Als een ventieltje kan de angst eruit via de lach

Je gaat het pas zien als je het doorhebt.* Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende bijzaken in de beeldende kunst. Deze week: achterwerk. (*Johan Cruijff)

Wat bedoelde Pieter Bruegel in hémelsnaam met een zwevende reus in roze jurk die zwarte dingen uit zijn eivormige achterwerk schept?

Over dit detail kun je heel ingewikkeld doen, want zoiets is nooit eerder verbeeld, en wat bedoelde Pieter Bruegel in hémelsnaam met een zwevende reus in roze jurk die zwarte dingen uit zijn eivormige achterwerk schept, maar ik bleef hangen bij de gedachte: dit is 2016. Een kwaadaardige dwaas die drek uit zijn kont schept en over ons allen uitstrooit, en sommigen staan er met gestrekte armen onder om het te vangen alsof het goud was.

Het lijken munten, maar ze hebben de kleur van poep, dus extra punten voor de ambiguïteit. Eieren stonden symbool voor het uitbroeden van het kwaad - verderop in dit helse landschap schilderde Bruegel een ei met een soort duivelsbaby's erin, en door het hele, verder totaal desoriënterende werk is het ei een visueel houvast. Ze staan overal, vaak gebroken, wat natuurlijk ook weer te lezen is als kwetsbaarheid en de vergankelijkheid van het leven.

Nergens laat Bruegel je oog met rust in dit werk, en ook dat doet me denken aan dit jaar. Ik zou de wereld en mijzelf een totale digitale detox gunnen; het helse landschap van nieuwsbeelden, leed waar we vaak bijna live naar kijken, woede, verontwaardiging en algemene lelijkheid is niet te doen. De stroom van nieuwsbeelden heeft iets pervers: op een veilige manier krijgen we een kijkje in de hel, in dat waar we bang voor zijn en tegelijkertijd nieuwsgierig naar. Het komt verschrikkelijk dichtbij, en tegelijkertijd is het leed van ánderen, wat een passief schuldgevoel creëert waar niemand iets aan heeft, en dat werkt dan weer verlammend. Nooit in de geschiedenis stonden we er zo letterlijk bij en keken we ernaar.

Pieter Bruegel de Oude Dulle Griet 1562, Olieverf op paneel, 117,4 x 162 cm Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen Te zien tot midden januari, daarna in restauratie tot 2018

Angstbeeld

Dat op een veilige manier naar het grootste angstbeeld kijken, was wat Bruegel beoogde. Schilderkunst was de enige manier om de angst zichtbaar te maken die mensen hadden voor de hel, die als werkelijke optie werd beschouwd. Kunsthistoricus Leen Huet geeft in haar nieuwe biografie over Pieter Bruegel een prachtige beschrijving van dit schilderij. Dit is de ultieme omgekeerde wereld, niets kan er nog goed komen, schrijft ze, en: 'Bruegel toont hier paniek en verwarring in de hel, en die werken op ons in.'

Onze lijpe reus hier staat in evenwicht met de hoofdpersoon: Dulle Griet, de eerste reuzin die in een schilderij centraal stond. Een boze vrouw die voor de poort van de hel nog van alles rooft, die zo'n beetje alle hoofdzonden samenvat; hoogmoed, woede, onmatigheid, hebzucht, enzovoort. Het was het hoogtepunt van de heksenvervolging in Europa, en over reuzen als personificatie van het kwaad bestonden vele legendes. Onze sullige man - dat gestrekte been doet toch een beetje aan Monty Python's Ministry of Silly Walks denken - zal haar handlanger zijn.

Mafheid

Pieter Bruegel geeft in de claustrofobische (want helemaal gevulde, zelfs de hemel is vol vuur en rook) voorstelling een uitweg uit de mafheid. Als een ventieltje kan de angst eruit via de lach - met Hiëronymus Bosch was hij er meester in om die twee in balans te houden, zodat de kijker niet stikt.

Die enorme visuele intelligentie, en het feit dat een schilderij van 454 jaar oud zo relevant kan voelen in de actualiteit in al zijn raarheid, daarvan word ik als kijker dan weer even gelukkig.

www.detailsofart.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.