Als de kunstenaar zichzelf verbaast

Het eerste schilderij waarmee de Amerikaanse kunstenaar Robert Ryman voor de dag durfde te komen, was fel gekleurd - gloeiend als de ondergaande zon, stralend als sappige sinaasappelen....

Ryman heeft later gezegd nog altijd verbaasd te zijn over deze eenling. Want de kleur die bij Ryman hoort is wit. Wit, in een ongekende hoeveelheid schakeringen, van doorschijnend grijs tot mat geel dat aan oude muren herinnert. Wit, waarmee hij andere kleuren bedekt, wegdrukt en onderdrukt. Ryman werd in 1930 geboren in Nashville, Tennessee. Misschien had hij de hitte van zijn geboortestreek nog in de botten, toen hij dit oranje doek in 1953 in New York schilderde. Maar dergelijke verklaringen wees de schilder zelf altijd resoluut van de hand.

Ryman is een onderzoekende schilder, zijn onderwerp is het schilderen zelf: de keuze van het soort verf en van de ondergrond, van de wijze van schilderen, van de manier van bevestiging aan de muur. Het zijn rationele beslissingen, voorafgegaan door langdurig onderzoek. Maar ze leiden wel tot kunstwerken die een scala van emoties oproepen.

De schilderijen zijn geheimzinnig, poëtisch en harmonieus. Je zou zelfs kunnen zeggen dat Rymans minimalistische doeken de zinnen strelen, door het prettig kloeke, meestal vierkante formaat, het ritme van de penseelstreek, de verf die soms aan zoetigheid doet denken: suiker. Een Ryman wekt ontroering op, verbaast en verwart.

Deels komt dat door de sporen van zorgvuldig handwerk die altijd bij een schilderij van hem zichtbaar zijn. Deels ligt dat aan de betekenissen die je aan de kleur wit hecht: lucht, sneeuw, onschuld, vrede, zuiverheid.

In Nederland is Ryman in de collecties van het Stedelijk Museum in Amsterdam, van het Van Abbemuseum in Eindhoven voornamelijk vertegenwoordigd met werk uit de jaren zeventig en tachtig. Wat aan die periode voorafging, laat nu een tentoonstelling zien bij de Brusselse galerie Xavier Hufkens.

Aan de hand van twintig schilderijen uit Rymans eigen bezit - ze werden ook zelden eerder getoond - is goed te volgen hoe hij het gebruik van wit over lagen kleur uitprobeerde en verschillende technieken en materialen begon toe te passen. Deze schilderijen uit de jaren zestig zijn kleiner dan het latere werk en van dichtbij is goed te zien hoe Ryman de experimenteerde met zijn ondergrond.

De stukjes schilderslinnen, die zo van de rol zijn gescheurd, hebben door hun slappe, rafelende randen iets ontroerends. De platen staal, waarop de lagen verf rijk glanst, zijn weer aantrekkelijk door hun koele voornaamheid. Glas, golfkarton, lapjes katoen, tekenpapier tonen elk hun eigenschappen die Ryman later in series kunstwerken zou toepassen.

Als dit onderzoek moeizaam was, is dat aan het resultaat niet te merken. Stuk voor stuk stralen de schilderijen plezier, verbazing en pure vreugde uit over de eindeloze mogelijkheden die verf, kwast en doek aan de kunstenaar hebben geboden. De lust tot het experiment en de zorgvuldigheid waarmee Ryman zijn kleine schilderijen heeft gemaakt, zijn nooit verdwenen uit zijn latere werk. 'Het is bijna essentieel voor mij', zei Ryman in 1975, 'dat ik mezelf verbaas. Als ik verbaasd ben dan weet ik dat er iets aan het gebeuren is.'

Het verschil met het latere werk ligt vooral in de mate van beperkingen die Ryman zich gaandeweg heeft opgelegd. In dit vroege werk spettert de kleur nog door de witte bovenlaag heen die glanzend en met speelse toetsen is aangebracht. En het verraadt ook duidelijk waarom Matisse zijn grote voorbeeld is. Met Matisse deelt Ryman de intuïtieve, zinnelijke verhouding tot kleur en ook het vermogen om datgene wat onstaan is uit inspannende arbeid en doorzettingsvermogen, er moeiteloos en vanzelfsprekend uit te laten zien.

Evenmin doet de tentoonstelling van de twintig kleine meesterstukken vermoeden dat de vroege jaren zestig voor Ryman moeilijk en eenzaam zijn geweest. Een generatie jonger dan de Abstract-Expressionisten met wie Ryman de meeste verwantschap heeft, bleef hij een buitenstaander in hun kringen, te verlegen om toen al beroemde kunstenaars als Pollock, Newman of De Kooning aan te spreken. Toen Ryman zijn eerste professionele schilderijen maakte, voerde de Pop Art de boventoon, een stroming waarbij hij geen aansluiting had.

Pas in de jaren tachtig kreeg Ryman erkenning en toen vooral in Europa, waar de belangstelling voor het Abstract-Expressionisme herleefde en de schilderkunst van het grote, ambachtelijke gebaar weer opgang maakte. Edy de Wilde, destijds directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam introduceerde Ryman in Nederland en kocht zijn eerste werken aan.

Schilderen was niet Rymans vroegste ambitie. Zijn eerste liefde was de jazzmuziek. Tijdens de Koreaanse oorlog trok hij met een band van het leger door het zuiden van de Verenigde Staten en ontliep op deze manier actieve dienst. In 1953 trok hij uit zijn geboortestad Nashville naar New York om er saxofoon te studeren. Hij nam een baantje als suppoost bij het Museum of Modern Art en bestudeerde er jarenlang de moderne meesters.

Hij leerde schilderen door te kijken en ontwikkelde een nogal eclectische voorkeur, waarin zowel Matisse als Mark Rothko pasten. Wat hij zich telkens afvroeg was, hoe een schilderij gemaakt was. Een andere suppoost, de kunstenaar Sol Lewitt werd zijn goede vriend.

Rond 1955 begon Ryman schildersmaterialen te kopen en te experimenteren. Zijn doel was om schilderijen te maken waarvan de verschillende onderdelen zich samenvoegden tot een vanzelfsprekende organische eenheid, een onontkoombare 'fysieke aanwezigheid'.

Rymans kunst stelt niets voor en verwijst nergens naar, de toeschouwer vult in wat op dat moment zijn stemming, zijn herinneringen in hem losmaken. Rymans schilderijen zijn in staat een oneindige variatie van visuele ervaringen op te roepen. De tentoonstelling bij Hufkens laat zien dat voorstellingloze kunst, ontstaan uit idealen om nieuwe beelden en een pure, nieuwe taal van kleur en tekens te creëren, nog lang niet dood is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden