Als één man vrienden zijn

Overvallen is Bert Wagendorp door het instant succes van zijn roman Ventoux. Een boek - wat heet: het óérboek - over mannenvriendschap en de vrouw als complicerende factor.

OP HET MOMENT DAT VENTOUX VAN BERT WAGENDORP (56) VORIGE WEEK BIJ DE WERELD DRAAIT DOOR WERD UITGEROEPEN TOT BOEK VAN DE MAAND, Zat moeder Wagendorp bij haar caravan in de Achterhoek waar ze met de snorfiets naartoe was getuft. De uitzending ging aan haar voorbij, het was te mooi weer om te kijken, vond ze. Toen ze het programma een aantal dagen later alsnog zag, zei ze tegen haar zoon: 'Nou, ze waren wel te spreken over je boek.'


In werkelijkheid was de lof bijna onaards, in ieder geval voor degenen die Titaantjes kennen, het legendarische verhaal van schrijver Nescio over het droefgeestige lot van een groepje vrienden. Zó'n mannenvriendschap zit nu ook in Ventoux, luidde het oordeel in De Wereld Draait Door. En er kwam nog een schepje bovenop. 'Dit boek heeft alles. Het is het oerboek over vriendschap en wat liefde voor een vrouw met vriendschap kan doen.'


Wagendorp zelf reageerde een tikkeltje anders dan zijn moeder. Hij zat thuis te stuiteren voor de televisie. Intussen zijn van Ventoux - ruim een week na verschijning - bijna 20 duizend exemplaren verkocht en kan hij nog steeds niet geloven wat er is gebeurd. Hij wist wel dat hij geen rotzooi had afgescheiden en zijn naam is bekend van de Volkskrant, waarin hij sinds 2006 drie keer per week zijn column heeft - maar dit is, hoe zal hij het zeggen, wonderlijk om mee te maken.


Wagendorp schreef in 1995 de roman De Proloog en in 2005 de verhalenbundel De dubbele schaar, die beide bij lange na geen 20 duizend exemplaren haalden. In beide gevallen was het decor de sport, vooral het wielrennen, waarvoor hij een passie koestert. In de jaren negentig werkte hij bij de sportredactie van de Volkskrant en versloeg zes keer de Tour de France. De titel Ventoux doet vermoeden dat Wagendorp opnieuw met een sportboek is gekomen, de Mont Ventoux is immers de beruchte berg uit de Tour waarop de Britse wielrenner Tommy Simpson in 1967 dood neerviel.


Maar Wagendorp onderstreept dat zijn nieuwste roman toch echt over vriendschap gaat, ook al fietsen de vijf vrienden er veel in en overlijdt een van hen op de Mont Ventoux. In een cafeetje in Harlingen (de plek is handig voor beide partijen) legt hij uit hoe het zit. In 2010 vroeg producent Hans de Wolf of hij een film- scenario wilde schrijven over vijf mannen en de Ventoux, dat laatste vanwege de mythische klank. 'Verder mocht ik alles zelf uitzoeken.'


In een handboek van de Amerikaanse scenariogoeroe Syd Field las Wagendorp dat hij ter voorbereiding eerst de voorgeschiedenis van de hoofdpersonen uitgebreid moest beschrijven. Toen hij dat had gedaan, ontdekte hij dat hij een half boek had gemaakt, waarin in 1982 van alles tussen de vrienden voorvalt dat dertig jaar later moet worden opgelost. Hij liet het lezen aan een uitgever die meteen enthousiast was en zei: 'Dit wordt the great Dutch novel.' Het boek, het bejubelde Ventoux, is net verschenen en de film moet nog worden opgenomen, wat voor volgend voorjaar staat gepland.


Van wie is het idee om van die vijf mannen zulke dikke vrienden te maken?

'Van mij. Ik heb zelf hele oude vriendschappen, nog van de middelbare school in Emmeloord en mijn studententijd in Groningen. Op dat gevoel heb ik dit boek geënt. Ik beschrijf vijf mensen die elkaar door en door kennen, die loyaal zijn, dat vind ik een mooi kenmerk van mannenvriendschappen. Een van hen heeft in de cokehandel gezeten, een ander pleegt wetenschapsfraude, ik dacht: hoe reageren de vrienden daarop? Maar het kan ze niks schelen, het zijn een soort Soprano's zoals ze met elkaar omgaan. Ze zijn trouw.'


Zijn mannenvriendschappen anders dan vriendschappen tussen vrouwen?

'Er is vooral in de Verenigde Staten veel onderzoek naar gedaan: vrouwen praten samen, mannen dóén samen, dat is het kenmerkende verschil. Mannenvriendschappen zijn gebaseerd op gezamenlijke ervaringen, vaak fysieke dingen, sport, in de jungle lopen. De gesprekken zijn oppervlakkig. We praten niet over relaties, onze huwelijken en onze scheidingen.'


Waar wel over?

'Over voetballen, over wat er de vorige avond op tv was, het weer, de fiets.'


En over neuken, begrijp ik uit je boek.

Wagendorp schiet in de lach. 'Ja, op een bepaalde manier.'


Nog geneukt gisteravond? Ja? Oké, nog een biertje?

'Precies. Vrouwen zijn verbaal beter. Mannen geven elkaar liever een ram op de schouders dan dat ze praten. Tot er een vrouw in hun gezelschap komt. Dan zetten mannen meteen hun serieuze gezicht op en gaan ze zeggen: 'Ik weet niet of het liefde of vriendschap is.' Dat soort gelul. Mannen beginnen vaak over wat ze denken dat vrouwen willen horen, ook de jongens in dit boek. In hun midden verschijnt Laura en daarna verandert alles.'


Mannenvriendschappen bestaan totdat een vrouw in het spel komt?

'De vriendschappen gaan niet gelijk stuk, maar de aanwezigheid van een vrouw tussen die mannen compliceert de zaak geweldig.'


Heb je dat zelf meegemaakt?

'Jazeker. Als een man uit jouw vriendengroepje een mooi meisje tegenkomt of er iets mee krijgt, dan wordt de magie van de groep doorbroken. Dat meisje zorgt voor testosteron en het ontstaan van concurrentie. Mannen gaan onmiddellijk anders met elkaar om.'


In je boek zegt Joost, de wetenschapper, over vrouwen: 'Vergeleken met vrouwen is de snaartheorie kinderspel.'

Wagendorp grinnikt opnieuw. 'En die man kan die theorie niet eens goed uitleggen, zo ingewikkeld is die.'


Snap jij ook niets van vrouwen?

'Vrouwen zijn ingewikkeld voor mannen, hoor. Dat mannengedrag om vrouwen in te palmen klopt ook nooit. Het is nooit goed.'


Machogedrag vinden ze niet leuk, en te soft mag ook niet.

'Dat is waar je gek van wordt. Ik ben uit de tijd van de softe aanpak, machogedrag kon niet, we liepen op sandalen. Maar daar kom je niet meer mee weg. Onder de softheid moet nu een stalen hand zitten die een vrouw stevig op bed smijt. Daar is toch niet meer uit te komen? Mannen zijn totaal in verwarring. De enige plek waar we ons nog normaal kunnen gedragen is in ons groepje met andere mannen. Daar snappen we elkaar.'


Komt dit boek voort uit een innerlijke noodzaak?

'Ik kan wel zeggen dat het zo is, het klinkt goed, maar het is niet zo. Ik ben nooit de gekwelde kunstenaar geweest, ik heb veel lol in schrijven en wilde een positief boek schrijven. Het is een dramatisch boek, er gebeurt van alles in, maar ik wilde een goed einde. Het is een ode aan de vriendschap.'


Je schrijft dat het gevoel van vriendschap en loyaliteit nergens zo sterk is als bij een stel mannen op de fiets, die een poging doen 'één fietsend beest te worden, één lijf, één geest'.

'Ik heb gekozen voor het wielrennen, maar het had ook een andere groepssport kunnen zijn. Het gaat om een groep mannen die samen dingen doet. De een is grappig, de ander slim, weer een ander sociaal, en samen vormen zij de ideale minnaar, man en echtgenoot.'


Is dat wat wielrennen zo leuk voor je maakt, dat samen zijn met andere mannen?

'Ventoux is geen wielerboek! Ik wil af van die associatie. Ik laat die mannen geen wedstrijden rijden, het zijn geen topsporters, ze roken en drinken. Wielrennen als topsport is juist hard en gemeen, en heeft helemaal niets van samen één beest zijn.'


Oké, maar je hebt het wel degelijk over wielrennen als liefhebberij, datgene wat je zelf ook doet, toch?

'Ja, ik gebruik het omdat er een mooie symboliek in zit en zo voel ik dat ook. Als je over lekker glad asfalt rijdt, met vijf mannen die elkaar afwisselen op kop, je hoort: rrrrrrrr, en je ziet de polder om je heen - geluksmomenten zijn dat.'


Je gaat elke zondagochtend op je Pinarello fietsen met een groepje mannen?

'Ik heb ook nog een Cannondale. Ja, dat fietsen op zondagochtend - dat is voor ons genoeg. Het is de basis van kameraadschap. Soms zien we een of ander type voor ons rijden, op 500 meter, dan gaan we hem meteen proberen in te halen en zo hard mogelijk voorbij te rijden zodat hij niet kan aanhaken.' Wagendorp lacht. 'Allemaal spel natuurlijk.'


Je hebt een vrij atypische opvatting over doping in de wielersport.

'Ik word daar al maanden bijna elke dag over gebeld, door radio en televisie, ik word er echt strontziek van. Het enige wat ik er nog van wil zeggen, is dat er rond het wielrennen veel te veel hypocriete moralisten rondlopen, mensen die zichzelf kennelijk zo goed vinden dat ze anderen de maat kunnen nemen: 'Goh, jij bent een slecht mens want jij gebruikt doping.' Ja, wat doe jij zelf dan? 'Wielrenners zijn leugenaars.' O, lieg jij nooit?'


Je bent een van de zeer weinigen die vinden dat renners zelf moeten weten of ze doping gebruiken.

'Ik haat gemakkelijk moralisme.'


Je zegt er in je boek kort iets over: dat wielrenners dope gebruiken om beroemd en onsterfelijk te worden.

'Dat wil toch iedereen?'


Wil jij met je schrijven ook onsterfelijk worden?

'Ik denk niet bij het schrijven van elke zin: zou deze bijdragen aan mijn onsterfelijkheid. Ik heb lol in schrijven. Natuurlijk speelt daarin ijdelheid mee en als je even doorgraaft, de wens om bewaard te willen blijven. Ik denk dat het nastreven van onsterfelijkheid in principe het doel is van iedereen die iets creëert.'


In het boek zeg je dat in de wielrennerij tegenwoordig te weinig wordt geslikt.

'Het wielrennen is nu tamelijk schoon. Maar de sport is er minder spannend door geworden. Je ziet dat er minder woest wordt aangevallen, vroeger werden de renners soms echt gek in de kop, bam, gáán.'


Je hebt liever een ruigere sport door doping, dan...

'Ik vind dat mensen hun best moeten doen iets heel goeds neer te zetten en daar mogen ze ver in gaan. In de kunst wordt dat volkomen geaccepteerd. Als iemand lsd neemt en dan een schilderij maakt, wordt er gezegd: 'Wauw'. Kijk ook naar Baudelaire met zijn absint.'


Je houdt van de duistere kant van de wielrennerij?

'Ja, de duistere kant van het leven, van alles. Daarom zit ik met enorm veel plezier naar de Sopranos te kijken. Ik denk niet: wat een smeerlappen. Nee.'


Heb je zelf zo'n duistere kant?

'Nee, daarom vind ik het ook zo mooi natuurlijk.'


Je bent een burgerman die geniet van andermans duistere kant.

'Nou ja, ik denk: die mensen durven ver te gaan, ze durven grenzen over te gaan om te bereiken wat ze willen. Daar zijn mooie dingen uit voortgekomen.'


In je boek citeer je het gedicht van Jan Kal: 'Dichten is fietsen op de Mont Ventoux'. Is schrijven voor jou hetzelfde?

'Er zijn overeenkomsten. Ik heb bij dit boek wel vijf keer gedacht: ik kap ermee, ik kan het niet, het is niks. Dat soort gedachten heb ik altijd wel, ook over mijn column. Met grote regelmaat durf ik 's ochtends mijn bed niet uit, omdat ik denk: dit is het definitieve echec, nu val ik door de mand, nu word ik helemaal gekild. En dan valt het bijna altijd mee.'


Je wordt ook als columnist enorm bejubeld, waarom denk je dan zo?

'Ik weet het niet. Ik denk heus wel eens: goh, deze column is perfect. Maar om de zoveel tijd twijfel ik en dat is geen pose. Ik vind het niet erg. Daar komt ook de drive uit voort om erg mijn best te doen.'


Komt het door de Achterhoek, waar je bent geboren? Je hebt ooit gezegd dat mensen daar nogal nederig zijn.

'Het zijn harde werkers, met niet te veel praatjes en heel trouw. Ik voel wel dat ik dat nog in me heb.'


Hoe vaak heb je Ventoux omgegooid?

'Ik ben er enorm mee aan het goochelen geweest. Afgelopen zomer heb ik tweeënhalve week in een hotel in Groningen gezeten, 's morgens en 's middags schrijven en 's avonds naar festival Noorderzon, bier drinken met m'n oude vrienden. Dat beviel goed.'


En dan hadden jullie het over voetbal, tv, het weer, de fiets, neuken?

'Ja, aan de dialogen in Ventoux hoefde ik weinig te verzinnen. Die kon ik zo uit mijn mouw schudden. Die ken ik al sinds mijn studententijd, al die flauwekul.'


Er is niks veranderd sinds die tijd?

'Nee, dat vind ik mooi. Eén zin zeggen, waar een hele wereld achter zit. Dat je niks hoeft uit te leggen, dat de ander meteen begint te lachen.'


Om grappen die al tachtig jaar hetzelfde zijn.

'Dat is vertrouwd hè? Iemand moet niet opeens met een ander soort humor aankomen. Dan zegt de rest meteen: 'Hé, wat is er mis? Heb je promotie gemaakt of zo?'











CV Bert Wagendorp


Geboren in 1956 in Groenlo


1968-1974 middelbare school in Emmeloord


1974-1975 studie sociale geografie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG)


1975-1982 studie Nederlands aan de RUG


1982-1985 copywriter in Groningen


1985-1988 sportjournalist bij de Leeuwarder Courant


1988-nu in dienst bij de Volkskrant, achtereenvolgens als sportjournalist, correspondent in Londen, verslaggever, sportcolumnist en sinds 2006 als opvolger van columnist Jan Blokker. Drie keer in de week staat zijn column op pagina 2


1995 De proloog, zijn fictiedebuut over iemand die de volgende dag de Tour-proloog moet rijden


2005 De dubbele schaar met verhalen tegen een historische sportieve achtergrond

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden