'Als genieter van de cultuur wil ik voortdurend worden verrast'

Tekenaar Joost Swarte, die The New Yorker als podium heeft, voelt zich verwant aan De Stijl, waaraan zijn nieuwste boek is gewijd. Zijn voorliefdes reiken van inventief speelgoed tot goedgevulde kiezen.

Beeld Els Zweerink

Piet Mondriaan op de dansvloer, Joost Swarte ziet het in zijn atelier in Haarlem moeiteloos voor zich. 'Ik denk dat hij zo bewoog als David Byrne van de Talking Heads in de film Stop Making Sense. Mechanisch. Mondriaan danste vaak in zijn eentje. Als hij een vrouw mee de dansvloer opnam, stond zij er vaak een beetje verweesd naast. Heerlijk toch?'

De anekdote over de onorthodox dansende Mondriaan hoorde grafisch ontwerper en striptekenaar Swarte (69) van diens biograaf, Hans Janssen. 'Iedereen wist wel dat hij graag danste, maar niet dat hij vaak solo op de dansvloer stond.'

In het Gemeentemuseum in Den Haag wordt dit weekeinde een tentoonstelling over Piet Mondriaan en Bart van der Leck geopend, als startschot van het feestjaar 'Mondriaan tot Dutch Design.' Het is deze maand honderd jaar geleden dat Theo van Doesburg het eerste nummer van het tijdschrift De Stijl uitbracht.

Voor zijn nieuwe (kinder)boek En toen De Stijl tekende Swarte ateliers van tien representanten van de kunstbeweging, onder wie Mondriaan. Het meest kenmerkende dier uit zijn enorme en internationaal gewaardeerde oeuvre, een kat, is overal ter plekke.

Swarte voelt grote verwantschap met De Stijl en kan als een nazaat worden beschouwd, zoals te zien is in zijn atelier. Behalve kunstenaar is hij verzamelaar. Duizenden boeken, tijdschriften en platen zijn keurig gerangschikt. In de voorbereiding op En toen De Stijl had hij er veel baat bij: 'Het onderwerp ligt dicht bij me. Ik kon hier heel veel boeken uit de kast trekken.'

Altijd is hij ook een bewonderaar gebleven van tekenaars, grafisch ontwerpers, muzikanten en architecten. Hij heeft een sterke voorkeur voor het avontuurlijke: 'Als genieter van de cultuur wil ik voortdurend worden verrast.'

CV Joost Swarte

1947 Geboren in Heemstede
1971 Begint striptijdschrift Modern Papier
1980 Illustrator Vrij Nederland
1992 Initiatiefnemer Stripdagen Haarlem
1995 Eerste tekening voor The New Yorker
1998 Stripschapprijs
2003 Ontwerpt Toneelschuur, Haarlem
2004 Officier in de Orde van Oranje-Nassau
2012 Marten Toonderprijs
Joost Swarte is getrouwd, heeft drie dochters en woont in Haarlem.

Speelgoed: ADO

'Apart, Doelmatig, Onverwoestbaar, is het later genoemd. Ze schaamden zich voor de oorspronkelijke betekenis: Arbeid Door Onvolwaardigen. Het werd gemaakt in een sanatorium, door tbc-patiënten. Die mensen moesten langzamerhand hun spieren weer gaan gebruiken en klaar worden gemaakt voor een terugkeer in de maatschappij. Er werden werkateliers voor ze ingericht, om te timmeren en het speelgoed te maken.

'Het is tegenwoordig onbetaalbaar, maar soms loop je er toevallig tegenaan. Dit kastje voor poppenkleertjes vond ik op een rommelmarkt. Het is makkelijk te herkennen aan de vormgeving; aan de inventiviteit waarmee met weinig onderdelen prachtige vormen zijn gemaakt.

'Dat kastje daar bijvoorbeeld is ook van ADO, en dat karretje en die blokken in primaire kleuren. Ko Verzuu, de ingenieur die het ontwierp, was eerder bouwopzichter geweest. Hij werd geïnspireerd door Gerrit Rietveld en heeft zich dat idioom eigen gemaakt.

'Ik vind vooral de abstractie van het speelgoed interessant. Een kind gebruikt zijn fantasie en maakt van een blok hout een auto met vier wielen. Kwesties abstraheren en kinderen leren in modellen te denken, dat is wat hier gebeurt. Vanwege de felle kleuren en het lijnenspel zit Verzuu dicht tegen De Stijl aan. Hij wordt nu gezien als een belangrijke exponent van de beweging. Daarom wilde ik hem in mijn boek hebben.'

Beeld Joost van den Broek

Architect: Steven Holl

'Ik bestudeer alle publicaties over zijn werk. Holl is een Amerikaan met een kantoor in New York. Ik zag ooit een gebouw van hem in Amerika dat me raakte vanwege de zorgvuldigheid van alle aspecten. Zelfs een kastenwand was heel goed vormgegeven en de trapleuningen waren speciaal ontworpen voor het gebouw.

'Die aandacht voor details was voor mij de trigger om hem te gaan volgen. Zijn grootste kracht is de lichtinval. Hij kan zich voorstellen hoe het effect van licht in het gebouw zal zijn; waar je gaten moet maken in daken en muren en hoe daglicht in grote ruimtes binnenkomt.

'Een jaar of twee geleden heb ik in Glasgow de School of Art bezocht, Holl heeft daar de uitbreiding gebouwd. Sommige inwoners van Glasgow vinden het kil en een stijlbreuk, maar hij wilde niet het spoor volgen van de oorspronkelijke architect, Charles Rennie Mackintosh. Heel verstandig.

'In het dak zitten drie gaten waarop een soort schoorstenen zijn gezet van een diameter of vier. Gangen op de verdiepingen doorsnijden die schoorstenen. Via de schoorstenen komt daglicht binnen dat wordt weerkaatst door de witte wanden. Zo heb je overal licht. Het is een sensationeel gebouw, een superding.'

Beeld Getty Images

Festival: Les Rencontres d'Arles (fotografie)

'Elke zomer gaan we naar Zuid-Frankrijk, in de buurt van Montpellier. Toen we vonden dat de kinderen groot genoeg waren, hebben we het festival bezocht. We waren meteen verkocht en gaan er sindsdien elk jaar heen.

'Het is een groot festival, met workshops en een stuk of dertig tentoonstellingen in het centrum van Arles, in een klooster en op een industrieel complex. Het festival heeft fors wortel geschoten. Een aantal jaar geleden is Erik Kessels als gastconservator gevraagd om de zaak wat op te schudden. Dat is hem gelukt.

'De vedettes onder de fotografen waren altijd al vertegenwoordigd, maar hij heeft de gebruiksfotografie in Arles geïntroduceerd. Afgelopen jaar was er een tentoonstelling met foto's van kiezen, tanden en gebitsprotheses. De schoonheid van gevulde kiezen, dat is fantastisch.'

Affiche Arles 2016

Boek: Lijmen/Het Been van Willem Elsschot

'Ik lees maar een paar boeken per jaar, ik heb er geen aanleg voor. Toen ik ging illustreren voor de literaire bijlage van Vrij Nederland, rond 1980 was dat, moest ik een inhaalslag maken. In een paar jaar heb ik mezelf bijgespijkerd.

'Wie wil weten hoe mensen elkaar een oor aan kunnen naaien, moet Lijmen/Het been lezen. Het thema is tijdloos. Op een heerlijke, droge manier schetst Elsschot de reclamewereld; hoe zonder schaamte geld uit andermans zakken kan worden geklopt.

'De stad der wonderen van Eduardo Mendoza over de uitbreidingen van Barcelona gaat ook over mensen die lekker worden gemaakt en worden verleid om te investeren. Het geld verdwijnt natuurlijk in zakken van anderen. De mensen blijven berooid achter.

'Als je de werkelijkheid toetst aan deze boeken, kun je alleen maar concluderen dat de schrijvers het verdomd goed in de gaten hebben. Op tv zie je vaak die reclame van Evi van Lanschot, ze prijst beleggen aan. Van geld naar vermogen, is de slogan. Mallotig. Dat is De stad der wonderen en Lijmen/Het been. Mensen worden gelijmd en op een goed moment komen ze erachter dat het allemaal net iets anders in elkaar zit dan ze is voorgespiegeld.'

Lijmen, het Been

Illustrator (1): Gus Bofa

'Bofa komt voort uit een oude Franse tekentraditie. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was er een blad, La Baïonnette, met satirische tekeningen. Daarin publiceerde hij. Hij kwam gewond uit de oorlog en illustreerde daarna veel literatuur. Bijzondere vent. Ik heb zijn werk leren kennen via een Franse uitgever. Ik vond ooit wat van hem op een rommelmarkt en was er hevig van onder de indruk. Zijn tekeningen zijn vlot en eigentijds en grafisch echt super.

'Illustratoren die me aanspreken doen dit vooral vanwege hun inhoudelijke inventiviteit. Ze sturen je ogen om hun verhaal te vertellen. Het gaat Bofa niet alleen om de visuele kant, of hoe mooi het is getekend, maar hij treedt ook op als auteur. Hij heeft iets te zeggen. Ja, natuurlijk, dat probeer ik zelf ook te doen. Dat kan niet anders. Een tekening die alleen maar mooi of esthetisch is, is onvolmaakt.'

Beeld RV

Muziek: Dirty Projectors

'Het merendeel van al deze platen is oud en de variatie is groot. Blues, tex-mex, cajunmuziek, reggae, ska, popmuziek, klassiek ook, tango, filmmuziek, bijna alles eigenlijk. Jarenlang heb ik heel intensief de Franse independent popmuziek gevolgd, Albin de la Simone bijvoorbeeld, een liedjeszanger. In de Franse muziek krijgen de teksten over het algemeen meer aandacht dan in de Engelse of Amerikaanse. Ze zijn ook fantasierijker.

'De la Simone heeft een liedje over een tandartsbezoek. Het regent in mijn mond, heet het. Dan begrijp je meteen dat het over die sproeiertjes in je mond gaat. Daarna komt het bezoek aan de tandarts uitgebreid aan de orde. Al zijn liedjes hebben een literaire insteek, met uitzonderlijke metaforen die ik grappig vind.

'De kunstenaar moet een verhaal vertellen en als luisteraar wil ik worden verrast. Ik wil niet elke keer hetzelfde horen. Dat vind ik ook zo mooi van de Dirty Projectors, een band uit Brooklyn. Deze maand verschijnt er een nieuwe plaat van ze. Een jaar of vier geleden traden ze op in de Melkweg in Amsterdam. De samenzang tussen de vrouwen is bijzonder, de drummer dwarrelt melodisch overal doorheen en ze staan onder invloed van Afrikaanse muziek. Je zou het avant-gardepop kunnen noemen. Jarenlang was ik niet af te houden van de Dirty Projectors.

'We draaien hier in het atelier de hele dag muziek. Ik ben geen uitzondering. Veel tekenaars spelen in een bandje en hangen heel erg aan muziek. Tijdens het tekenen zit je in een soort trance. Beslissingen neem je veelal intuïtief. Je laat voortdurend andere gedachten binnen en geeft ruimte aan invallen. En je moet af en toe de zinnen verzetten, dat kan met muziek.'

Beeld Getty

Illustrator (2): Blexbolex

'Bernard Granger is een Fransman. Hij is heel interessant. Hij komt uit de punkwereld en maakte wilde boekjes die verschenen bij kleine, onafhankelijke uitgeverijtjes. Die onafhankelijkheid heeft hij altijd bewaard. Hij houdt het hele ontstaansproces van zijn boeken in eigen hand en laat zich niet dwingen of sturen door hogerhand. Dat vind ik een mooi principe.

'Ik probeer het zelf ook toe te passen. Ik verdedig mijn werk altijd bij de uitgever, ik klets er een hoop omheen. Ik wil vrijheid. Als ik illustreer voor The New Yorker heb ik minder vrijheid, dan weet ik dat het mijn werk niet is. Het is alleen mijn visie bij een stuk in het blad. Ik verdiep me erin, geef er mijn eigen visuele draai aan.

'The New Yorker is een belangrijk podium voor me, en een geweldige leerschool en een groot avontuur. Ik heb een stuk of acht omslagen voor ze gemaakt en tientallen kleurenillustraties en vignetten. We zijn een boek met alle tekeningen aan het voorbereiden, ook met schetsen die ik niet heb uitgewerkt.'

Beeld RV

Regisseur: Wes Anderson

'Ik heb Wes Anderson ontdekt dankzij Moonrise Kingdom, met een eigenwijs kind dat bij de padvinders zit en verliefd wordt op een meisje. Later zag ik The Darjeeling Limited. Hij tekent alle personages in zijn films met grote zorgvuldigheid. Naar zijn films kijk je met plezier, ze zijn prachtig vormgegeven. De decors zijn niet realistisch, maar gekozen in dienst van het verhaal.

'De openingsscène van The Darjeeling Limited is groots. De film begint met een razende taxirit in een Indiase stad. De man in de taxi, Bill Murray, moet een trein halen. Hij kijkt voortdurend om zich heen en de taxi rijdt bijna mensen aan. Hij rent meteen het station in en ziet dat zijn trein net vertrekt. Hij loopt erachteraan.

'Dit is beter dan welke achtervolging dan ook. Murray loopt met zijn zware koffers op het perron en ineens zie je Adrien Brody naast hem lopen. Brody slingert zijn koffers op de trein en we zien hoe de doodvermoeide Murray achterblijft. Die hele scène is bedoeld om de jonge god Adrien Brody te laten stralen. Het is ongelooflijk mooi gedaan, en ook nog eens spannend in beeld gebracht. Voor het verhaal was het niet eens nodig, maar het personage van Brody is meteen in het zonnetje gezet door de schlemiel Murray. Meesterlijk.'

Beeld RV

Striptekenaar: Wasco

'Hem heb ik ook in mijn eigen tijdschrift opgenomen, Scratches. Wasco is een van de leukste, meest onafhankelijke tekenaars van Nederland. Hij maakt alleen dingen waarvan hij vindt dat hij ze moet maken. In verkoopsuccessen is hij niet geïnteresseerd. Hij is een van de weinigen die de mogelijkheden binnen het medium verkent, als een poëet, een soort beeldessayist.

'Normaal gesproken is een striptekenaar aan kaders gebonden, daar moet je binnen blijven. Wasco maakt het kader zelf tot onderwerp van een strip. Dat kan hij, zonder dat hij verdwaalt in theorieën. Hij voert het uit en komt er zo achter wat kan en wat niet kan. Ook internationaal staat hij daarin behoorlijk alleen.

'Ik vond mijn voorbeelden in de Amerikaanse underground. In tijdschriften als Hitweek en Aloha kon je in de jaren zestig zien hoe de onderwerpen in strips veranderden. Ze werden persoonlijker en gaven je het gevoel dat het je aanging. Tot dan toe werden verhalen in strips altijd op een beetje kinderachtige manier verteld. Strips waren ook gericht op kinderen.

'Ik ben veel stijlen gaan verkennen. Waar het ging om het pakken van de lezer, was Hergé de meest professionele tekenaar. Maar ik kwam er ook achter dat stijl niet zaligmakend is. Het gaat er ook om hoe je je verhaal vertelt, hoe je er punchlines en cliffhangers in stopt, karakters tekent en mensen tot leven laat komen.

'In 1975 dacht ik: nu weet ik hoe het moet. Ik had een soort meesterproef gemaakt, Ochtendschemer. Ik tekende strips, maar ik wilde een zeefdruk maken, met acht drukgangen. Het was een grote, ingewikkelde prent waarin allerlei gebeurtenissen samenkwamen. Het maakte her en der indruk. Dat was de start. Het was gelukt.'

Beeld Wasco
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden