'Als door een bliksem getroffen'

Grote schokken en bestaanscrises zijn Andries Knevel (50) bespaard gebleven. Altijd was daar die geloofstraditie van zijn christelijk-gereformeerde ouders. Hij vergezelde hen naar hun kerk....

Andries Knevel studeerde godgeleerdheid in Amsterdam en Utrecht. Hij werkte als godsdienstleraar en als programmamaker bij de Evangelische Omroep. Thans is hij directeur van deze omroep. Knevel is getrouwd en heeft drie kinderen.

Rol van religie in de jeugd

'Mijn jeugd voltrok zich vreedzaam en in een grote geborgenheid. Waarmee ik niet wil suggereren dat het er in mijn ouderlijk huis uitbundig en blijmoedig aan toe ging. Mijn ouders hadden een christelijk-gereformeerde achtergrond, en dat schiep verplichtingen. Mijn vader legde een grote betrokkenheid op de samenleving aan de dag - en dan zeg ik het iets fraaier dan ik het toen zag. Hij poogde als verantwoordelijk burger te leven, als een volwaardig lid van wat wij nu de civil society noemen. Met betrekking tot de kerk stond hij in de bevindelijke traditie. Het geloof was niet vanzelfsprekend, en allermist vrijblijvend. Hij worstelde om het te verkrijgen en het te behouden.

Als kind was ik daar beslist ontvankelijk voor. In de tweede klas van de lagere school heb ik bitterlijk zitten huilen om de kruisgang van Jezus. Ik was 7 jaar, en het verhaal was mij bekend. Maar mijn gemoed schoot vol bij de gedachte aan de rechtvaardige die lijdt. Maar mijn religiositeit kende haar begrenzing.

Aan de kerkgang - tweemaal per zondag - nam ik met tegenzin deel. Ik heb er overigens nooit tegen gerebelleerd. Dat lag niet in mijn aard en daarvoor waren mijn ouders mij te lief. Dus ging ik braaf met hen mee op de Solex.

Wat ik te bestemder plekke deed? Ik hield mij vooral bezig met het tellen van de ramen, en met het verorberen van de snoep die mijn tante had meegebracht. Complete rollen joegen wij er doorheen. Ach, dat hoorde erbij. En na de kerk was er drie kwartier zondagschool. Daar beleefde ik meer vreugde aan, want er werden spannende bijbelse verhalen verteld.

Ik was een ambitieus kind, zeker. Als wij Ivanhoe speelden, wilde ik Ivanhoe zijn. Met een figurantenrol nam ik geen genoegen. Van mijn leergierigheid getuigt het feit dat ik de derde klas van de lagere school mocht overslaan. Uiteindelijk ging dat niet door, omdat ik een dubbele oorontsteking kreeg. Heel akelig vond ik dat, en heel oneerlijk. Bij de geopolitieke toestand voelde ik mij nauw betrokken. De Nieuw-Guinea-crisis bracht mij in een staat van vervoering. De landingen van de mariniers werden met marsmuziek op de radio aangekondigd. Ik was buitengewoon trots op onze nationale wapenfeiten - of wat daar destijds voor doorging.

De Cuba-crisis vervulde mij met een soort berusting. Ik was ervan overtuigd dat er oorlog zou komen, en dat de Dankdag die wij dat najaar hadden gevierd de laatste van mijn leven zou zijn. Ik zag die oorlog niet als de opmaat van een grote zuivering onder de dwalende mensheid. Zo militant waren wij niet. Nee, wij zouden naar Jezus gaan. Niettemin begroef ik met een paar vriendjes enige blikken voedsel in het gangetje achter ons huis. Je wist tenslotte maar nooit. Daar is naderhand nog een daverende ruzie uit voortgekomen, toen ik een van die vriendjes ervan verdacht dat hij onze schat had opgegraven.'

Nadenken over religie

'De schokken van de nieuwe tijd werden in de harmonie van mijn ouderlijk huis gedempt. Aan het begin van de jaren zestig had er nog louter gewijde muziek geklonken: Jan Zwart, Feike Asma, Cesar Franck. En de Matthäus Passion natuurlijk. Mijn moeder ging geregeld naar de uitvoering in de Grote Kerk van Naarden. Naar de gewone uitvoering wel te verstaan. Want de ''ons kent ons-uitvoering'' voor de dignitarissen was uiteraard te duur. Mijn vader moest zich overigens wel over enige leerstellige bezwaren zetten. Het was voor hem geen uitgemaakte zaak dat dat wel mocht: een mens die de rol van Jezus vertolkt. Maar mijn moeder tilde daar minder zwaar aan, en mijn vader was haar uiteindelijk graag ter wille. Want hij is een vreedzaam mens, mijn vader.

Gaandeweg werd het repertoire door mijn toedoen aangevuld met Willeke Alberti, Adamo, de Beatles, the Mama's and the Papa's, de Beach Boys... Dat ging heel geleidelijk. Want mijn ouders waarschuwden mij voor al die wilde jongens met veel te lange haren. En ze verboden mij grammofoonplaatjes te kopen. Maar steeds geregelder produceerde onze Dual-pickup wereldse klanken. Ten aanzien van het zondagvoetbal waren zij wat strikter. Ik moest de wedstrijdverslagen stiekem in mijn slaapkamer beluisteren. Op die basis werd dat wel getolereerd. Mijn ouders hadden niet de neiging mij dingen te verbieden. Verder dan ontmoedigen gingen zij doorgaans niet.

De wereldpolitiek verschafte ons in die jaren volop gesprekstof. Tijdens de Zesdaagse Oorlog stonden wij pal achter Israël. Uiteraard. Een andere opstelling was ondenkbaar. Zelfs in de klas stond toen een radio, waarop wij de jongste ontwikkelingen konden volgen. En na school sprintte ik met de fiets naar huis om maar geen nieuws te hoeven missen. Over de Vietnam-oorlog daarentegen bestond bij ons thuis geen consensus. Daar werden aan tafel veel discussies over gevoerd. Geen verhitte discussies weliswaar, maar er werd wel klare wijn geschonken. Onder invloed van Vietnam ontwikkelde ik mij tot een fervent aanhanger van de PSP. Dat duurde niet zo lang overigens, want na de Russische inval in voormalig Tsjecho-Slowakije was mijn flirt met links alweer ten einde. Maar dat doet allemaal geen afbreuk aan de oprechtheid van het maatschappelijk engagement waarvan ik eerder deelgenoot was geweest.

De bouwvakkersrellen in Amsterdam, waarbij een demonstrant om het leven kwam, onthutsten mij bijzonder. Hoe is het mogelijk, dacht ik toen, dat zulke dingen in Nederland gebeuren? Maar dergelijke voorvallen scherpten de betrokkenheid op een manier die nu nauwelijks meer voorstelbaar is. Ik weet nog hoe ik in de jeugdvereniging waarvan ik toen lid was een gloedvol betoog ten beste gaf tegen 'LBJ', de Amerikaanse president Johnson. En mijn ouders? Ach, die stelden zich op het standpunt dat het verstand met de jaren komt. Zij hebben geen moment aanstoot genomen aan mijn bevlieging. Zoek geen conflict. Het is er niet.

De kerk had in die jaren voor mij een neutrale betekenis. Ik voelde nog steeds niet de behoefte tegen de zondagse ordening te rebelleren, maar het geloof was voor mij niet langer relevant. Het was zonder ziel. Het was onderhevig aan referentieverlies, om het maar op z'n hedendaags uit te drukken. Ook daarover hebben mijn ouders zich, bij mijn weten, geen grote zorgen gemaakt. Onze contacten waren heel intensief, die jaren. Mijn vader leed aan multiple sclerose, en moest - letterlijk - steeds meer op ons leunen. Ik nam, als oudste zoon, gaandeweg de rol van pater familias op mij. Ik kookte en probeerde het mobiliteitsverlies van mijn vader op te vangen. En toen ik economie ging studeren in Amsterdam - aan de Vrije Universiteit uiteraard - bleef ik thuis, in Bussum, wonen. Ik behoorde dus tot het verguisde slag van de spoorstudent. Maar ik heb nooit aan de juistheid van die keuze getwijfeld.'

Het moment van de keuze

'Mijn keuze voor de economiestudie stoelde louter op pragmatisme. Politicologie raakte mijn belangstelling veel meer. Maar daar kon de schoorsteen niet van roken. Dus ik liet mij opleiden tot econoom. Ik had het zeer naar mijn zin, leefde onder een wolkenloze hemel, had een leuke vriendin, en de wereld lag voor me open. Wat wil je nog meer, zou je denken. Toch raakte ik plotseling, als door een bliksem getroffen, doordrongen van de volstrekte irrelevantie van mijn bezigheden. En dat inzicht drong zich nota bene tijdens een college aan mij op - waarmee ik niets ten nadele van de docent wil zeggen. Ineens wist ik dat ik meer recht zou doen aan mijzelf en aan mijn leven als ik theologie zou gaan studeren. Het was geen opdracht van de hoogste gebieder om Zijn woord te verspreiden, maar een hoogst individueel en onloochenbaar inzicht.

Ik beëindigde mijn studie vrijwel per onmiddellijk en ging de Bijbel lezen. Nachten achtereen. En met een begerigheid die ik nooit tevoren had gevoeld. Voor het eerst kwamen de woorden in de Bijbel tot leven, en voor het eerst liet ik hun betekenis tot mij doordringen. Ik hunkerde naar meer, maar was ook diep voldaan.'

De reactie van de omgeving

'Mijn ouders reageerden tamelijk kalm op wat voor hen toch heugelijk nieuws moet zijn geweest. Ik weet nog dat ik aan de rand van hun bed zat toen ik het hun vertelde - terwijl de tranen uit mijn ogen vloeiden. Mijn moeder reageerde in de trant van: ''Leuk, dat moet je doen.'' Maar mijn vader bond mij op het hart mijn keuze nog eens goed te overdenken.

Van enige verbazing over mijn switch in mijn omgeving is mij nooit iets gebleken. Op de VU kon daar al geen sprake van zijn omdat ik er altijd een buitenbeentje was geweest. Met het PSP-verleden had ik al gebroken, dus aan de vrienden uit die tijd hoefde ik ook niets uit te leggen. En mijn vriendin, mijn huidige echtgenote, was er wel mee ingenomen.'

Het geloof uitdragen

'Alles met betrekking tot theologie boeide mij buitengewoon. In Utrecht, waar ik na het behalen van mijn propedeuse de studie vervolgde, onderging mijn theologisch leven een ingrijpende wijziging. Voor de buitenstaander is het verhaal van mijn geloofsontwikkeling in die jaren ongetwijfeld nogal saai, maar voor mij was de correctie van de Nadere Reformatie door Luther en Calvijn een enerverende gebeurtenis. Ik sprak daar graag en vaak over. Met de vereerde hoogleraren en met mijn medestudenten. Niet met de intentie om uit te dragen. Mijn leefwereld werd in die jaren immers vrijwel geheel door geestverwanten gevuld. Maar om te leren. Mateloos te leren.

Maar de aandrang tot uitdragen was mij uiteraard niet vreemd. Ik wilde predikant worden. Dat was in den beginne zelfs het oogmerk van mijn studie. Maar gaandeweg raakte ik door twijfel bevangen. Het predikantschap boezemde mij zoveel achting in, dat ik mij afvroeg: ben ik dit hoge ambt wel waardig? En ik meende dus van niet. Evenmin achtte ik mij gekwalificeerd voor de wetenschap. Daarvoor was tenslotte meer vereist dan gretigheid. Ik moest ook iets aan de bestaande inzichten kunnen toevoegen. En ik betwijfelde of ik daartoe in staat was. Dus werd ik godsdienstleraar in Ridderkerk. De bocht naar de rauwe werkelijkheid die ik daar aantrof, heb ik redelijk organisch gemaakt. Niet in de laatste plaats omdat ik er in de hoogste klassen van het vwo nog leerlingen aantrof die nauwelijks jonger waren dan ik. En ook voor het overige lagen onze referentiekaders nog betrekkelijk dicht bij elkaar. Zelfs onkerkelijken waren nog wel enigszins vertrouwd met de taal en de waarden van de Bijbel.

Daaraan ontbreekt het tegenwoordig meer dan aan ontvankelijkheid. Want ontvankelijk is de postmoderne zoeker beslist. Hij verstaat de taal van het geloof echter niet meer. Dat ondervond ik onlangs toen ik een zogenoemde alpha-cursus, een basiscursus christelijk geloof, had verzorgd. Na afloop stapte een 20-jarige jongen op mij af die wilde weten wat verzoening precies betekent. Daar schrok ik dus echt van. Dat zelfs een kerkelijke jongen van goede wil dit bijbelse kernbegrip niet kende. Kennelijk had ik de hele avond geheimtaal gesproken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden