‘Als er brand is, ben ik in de buurt’

Rico Schuijers..

Van onze verslaggever John Volkers

PEKING Hij begeleidde de gouden waterpolosters en de gouden hockeysters. Rico Schuijers, sportpsycholoog, moest een kaartje kopen voor de olympische finales van zijn ploegen, maar hij zag van afstand dat het goed was. En dat mentale training, zijn stiel, steeds meer een onvervangbare voorwaarde is geworden voor goed presteren.

‘Er wordt over mentale training niet meer zo krampachtig en overspannen gedaan. Er zijn steeds meer coaches, Robin van Galen en Marc Lammers bijvoorbeeld, die het belang zien van mentale voorbereiding.

‘Er zijn nu eenmaal twee dingen nodig om goed te presteren. Het ene is het lichamelijke: de techniek, inhoud en kracht. Maar de uiteindelijke uitvoering hangt af van de mentale voorbereiding en de geestelijke toestand tijdens de wedstrijd.

‘De mens is geen robot. Zijn of haar zenuwstelsel reageert op gebeurtenissen. Een techniek die je goed kunt uitvoeren, komt er in een bepaalde situatie dan niet uit. Daar moet je aan werken.

‘Ik ben hier in Peking vooral als sporttoerist. Het werk is in de voorbereiding gedaan. Ik ben hier de brandweer. Als er geen brand is, is het goed. En als er brand is, ben ik in de buurt.

‘Er was geen brand bij de 4 teams en 20 individuele sporters die ik begeleid. Die 65 hebben hun zaken zelf opgelost. Dan is de voorbereiding goed gegaan.

‘Mijn credo is: wij sportpsychologen werken aan de onafhankelijkheid van de sporter. Wij zijn er niet om atleten aan het handje mee te nemen naar de tatami of het veld.

‘Het werk moet vooraf gedaan zijn. Daarvoor heb je tijd nodig. Lammers heeft me na 2004 gevraagd, Van Galen in 2005. Dan heb je drie jaar om te werken aan de mentale training.

‘Die bestaat uit groepssessies en individuele gesprekken. Ik was mee op trainingskampen en soms grote toernooien. Ik werkte met zware roosters, van 8 tot 11, vijftien uur per dag. Je legt de basis, met de vaardigheden die erbij horen.

‘Mentale vaardigheden zijn doelen stellen, ademhaling en ontspanningscontrole, visualiseren, focussen. Het laatste is het trainen van gedachten. De gedachte van ik moet winnen, die verlamt. Je moet daar niet aan denken. Je moet ergens anders aan denken.

‘Ik werk met cirkels. Cirkel 1: ik ken mijn taak, ik denk één bal vooruit, eerst vangen, dan pas gooien. Cirkel 2 zijn de zaken aan de buitenkant, scheidsrechters, publiek. Op 3 komt de ‘behoort te zijn’ vergelijking. Je vergelijkt de misser met hoe de bal behoorde te zijn. Perfectionisten gaan daar kapot aan.

‘Cirkel 4 is denken aan winnen en verliezen, kijken naar het scorebord. 5 is piekeren over de gevolgen van winnen of verliezen. Als ik win, word ik olympisch kampioen. Dat is niet handig. En cirkel 6 is: wat doe ik hier? De zinvraag, dan ben je weg.

‘Iedere sporter snapt al vrij snel dat hij in cirkel 1 moet blijven. Maar dat gaat niet vanzelf. Daar moet je op oefenen bij grote toernooien als een EK of WK. Zo hebben de waterpolosters vorig jaar, bij het onverwacht gewonnen olympisch kwalificatietoernooi in Rusland, de flow bereikt, de beste geestelijke toestand om te presteren.

‘Hier in Peking was ons doel om de situatie van toen te reproduceren. In Kirishi hebben die meiden vertrouwen gekregen in mentale training, het is echt geankerd. Van: als we het gebruiken, kom je in de flow en dan gaat het ook erg goed.

‘Ze kwamen in die toestand door alle scenario’s open te houden. Heb ik op gehamerd. Dus zo’n 4-0 voor tegen de VS in de finale, daar moet je niet van schrikken. Iedereen dacht bij die stand: het is in de pocket. Maar dat is het helemaal niet, als je dan te veel aan de score denkt.

‘Toen de Amerikanen gelijk kwamen, raakten onze speelsters niet in paniek. Ze hielden alle scenario’s open. Ze hadden op zoiets gerekend. Ze bleven controle houden over zichzelf. Ze hadden dat in Rusland al eens meegemaakt. Ze zaten in cirkel 1.

‘De inhoud van cirkel 1 bestond uit een paar technische dingen. Verdedigend pressen. En hard weggaan bij balbezit. Dat was het, het daarbij houden. Niet praten over winnen of verliezen, niet praten over doelsaldo. Alleen maar bezig met waar die bal heen moet, welk patroon we spelen. Dat hebben ze hier weer gedaan.

‘Wat me het meest opvalt bij deze Spelen, is dat de verwachte medailles niet gewonnen worden en dat verrassingen overheersen. Ik had het er met een Russische collega over. Een groot thema in de sportpsychologie is hoe je om moet gaan met verwachtingen.

‘Je krijgt als sporter druk opgelegd door anderen, door de omgeving die de krant heeft gelezen of tv heeft gekeken. Wel winnen hè, zegt jan-met-de-pet.

‘Fijn, u hebt recht op uw verwachting, maar ik neem hem niet over, is dan je antwoord. Ga in cirkel 1 denken. Ik wil ook wel winnen, maar daar wil ik niet mee bezig zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden