INTERVIEW

'Als Duitsers de weg vroegen, stuurde ik ze de verkeerde kant op'

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Robert Vuijsje onderzoekt het in een reeks interviews. Presentator Frits Barend: 'Ik probeer niet overal de oorlog bij te halen.'

Frits Barend. Beeld Robin De Puy
Frits Barend.Beeld Robin De Puy

Van tevoren zijn wat e-mails verstuurd. Na het voorstel van publicatie op 5 mei schrijft Frits Barend: 'Goh wat vliegt de tijd toch, ik zie de Canadezen nog over de Berlagebrug Amsterdam binnenmarcheren, wat waren we blij.'

Ik antwoord: 'Volgens mijn informatie bent u geboren in 1947.'

Frits Barend: 'Klopt, ik ben net als jij van het naoorlogs verzet.'

Frits Barend

(Nederland, 1947) vormde een journalistiek duo met Henk van Dorp, van 1972 tot 1986 bij weekblad Vrij Nederland en van 1987 tot 1996 bij Nieuwe Revu. Van 1990 tot 2005 presenteerden ze op RTL4 het programma Barend & Van Dorp. Sinds 2009 is hij met zijn dochter Barbara uitgever en hoofdredacteur van het sporttijdschrift Helden en de website heldenonline.nl.

Vindt u het jammer dat u de oorlog net niet heeft meegemaakt?

'Natuurlijk niet, waarom zou ik dat willen meemaken? Ik heb geen last van survivor's guilt. En ik ben ook niet opgevoed als een slachtoffer.'

Hoe bent u wel opgevoed?

'Mijn ouders trouwden in 1941, met een grote revue in café Eik en Linde in Amsterdam. Ze waren allebei Joods, ik heb nooit begrepen hoe ze tijdens de oorlog zo'n grote bruiloft konden hebben. Twee jaar later waren de meeste van hun gasten dood. Dat weet ik pas sinds kort, mijn vrouw is bezig met een boek over onze beide familiegeschiedenissen.

'We woonden in de Rivierenbuurt, wat in Amsterdam overbleef van de Joden, was daar gecentreerd. Ons gezin was schathemelrijk, met een buitenhuis, twee auto's en vakanties - skivakanties zelfs. Mijn vader werkte bij het familiebedrijf van Alex Meijer, een grote textielfirma. Meijer was de familie van zijn moeder, dat waren textielbaronnen. Een van de twee naoorlogse eigenaren overleed in 1957, die liet 35 miljoen na. Dat is allemaal aan ons voorbijgegaan. Ineens was mijn vader weg, hij liet mijn moeder, mijn broer en mij achter met een schuld van 35 duizend gulden. Ik was 7. Op mijn 13de begon ik met werken, ook in de textiel, bij Barend Groen. We hadden het niet breed.'

Frits Barend in 2012. Beeld anp
Frits Barend in 2012.Beeld anp

Wat was er gebeurd?

'Wat gebeurt er in nouveauriche-milieu's? Zo'n rijke man wil een jongere vrouw. Of twee of drie. Mijn oudere broer Bert heeft hem weleens betrapt. We begrepen niet waar mijn vader bleef, Bert zag hem ergens naar buiten komen.'

Dat een Joodse man zoiets doet.

'Het is een wonder, mijn vader was echt een uitzondering. Joodse vrouwen daarentegen...'

Had u daarna nog contact?

'Dat ging niet van een leien dakje.'

Wat merkte u van de oorlog?

'In 1953, tijdens de Korea-crisis, emigreerde het gezin van de broer van mijn moeder naar Amerika. Met mijn nichtje, die ik beschouwde als mijn zusje. De familie Van Naarden had een zoon met wie ik veel speelde, die deed hetzelfde. Ze waren bang voor een nieuwe oorlog, dat we weer aan de beurt zouden komen. Dat was de eerste keer dat ik iets van de oorlog merkte. Mijn broer Bert is vijf jaar ouder, die werd geboren in 1942.

Wat is het verschil tussen jullie?

'Waar moet ik beginnen? Bert heeft de eerste jaren van zijn leven doorgebracht in de onderduik, hij heeft toen nooit een thuis gehad. Hij had geen makkelijke jeugd en ik wel - dankzij hem. Bert was mijn paraplu, hij beschermde me, ook op straat, dat kon er ruw aan toegaan. Toen kon dat nog, nu komen ze terug met een mes. We hadden allebei rood haar, Bert was een driftkikker. Hij kreeg niet de kansen die ik kreeg, Bert moest naar de ulo. Voor de hbs waren boeken nodig, dat geld hadden we toen niet. Een paar jaar later kon ik naar het gymnasium.

'Ik zal je een verhaal vertellen over Bert. Mijn ouders zaten met hem ondergedoken, hij werd geboren in Groningen. In 1943 waren ze even terug bij mijn grootouders, die hadden met leugen en bedrog een vrijstelling gekregen. Mijn tante was 17. Buiten op straat, in de Molenbeekstraat in Amsterdam, kwam ze de buurvrouw tegen, mevrouw Van den Broek. Zij vroeg hoe het met mijn ouders ging. Mijn tante wilde niets zeggen, maar de buurvrouw drong aan: we kennen elkaar toch? Mijn tante vertelde dat mijn ouders op dat moment op bezoek waren bij mijn grootouders. Een half uur later stond de SD voor de deur. Mijn moeder verstopte zich in de verandakast, mijn vader ontsnapte via het dak. Bert was 1 jaar oud, die lag boven in de wieg. De Duitse soldaar die het huis doorzocht, een jongetje van 19, heeft Bert gezien, maar niets gezegd. Bert moet hem recht in de ogen hebben gekeken.'

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) gaat voor V in gesprek met bekende en minder bekende Nederlanders over de rol die hun afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met acteur Kenneth Herdigein (Surinaams) en presentatrice Chazia Mourali (Tunesisch).

Wanneer ik te lang doorga over de Tweede Wereldoorlog, noemen mijn vrienden me Frits. U bent een icoon geworden. Zeggen ze ook tegen u: hou eens op over die oorlog?

'Nee, dat hoor ik nooit, maar misschien heb ik wel een bord voor m'n kop. Ik probeer niet overal de oorlog bij te halen, je kunt dat niet voor alles als een verklaring gebruiken. Wanneer ik vertel, probeer ik te bedenken: hoe kan ik mensen het best bereiken? Ik vind dat ik Marokkanen erop mag wijzen dat als zij tijdens de oorlog in Nederland hadden gewoond, zij ook waren vergast. En ik wijs ze erop dat Israël de enige democratie van het Midden-Oosten is.'

Kon u Hollanders nog vertrouwen?

'Mijn familie is door Nederlanders verraden en op een trein gezet die door Nederlanders werd bestuurd. Ik ben nooit op vakantie naar Duitsland geweest, dat was voor mij één stap te ver. Als Duitsers de weg vroegen, stuurde ik ze de verkeerde kant op. Daar voelde ik me de rest van de dag goed over. Dat gevoel is verdwenen.

'Mijn ouders en mijn broer hebben lang ondergedoken gezeten in Friesland, in een dorp van driehonderd inwoners. Na een tijdje wist dat hele dorp: bij Jelle en Jeltje de Vries zitten Joden ondergedoken. Niemand heeft ze verraden. Je hebt maar één verrader nodig die het verpest voor iedereen. Op tien miljoen mensen zijn honderd verraders genoeg, het betekent niet dat de rest ook fout is.'

Nederlands
'Zo denk ik niet. Moet ik nu zeggen: ik ben er trots op hoe wij hier samenleven met Joden en moslims?'

Joods
'Zo ben ik ook niet. Als er iets met geweld tegen Joden is, komen ze vaak bij mij terecht. Ik denk dan: hoezo, het gaat toch iedereen aan?'

Eten
'Viskoekjes met challebrood.'

Partner
'Op de middelbare school werd ik verliefd op Marijke, een fysieke en stoute vrouw. Ze was niet Joods, maar ze is uitgekomen. Niet op mijn initiatief.'

Mohammed cartoons
'Ik zou ze niet maken, maar het is de uiterste consequentie van vrijheid van meningsuiting. In Amerika mag de Ku Klux Klan ook zeggen wat ze willen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden