'Als het maar geen damesarchitectuur is'

Architect CEES DAM (stadhuis Almere, Muziektheater Amsterdam) nam onlangs afscheid als decaan van de faculteit Bouwkunde in Delft. Een avontuur noemde hij die functie bij zijn aantreden, drie jaar geleden....

EIGENLIJK, zegt hij, als ik het achteraf bekijk, heb ik die faculteit gerund als een architectenbureau. 'Ik heb dat nog nooit zo gezegd. Je maakt concepten, en die concepten werk je met elkaar uit. Van concept tot detail, dat is belangrijk. Nee, als ik er nog eens goed over nadenk: ik was in Delft meer een architect dan een manager.'

Cees Dam leunt met zijn sigaar in de hand voorover. Begin deze maand is hij met gezang, speeches en een feest in het Amstel Hotel afgezwaaid als decaan van de faculteit Bouwkunde, onderdeel van de Technische Universiteit van Delft.

De laatste niet-beroeps decaan, een functie die hij drie jaar heeft vervuld. Hij noemde het bij zijn aantreden een avontuur, en wel een heel bijzonder. Omdat hij, zo vond hij, de praktijk nu eens kon toetsen aan de theorie, en omgekeerd.

'Ik heb meer afstand tot mezelf gekregen en ik heb ook geleerd dat ik veel meer op een academische manier kan doen dan ik had gedacht. Je bent een boegbeeld naar binnen en naar buiten. En wat mijn eigen werk betreft: plotseling blijkt dat je door een andere manier van denken ook resultaten kan boeken.'

Dam, bekend geworden van het stadhuis van Almere, het Muziektheater in Amsterdam en een serie ronde villa's aan de Amstel in Amsterdam, heeft zelf niet gestudeerd in Delft. 'Ik heb geen titel, ben geen ingenieur, ben niet gepromoveerd, ben niks, ben gewoon een timmerman die Latijn spreekt.

'Ik was een buitenstaander in zo'n wetenschappelijk instituut en vond het een verrijking. Ik voelde me enorm thuis in dat wetenschappelijk klimaat. Nee, ik had niet zoveel vooroordelen. Ik was al binnengekomen als hoogleraar op de afdeling interieurarchitectuur, en dat was gordijnen, fluweel en stoelen. Ze dachten waarschijnlijk, daar kan Cees geen kwaad. Ha,ha.'

Hij zag hoe die discipline langzaam zijn negatieve connotatie van gefrutsel met stoffen en versiering begon te verliezen. 'De binding van architectuur met beeldende en monumentale kunst is na Bauhaus weggezakt. Nu zie je dat het terugkomt. Ik was een van de eersten die dat culturele in brede zin weer belangrijk hebben gevonden.'

Veranderingen in de maatschappij manifesteren zich het eerst in de interieurarchitectuur, zo sprak hij in zijn afscheidsrede. Het interieur is de omhulling van onze dagelijkse activiteiten, weerspiegelt hoe we willen leven.

De deuren openzetten, de ramen opengooien, dat was het voornaamste wat hij in drie jaar tijd in Delft kon doen. Je kunt niet iets echt afmaken, constateert hij droog. Die frisse wind wakkerde hij aan door architectuur uit zijn bijna dogmatische wetenschappelijke toren te bevrijden, door de studenten kennis te laten maken met muziek, film of mode. En liever filosofie dan communicatiewetenschappen. 'Die interesse in de cultuur, de waarde van de traditie, daar bestond te weinig kennis van. Dat probeerden we te stimuleren.

'Want laten we eerlijk wezen, de architectuur is langzamerhand le putain de l'art geworden in plaats van de moeder der kunsten. Er wordt wel veel gesproken over de toekomstige functie van de architect, en de waarde daarvan, maar daar gaat het helemaal niet over. Het gaat om de architectuur, om de geniale oplossing.'

Stond hij als 66-jarige en epigoon van een bezadigde stroming in het vak, niet ver af van een generatie die haar sterren zoekt bij deconstructivisten, bij Koolhaas of een jong bureau als MVRDV (Villa VPRO)? 'Als ik les geef doe ik dat niet vanuit de projecten die ik zelf gemaakt heb. Als je ze kunt uitleggen hoe ze ontstaan, maakt het niet uit hoe ze eruit zien. Studenten moeten leren wie ze zelf zijn en zich ontwikkelen. Komen ze dan uit bij gebouwen als de Villa VPRO, dan vind ik dat best. Als het maar geen damesarchitectuur is.'

Damesarchitectuur? 'Nou ja, vijf verdiepingen hoog met bouwmuren van vijf centimeter. Waarom dat zo heet? Daar kwamen alle dames mee. Prachtige plannen, hè Cees, zeiden ze en dan presenteerden ze wanden van zes meter hoog en twintig centimeter dik.

'Ik wil niet lullig doen over MRVDV en hun VPRO-gebouw, maar ze werken hun gebouwen zelf niet meer uit, ze maken ideeen, net zoals iemand als Koolhaas, en dat is allemaal fantastisch. Maar je moet eens weten wat er moet gebeuren om het overeind te houden, om die gebouwen waterdicht te krijgen. Die VPRO-mensen, die willen er nu weer uit. Kunnen er niet werken.'

Bouwcultuur is beeldcultuur geworden, filosofeerde hij bij zijn afscheid. De glanzende foto's laten zelden iets zien van de context waarin het gebouw zich bevindt. En jonge architecten laten zich verleiden door die glanzende presentaties, denken binnen de kortste keren een ster te zijn. Hij wil dat beeld corrigeren. Architectuur is in toenemende mate een samenspel van allerlei invloeden, er zijn ook steeds meer partijen bij betrokken.

Hij zette in Delft een strakke koers uit. 'Wat zullen we doen, vroeg ik mijn maten, zullen we die kant uitgaan? En wie meegaat, gaat mee. Ik ben niet iemand van het poldermodel. Ik verzamel liever ideeën als ik weet welke kant we uitgaan - en dan neem je de fouten mee, die je daarbij maakt. Bij het poldermodel klets je net zolang totdat er geen fout meer inzit, maar dan weet je niet meer waar het over gaat.'

De timmerman-architect is nu teruggekeerd op zijn honk, dat hij in de tussentijd aan zijn opvolger overliet, zijn zoon Diederik. Dat is iets wat hij ook heeft geleerd, dat niet zijn autoriteit zaligmakend was. Dat er afstand geschapen kon worden.

Peinzend trekt hij aan zijn sigaar. Zegt: 'Ik had minder goed een partner kunnen hebben, als ik Delft niet had gehad, en zeker niet mijn zoon als partner. Hoeveel voorbeelden zijn er nou van vaders in de architectuur die samenwerken met hun zoon? Dat is de grootste winst van het decaanschap. Ik ben er rustiger van geworden. Ruimte maken voor jezelf en ook voor anderen. Dat is wat ik ook in mijn afscheidsrede heb gezegd: ik dank voor de ruimte die ze mij gegeven hebben op de universiteit en de ruimte die ik op het bureau heb gekregen.'

Jaap Huisman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden