Als de linkeballende wielrenner in een kopgroep

Nederland verborg lang de tegenzin tegen de belasting op flitskapitaal, parasiterend op de inspanning van andere landen.

'Moeten wij dit zeggen? Wij willen helemaal geen (snelle) overeenstemming in Ecofin toch?'


Zie hier, samengebald in dertien ambtenarenwoorden, twee jaar Nederlandse dubbelhartigheid en vertragingstactiek in een van de grootste Europese prestigedossiers sinds de kredietcrisis: de financiële transactietaks, FTT in jargon. De woorden staan in een tekstballon, in de kantlijn bij een briefing van minister Jan Kees de Jager (Financiën) voor de Ecofin van 13 maart 2012, de vergadering van EU-ministers van Financiën. Ze verwijzen naar een blijkbaar te slagvaardige bijzin uit de spreekpunten voor De Jager, waarin zijn ambtenaren alvast souffleerden wat de minister tijdens de vergadering tegen zijn collega's zou kunnen zeggen:


'Tot slot, als de FTT rijp is voor een akkoord tijdens een van de volgende Ecofin-vergaderingen, denk ik dat het absoluut noodzakelijk is om rekening te houden met de economische effecten van de FTT.'


Maar wij willen toch helemaal niet dat het tot een akkoord komt?, vroegen De Jagers ambtenaren zich af. In een latere versie was de bijzin dan ook verdwenen. De Nederlandse regering zag namelijk helemaal niets in een financiële transactietaks, het troetelkind van Merkel en Sarkozy: een belasting op flitskapitaal, zoals aandelen en derivaten.


Twee jaar lang had Nederland zich gedragen als een linkeballende coureur in een wielerkopgroep: parasiterend op de inspanning van anderen, huiverig om kleur te bekennen. Nederland was niet zomaar takstegenstander, maar 'verdekt tegenstander', aldus een van de interne documenten van het ministerie van Financiën, waar de Volkskrant de hand op legde met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.


Maar ondanks alle manoeuvres moest Nederland op 22 juni toch lossen uit de kopgroep van de Europese Unie. Tien lidstaten besloten de taks dan maar onderling in te voeren, nadat de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble ze voor het blok had gezet: meegaan of afhaken. Een historische beslissing: voor het eerst ging de EU op een belangrijk financieel dossier op twee snelheden verder.


Bezwaren vanaf het begin

Het idee voor de taks ontstond na de crisis van 2008. Banken waren met miljarden euro's overeind gehouden. De EU-landen zochten een manier om daar iets voor terug te krijgen, mede als signaal naar kiezers dat de redding geen cadeautje was geweest. Bovendien zocht de EU een instrument dat het risicogedrag in de sector zou helpen indammen.


Nederland had vanaf het begin in 2010 sterke bezwaren tegen een financiële transactietaks. Het kabinet werkte immers al (en twee jaar later nog steeds) aan een eigen bankenbelasting over de bonussen en ongedekte schulden van banken. En daar kwamen nog de strengere kapitaaleisen van Basel III bij. Nog een taks zou de financiële sector overbelasten.


Bovendien zou een FTT in Nederlandse ogen alleen op mondiaal niveau effectief zijn. Anders bestond er het gevaar dat de handel in aandelen en derivaten zich simpelweg zou verplaatsen naar landen zonder taks. Dat had Zweden ondervonden in de jaren tachtig, toen een Zweedse transactiebelasting de handel binnen de kortste keren naar Londen en Kopenhagen verjoeg. Omdat ook de inkomsten tegenvielen, schafte Zweden de taks uiteindelijk weer af.


Gelukkig voor Nederland vond ook de Europese Commissie dat de FTT alleen mondiaal zin had. Er moesten zich dus genoeg landen van buiten de EU bij het plan aansluiten. Daar wrong de schoen. Bij de G20-top in Toronto in juni 2010 bleken in ieder geval Brazilië, Canada, China, India, Japan en Zuid-Korea tegen te zijn. 'Daarmee', stelde het ministerie van Financiën tevreden, 'is de introductie van een wereldwijde financiële transactie belasting zeker voorlopig gedwarsboomd.'


Een jaar later was de tevredenheid weg. In de zomer van 2011 veranderde de Europese Commissie van standpunt, onder Duitse en Franse druk. Op 28 september kondigde voorzitter Barroso zijn FTT-voorstel aan - niet meer op mondiaal, maar alleen op EU-niveau. Europa stond voor 'de vuurdoop van een hele generatie', sprak hij in zijn State of the Union. In dat licht was een transactiebelasting 'niet meer dan eerlijk', zei Barroso. 'Het is tijd dat de financiele sector iets terugdoet.'


In allerijl tikten ambtenaren een reactie, mocht De Jager in de Kamer over het voorstel aan de tand worden gevoeld. 'Het lijkt erop dat de Commissie zich hier een beetje rijk rekent', schreven ze over de 55 miljard euro die de taks volgens Barroso zou opleveren. Bovendien zou een belasting van 0,1 procent volgens de Commissie al tot een economische krimp van 1,76 procent leiden. 'Ik denk dat we in deze tijd van crisis geen krimp in de groei kunnen veroorloven', werd De Jager voorgezegd.


'FTT vind ik maar niks'

Het chagrijn op het ministerie steeg toen premier Rutte eind oktober in de Kamer afweek van het strakke script van Financiën. Het kabinet bleek nu opeens niet meer tegen een Europese taks te zijn, meldde Rutte na een gesprek met Sarkozy. 'De aanvankelijk uiterst duidelijke mening ('de FTT, ik vind het maar niks' uitgesproken door de staatssecretaris) is door uitspraken van de MP op losse schroeven komen te staan', noteerde het ministerie wat zuur.


In de Kamer waren PvdA, SP en GroenLinks inmiddels ook voor een Europese taks. Dat Rutte de Kamer had toegezegd niet te gaan liggen voor een taks in alleen de EU maakte het voor De Jager moeilijk om zich er bij zijn Europese collega's openlijk tegen te verzetten. Andere landen konden maar beter de kastanjes uit het vuur halen. 'Gegeven de politieke situatie tav de FTT in NL is het beter om het VK en Zweden de oppositie te laten voeren', aldus het ministerie.


Meer dan ooit had het ministerie munitie nodig tegen de optimistische cijfers van de Europese Commissie. Het Centraal Planbureau, De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten werden om een onderzoek gevraagd naar de effecten van de taks op de economie.


Tot opluchting van het ministerie waren de analyses van het CPB, DNB en AFM negatief over de taks. Nederland zou door zijn grote financiële sector buitensporig worden geraakt - naar rato meer dan Frankrijk en Duitsland. Ook de Nederlandse pensioenen zouden lijden onder de taks. Bovendien zou de financiële sector de FTT simpelweg doorberekenen aan klanten. En dan zou tweederde van de opbrengsten van de taks ook nog eens direct naar de kas van de Europese Commissie gaan.


Maar hulp komt te laat: vanaf februari raakt de zaak in stroomversnelling. Sarkozy heeft de FTT tot verkiezingsdoel gemaakt en wil een doorbraak forceren, waarschuwen ambtenaren. Aan bondgenoten als Zweden, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk heeft Nederland nu niets meer, omdat Sarkozy en Merkel de taks plots alleen in de eurozone willen doordrukken.


Op 7 februari demarreert Frankrijk. Samen met onder meer Duitsland, Italië, Spanje en Portugal maant het EU-voorzitter Denemarken de taks op de agenda te zetten. 'Het Deense Voorzitterschap is gezwicht', schrijft het ministerie twee weken later. Nederland probeert de zaak nog te vertragen: 'Ook kan NL lidstaten steunen die hun zorgen uiten over de tekst en werking van de richtlijn'.


Het mag niet baten. Op 22 juni sluiten tien landen hun akkoord. Eind juni manen Roemer, Samsom en Sap het kabinet in een motie 'zich aan te sluiten bij de kopgroep van landen die een FTT wil invoeren'. Maar voorlopig lijkt de kopgroep verder weg dan de bezemwagen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden