Als er iemand genoot, dan was het pianist Daniel Barenboim zelf

Elke pianist, goed of slecht, kent de situatie: gevraagd worden voor een muziekfeest, Franz Liszt spelen en daar het beste in leggen dat je in je hebt, waarna de toehoorders gaan zeuren om een lullige blues in F....

Roland de Beer

Dat is erg, maar nog erger is het, als de pianist zelf op zo'n idee komt, en na een uitputtende Dante-sonate geheel ongevraagd een halfzachte tango inzet. Daniel Barenboim deed dat zondag in de serie Meesterpianisten, met dit verschil dat hij zijn rondje Latijnse salonmuziek nog even voor zich hield, en er eerst drie Scarlatti-toegiften, een Schubert en twee Chopins tegenaan gooide na zijn Mozart-Beethoven-Lisztrecital. Het liep uit op een toegiftenprogramma van drie kwartier, waarbij een stand werd bereikt van een klein dozijn encores.

Als er eentje genoot, was het Barenboim. Na dertig jaar afwezigheid in het Concertgebouw was dit zijn avond, en hij wist aardig wat toehoorders in het feest te betrekken. Als er iemand in staat is contact te leggen met een publiek, alleen al door zijn manier van groeten, danken, applaus temperen en achter de piano zitten, dan is het Barenboim.

Het spelen zelf is daarentegen minder uniek. Barenboim is een musicus pur sang, maar musiceren en pianospelen zijn categorieën die bij Barenboim maar ten dele samenvallen. Zijn visies zijn boeiend, niet zelden meeslepend. Zijn toon is weerbarstig, niet zelden bits.

Tussen het temperament en het instrument zitten vingers, die de vonk maar ten dele overbrengen. Zijn techniek is er tijdens het dirigentschap niet op vooruitgegaan. In dat opzicht lijkt Barenboim op Vladimir Ashkenazy, die overigens een betere pianist was, maar uiteindelijk een mindere dirigent werd.

Mozarts sonate KV 330 in C werd neergezet in rustig tempo, waarbij de linkerhand oplettend de harmonieën beitelde, en de rechter de melodie prevelde zonder moeilijk te doen. Nuchtere Mozart. Verblijdend.

Maar in Beethovens Appassionata kwam meer om de hoek kijken, en werd de strijd tussen het detail en de grote lijn met al te grote cijfers in het nadeel van het detail beslist.

De Franz Liszt van de Petrarca-sonnetten bleek bij Barenboim een Liszt van veel pedaal en weinig tussentinten. De complexe Dante-sonate had royale ritmische golfslag, maar een smalle expressieve bandbreedte. Het grote gebaar moest het doen - en deed het gelukkig ook, waarna het toegiftenfestijn kon losbarsten.

Tot Barenboim er zelf genoeg van had, de vleugelklep dicht deed, en het instrument liefkozend welterusten wenste.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden