelgebouw De Nieuwe Stad zingt een Ghanees koor en uit een andere ruimte klinkt Surinaamse bazuin.

Het is zondagmiddag, hoogzomer, Kwakoe-tijd. Langs de kramen en tenten in het Bijlmerpark drentelt, schuifelt continu een dichte mensenmenigte. Teams voetballen, maar daar wordt door weinigen naar gekeken. Je gaat naar Kwakoe om te zien en gezien te worden. En dus is iedereen op z'n zondagst gekleed behalve de weinige blanke Nederlanders die erbij lopen als op de camping. Bij Ghanese mannen zit de vouw in de pantalon. (Ghanese vrouwen zie je er weinig. Ghanese jeugd al helemaal niet, maar dat geldt ook voor de doordeweekse Bijlmer: Ghanese pubers vind je er niet.)

Het Kwakoe Festival is 27 jaar geleden begonnen als een zomers voetbaltoernooi tussen teams van de verschillende bevolkingsgroepen uit de Bijlmer. Ook nu komen enkele Pakistani, Dominicanen, Peruanen, Nigerianen er nog wel een kijkje nemen. Maar Kwakoe is Caribisch, met name Surinaams en Antilliaans. En overheersend daarin is het creoolse element.

De nazaten van de negerslaven bepalen de toon, de kleur, het geluid, het aantal. In de eigen auto, in bussen soms, komen ze van dichtbij en verderweg op een van de zomerweekenden naar de Bijlmer om familie en vrienden te ontmoeten 'op Kwakoe'. De ouderen schudden handen; de jonge jongens stoten de knokkels van hun rechtervuist tegen elkaar.

Mannen verlustigen zich in vrouwen. Vrouwen pronken met hun pronte billen en halfblote borsten waarop tatoeages de weg wijzen. Kwakoe is eten en drinken en levenslust in een kermis van kaseko, soca, salsa en andere Caribische opwinding.

Ik was terug in de Bijlmer om te zien wat er na vijf jaar verbouwing en vernieuwing van de wijk geworden is. Voor de Volkskrant had ik er anderhalf jaar gewoond en gewerkt als correspondent. Om te berichten over de multiculturele samenleving daar en de totstandkoming van de Nieuwe Bijlmer, wat wil zeggen: vervanging van de hoogbouw door huisjes met een tuintje.

Toen ik er kwam was net besloten een kwart van de hoogbouwflats, zijnde drieduizend van de twaalfduizend woningen, te slopen en de andere te renoveren. Ook was besloten om tegelijk met de ruimtelijke vernieuwing van de Bijlmer wat genoemd werd een sociale vernieuwing door te voeren. Zorgen voor meer banen en bedrijvigheid, voor minder last van criminaliteit en drugs, voor meer legaliteit en minder abnormaliteit.

Door politici en andere beleidsmakers zijn er toen en worden er nog veel vrome praatjes aan besteed, maar de belangrijkste reden voor de kostbare operatie was plat zakelijk. De woningcorporatie stond op het punt failliet te gaan. Te veel flats stonden te vaak leeg omdat mensen met wie het financieel wat beter begon te gaan, hun woongeluk elders zochten. Er waren jaren bij met een 'mutatiegraad' van 25 procent. De tweede aandrang om 'wat te doen' aan het slechte imago van de Bijlmer kwam van de andere kant van het spoor. Daar waren al enkele glimmende kantoren van prestigieuze bedrijven verrezen, Ajax zou er zijn nieuwe stadion krijgen, en in de glamour van die Arena zou uitgaansleven kunnen bloeien en zou zich nog meer bedrijfsleven willen koesteren. Hoe zou deze wereld zich dan verhouden tot de wereld aan de andere kant van de spoordijk die tot een 'getto' zou kunnen verloederen als er niks gedaan werd?

En zo viel het besluit tot grootscheepse ombouw niet moeilijk te nemen.

Toen ik vijf jaar geleden de Bijlmer verliet, waren de eerste flats gesloopt en in het Gulden Kruis huizen met tuintjes gebouwd, was de Bijlmerdreef verlaagd tot een gewone straat op het maaiveld en stond de Surinaamse Hannah Belliot op het punt verkozen te worden tot pvda-'burgemeester' van de Bijlmer.

Daarna is de sloop van de hoogbouw zo'n succes gebleken, want de animo voor een 'gewoon' huis zo groot, dat besloten is nog eens 4500 flatwoningen af te breken en te vervangen door laagbouw. Zodat in het jaar 2008 nog maar tien van de dertig flats uit de jaren zestig en zeventig overeind zullen staan. De helft van het woningbestand zal bestaan uit koopwoningen; het waren allemaal sociale huurwoningen. Vijf miljard gulden zal dan geïnvesteerd zijn om van de Bijlmer een gewone Nederlandse stadswijk te maken. Zodat de middenklasse er wil blijven wonen en zich wil bekennen tot de Bijlmer: het voornaamste doel van de enorme vernieuwingsoperatie.

Inmiddels hebben dankzij de bloeiende economie en inzet van het Arena-bedrijfsleven achtduizend van de vijftienduizend geregistreerd staande werklozen in Amsterdam-Zuidoost een baan gevonden c.q. gekregen (via de Melkert-regeling), en vermelden de statistieken een daling van de criminaliteit met 12 procent en allerwegen betere cijfers van bijvoorbeeld leerlingen op basisen middelbare scholen in de Bijlmer.

Hoe normaal is de Bijlmer al halverwege de ombouw? Op doordeweekse dagen is er tussen deze en gene zijde van de spoorbaan meer voetgangersverkeer gekomen over en weer. Nog altijd stromen tegen lunchtijd de kantoren leeg naar de exotische broodjesen hapjeszaken in het winkelcentrum de Amsterdamse Poort en rijden op het eind van de werkdag de kantoormannen in hun auto's weg naar elders. Maar meer zwarte Bijlmerbewoners maken nu ook de oversteek, dankzij de winkels en werkplaatsen rond de Arena.

Dat ten westen en ten oosten van de spoorbaan de twee werelden echter apart blijven, laat zich treffend illustreren aan de parkeerterreinen. Rond de Arena zijn de plaatsen duur en 's avonds en in de weekends, als er geen voetbal of popconcert is, zijn ze leeg en met slagbomen afgesloten en worden door geüniformeerde veiligheidsdiensten bewaakt. Terwijl op de zateren zondagen van het Kwakoe Festival de ruimte net aan de andere kant van de spoorbaan, de kant van de bewoners, verstopt is met auto's van festivalgangers. Zelfs om zoiets praktisch the twain shall not meet.

Op het terras van de Kleine Arena, een etablissement halverwege de grote Arena en het winkelcentrum Amsterdamse Poort, zitten twee vrouwen een werkgesprek te voeren. De ene, een jonge zwarte vrouw in het mantelpak van de manager, zegt tegen de andere, een oudere blanke dame in laarzen en rose bloes die door ziekte er lange tijd uit geweest was: 'Je zult eraan moeten wennen dat je aansturing krijgt op targets.'

Links van de Amsterdamse Poort stond voorheen Frissenstein, een gebouw met parkeergarage en winkels en een levendige drugshandel. Het is nu een woestijn van zand, waar meer flats zijn gesloopt. Precies op de grens tussen glimmende nieuwbouw in de Amsterdamse Poort en die woestijn, onder het viaduct dat nog afgebroken moet worden, klonteren jonge mannen samen. Ze spelen kaart, briefjes van 10 euro zijn telkens de inzet; en ze snauwen 'wat moet je' als je stil blijft staan om te kijken. Andere Surinaamse jongens, ook op deze warme dag gehuld in ruime jacks, vragen: 'Alles goed?' en bedoelen: 'Wil je misschien een bolletje, bruin of wit?'

Verder noordwaarts staan nog de flats van de den e-buurt. De eerste keer dat ik er weer doorheen liep, meende ik er een meer dan normaal aantal zwarte moeders met kinderen te zien. Nou zijn die er sowieso in de Bijlmer al meer dan in andere steden, Surinaamse en Antilliaanse en Dominicaanse alleenstaande moeders, maar ze leken nu wel allemaal geconcentreerd in de den e-buurt.

Het was toeval noch gezichtsbedrog. Het zijn mensen van ge-sloopte flats die uitgesloten zijn van een nieuwe laagbouwwoning, omdat ze een strafblad hebben. Bekend staan bij de politie als troepmaker bijvoorbeeld, herrie, drugshandel, geweld. Maar ook geboekt zijn als wanbetaler. Een huurachterstand van één maand of twee keer een incasso-bezoek kan al genoeg zijn om afgewezen te worden voor een rijtjeshuis met tuintje. Het zijn vooral alleenstaande moeders die dit lot treft. Naar schatting heeft ongeveer eenderde van de gezinnen in de hoogbouw een jonge vrouw als gezinshoofd. Volgens gegevens van de woningstichting komt 30 procent van de mensen uit de ge sloopte flats uiteindelijk terecht in andere Bijlmerflats.

Het half onder de parkeergarage gelegen winkelcomplex Ganzen-hoef was altijd het centrum van de handel in cocaïne en heroïne. Niet alleen de vaste kern van ongeveer zevenhonderd Bijlmer-verslaafden deed hier boodschappen, ook liefhebbers uit andere delen van de stad en het land en zelfs uit Duitsland wisten de weg. De drugs heetten hier goed en relatief goedkoop te zijn. En per metro makkelijk te bereiken. En naar de aard en constructie van de Bijlmer tamelijk ongestoord te gebruiken, naar verhouding gerieflijk in een anonieme ruimte.

Ganzenhoef is bijna helemaal afgebroken en heet nu Ganzenpoort: winkels in een rij als overal ter wereld. Maar het is er vergeven van politie. Agenten te voet, agenten in de auto, agenten op de mountainbike. Wie een tijdje toekijkt, ziet waarom. Ze houden drugsverslaafden en hun handelaren in beweging als Clint Eastwood de koeien in Rawhide.

Een groot deel van de geschiedenis van de Bijlmer valt te beschrijven als een strijd om ruimte. Het paradoxale van de oude Bijl mer, architectonisch gegrondvest en gepland op idealen van gemeenschapsleven in gemeenschappelijke ruimten, is dat er voor al die verschillende bevolkingsgroepen die er min of meer bij toeval terechtkwamen, niet zomaar een eigen ruimte te vinden was. Daar was niet in voorzien, dat was bureaucratisch ook niet zomaar te regelen, om nog maar te zwijgen over wat het moest kosten.

Dus betwistten Antillianen soms de ruimte van Surinamers en Surinamers elkaar de zeggenschap over een sociëteit, probeerden Dominicanen als koekoeksjongen dan hier dan daar een plek te vinden om hun onafhankelijkheidsdag of een bruiloft te vieren, kraakte men een leegstaande ruimte wat naderhand werd gelegaliseerd om dan natuurlijk toch een geweldige huurachterstand op te lopen. En uiteindelijk draaide het bijna altijd om de vraag wie de baas was over het domein: welke groep, welk individu, de overheid, de politie?

In de Nieuwe Bijlmer is het nog precies zo. Want opnieuw wordt alles vanaf de tekentafel ontworpen en gepland, de niet te voorziene toekomst in blauwdrukken vastgelegd. En waarschijnlijk nog meer dan de eerste keer, want nu mag er officieel niks meer in het halfduister te rommelen of te improviseren zijn.

Bij metrostation Ganzenhoef is een groot gebouw in aanbouw, het Cultureel en Educatief Centrum (cec), waar volgens een groot bord behalve Sociale Dienst, Vrouwenvakschool Noord-Hol land, Bureau Nieuwkomers z.o., roc, Arbeidsvoorziening, True Teachings of Christ's Temple en het Vrouwen Empowerment Cen trum ook de Sociëteit Bolletrie en Faya Lobi allemaal een eigen ruimte zullen krijgen. De laatste twee zijn in dit verband van belang. De Bolletrie zat onder de parkeergarage Grunder en was een befaamd en oergezellig trefpunt tot diep in de nacht voor overwegend middelbare Surinaamse dames en heren die in de Bijlmer politiek-maatschappelijke orde niet onbelangrijk waren. Maar straks moeten ze huur betalen in het cec-gebouw, en niet zo'n beetje ook, en de nieuwe orde in de Bijlmer is dat het allemaal volgens de regeltjes moet.

Faya Lobi is een ander verhaal. In een donkere hoek van Gan zen hoef was Siri gehuisvest, een sociëteit voor Surinaamse mannen van 23 tot 50 en ouder van wie de meesten al een eeuwigheid geen gewone baan meer gehad hadden. Er waren een stichting en een bestuur, maar in de praktijk was het de ook al 50-er Aantjes die de zaak zo goed en kwaad als mogelijk op orde hield, en was er Loepa die in de provisorische keuken elke dag een warme maaltijd kookte. Iedereen deed zo zijn eigen dingetjes, men dronk en rookte stuff en handelde wat, de zaak werd gedoogd, Siri bouwde een respectabele huurachterstand op, en de Stichting kwam na de afbraak van Ganzenhoef niet in aanmerking voor een nieuw onderkomen.

Maar voor de doelgroep, toch al gauw ruim meer dan honderd man, zou er wel vervangende ruimte komen: Faya Lobi, een gezamenlijke opzet van stadsdeel, welzijnswerk, politie en Projectbureau Vernieuwing Bijlmer meer. Tijdelijk in een barak tegenover het politiebureau op Ganzen hoef, daarna permanent in het nieuwe cec-gebouw.

Guno Nimmermeer is de nog jonge bewindvoerder van Faya Lobi en gedesillusioneerd. In de steek gelaten voelt hij zich vooral door Hannah Belliot, die ondanks warme gevoelens en beloften van het tegendeel te veel een vernieuwer van alleen maar bakstenen is gebleken. De mensen hier hebben haar niet geïnteresseerd, vindt hij. Als het vuiltje maar niet meer in het oog liep, dan was het goed. Maar hoe moeilijk te 'geleiden' naar scholing en werk de Faya Lobi-groep ook is, Guno Nimmermeer wil voor hen meer dan alleen 'een vrachtwagen vol pils'. Maar Hannah Belliot niet en de rest van het bestuur, noch politie en justitie bleken werkelijk geïnteresseerd. 'Als het maar op orde lijkt!'

Het oude Ganzenhoef was een creools-Surinaams domein. In de nieuwe Ganzenpoort domineert de Ghanese middenstand.

Eén metrohalte verder is het winkelcentrum Kraaiennest gelegen, half onder de parkeergarage, en Antilliaans domein. De algemene verwachting is dat, indien het de politie en autoriteiten werkelijk lukt om Ganzenhoef, eh Ganzenpoort, schoon te houden van drugsverslaafden de handel zich zal verplaatsen naar Kraaiennest.

Immers: een geheide combinatie van metrostation, ondergronds winkelcentrum, parkeergarage. Met nog voldoende onbestemde en grootschalige ruimte eromheen, Bernadette de Wit en andere blanke Bijlmer-idealisten hebben weten te bewerkstelligen dat hier de honing raat flats in een Bijlmer Openluchtmuseum behouden blijven.

In de loop van de zomeravond kwam ik te zitten op het terras van café Brandhoek in de Amsterdamse Poort en zag ik binnen een half uur vier Ghanese passanten hun pas inhouden, groeten en lopen naar een tafeltje naast mij om hun respect te betuigen aan een daar zittende Ghanese man die traditioneel gekleed was in een blauwe jurk en een wit kanten mutsje op zijn hoofd en die al omringd was door drie andere hem gedienstige Afrikaanse mannen en een dito Ghanese vrouw. Zo kennen we de maffia-boss uit de film, baas op zijn terrein.

En op het terras in de Bijlmer bedacht ik dat, vergeleken met Zutphen en Zierikzee, de toestand in de Bijlmer helemaal niet zo uitzonderlijk is. De decors van de Nieuwe Bijlmer veranderen. De meeste inwoners zijn in het privé-domein gelukkiger en meer geld kwijt trouwens met hun rijtjeshuis en tuintje dan in hun voormalige cel in de enorme honingraatflats.

Een verandering die een verbetering is en die lijkt op een normalisering van het wonen in de Bijlmer. Maar zo gewoon als in Almere of Diepeveen zal het nooit worden. Want in het publieke domein is alles er zo opvallend en als onder een vergrootglas zichtbaar.

Wat ook zo zal blijven, gezien de voor Nederland bijzondere combinatie van de Bijlmer: elke keer opnieuw bedacht en geschapen, elke keer een compleet nieuwe Vinex-wijk, voor het migrantenvolk dat er woont.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden