Commentaar

Als Europa Chinese prijsvechters hun gang laat gaan, is er straks geen vrije markt meer

In de omgang met China moeten de EU en de VS weer als waardengemeenschap optreden.

De Peljesac brug, een van de grootste bouwkundige projecten ooit in Kroatië, gebouwd door een Chinees bedrijf.   Beeld Hollandse Hoogte / EPA
De Peljesac brug, een van de grootste bouwkundige projecten ooit in Kroatië, gebouwd door een Chinees bedrijf.Beeld Hollandse Hoogte / EPA

Baggeronderneming Van Oord dingt mee naar een mooie opdracht, betrekkelijk dicht bij huis: de verbreding en verdieping van de vaarroute naar Hamburg. Bestuursvoorzitter Pieter van Oord vreest niet zozeer Europese mededingers, die onder vergelijkbare condities opereren als hij, maar Chinese prijsvechters die – zwaar gesubsidieerd door hun eigen overheid – ver onder de prijs kunnen duiken die hij kan offreren.

Ongegrond is die vrees allerminst. Vorig jaar sleepten Chinese bouwondernemingen voor ruim twee miljard euro aan Europese opdrachten in de wacht. Tweemaal zoveel als in 2019. Moet Europa zich hier niet tegen wapenen, vraagt hij zich af. Kennelijk heeft het Europees-Chinese investeringsakkoord, dat eind 2020 werd gesloten om de concurrentieverhoudingen eerlijker te maken, zijn zorgen niet weg kunnen nemen.

In meerdere opzichten oneerlijk

De concurrentie waaraan Europese ondernemers – niet alleen in de bouwsector – het hoofd moeten bieden, is in meerdere opzichten oneerlijk. In de eerste plaats stelt de Chinese overheid hun ondernemers in staat tegen stuntprijzen te opereren op een open Europese markt. Die openheid ontbreekt goeddeels op de Chinese markt. En als Europese bedrijven tot de Chinese markt worden toegelaten, lopen zij een groot risico het slachtoffer te worden van bedrijfsspionage (zoals meerdere Duitse ondernemingen hebben ondervonden). Als Europa stelselmatig in het nadeel verkeert tegenover het Chinese bedrijfsleven, is er op afzienbare termijn überhaupt geen sprake meer van concurrentie.

Europa moet zich daar op enigerlei wijze tegen wapenen: door een gelijke concurrentiepositie voor Europese bedrijven op de Chinese markt te bedingen, door een gelijk speelveld in eigen huis te creëren (wat zou betekenen dat zwaar gesubsidieerde bedrijven worden geweerd), of door grote infrastructurele projecten bij voorkeur aan Europese ondernemingen te gunnen.

Sancties

Europa zou niet alleen om bedrijfseconomische redenen meer afstand van China moeten nemen. Het kan zich als grootste consumentenmarkt ter wereld ook veroorloven om China te straffen voor schendingen van de mensenrechten, zoals het deze week heeft gedaan als reactie op de behandeling van de Oeigoeren. De zeggingskracht van deze sancties zou worden vergroot als de Europees-Amerikaanse waardengemeenschap, die onder Donald Trump in het ongerede is geraakt, zou worden hersteld. Vandaag, tijdens de eerste Chinees-Amerikaanse top onder de regering-Biden, zal blijken of dat een reëel perspectief is.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden