Als de Munt valt, houden we God dan op de rand?

Dat het guur is op de vrije markt, daar weten ze bij de NS, Vestia, Rochdale, Meavita en de families Mansveld en Hermans thuis alles van.

De weg die voert naar dat helse oord waar de jongens van de mannen worden gescheiden en waar de boekhouder zichzelf na een basiscursus derivaten chief treasurer mag noemen, is geplaveid met stukgeslagen dromen - soms valt in het plaveisel een brokstuk te herkennen van een televisiekanaal, een flitstrein, een interest rate swap.

Of van een Chileense peso.

Want ook bij de Koninklijke Nederlandse Munt - in bedrijf sinds 1567, vanaf 1807 het enige officiële Munthuis in de Nederlanden, tijdens de hoogtijdagen van de marktwerking- en dereguleringsoperatie in de jaren negentig van de vorige eeuw de vrije markt op gestuurd - zijn ze erachter gekomen dat het er onvriendelijk aan toe kan gaan in de wereld van de bottom lines. Deze krant heeft fijne informatie over wanprestatie bij een megaorder voor Chileense peso's weten op te vissen uit bureaulades bij het ministerie van Financiën, dat 100 procent eigenaar is van de KNM. Gisteren berichtte verslaggever Frank Hendrickx over dit kleine drama.

Trefwoorden: een speciaal aangeschafte 'verpakkingslijn' die niet overweg bleek te kunnen met het formaat van de Chileense peso's. KNM-medewerkers die dan maar handmatig de bestelde peso's gingen tellen en wegen. Munten die eenmaal geslagen, geteld en afgeleverd op de plek van bestemming niet bleken te voldoen aan de eisen van de Chileense inspectie. En door de Chilenen opgelegde boetes wegens wanprestatie.

Een enkeling deed een zwakke poging de suggestie te wekken dat onze muntjongens er langs onnavolgbare weg in zijn geluisd - want zo zíjn die Zuid-Amerikanen - maar de schielijkheid waarmee de boete is betaald, doet vermoeden dat de Koninklijke Nederlandse Munt de eigen klunzigheid manmoedig erkent.

Dat kan gebeuren, iedereen heeft weleens een mindere dag. Het probleem is evenwel dat de deal van groot belang was voor KNM. Er is sprake van acute geldnood, een opgestapte chief financial officer, een ontslagen muntmeester, en een technisch faillissement dat enkel wordt voorkomen doordat de enige aandeelhouder, de staat, de boel blijft stutten.

Staatssecretaris Eric Wiebes reageerde Wiebesiaans-laconiek op de wankelende KNM. In het universum van Wiebes kabbelt de zee, klinkt boeddhistische meditatiemuziek, is niets erg en alles mogelijk: een formeel faillissement behoort tot de mogelijkheden, of verplaatsing van de productie van euromunten naar het buitenland. Och, we zien het wel.

Bij mij borrelde een bezorgde vraag op. Als de Munt sluit, hoe moet dat dan met God? Die wist zich ten tijde van de introductie van de euro te midden van een taaie politieke strijd te handhaven op de rand van het Nederlandse muntstuk van 2 euro. Toenmalig SGP-leider Bas van der Vlies toonde zich 'dankbaar' dat hij het pleit had gewonnen van de goddelozen ter liberale en linkerzijde en dat de randtekst 'God zij met ons' niet met de gulden verloren ging.

Zul je zien dat ze straks het slaan van de Nederlandse euromunten uitbesteden naar een firma in Bulgarije, waar ze niet wijs kunnen uit die rare randtekst. Waarop God stilletjes verdwijnt van de euro.

Het is een liberaal complot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.