Als gekauwd glas

EVA Gerlach is op drift geraakt. Schreef zij vroeger vormvaste gedichten waarvan een lichtelijk saaie weemoed uitging, sinds enkele jaren heeft ook zij het experiment ontdekt, en met verbluffende gevolgen....

De twee nieuwe boeken van Gerlach die deze week zijn verschenen, vormen een waardig vervolg op Solstitium. Het bundeltje Daar ligt het werd in opdracht van Poetry International geschreven ter gelegenheid van de vierde Gedichtendag en bevat slechts tien gedichten. Dit is het eerste:

Daar ligt het en het heeft zijn sokken uit

te zien aan tenen in godweet gedoopt

in zeven dekens heeft het zich gerold

waaronder het zich krabt het heeft een huid

waarover dingen lopen het staat bol

van op zijn rug te vangen wat daar was

en een soort zingen komt eruit gekropen

dat door je lichaam maalt als gekauwd glas.

Het is een bijna traditioneel rijmend, metrisch regelmatig gedicht, waarvan de lezer zich niettemin buitengewoon ongemakkelijk gaat voelen. Wat ligt daar in die zeven dekens? Is het een met luizen overdekte zwerver die zich kreunend ligt te krabben? Maar de tweede regel roept met de woorden 'godweet' en 'gedoopt' religieuze associaties op, terwijl het geluid dat 'het' maakt als een zingen wordt aangeduid. Bovendien heeft dat zingen een fysiek ingrijpend effect op de luisteraar. Gaat het hier niet veeleer over de onzichtbare gruwel die ons allen omgeeft en die de bron is van aangrijpende poëzie?

In de loop van het bundeltje komt 'het' enkele malen terug, in verschillende gedaanten. Er zijn gedichten over een hond die op agressieve wijze om liefde bedelt (zie Cicero van vorige week), over een dode vader wiens as na verstrooiing terugwaait, over een moeizaam vrijend paar dat verantwoordelijk is voor het evenwicht van de wereld. De gebeurtenissen voltrekken zich als in dromen, en getuigen van een angst die steeds net niet in paniek omslaat.

In het laatste gedicht ligt 'het' niet meer in een portiek, zoals gesuggereerd aan het begin van de bundel, maar in de wasmand, de keukenla, de krantenbak. Als je het zoekt, verplaatst het zich, 'en als je schreeuwt houdt het niet meer/ op zoals vroeger': zelfs in de zinsbouw zijn 'het' en 'je' aan elkaar gelijk geworden. Dit is een nachtmerrie waaruit geen ontwaken mogelijk is. Je probeert 'het' te overstemmen door zelf heel hard te gaan krabben, maar dan verandert 'het' zijn tactiek door voortdurend slikgeluiden te gaan maken. Probeer je het aan te spreken, dan vertoont het zich niet, 'de kamer blijft rustig/ en het ligt in zijn hoek en slikt.'

In Jaagpad staan op de linkerpagina's schilderijen van Marianne Aartsen, die tot stand zijn gekomen naar aanleiding van een drietal reizen in West-Afrika. Op veel schilderijen zien we rudimentaire menselijke figuren in het landschap opgaan, hazen zwemmen als vissen door de lucht, onduidelijke wezens buigen zich over een rivier heen of duiken erin onder.

De gedichten die Gerlach erbij schreef, zijn over het algemeen ronduit hermetisch en vereisen dagenlange lectuur, maar wat direct opvalt is dat het latente surrealisme uit de eerdere bundels hier tot credo is verheven. Associaties zijn vaak nog nauwelijks te volgen, en zelfs het vocabulair is door de droom aangetast: 'Stroomput bochelrecht: eentje repelt hoe ook/ in ons, vleugelvlies radflens, toe maar sla// dubbel en los op.'

Hoewel deze - wederom voorbeeldig uitgegeven - bundel minder duidelijk een verhaal vertelt dan Solstitium, dringt zich tijdens het lezen onwillekeurig het vermoeden op dat aan dit dichterschap een verschrikkelijk geheim ten grondslag ligt. Regels als deze lijken voer voor psychologen:

Je lag wijdopen naast me weet je vroeg je

of ze al weg zijn (afgelegde heren

hingen boven het marktplein lid na lid

onthutst in doodsverstijving opgericht)

en waarom wij geen nagels tanden haren

vel meer hebben?

De eens zo hanteerbare poëzie van Gerlach is een open wond geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.