Column

Als het maar gezellig is, ook op school

Het Nederlandse kind is het gelukkigste ter wereld, maar op de middelbare school is het een lamlendeling, niet vooruit te branden. Is er een verband?

Leerlingen uit groep 8 van de Prinses Marijkeschool doen een warming-up voordat zij zich buigen over de Cito eindtoets. Beeld anp

Het is een uitstekend rapport dat de OESO maakte over het Nederlandse onderwijs, donderdag helder weergegeven door Rik Kuiper en Sander van Walsum. Ons onderwijs en onze cultuur zijn er met gemak in te herkennen.

Een zeventje krijgen we. Heel behoorlijk hoor, dat Nederlandse onderwijs, vooral omdat we te knieperig zijn om er meer dan een schamele 3,8 procent van het bbp aan uit te geven. We doen aardig mee (maar behoren niet meer bij de top) en brengen vrijwel iedereen basisvaardigheden bij (maar doen dat slechter dan in het verleden). Het grootste probleem is dat we te weinig hoogvliegers en uitblinkers hebben. Het kan zoveel beter met al die gelukkige, weldoorvoede, teerbeminde en in veiligheid opgroeiende kinderen van ons.

In haar reactie zei minister Bussemaker dat er 'een gemis aan uitdagingen' is in het onderwijs. Dat is vermoedelijk waar. Het is ook een makkelijke reflex, om te suggereren dat het aan het suffe aanbod ligt en dat de leraar dit maar eventjes moet oplossen. Er is meer aan de hand.

Allereerst dat sleetse, vage woordje 'uitdaging'. Leraren krijgen vaak van hun schoolleiding te horen dat hun lessen 'uitdagender' moeten. Daarmee wordt meestal bedoeld: aansprekender, leuker, stimulerender. Want dat willen de ouders. Het OESO-rapport (dat ook wemelt van het zeikerige woordje 'challenge' (tekortkoming klinkt zo naar) bedoelt er wel degelijk 'moeilijker' mee: hogere verwachtingen, een groter beroep op verstand en creativiteit. Maar áls een leraar in Nederland de lat eens hoog legt en een onvoldoende geeft voor een slecht of overgeschreven profielwerkstuk of een niet-gelezen boek op de literatuurlijst, dan is de boot aan: jammerende leerlingen en woedende ouders bij de directie. Slecht voor de populariteit van de school; de leraar moet inbinden.

Beter en leuker gaan niet vanzelf samen. Het past in onze cultuur om te denken dat het wel zo werkt. Als het gezellig is, thuis en op school, als iedereen lekker bezig is en 'goed in zijn vel zit' en stappen zet als hij 'eraan toe' is, dan komt het vanzelf goed. Maar dat is niet zo. Wie ergens goed in wil zijn, moet zich bovenmatig inspannen.

Nederlandse ouders zijn doorgaans jofele types. Ze sloven zich enorm uit om het hun schatjes naar de zin te maken. Ze zijn vriendelijk, empathisch, stellen weinig regels en verbieden zelden iets. Kinderen krijgen inspraak bij de keuze van het avondeten, de vakantiebestemming, de school. Ik ken dat, want ik ben ook zo'n ouder.

Ook de leraar is doorgaans zo'n vriendelijke, gezellige volwassene. Dat verwachten kinderen ook. Leraren zijn vaak dikke vrienden met hun leerlingen - ook dat ken ik uit ervaring. De meesten doen ontzettend hun best om lessen en projecten te verzinnen die leerlingen leuk vinden en bij 'hun leefwereld' passen. De leerlingen vinden dat doodnormaal, ze zijn niet anders gewend. Het is heel teleurstellend voor leraren dat, in welke bocht ze zich ook wringen, wat ze ook verzinnen, het allemaal verschrikkelijk saai is. De goedgebekte pubers zeggen het lachend: school is toch gewoon stom?

Het OESO-rapport is hier duidelijk over: Nederlandse ouders zijn, vergeleken met die in andere landen, weinig ambitieus en stimuleren kinderen niet om te presteren. Ze zijn opvallend weinig betrokken bij de schoolprestaties van hun kinderen.

Die opmerking lijkt in tegenspraak met het onlangs verschenen rapport van de inspectie, waaruit bleek dat hogeropgeleide ouders erbovenop zitten en alles doen om het hoogste advies voor hun kind af te dwingen. Maar: verwachten dat jouw kind, dat immers jouw intelligentie heeft, naar het vwo kan, als was het een geboorterecht, is toch iets anders dan ook de bijbehorende eisen stellen.

Nederland slaagt er goed in om de allertraagsten iets bij te brengen, maar, zegt het OESO-rapport, het potentieel van 'strong performers from disadvantaged background' wordt slecht benut. Reden waarom de onderzoekers vinden dat het niet aan de leerkracht is om te selecteren voor het vervolgonderwijs. De OESO pleit voor een landelijke, objectieve toets, waaraan leerlingen rechten kunnen ontlenen.

Het ultrabeleefde rapport zegt nog meer vernietigende dingen. Daarover een volgende keer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden