BERICHT UITAMPHIA ZIEKENHUIS

Als de humor nog niet is verdwenen, dan is er ook nog hoop

Deze weken doet verslaggever Willem Feenstra verslag vanuit ziekenhuis Amphia in Breda, waar hij ziet hoe verpleegkundigen hun patiënten leren kennen.

De ‘cohort-afdeling’ van het Amphia-ziekenhuis.Beeld Beeld Werkt

In kamer drie van unit 52 ligt sinds een half uur een oude boer met een zongebruind gezicht. Hij ademt snel, met korte uithalen. Alsof hij net in hoog tempo al zijn koeien heeft gemolken. ‘Laat mij maar dood neervallen’, had hij gisteren in zijn boerderij nog gezegd.

Toen hij zich maandag niet lekker voelde, en steeds benauwder werd, had zijn huisarts zijn saturatie gemeten. Het zuurstofgehalte in zijn bloed bleek nog maar 83 procent. Levensgevaarlijk. Zeker omdat zijn longen door longziekte COPD toch al kwetsbaar waren. Maar de boer wilde absoluut niet naar het ziekenhuis.

Nu ligt hij hier alsnog, op de afdeling voor patiënten met een coronaverdenking, en vertelt hij al ademhappend zijn verhaal aan verpleegkundige Floor Franssen (37), die zijn opnamegesprek doet. Zijn vrouw, zelf met koorts thuis, zegt vaak: als het mijn tijd is, dan is dat maar zo. Zo stond hij er ook in. Daarom wilde hij gisteren ook niet opgenomen worden. ‘Maar ja’, zegt hij, terwijl hij naar zichzelf wijst, ‘dit is ook niks.’

Dit soort gesprekken: ze zijn van grote waarde. Franssen – een nuchtere vrouw met een oneindige to-dolijst - heeft vandaag tien patiënten onder haar hoede. Ze wil ze allemaal een beetje leren kennen. En dan niet alleen hun medische toestand. Juist ook hun achtergrond. Hoe staan ze in het leven? Wie wachten er thuis op hen? En dus vraagt ze nog even door.

Of hij eerder in het ziekenhuis is geweest?

‘Ja, voor mijn versleten heup. Het is hard werken als boer met koeien.’

Franssen: ‘Wie zorgt er nu voor die koeien?’

Hij: ‘Er is niks meer, nog geen kat of hond.’

Zij: ‘Wilden uw kinderen er niet mee door?’

Hij: ‘De een is akkerbouwer, de ander aspergeteler.’

Voor Franssen is een kamer als deze in zekere zin overzichtelijk. Er ligt een patiënt en die moet ze zo goed mogelijk helpen. Dat is nu niet anders dan voor corona. Pas als ze de gang oploopt, ziet ze het verschil. Dan wordt het rommeliger. Doordat de afdelingen in het ziekenhuis deze weken telkens opnieuw worden ingedeeld, om de capaciteit tussen corona en reguliere zorg optimaal te verdelen, veranderen de werkomstandigheden voortdurend.

Zelf vergelijkt ze het met kamperen: iedereen is continu op zoek naar alles. ‘Heeft iemand het ECG-apparaat gezien?’ ‘Weet jij waar die slangetjes liggen?’ ‘Waar zijn de medicijnen voor kamer negen?’ ‘Van wie is die telefoon die afgaat?’

Komt ook doordat ze werken met wisselende teams. Verpleegkundigen die drie weken geleden nog op de afdeling psychiatrie stonden, elders in de stad, bieden nu hier de helpende hand. Wennen voor iedereen. Volgens Franssen zijn de ‘extra handjes’ geweldig, maar blijft de ‘mentale ballast’ bij haar als eindverantwoordelijke.

Toch: als je de beschermende pakken en de verwarring wegdenkt, zou dit zo een normale afdeling van het ziekenhuis kunnen zijn, in normale tijden. Er heerst rust. Als patiënten op de knop naast hun bed drukken, en het lichtje boven hun deur gaat branden, staat er gelijk iemand in hun kamer.

Terug naar de boer. ‘Hoe ging het met uw eetlust de afgelopen weken?’, vraagt Franssen. ‘Nee hoor, ik eet best’, zegt hij. ‘Mijn vrouw zei laatst nog: je wordt te dik.’ Hij lacht even. ‘Ik zei tegen haar: dat is het enige dat ik nog heb.’

Als we zijn kamer verlaten, probeert Franssen een grijns te onderdrukken. Als de humor nog niet is verdwenen, dan is er ook nog hoop. Oude mensen roepen het vaker: laat mij maar dood neervallen. Het lastige, zegt ze, is dat de dood meestal niet een kwestie van neervallen is.

Alle reportages uit ziekenhuis Amphia in Breda

8 april - De schoonmaker: Er is niet veel tijd om je in het ziekenhuis zorgen te maken over besmetting

7 april - Het afscheid: Telkens als de verpleegkundige door het raampje een afscheid ziet, probeert ze even weg te kijken

6 april - De afdeling infectiepreventie: Door het coronavirus is in het ziekenhuis ieders werk moeilijker geworden, behalve dat van de infectiepreventie

3 april - De datameester : Ze hangen aan de lippen van de datameester van het ziekenhuis

2 april - De directeur: Als ziekenhuisdirecteur vreesde hij voor ziek personeel. Nu heeft hij zelf corona

1 april - De familiebegeleiding: Nu liggen doodzieke mensen bij elkaar op de zaal. Daar past simpelweg geen bezoek meer bij

31 maart - De media: Wel een cameraploeg op de intensive care maar geen familie: dat voelt wrang

30 maart - Kankerzorg per telefoon: Nu corona door de ziekenhuisgangen waart, zijn kankerpatiënten thuis vaak beter af

27 maart - Omdraaien patiënt: Ze noemen het de ‘borstcrawlpositie’, het ziet er bijna vredig uit

26 maart - Sluiting psychiatrie: Hoe de laatste patiënt van de afdeling psychiatrie verdwijnt

25 maart - Het laatste gesprek: Patiënten willen de waarheid horen, hoe ijzingwekkend die ook is

24 maart - Het doemscenario: Toen een paar personeelsleden positief testten, kwam het gevoel van urgentie snel 

23 maart - De kinderopvang: Als de verpleegkundigen hun kroost ’s avonds ophalen, storten ze bij Francet en Margot hun hart uit

20 maart - Overplaatsing patiënten: Als de beademing losschiet, hangt in de ambulance een viruswolk

19 maart - De intensive care: Iedereen moet door de sluis naar het kloppend hart van het ziekenhuis

18 maart - Binnenkomst patiënt: Een hoestsalvo: zo klinkt een coronapatiënt dus

17 maart - Nepnieuws: ‘Sommigen zeggen dat wij aan censuur doen’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden