Als het maar beweegt, dan is het goed

Twee aardappelen liggen onder een houten kruk. Ze zijn er niet per ongeluk gestrand, ontsnapt aan het mes dat hen schilt voor een kookbeurt....

Het wordt wel gezien als Polkes spottende commentaar op de kinetische kunst van zijn tijd: bewegende kunst, die zich, volgens hem, kenmerkte door technologische foefjes en gelikt design. Paradoxaal genoeg staat zijn simpele, handgemaakte parodie op dat soort bewegende kunst nu tussen diezelfde kunst - als onderdeel van de tentoonstelling Moving Parts - Forms of the Kinetic in Museum Tinguely te Basel. Zonder dat zijn kritische noot in de tentoonstelling duidelijk wordt. Over één kam geschoren, omdat het immers allemaal beweegt.

Dat is ook meteen het grote probleem van de tentoonstelling, die Museum Tinguely in samenwerking met Kunsthaus Graz samenstelde: de kunstwerken zijn uitgezocht op hun bewegende delen (om het eerste deel van de tentoonstellingstitel maar even letterlijk te vertalen). En er zijn nogal wat kunstwerken die kunnen bewegen: van de roterende schildermachines van Marcel Duchamp tot Bruce Naumans draaimolen met hangende afgietsels van gevilde dieren, van de geluidvoortbrengende machines van Jean Tinguely tot Jeppe Heins bewegende installaties.

Waarom bepaalde bewegende kunst wel en andere niet is opgenomen, wordt met zo'n breed selectiecriterium een grote vraag. De poging van de organisatoren het gevoel van willekeur weg te nemen door te kiezen voor de periode van 1959 tot op heden, verandert daar weinig aan. Dat is nog steeds bijna veertig jaar. Bovendien doet dit beginpunt iets anders vermoeden: dat de tentoonstelling een krampachtige manier is om het Museum Tinguely bestaansrecht te verschaffen door te suggereren dat er hernieuwde interesse voor kinetische vormen (en dus ook voor Jean Tinguely) in de hedendaagse kunst is.

Zijn spraakmakende, bewegende kunstmachines stammen immers uit de jaren zestig. Door juist daar en niet in de jaren twintig te beginnen, toen kunstenaars als Duchamp, Alexander Rodchencko, Naum Gabo, en Moholy-Nagy de beweging in de kunst introduceerden, wordt Tinguely's machines bovendien een avant-gardistische meerwaarde meegegeven. Alsof het daar allemaal begonnen is.

Nu is het waar dat ook hedendaagse kunstenaars als Roman Signer, Jeppe Hein en Olafur Eliasson weleens kiezen voor bewegende kunstwerken. Maar daarmee is nog niet gezegd dat die kunstwerken er baat bij hebben in een dergelijke groepstentoonstelling tentoongesteld te worden. In Moving Parts - Forms of the Kinetic worden ze gereduceerd tot puur bewegende delen. Ze verliezen daardoor al hun andere associaties en interpretaties. Met andere woorden: de balans tussen verbeelding en techniek gaat verloren en het werk lijkt alleen nog maar over de techniek te gaan. Zoals de door de ruimte slingerende ventilator van Olafur Eliasson (1997).

In een spiegelpaleis in een park in Madrid (onderdeel van het museum Reina Sofia) hing Eliasson zijn op hol geslagen ventilator in een door hem gecreëerd landschap met een kunstmatige waterval, een futuristisch aandoende spiegeltunnel, en oud uitziende stenen en cactussen. Samen vormden deze elementen een omgeving waarin je uit je evenwicht raakte door de slingerende ventilator en de vele gebroken spiegelbeelden van de gang. Het maakte dat je nadacht over de betrouwbaarheid van de waarneming, van de wetenschap, en je realiseerde dat lang niet alles zo vastligt in de wereld als je soms wilt geloven.

In Museum Tinguely heeft het al deze connotaties verloren: het is niets meer dan een rondslingerende ventilator, geplaatst boven een aantal werken (zoals de eerdergenoemde aardappelmachine van Polke) die ook bewegen. Zo'n oppervlakkige benadering van bewegende kunst doet verlangen naar een onderdompeling in een zaal van het Van Abbemuseum te Eindhoven, waar de prachtige lichtinstallatie van Moholy-Nagy staat. Zet de constructie aan en verdwijn in een lichtspel van schaduwen en kleuren. Om nooit meer na te hoeven denken of het nu wel of niet beweegt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden