Als de laatste nerts gedood is zijn we bijna een jaar verder sinds een zoönose ons leven platlegde

Nadat corona het land was binnengevlogen (of gereden, of geskied misschien), rechtten de leiders van het land de rug en begonnen ze voortvarend met het doven van haarden – of dat zeiden ze tenminste.

Cafés en restaurants ging per decreet dicht, open en weer dicht. Hun eigenaren leven al negen maanden van persconferentie naar persconferentie, ze proberen het faillissement af te wenden met afhaalboxen en kistjes vol ‘lekkers voor thuis’, bij het opendoen waait de geur van rade- en uitzichtloosheid je tegemoet.

En de nertsenhouder, hij fokte voort.

Voetbalpubliek kreeg collectief een stadionverbod, concerten werden afgeblazen, kinderen moesten thuisblijven van school, studenten werden gedwongen tot colleges via schermen, terwijl iedereen weet dat je via een scherm niet met elkaar praten kan. Want haarden zijn het, al die plekken waar mensen bij elkaar komen.

En de nertsenhouderijen, ze bleven open.

Het virus sprong er van nerts naar nerts, van mens naar nerts, van nerts naar mens. De minister liet de besmette dieren vergassen, de besmette bedrijven sluiten. De andere nertsenhouders, zij ploegden voort.

Stop toch per direct met die bontfok, vroeg een aanzwellend koor in de Tweede Kamer. Een bewezen haard immers, een bedrijfstak die met de voedselketen weinig van doen heeft omdat hij zijn geld verdient met het exporteren van vachtjes naar verre buitenlanden waar ze er jassen en parafernalia van maken. Sluit de hele handel nu en wacht geen maand langer.

Dat kan niet zomaar, piepte de minister, maar vreest niet, we hebben een ‘verscherpt hygiëneprotocol’.

Onbewezen haarden sluiten bleek wel zomaar te kunnen, verscherpt hygiëneprotocol of niet. Met een paar nonchalante zinnen in een persconferentie. Theaters werd de wacht aangezegd, de hele handel, geen uitzonderingen. De bibliotheken, waar nog nooit een besmetting is vastgesteld, moesten de deuren sluiten voor inlooppubliek, de hele handel, geen uitzonderingen. Als ‘signaal aan de zorg’, want ook al helpt het niks, de moegestreden leiders wilden nu eenmaal daadkracht uitstralen.

Ondertussen was de teller van besmette en geruimde nertsenbedrijven gestaag opgelopen. Van één bedrijf vroeg in het voorjaar naar acht naar dertien naar zestien. Naar 23. Naar 36. 64. Het zijn er met een besmetting in Sevenum inmiddels 69, goed voor meer dan tweeënhalf miljoen nertsen.

De voorzitter van de brancheclub zag deze zomer nog ‘geen argument om gezonde dieren op gezonde bedrijven te ruimen’. Met het ‘wij zijn gezond’-argument maakte geen enkel ander bedrijf in Nederland indruk, geen horecabedrijf, geen onderneming in de evenementen- of congressenbranche, niemand uit het bibliotheekwezen of de cursusbranche of het hoger onderwijs.

De nertsenhouderij wist er het leven mee te rekken.

Het aanzwellende koor in de Tweede Kamer verzocht het andermaal: stop toch per direct met de bontfok. Deense berichten bereikten ons, over een in nertsen gemuteerde variant van het coronavirus. Ja, we gaan vervroegd stoppen, piepte de minister verheugd, en wel uiterlijk komend voorjaar.

Zoals het er nu naar uitziet zal de laatste nerts eind dit jaar zijn gedood, met een uitloop naar het voorjaar omdat sommige fokkers de moederdieren langer in leven zullen willen houden. Dan zijn we bijna een jaar verder sinds een zoönose die ons leven platlegde hier aan land kwam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden