ProfielKees Sterk

‘Als Europa een gemetseld muurtje is, is onafhankelijke rechtspraak het cement’

‘Polen’ werd een missie voor Kees Sterk. ‘Toen we een middag in de sauna zaten, had Kees het toch weer over Polen’, vertelt een collega. Beeld Kiki Groot

Kees Sterk probeerde de rechterlijke macht in Oost-Europa te redden. Dat is niet gelukt. Een reconstructie van zijn tijd als voorzitter van het Europese Netwerk voor de Raden voor de Rechtspraak.

De brief met het vonnis past op één kantje. Bovenaan staat het logo van een chique Europese organisatie. De zinnen daaronder staan vol jargon. Maar de boodschap is voor een leek goed te ­begrijpen: u doet niet meer mee. We ­hebben u gehoord, u hebt ons gehoord en nu gaan we u uit de club zetten. De handtekening, onder aan de brief, lijkt met een penseel geschilderd, zo dik zijn de lijnen.

Getekend: met vriendelijke groet, yours sincerely, Kees Sterk.

Twee dagen na dat salvo, eind april, verschijnt het gezicht van Kees Sterk (57) in een videochat. Lichtblauw T-shirt, een open hangend vest, de baas van de Europese rechtersvereniging is een en al ontspanning. Zijn voorkamer in Breda baadt in zacht ochtendlicht. Verlegen ­lachend: ‘De afwas staat er nog.’

De voorbije twee jaar was Sterk voorzitter van de ENCJ, voluit het Europese Netwerk voor de Raden voor de Rechtspraak. Oprichtingsjaar: 2004. Alle EU-landen zijn lid, al hebben sommige ­alleen de status van waarnemer (Duitsland bijvoorbeeld), omdat ze geen raad hebben. Nederland heeft wel een raad, net als Slowakije en Frankrijk. De meeste raden zijn in het leven geroepen om de rechtspraak te besturen én om inter­nationaal samen te werken.

Buiten het wereldje kent haast ­niemand de ENCJ. Dat is ook niet zo gek, want rechters zijn mediaschuw. Maar sinds een paar jaar is alles aan het schuren en schuiven. In veel landen staat de rechtspraak onder druk door stemmingmakerij, politieke bemoeienis (Oost-­Europa) of bezuinigingen (Nederland). Het gezag dat rechters vroeger hadden, lijkt niet langer vanzelfsprekend.

Vooral de situatie in Polen baart rechters in heel Europa zorgen. De regering in Warschau zet in moordend tempo haar eigen mensen neer op cruciale plekken. Bij die benoemingen speelt de Poolse Raad voor de Rechtspraak (KRS) een sleutelrol. De gevolgen zijn voelbaar: begin deze week weigerde een Slowaakse rechtbank een Poolse verdachte over te leveren, ongekend in Europa. In eigen land krijgt ze volgens de rechter geen eerlijk proces. De vrouw heeft ­politiek asiel aangevraagd.

Vandaar de brief van Sterk: wat hem betreft is het einde oefening voor de KRS. Na een maand krijgt hij schriftelijk antwoord uit Warschau: de Poolse rechters ontkennen dat ze politiek benoemd zijn. Ze vinden dat ze niks anders doen dan de nieuwe wetten volgen. Sterk ziet dat als een excuus. ‘Op een gegeven moment moet je grenzen stellen.’

Twee jaar lang zat Kees Sterk in de cockpit van de Europese rechterlijke macht. Hij pendelde naar Warschau, Boedapest en andere hoofdsteden, en oefende druk uit op ministers en eurocommissarissen. Rechters in binnen- en buitenland roemen zijn betrokkenheid.

Toen het gerucht ging dat de Duitse ­commissievoorzitter Ursula von der Leyen (op dat moment vers gekozen) een oogje zou dichtknijpen voor de Poolse regering, schreef Sterk meteen een brief, iets wat zijn voorgangers nooit hadden gedaan. Hij vroeg om een gesprek. Als de rechtsstaat in een van de lidstaten ophoudt te bestaan, schreef hij aan Von der Leyen, dan houdt de EU op termijn ‘op te bestaan als een gezamenlijke, democratische ruimte’.

Grote woorden, maar daarom niet minder gemeend, zegt hij nu. ‘Het is ­betonrot, dat zie je niet aan de oppervlakte, maar het is net zo verwoestend als een flinke bom. Zonder onafhankelijke rechtspraak geen democratie. Het raakt de Unie in de kern.’

Sterks betrokkenheid omspant drieënhalf jaar: eerst als lid van de ENCJ, later als voorzitter. Met sommige Poolse rechters is hij bevriend geraakt, zegt hij. Het zijn de mensen die zich verzetten ­tegen de haast revolutionaire ijver van de regering onder leiding van het rechts-populistische Recht en Rechtvaardigheid (PiS).

Sterk heeft ‘een bepaalde liefde’ voor het land gekregen, voor de Polen die soms ‘ongenaakbaar en rechtlijnig’ kunnen overkomen, ja haast intimiderend. ‘Maar in mijn ervaring zijn het heel invoelende, emotionele mensen.’

De schok

Het is oktober 2016: in Warschau zitten twee delegaties tegenover elkaar. De Polen aan de ene kant, de Nederlanders aan de andere. Sterk – op dat moment alleen bestuurslid bij de ENCJ – maakt deel uit van een clubje ‘topbestuurders’ dat op excursie is met de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. De PiS-­regering zit er dan nog geen jaar: de rest van Europa heeft nog nauwelijks in de gaten wat er gebeurt.

Dan neemt Andrzej Rzeplinski het woord, 66 jaar oud, op dat moment de hoogste rechter in Polen. Tegen de ­Nederlanders zegt hij dat er een ‘oorlog’ gaande is tegen de rechterlijke macht. Zijn stem is helder, maar ook verdoofd, alsof hij het zelf nog niet kan geloven. ­Alles wat het land heeft bereikt sinds 1989, met de val van het communisme, staat voor z’n gevoel op het spel. Geëmotioneerd pakt hij een boekje beet, de Poolse grondwet, en zegt dat hij daaraan altijd loyaal zal blijven.

In de lobby van hun hotel praat Sterk na met Jan Watse Fokkens (70), voormalig procureur-generaal in de Hoge Raad. Ze zijn met stomheid geslagen. Sterk stelt voor een verslag te schrijven in het Nederlands Juristenblad dat Fokkens mede zal ondertekenen. Het stuk verschijnt een paar dagen later met als slotzin: ‘Zo kwetsbaar is een rechtsstaat dus!’

De confrontatie

Een half jaar later zit Sterk weer in het vliegtuig. Het is kort nadat Warschau een nieuw plan heeft gelanceerd: de KRS – die rechters benoemt – wordt voortaan door het parlement gekozen (waar PiS een meerderheid heeft). De Poolse regering heeft het over ‘democratisering’, maar in Europa gaan alarmbellen af.

Met een delegatie wordt Sterk ontvangen op het ministerie van Justitie, pal tegenover het grote, lommerrijke Lazienki-park. De ontmoeting is een idee van het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid. Daar zien ze met zorg hoe de Poolse regering zich in de media op het Nederlandse voorbeeld (andere voorbeelden zijn Spanje en Duitsland) beroept met de strekking: daar is óók politieke inmenging, jullie meten met twee maten.

Sterk luistert naar Marcin Warchol, een dertiger. Als staatssecretaris is hij een van de gezichten van de maatregelen. Er ontstaat getouwtrek. Hoe verloopt de selectieprocedure en promotie precies in Nederland? De Polen vragen minutenlang door. ‘Dus bij jullie moeten de koning en de minister tekenen voor de benoeming van rechters’, glimlacht Warchol. ‘Dat is politieke bemoeienis. Wij doen niks anders dan wat jullie doen.’ Later zal Warchol, zonder verdere toelichting, aan de Volkskrant laten ­weten dat hij zich zijn woorden zo niet herinnert.

Sterk heeft de indruk dat de Polen spelletjes spelen. Het klopt dat koning en minister hun handtekening moeten zetten, maar dat is in Nederland al decennia een formaliteit. Sinds de Tweede Wereldoorlog is een benoeming nooit tegengehouden. Na afloop vertrouwt Warchol hem toe dat hij bewondering heeft voor het Nederlandse systeem. ‘Jullie hebben eeuwen gehad om dat op te bouwen, wij niet.’

In de maanden daarna bijt Sterk zich vast. Als Europa de rechters in Polen niet beschermt, is zijn stellige overtuiging, gaan andere lidstaten straks hetzelfde pad op. Hij bestudeert iedere maatregel, iedere komma. ‘Polen’ wordt een missie. Marc Loth, een bevriende rechter: ‘Toen we een middag in de sauna zaten, had Kees het toch weer over Polen.’

De twee kennen elkaar van de Hoge Raad, waar Sterk raadsheer was tussen 2008 en 2013. Ze maakten deel uit van een jonge garde die het bolwerk van ‘grijze mannen’ moest opschudden. Daarvoor had Sterk carrière gemaakt bij de gerechten in Breda en Den Bosch. Collega’s schetsen hem als een man met een stevig moreel kompas, intelligent en ambitieus, ‘bepaald geen tobber’. Bij een persoonlijkheidstest scoort hij zo hoog op ‘innovatief vermogen’ dat hij te horen krijgt: u zit in het verkeerde vak.

Kees SterkBeeld Kiki Groot

Van een vertrekkende Poolse rechter krijgt hij een vlot geschreven boek over de geschiedenis van het land, geschreven door de Poolse Brit Adam Zamoyski. Sterk wil zich wapenen tegen het verwijt dat hij als buitenlander komt vertellen ‘hoe het moet’. Bij lezing van het boek valt het hem op hoe traumatisch de deling van Polen was, eind 18de eeuw, toen de Pruisen, Russen en Habsburgers het land in stukken sneden en ieder een taartpunt namen. Later kwamen de nazi’s en Sovjets. Buitenlandse inmenging ligt enorm gevoelig. ‘Die geschiedenis is in Polen dagelijkse kost’, zegt Sterk. ‘Bij kritiek beginnen we in Nederland niet over onze strijd tegen de Spanjaarden. Zulke geschiedenis vinden wij ballast. Zij helemaal niet.’

In juni 2018 kiezen de ENCJ-leden Sterk unaniem als voorzitter. De organisatie – met meer dan twintig leden een soort mini-EU – staat bekend als vrij stijf. Het spannendst, zegt een insider, ‘waren de broodjes zalm tijdens de lunch’. Sterk begint de boel meteen op te schudden; hij wil een open debatcultuur waarin iedereen aan het woord komt. ‘Ik ging gewoon het rondje langs’, grinnikt hij. ‘Sommigen trokken wit weg. Maar de volgende keer zag ik dat er wat veranderd was.’

Sterk groeit in zijn rol. Een paar maanden na zijn aantreden brengt hij, ondanks aarzelingen bij andere bestuursleden, een voorstel in stemming om de Poolse KRS te schorsen. Iedereen (op Polen en Bulgarije na) stemt voor. De Polen mogen niet meer meevergaderen.

Zijn Hongaarse collega’s spoort Sterk aan meer voor henzelf op te ­komen. Net als de Polen hebben ze te maken met een regering die de rechterlijke macht naar haar hand probeert te zetten. In Hongarije is op dat moment een loopgravenoorlog aan de gang tussen de raad en de regering van premier Viktor Orbán. Tegen Viktor ­Vadász, een piepjonge Hongaarse rechter (en lid van de raad), zegt Sterk: jullie moeten je uitspreken, anders hoort niemand jullie. Het werkt. De Hongaar bijt van zich af in de pers en op Twitter. Vadász, nu: ‘Het feit dat onze raad de aanvallen heeft overleefd, is voor een fors deel toe te schrijven aan Kees.’

Anders dan sommige rechters heeft Sterk – op het oog althans – weinig moeite met het laveren tussen rechtspraak, beleid en diplomatie. Gaat hij zijn boekje niet te buiten af en toe? ‘Ik ben president van een vereniging, en die is gebaseerd op normen’, zegt hij. ‘Handhaaf je die niet, dan word je geïnfecteerd en verschuift de norm. Als het fout zit, kan ik heel strak zijn.’

De foto

In de zomer van 2019 gaat Sander Dekker, de VVD-minister (Rechts­bescherming), op werkbezoek naar Warschau. Dekker vraag Sterk mee, maar die weigert: hoe kan hij het over een onafhankelijke rechterlijke macht hebben als hij zelf in het regeringsvliegtuig stapt? Hij wil een adviesrol vanuit de coulissen.

Het plan is om Dekker met beide ­kampen te laten praten, maar wel het Nederlandse standpunt duidelijk over te brengen. Bij het ene kamp hoort een minister met een ingenieursbril, Zbigniew Ziobro (Justitie), bij het andere een vrouw van halverwege de 60, Malgorzata Gersdorf. Zij is op dat moment nog voorzitter van het Hooggerechtshof. PiS heeft een jaar eerder – zonder succes – geprobeerd haar zin te krijgen door de pensioenleeftijd te verlagen.

Houd de pr strak, adviseert Sterk de minister. ‘Ga op de foto met Gersdorf, niet met Ziobro.’ Dekker neemt dat ter harte. Maar als een Nederlandse freelancefotograaf zich kort van tevoren in het restaurant meldt waar de ministers ­elkaar zullen treffen, ontstaat er verwarring. De fotograaf wordt weggestuurd.

Bij terugkeer in Nederland brengt Dekkers ministerie een persbericht naar buiten. Er is sprake van een ‘stevig gesprek’ met Ziobro, Nederland is ­bezorgd over de ‘aantasting’ van de rechtsstaat. Meteen is er reuring. Terwijl Ziobro’s ministerie woedend reageert op het bericht (‘een politiek manifest’), jubelen de regeringskritische rechters. Ze voelen zich gesteund. Zo’n duidelijke boodschap hadden ze nog niet eerder gehoord van een EU-lidstaat. Het pers­bericht draagt het watermerk van Sterk. Er staat een foto bij van Dekker, handen schuddend met Gersdorf.

De handreiking

Op een woensdagavond in november 2019 zit Sterk bij een diner bij de Nederlandse ambassade in Warschau. Sterk heeft het gevoel dat Polen afdrijft in de rechterlijke gemeenschap, maar wil het gesprek gaande houden. Leszek ­Mazur, de besnorde KRS-voorzitter, is uitgenodigd mee te eten, maar zegt op het laatste moment af, nadat Poolse media het diner hebben afgeschilderd als een genante Hollandse straf­expeditie.

Een dag later komt er een herkansing op het kantoor van de KRS. Sterk besluit tot een Frans Timmermans-achtige opening. Hij zegt dat hij uit Breda komt, de stad die in 1944 werd bevrijd door de 1ste Pantserdivisie van generaal Stanislaw Maczek. Hij weet waar hij het over heeft: het ereveld waar Maczeks mannen begraven liggen, is tien minuten ­lopen van Sterks huis. ‘Jullie hebben ons de vrijheid teruggegeven’, zegt hij. ‘Ook al verschillen we van mening, daarvoor zullen we altijd dankbaar zijn.’

Hij speurt de gezichten af om te zien of zijn woorden effect hebben gehad, wat nog niet meevalt, omdat iedereen in de carré-opstelling achter een soort computerscherm zit. De lucht lijkt even geklaard. Als Mazur het woord neemt, slaat hij een opvallend verzoenende toon aan. Maar andere KRS-leden vallen Mazur af, en vinden dat Polen helemaal in zijn recht staat. Sterk moet z’n verlies nemen. De volgende ochtend zegt de staatssecretaris van Justitie een ontmoeting met Sterk op het laatste moment af. Ze was ‘vergeten’ dat ze een delegatie uit Mongolië moest ontvangen.

Ondertussen is het insiders niet ontgaan dat Sterks missie vruchten begint af te werpen. Telkens als de Europese Commissie Polen op de vingers tikt, moeten de Brusselse ambtenaren dat besluit beargumenteren. Hun meest tastbare argument: de schorsing door de ENCJ.

Op een zaterdag in januari van dit jaar trotseren tientallen Poolse rechters en Europese vakgenoten de koude straten van Warschau. Het is een uniek moment. Spandoeken hebben de rechters niet, wel kleine houten landenbordjes, per delegatie één. ‘The Netherlands’ heeft de grootste afvaardiging. De duizenden Polen aan de kant van de weg, sommigen met een grondwet in de hand, juichen hen toe als bevrijders.

De demonstratie is een keerpunt, hoe stilletjes ook, voor de rechterlijke macht in Europa. Een beroepsgroep die zich normaal gesproken niet in politieke debatten mengt, doet dat nu toch, aarzelend en tastend, en alleen omdat ze het gevoel heeft dat ze met de rug tegen de muur staat.

Eén man ontbreekt. Sterk heeft de inschatting gemaakt dat zijn deelname contraproductief zou werken. Hij wil de deur naar de regering ‘op een kiertje houden’. Een gesprek met Von der Leyen krijgt hij niet, wel met twee commissarissen uit haar team, de Tsjechische Vera Jourová en de Belg Didiers Reynders, samen verantwoordelijk voor het rechtsstaatdossier. Ze beloven dat ze druk blijven uitoefenen op ­Polen.

De rest van dit voorjaar zet corona een streep door Sterks reisschema. ­Begin deze week ziet hij vanuit Breda hoe de Poolse president een nieuwe voorzitter benoemt aan het hoofd van de laatste nog onafhankelijke instelling, het Hooggerechtshof. Het gaat om Malgorzata Manowska, een vertrouweling van minister Ziobro. Hoewel een andere (PiS-kritische) kandidaat dubbel zo veel stemmen krijgt van collegarechters, gaat de baan naar haar.

Daarmee lijkt de ‘revolutie’ in ­Warschau voltooid en de rechtsstaat begraven. Is Sterks missie mislukt? Het is hem niet gelukt de Poolse regering te stoppen, beaamt hij na wat ­nadenken. Toch ziet hij de strijd niet als gestreden. Van de tienduizend rechters in Polen heeft PiS er maar een beperkt aantal aan hun kant. ‘Niet ­genoeg’, zegt hij monter, om al die plekken op te vullen.

Later dit jaar, onder Sterks opvolger, zal de ENCJ de Poolse raad er waarschijnlijk definitief uitgooien. Hijzelf wordt (parttime) hoogleraar Europees recht in Maastricht. Zijn bittere conclusie is dat de Europese Unie zich te veel in de luren heeft laten leggen door de Poolse regering. Europa wilde dialoog, maar volgens Sterk is Warschau daarin ‘niet geïnteresseerd’. Jaroslaw Kaczynski, de machtige PiS-partijleider, is in zijn ogen bezig met een vendetta tegen politieke vijanden en wil een ‘culturele revolutie’ met waarden die haaks staan op de Europese.

Als Europa een gemetseld muurtje is, zegt Sterk, is onafhankelijke rechtspraak het cement. ‘Europa moet ­duidelijk maken dat dat een harde voorwaarde is, bijvoorbeeld voor het ontvangen van EU-subsidies. Ze laten het nu te veel bij woorden. Je moet macht uitoefenen en de Poolse regering financieel isoleren.’ Het kan nog vijf jaar duren, misschien tien, zegt Sterk, maar uiteindelijk zal Polen ­terugkeren naar waar het hoort: ‘Bij de beschaafde landen met een rechtsstaat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden