Als een dor blaadje in de ruimte

Een vlieg is niet alleen het symbool voor vrijheid, maar ook voor vuiligheid. Vluchten speelt een belangrijke rol in het werk van de Russische kunstenaar Ilja Kabakov, die onder het communistische regime geen kant op kon....

VELE, VELE jaren is Ilja Kabakov als een steen geweest. Een steen die in Moskou lag en zich amper mocht bewegen. Die tijd is voorbij. Moskou is ver verwijderd van het kantoortje in de Stadsgalerij van Heerlen, waar we ons bevinden. De kunstenaar heeft zojuist, samen met zijn vrouw Emilia, die hem op al zijn reizen vergezelt, de tekeningen en collages geïnspecteerd: ze hangen keurig in het gelid. Morgenochtend reist hij door naar Gent, morgenmiddag wacht Madrid, daarna vliegt hij naar New York, waar hij woont als hij niet onderweg is.

'Een Rus keert altijd terug naar huis, naar zijn moederland', zegt hij in de gemoedelijke variant van het Duits waarmee hij zich behelpt als Russisch niet mogelijk is. 'Maar er is geen Heimat meer. Mijn generatie is opgegroeid als kinderen van de staat. Tot de tijd van Brezjnev vroegen we ons nog af waarom het vaderland er zo slecht aan toe was. Nu maakt ook dat ons niet meer uit. Kinderen groeien op zonder verantwoordelijkheid. Als mens zonder Heimat reis ik over de wereld.'

Er klinkt geen beschuldiging in zijn stem. Hij stelt vast, dat is al. Bovendien: het lot is hem uiteindelijk welgezind. Sinds hij zich tien jaar geleden in het Westen vestigde, heeft hij een nieuwe familie gevonden: de kunstbroeders en -zusters die hij overal ontmoet, in musea en op vliegvelden. Hun gezelschap ervaart hij als wonderlijk aangenaam. Zelfs het leeftijdsverschil - Kabakov is 65 jaar - doet niet terzake.

'Wij zijn als vogels, als nomaden', zegt hij. Later vindt hij een nog betere vergelijking: de kunstwereld is als een school vissen. Of je de koppositie hebt of aan de staart bungelt, maakt niet uit; als je maar in die school zwemt, samen met de honderd andere kunstenaars en conservatoren die de kunstgeschiedenis bepalen van Kassel naar Venetië, van Münster naar New York.

Hoe die schoolgenoten elkaar herkennen kan hij niet zeggen. Waarom Donald Judd Hochkunst maakt, en eenzelfde abstracte vorm van een Russische epigoon onzin is? De criteria zitten ergens in de neus verscholen, vermoedt hij. Wel kan hij zeggen wie er bij horen. Rudi Fuchs? 'Zonder twijfel.' Jan Fabre? 'Natuurlijk.' Jan Hoet? 'Een zeer sterk voorbeeld.' Verder? Kaspar König, Jeff Koons. En ook Marlene Dumas, van wie een klein schilderijtje in het Heerlense kantoor hangt.

Zo'n verhaal over een school kunstvissen die samen de dienst uitmaken zou uit de mond van een ander als snobisme klinken. Maar Ilja Kabakov legt het zo vriendelijk en omstandig uit, en kijkt daarbij zo ontwapenend, dat je vanzelf blij voor hem wordt. Wat heerlijk voor hem dat hij vrienden heeft die hem begrijpen, en wat mooi dat hij zich eindelijk die omzwervingen over de aardbol kan permitteren.

In veel van zijn tekeningen wordt bewogen. Je ziet schepen, paarden en treinen, wandelaars in de bergen, en vliegen in vele varianten. Er is - op onverwachte plekken en momenten nadrukkelijk aanwezig - de vlieg. Maar ook tref je bij hem mensen, zo op het oog keurige passanten, die met gespreide armen over de stad vliegen. En er zijn engelen, die de aardbewoners graag een eindweegs tegemoetkomen.

Escapisme is een thema, dat geeft Kabakov grif toe. 'In de Brezjnev-tijd was elke dag hetzelfde als de vorige, alle jaren leken op elkaar. Er drong geen informatie uit het Westen door. Dromen was het enige wat overbleef.' In die tijd is de vlieg uitgegroeid tot held van zijn oeuvre. 'Hij is het symbool van de vrijheid, een personage zonder permanente verblijfplaats. Maar ook vertegenwoordigt hij de vuiligheid, het gebrek aan frisse lucht.'

Hier in het westen vlucht men horizontaal, zegt Kabakov. Men reist van Duitsland naar Frankrijk, en naar nog exotischer oorden. Steeds op weg naar de volgende horizon. Voor de Rus heeft dat geen zin. Of hij nu in Moskou of Kiev leeft: zijn vlucht is omhoog, de ruimte in of naar een andere wereld.

Die vlucht heeft Kabakov in zijn installaties op vele manieren zichtbaar gemaakt. Door een kamer in te richten met een deur in het plafond. Of door de woning van een buurman te tonen, die zich middels een ingenieuze machinerie heeft gelanceerd; in het plafond gaapt het gat waardoor hij het luchtruim koos. Ontroerend is zijn ontwerp voor een kilometershoge stellage die het de mens mogelijk maakt contact te leggen met engelen.

Z IJN ROEM in het westen dankt hij aan de soms museumgrote installaties, die de bezoeker willen laten ervaren hoe het was om in de communistische heilstaat te leven. De laatste ambassadeur van de Sovjet-Unie is hij wel genoemd, archivaris is wellicht een betere benaming. In het Stedelijk Museum in Amsterdam richtte hij Het Grote Archief in, een spookhuis voor de bureaucratie. Voor Dokumenta 9 in Kassel bouwde hij een Sovjet-woning, maar dan in de gedaante van een openbaar toilet ('hoeveel procent van de Russische bevolking woont zo?' werd hem vaak gevraagd). En voor de biënnale van Venetië richtte hij in 1993 het Russische paviljoen in. Maar zó dat het een bouwput leek, met oude kruiwagens, halfvolle potten verf, kalk en overal peuken - zonder filter.

Die installaties zijn een warme omgeving, als een pan met soep, zegt de kunstenaar. 'Ze omringen de bezoeker. Ze katalyseren, of nee: provoceren een onbewuste reactie. Wat zien we, en tegelijk: wat wil de kunstenaar zeggen; die dubbele houding is van het grootste belang.'

Vandaar dat hij zich niet helemaal op zijn gemak voelt bij de expositie in Heerlen. Het zijn tekeningen uit eigen bezit, door de conservatoren van Heerlen en Hannover gekozen. De vroegste tekeningen zijn uit 1943 - tanks en vliegtuigen van toen hij een jongetje van tien was. Maar de meeste stammen uit de tijd dat hij in Moskou woonde; Kabakov verdiende vanaf 1956 zijn brood als illustrator van kinderboeken en tekende daarbuiten vooral voor zichzelf. Musea negeerden zijn 'subversieve' kunst, van installaties kon in de Sovjet-Unie al helemaal geen sprake zijn.

'Ook de werken in deze traditionele tentoonstelling hebben een omgeving nodig', vindt Kabakov. 'Het passe-partout is belangrijk. En waar bevindt de tekening zich in de lijst, waar in die rechthoek is de informatie verstopt?'

Dan geeft Kabakov iets prijs van hoe hij de wereld om zich heen bekijkt. Hij pakt een vel wit papier en legt zijn handen er overheen, zodat daarbinnen een ovaal ontstaat. 'Het witte papier speelt een dubbelrol', zegt hij. 'Warum? Het is een lege ruimte, waarin getekende elementen komen. Maar het is ook een bron van licht. Het straalt van achter door het papier, bereikt je gezicht en gaat dan verder (hij wijst naar achter zijn hoofd). Wit licht, warmer dan een zonnestraal.

'Dat licht maakt dat de tekening niet plat, maar ovaal is. In het centrum is het licht het krachtigst, vandaar dat veel elementen bij mij aan de randen en in de hoeken te vinden zijn. Het gaat om evenwicht, want alles wat je tekent doorbreekt dat licht.'

De klassieke tekening bevat altijd diepte, vervolgt Kabakov. Maar tegenwoordig tekent en schildert men vlak, en is ook de toeschouwer geneigd alleen de oppervlakte te zien. 'Dit is een door informatie gedomineerde tijd. Men komt het museum binnen, vaak met vrienden of klasgenoten, men loopt snel door de zalen, zegt: ''Ha De Kooning, ha Pollock'', en verdwijnt naar het café.' Zo verliest men het contact met het kunstwerk, denkt Kabakov. 'Mijn grootste angst is dat de mensen kijken zonder een dialoog aan te gaan.'

Daarom maakt hij installaties, zodat de toeschouwer omgeven is door de capsule van het kunstwerk. En daarom gaan zijn tekeningen haast altijd vergezeld van teksten. Ogenschijnlijk hebben die weinig te maken met wat er te zien is. 'To be a fly doesn't mean to be a somebody; it means to be in some condition', staat bijvoorbeeld onder een wit vel met daarop twee vliegen. De bron van de tekst is: Prohglazko vol. 11 page 126.

Kabakov hecht aan die teksten. Ze zijn wel degelijk bedoeld om gelezen te worden. 'In naïeve kunst verklaart de tekst precies wat het beeld wil tonen. Bij mij gaan tekst en beeld juist verschillende kanten op. Ze becommentariëren elkaar. Warum? Als beide samenvallen, wordt het beeld eenduidig, en valt voor dood naar beneden. Verschillen ze, dan ontstaat een vraagkoepel: ''Is er verband? Op welk niveau moet ik dit begrijpen?'''

Al heeft hij in Moskou lang in een isolement gewerkt, Kabakov is het tegendeel van de op zichzelf gerichte kunstenaar. 'Modernisten zagen de verhouding tussen kunstenaar en publiek als die van leraar en leerling, of genie en idioot. Ik zoek juist naar een vriendschappelijk contact met de toeschouwer.

'Dat contact kent vele niveaus. De primitieve toerist komt en zegt: ''Ha, dat zijn kindertekeningen.'' En de kenner constateert: ''Daar herken ik invloeden van Schwitters.'' Dat is allebei prima. Kom naar mijn tekeningen met jouw bagage, met al je kennis en ervaringen. Kom niet als een idioot of een tabula rasa. Kom naar het museum als een vriend, en niet als een vreemde, ik maak geen agressieve kunst.'

Toeschouwers zijn voor Kabakov niet overal gelijk. De Russische waarneming is volgens hem vooral op ruimte gericht, en de westerse beschaving is er een van objecten. Voorwerpen spelen een grote rol in ieders leven. Het bord van grootvader staat naast de kop en schotel van grootmoeder in de kast, de tafel en stoel zijn met zorg gekozen. Objecten spelen de rol van gedenktekens, het besef van leegte is gering.

In Rusland is dat volgens hem omgekeerd. De geschiedenis is zo turbulent dat de Rus amper kans krijgt zich met objecten te omringen; het kopje is gebroken voordat het aan de volgende generatie kan worden doorgegeven. 'De levens zijn provisorisch, als die van straathonden. De staat kan zeggen: vandaag woon je hier, maar morgen in Vladivostok. Zo ontstaat het idee van lege, irreële ruimte, waar je als een dor blaadje in rondtuimelt.'

Een kunstenaarsleven lang heeft hij zelf die ruimte niet ervaren. Er waren amper mogelijkheden om te exposeren, er was amper materiaal om mee te werken. Sinds hij de Sovjet-Unie verliet, vertelt hij de westerse toeschouwer over de thema's en problemen die hij uit zijn moederland meebracht. Met dat thema dacht hij de rest van zijn leven toe te kunnen. 'Dat blijkt niet zo te zijn. De tank is leeg. En ik heb niet - hoe heet dat ook weer bij een auto - een jerrycan met reserve bij me.'

Inmiddels heeft zich een nieuwe taak opgedrongen. Geen installaties meer met tot in detail gesuggereerde woonkamers, keukens, bibliotheken en archieven van de Sovjet-Unie. Kabakov werkt nu in de openbare ruimte. Warum?, vraagt hij zichzelf.

Het is een heel mystiek proces, lacht hij verontschuldigend. 'Ik hoor een stem in mijn hoofd die zegt: maak hier op deze plek dat beeld, of die constructie! Zo kwam de hoge sculptuur tot stand die hij vorig jaar in Münster maakte. 'Ik zag het gras en het landschap, het wandelpad langs de rivier. ik zag dat Donald Judd mijn buurman was. Dat concert van stemmen vertelde mij wat te doen.'

Kabakov maakt de vergelijking met Richard Serra, die overal waar hij wordt gevraagd, of het nu Italië of Amerika is, dezelfde robuuste vormen van plaatstaal maakt. 'Hij wil de overwinnaarsplek, de koningsplaats. Hij zegt: hier ben ik, dit is mijn stempel. Ik wil andersom werken. In Italiaanse steden wordt het hart haast altijd gevormd door een beeld of fontein. Die fontein is de kern van het kristal, die brengt de harmonie. En naar die kern voegt zich de rest.'

D IE KUNST maakt hij in Zürich en Tokio, in New York, Frankfurt, Parijs en Oslo. Maar Moskou of Sint-Petersburg komen in zijn agenda niet voor. Contact met instellingen in de Sovjet-Unie heeft hij niet. Toen hij in 1993 werd gevraagd het Sovjet-paviljoen op de biënnale van Venetië in te richten, kreeg hij niet eens een sleutel. De deur van het paviljoen moest worden geforceerd om aan het werk te kunnen. Geen enkele hoogwaardigheidsbekleder is naar zijn werk komen kijken.

Dan klaart zijn gezicht op. Hij lacht, er schiet hem wat te binnen. Aber doch, er is wel degelijk een expositie van hem in Rusland. Nu, op dit moment wordt in Moskou vroeg werk getoond, in een semi-officiële galerie. De vernissage is deze week. Nee, daar gaat hij niet heen.

'In Rusland is de kleur grauw. De eeuw van de utopieën is ten einde, het resultaat geeft geen reden tot hoop. Waarom zou ik teruggaan? Voor mij is het om het even aan welke tafel en op welke stoel ik zit. Vandaag hier, morgen ergens anders. Als een kind zonder ouders ben ik.'

Emilia had al een paar keer voorzichtig haar hoofd om de deur gestoken om te zien of Ilja al vorderde. Nu gaan we haar zoeken. Als we haar gevonden hebben, trekken ze hun lange jassen aan, en Ilja Kabakov zet een muts op zijn zilveren krullen. Langzaam wandelen ze door de sneeuw, naar hun Heerlense hotel.

Ilja Kabakov: Tekeningen. Tot en met 21 februari in de Stadsgalerij, Heerlen. Daarna in het Sprengel Museum, Hannover.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden