Opinie

'Als de zorgpremie doorgaat, is een tweede Bosbelasting geboren'

Rutte en Samsom hebben prutswerk afgeleverd. Hun plan met de zorgpremies is nog maar een kleine stap verwijderd van fiscalisering van de zorg, schrijft oud-staatssecretaris van Financiën Martin van Rooijen.

Beeld ANP

De discussie over de inkomensafhankelijke zorgpremies heeft een lange historie. Tijdens het kabinet-Den Uyl waren er plannen voor een volksverzekering voor ziektekosten met een louter inkomensafhankelijke premie, geheel uit te voeren door de Belastingdienst via de blauwe enveloppe. Als staatssecretaris van Financiën heb ik dat wetsontwerp tegengehouden. De inkomenseffecten voor alle categorieën van de bevolking waren uiteenlopend, maar voor velen desastreus en niet te repareren door welke aanvullende maatregel dan ook. Zou deze wet zijn ingevoerd, dan zouden vooral de middengroepen bij werknemers, zelfstandigen en ouderen er hard op achteruit zijn gegaan.

In de jaren tachtig ontstond opnieuw discussie over een volksverzekering voor ziektekosten. Ik herinner mij een fel tv-debat tussen VNO-voorzitter Alexander Rinnooy Kan en de toenmalig staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, Hans Simons. Het ging over het zogenoemde plan-Simons en Rinnooy Kan liet daar geen spaan van heel. Politiek was het plan van Simons daarmee een verloren zaak.

Politieke agenda
Vervolgens bleef het lang stil rond het onderwerp volksverzekering voor ziektekosten, al was het thema bij de partijen links van het midden nooit echt van de politieke agenda. Het was uiteindelijk VVD-minister Hans Hoogervorst die in het kabinet-Balkenen­de II het huzarenstuk uithaalde de volksverzekering door de beide Kamers te slepen.

Deze verzekering begon met een fiftyfiftyverdeling van de premie tussen nominaal en procentueel, een echt politiek compromis tussen voor- en tegenstanders van inkomensnivellering. Nu wordt voor de werknemers de inkomensafhankelijke premie vergoed door de werkgever. Die vergoeding is voor de werknemer belast loon, wat inhoudt dat de meeste werknemers netto ruim de helft van deze premie zelf betalen.

Het kabinet-Rutte I heeft in 2012 de inkomensgrens voor de procentuele premie fors verhoogd: van 33.427 tot 50.064 euro. Tegelijkertijd werd de premie verlaagd van 7,75 procent naar 7,1 procent. Deze ingreep is betrekkelijk onopgemerkt gebleven. Ze heeft wel geleid tot aanzienlijk koopkrachtverlies voor de middengroepen. Met name zelfstandigen en ouderen met een goed aanvullend pensioen verloren koopkracht, doordat deze groepen geen vergoeding van een werkgever ontvangen. Ook de nominale premie steeg geleidelijk, naar 1.200 euro per jaar.

Uitkeringsfabrieken
In het regeerakkoord dat VVD en PvdA deze week hebben gesloten wordt voorgesteld de inkomensafhankelijke zorgpremie fors te verhogen: van 7,1 procent naar 11,1 procent voor de inkomensgroep tussen 20 duizend en 66 duizend euro. Dit betekent dat de maximale procentuele premie wordt verhoogd naar 482 euro per maand. Tegelijkertijd wordt de nominale premie verlaagd van 1.200 euro tot 240 euro en wordt de zorgtoeslag voor lage inkomens afgeschaft. Ook het eigen risico wordt inkomensafhankelijk, oplopend van 180 euro tot maximaal 600 euro. De zorgverzekeraars worden in dit plan gereduceerd tot uitkeringsfabrieken voor de zorg. De onderlinge concurrentie verdwijnt nagenoeg.

Het regeerakkoord heeft op dit onderdeel tot een storm van onbegrip en protest geleid. Die kritiek is begrijpelijk omdat het gaat om een premie voor de ziektekosten van ons allemaal. De bestaande fiftyfiftyverdeling tussen nominale en procentuele premie is evenwichtig en creëert draagvlak voor de ziektekostenverzekering. De nominale premie wordt nu zó laag dat partijen ter linker zijde later van deze nieuwe situatie gebruik kunnen maken door nog verder te nivelleren middels een pleidooi voor afschaffing van de nominale premie - die straks immers te verwaarlozen is. Dan wordt de procentuele premie nóg hoger: ten minste 12 procent.

Fiscaliseren
Het is dan nog maar een kleine stap om te pleiten voor afschaffing van de volksverzekering en deze te fiscaliseren. Dit zou betekenen dat de kosten die door deze verzekering worden gedekt, in de toekomst geheel worden betaald uit de algemene middelen. Met als gevolg dat alle inkomstenbelastingtarieven met 10 procentpunt moeten worden verhoogd. Het door het nieuwe kabinet voorgestelde tarief van 38 procent wordt dan 48 procent en het voorgestelde tarief van 49 procent wordt 59 procent. Die extra belasting wordt dan geheven over het gehele belastbare inkomen, salaris, winst of pensioen.

Het toppunt van nivellering is dan bereikt met een draconische inkomensachteruitgang voor de middengroepen en de hogere inkomens. Hans Wiegel zei terecht dat de plannen van VVD en PvdA met de zorgpremie veel erger zijn dan de - door hem beweerde - nivellering tijdens het kabinet-Den Uyl.

Ik meen dat inkomensbeleid gevoerd moet worden via de progressie in de inkomstenbelasting en niet via de zorgpremies. Bij het doorvoeren van de nu voorliggende plannen ontstaat de volgende absurde situatie: telt men de 11 procent zorgpremie bij het toptarief van de inkomstenbelasting van 52 procent, dan gaan de inkomens tussen 55 duizend en 71 duizend euro 63 procent betalen en de inkomens boven de 71 duizend euro 52 procent.

Prutswerk
Er zijn meer absurde gevolgen van dit VVD/PvdA-plan. Zo wordt in een gezin met een inkomen van 70 duizend euro straks twee keer zoveel voor de ziektekostenverzekering betaald als in een gezin met twee inkomens van elk 35 duizend euro.

Wat hebben de snelle onderhandelaars van VVD en PvdA toch prutswerk afgeleverd. De VVD heeft zich te veel geconcentreerd op de hypotheekrenteaftrek en de symbolische verlaging van het toptarief, zeker gezien de aanslag op de middengroepen bij de zorgpremie. Onderhandelen in de politiek is een vak apart. Ook in de politiek moet gelden: haastige spoed is zelden goed en beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Als dit plan met de zorgpremie doorgaat, is een tweede Bosbelasting geboren. We hebben woensdag in de Tweede Kamer gelukkig gezien dat er nu al brede en stevige oppositie is tegen deze coalitie - die D66 en CDA als bruggenbouwers mist. Dit supernivelleringsplan van Rutte en Samsom is een brug te ver.

Martin van Rooijen is oud-staatssecretaris van Financiën (1973-1977).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden