Als een melaatse uitgestoten uit het eigen leven

IN HAAR eerste boeken tastte de Britse schrijfster Julia Blackburn de grens af tussen fictie en non-fictie. Ze schreef The Emperor's Last Island over Napoleon's tijd op St....

LEONOOR BROEDER

jaar van zijn dood. Ze verdiepte zich in het leven van een Ierse vrouw die aan het begin van de eeuw naar Australië reisde en daar onder de aboriginals ging leven: Daisy Bates in the Desert. Het is een biografie die werd genomineerd voor een belangrijke Britse non-fictieprijs. En ze schreef The Book of Colour, dat tot de kanshebbers voor de Orange Prize behoorde. Weliswaar zeggen prijzen niet zoveel meer - er is bepaald sprake van inflatie op de literaire prijzenmarkt - maar wie Blackburn's werk heeft gelezen, zal een bekroning ervan toejuichen, zeker nu haar vijfde boek, The Leper's Companions is verschenen.

The Leper's Companions is een korte, raadselachtige, maar heldere roman die zich goeddeels afspeelt in de vroege Middeleeuwen. Het verhaal heeft allegorische trekken, het doet soms denken aan een zinnenspel. Maar het zou de roman tekortdoen hem uitsluitend in dat licht te bezien.

Het verhaal begint in de huidige tijd, in Engeland; het wordt verteld

door een niet nader omschreven vrouwelijke figuur die zelfs geen naam

krijgt. Het enige dat over haar vermeld wordt, is dat ze zojuist een groot verlies heeft geleden. 'Ze had iemand verloren van wie ze hield, het doet er niet toe wie die persoon was of wat voor soort liefde ze voor hem gevoeld had. Feit was dat hij verdwenen was en zij

was achtergebleven.'

Omdat ze weet dat het minstens twee jaar zal duren voor ze van het scherpste gevoel van verlies genezen zal zijn - 'voor ze zijn lichaam

ontward had van haar lichaam, zijn herinneringen van haar herinneringen, zijn leven van haar leven' - zou ze willen dat ze 'dit

heden kon ontvluchten (. . .), tot het zodanig vervaagd was dat het niet meer te onderscheiden was van het verleden'.

Dan verplaatst het verhaal zich naar een klein vissersdorp aan de kust, niet ver van waar zij woont, naar het jaar 1410, en verschuift het perspectief van de derde naar de eerste persoon.

Door de ogen van de vertelster, die aanvankelijk alleen observeert en

niet gezien wordt, kijk je naar de geruststellende uitgestrektheid van de zee, naar het stille, geribbelde strand met de vissersboten, naar de kerk aan het eind van het dorp en de hond met de lichte ogen.

Met haar ga je de kerk binnen en loop je op een bitterkoude februarinacht door de hoofdstraat waarvan de harde aarde met karrensporen doorgroefd is, terwijl donkere hutten aan weerszijden doen denken aan vogelnesten.

De vraag of deze 'verbanning' zich louter in de fantasie van de vertelster afspeelt, komt wel op, maar de wens daarop een afdoende antwoord te vinden, wordt allengs minder urgent. Wellicht mede doordat de gebeurtenissen zich voltrekken in een wereld waarin de scheidslijn tussen fantasie en werkelijkheid nog op geen enkel terrein scherp te trekken is.

Summier wordt iets onthuld over de levens van enkele leden van de dorpsgemeenschap. Over de visser die een zeemeermin op het strand gevonden heeft en daarmee groot onheil over het dorp heeft gebracht. Over de schoenmakersvrouw die daardoor een kind met een vissenkop baarde. Over Sally, de vrouw van de visser, die haar man verliest doordat hij op zoek gaat naar de zeemeermin. Over het roodharige meisje wier grootmoeder pas kan sterven als zij zich alles wat zich in haar leven heeft afgespeeld, herinnerd heeft. Over de priester, en

ten slotte over de lepralijder met de kap over zijn hoofd om zijn verwoeste gezicht te verbergen en de ratel in zijn hand om de mensen voor zijn komst te waarschuwen.

Onder leiding van deze melaatse ondernemen Sally, de vrouw van de schoenmaker, de priester en de vertelster, die nu van waarnemer tot deelnemer, tot 'companion' is geworden, een pelgrimstocht naar Jeruzalem. Van die reis keren na twee jaar alleen de priester en de ik-figuur in het dorp terug.

The Leper's Companions is alleen al om de tastbare tekening van de extremen in het middeleeuwse leven, overgeleverd als het is aan de grilligheden van de seizoenen, aan misoogsten, vervuiling, stank en ongedierte, aan honger, kou, de pest en de dood, en de daarmee samenhangende vormen van bijgeloof, magie, angst en waanzin, een betoverend mooi boek. De goed gedocumenteerde beschrijving van de lange en gevaarlijke reis naar het Heilige Land is ronduit magistraal.

Maar niet alleen de schets van het dagelijks leven in die historische

periode maakt deze roman zo mooi, het verhaal is ook veelzijdig en diepzinnig. Door de vermenging van heden en verleden komen inzichten aan het licht over de verwerking van verdriet en verlies - want dat is het eigenlijke onderwerp van het boek - en daarmee over emoties in

het algemeen. Gevoelens zijn niet constant, ze komen en ze gaan als het getij, en met het verstrijken van de tijd wordt elk intens gevoel, of het nu om geluk of ongeluk gaat, herinnering. De tijd heelt geen wonden, laat staan alle, maar zij doet ongemerkt de scherpte vervagen van gevoelens en maakt plaats voor andere en daarmee word je zelf een ander.

Op allerlei manieren spelen het relatieve belang van tijd, de verschillende vormen van tijdsbeleving in verband met de eb en vloed van emoties, en het tegenstrijdige verlangen naar vergeten en herinneren door in het verhaal. In de wijze waarop Sally haar verdriet verwoordt, zit een klacht over tijd. Uit haar weerkerende droom waarin haar geliefde leeft, ontwaakt zij elke ochtend met een gevoel van grote opluchting om dan telkens opnieuw, als nieuw, te moeten doormaken dat hij dood en begraven op het kerkhof ligt.

Die klacht over de tijd zit ook in de beschrijving van de verlatenheid van het roodharige meisje dat haar grootmoeder verloren heeft. 'Het oude gelaat van de vrouw weerspiegelde iets van haarzelf en verzekerde haar van het gevoel dat ze zelf leefde; nu was zij afgesneden van dit besef van haar eigen bestaan en zwierf ze in een ruimte zonder zichtbare grenzen of herkenbare bakens. Ze voelde zich zo desolaat als een kind voor wie het huidige moment geen einde kent.'

Ook de vlucht van de vrouw die duivels ziet, in de tijdloze veiligheid van de waan, verwijst naar het verlangen zich te ontdoen van het heden. Het beschermt haar tegen de herinnering aan het ongeluk van haar huwelijk en de dood van drie van haar kinderen. De gelukzalige ervaring van de lepralijder, 'de vrijheid leeg te zijn van herinnering', is bijna een superlatief van dit verlangen naar vergetelheid die natuurlijk pas werkelijk gevonden wordt in de dood.

Overigens kun je de verschillende vormen van leed die de dorpelingen te verwerken krijgen en de verlossing die zij zoeken, heel goed lezen

als de stadia van verdriet zoals een enkel persoon die doorloopt. Ook

de magische maatregelen die de dorpelingen treffen tegen onheil dat op hun weg komt, kunnen gezien worden als de processen die zich voltrekken in de geest van rouwenden en verlatenen. Die metafoor zit erin, maar dringt zich niet op.

Op het eind lijkt de ik-figuur zich volledig te vereenzelvigen met de

lepralijder, die haar ten slotte in de woestijn aan haar lot overlaat

en alleen naar huis laat terugkeren. 'Hij moet een stap achteruit gedaan hebben toen ik een stap vooruit deed. Toen ik omkeek was hij verdwenen.' Hierin schuilt een belangrijke vergelijking. Zoals een melaatse een uitgestotene is van de gemeenschap, zo kan iemand met een groot verdriet zich uitgestoten voelen uit zijn eigen leven. Een leven waarin hij, als de tijd daar is, alleen zelf kan terugkeren.

The Leper's Companions is een zeldzaam beknopt, maar veelomvattend boek, dat bij elke herlezing aan betekenis zal winnen. Door de melodie van het proza heeft de roman bovendien de aantrekkingskracht van een gedicht dat je telkens opnieuw wilt horen.

Leonoor Broeder

Julia Blackburn: The Leper's Companions. Jonathan Cape; 216 pagina's; * 49,-. ISBN 0 224 05127 X.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden