Reportage Migratie

Als de EU niet naar Albanië komt, dan gaan de Albanezen wel naar de EU

In Tirana lijkt het of elke jongere hetzij illegaal in Europa heeft gewerkt, hetzij dat van plan is. Waarom vertrekt de jeugd uit dit voormalige ‘Noord-Korea van Europa’? Hier was toch de dooi ingetreden? ‘Als je bent zoals ik, is het hier klote.’

Blerim (20) in Tirana, Albanië. Foto Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Het moeilijkste deel van zijn reis wordt het stuk tussen Amsterdam en Londen. ‘In Amsterdam komen is makkelijk, valse papieren krijgen is makkelijk, net als geld verdienen in Londen. Maar het probleem is Schiphol. Als je mijn YouTube-geschiedenis opent, zie je filmpjes met titels als Hoe je te gedragen op een luchthaven en Wat moet je antwoorden op deze vragen? Ik heb veel geoefend de laatste tijd. Meestal voor de spiegel en soms met mijn zus. Dan speelde zij de agent die mij ondervroeg, en moest ik mij eruit redden.’

Blerim is niet de echte naam van deze 20-jarige Albaneze jongen. Hij wil zijn verhaal alleen anoniem vertellen, omdat hij denkt dat het moeilijk wordt de marechaussee op Schiphol om de tuin te leiden als hij met naam en toenaam in een Nederlandse krant verschijnt. En tegenslag kan hij niet gebruiken, want Blerim heeft een heel duidelijk doel de komende jaren: genoeg geld verdienen om het tweede deel van zijn leven op een andere manier door te brengen dan het eerste deel, dat hij verafschuwde.

‘Tirana beneemt mij de adem’, zegt hij. ‘Iedere dag weer. Ik werk zeven dagen in de week in een bar en ik verdien 180 euro per maand. Dat is helemaal niets, terwijl ik juist iemand wil zijn in het leven. Maar dat kan hier alleen met geld. Dan is Albanië een mooi land. Maar als je bent zoals ik, is het hier klote. Dan zie je al je vrienden in bars, met dure auto’s en mooie vrouwen en nieuwe telefoons. Ken je het liedje Get rich or try dying? Dat is mijn motto. Als ik 25 ben, wil ik een huis, een vrouw, een mooie auto, een zoon en een horloge. Als ik in Tirana blijf, lukt dat nooit.’

Visumvrij reizen

Zoals Blerim zijn er tienduizenden Albanezen. Ze grijpen hun kans sinds de Europese Unie het voor Albanezen in 2010 mogelijk maakte visumvrij te reizen naar Schengen-landen. Verhoudingsgewijs vertrekken er vanuit geen enkel Europees land zoveel inwoners: inmiddels wonen er meer Albanezen buiten Albanië dan erbinnen.

Route via Nederland

Voor Nederland werd de stroom Albanese migranten in 2015 een probleem. De migranten uit het ‘veilige land’ Albanië trokken mee met de honderdduizenden Syrische vluchtelingen die via de zogenoemde Balkanroute naar Noord-Europa gingen. Nederland was vooral populair omdat de asielprocedure er lang duurde, terwijl je er ondertussen gratis eten en onderdak kreeg. Ook lag er een vertrekpremie in het verschiet voor iedereen die vrijwillig terugging. Inmiddels is de Nederlandse asielprocedure voor migranten uit landen als Albanië verkort tot tien dagen en is de vertrekpremie afgeschaft.

Nu proberen veel Albanezen via Nederland het Verenigd Koninkrijk te bereiken. Daar is de kans op asiel groter, evenals de kans op werk. Alleen is er geen visumvrij reizen voor Albanezen naar het VK, dat buiten de Schengen-afspraken valt. De meeste Albanezen proberen het daarom via zee: de zogenoemde ‘inklimmers’ die bij Hoek van Holland of Europoort stiekem op de veerboot naar Engeland proberen te komen. De meeste van hen worden gesnapt. In totaal stuurde Nederland vorig jaar 1.490 illegale Albanezen per vliegtuig terug naar Tirana.

‘Migratie is een probleem voor Albanië, en dan vooral de illegale migratie’, zegt de onderminister van Binnenlandse Zaken Rovena Voda. Het is een mogelijke sta-in-de-weg bij toetreding tot de Europese Unie. Veel bestemmingslanden hebben er nu al genoeg van dat Albanië zijn burgers niet tot de orde roept. Zowel Nederland als België, Duitsland, Frankrijk en Zweden hebben gezegd problemen te hebben met illegale Albanezen. Omdat de kans op asiel voor migranten uit een veilig land als Albanië minimaal is – in Nederland krijgt minder dan 1 procent die status – verdwijnen de meesten in het illegale circuit.

In Nederland staan achthonderd Albanezen officieel ingeschreven, maar er verblijven er tienduizenden, bleek eind vorig jaar uit een onderzoek van de recherche, justitie, de gemeente Amsterdam en de Belastingdienst. Veel illegale Albanezen, concludeerde justitie, zijn waarschijnlijk crimineel. Ze zijn bang dat Nederland het Verenigd Koninkrijk achternagaat, waar criminele Albanezen 50 tot 60 procent van de cocaïnemarkt in handen hebben.

‘Ik wil best wel eerlijk werk doen’, zegt Blerim. ‘Maar als drugs de enige mogelijkheid is om deze kutstad te verlaten, dan drugs.’ Zijn plan is daarom duidelijk. Een goede vriend van Blerim vertrok vijf jaar geleden naar Londen en boert sindsdien goed. Hij heeft Blerim gevraagd als drugskoerier te komen werken, in ruil voor een huis, eten en 1.000 pond (ruim 1.140 euro) per maand.

Via een een oude Blackberry Curve met anonieme simkaart hebben ze de afgelopen weken een plan gemaakt. ‘Ik ga binnenkort als toerist naar Amsterdam. Daar blijf ik twee of drie dagen in een hostel en ondertussen komt ook een vriendin van die vriend naar Amsterdam. Zij brengt valse Italiaanse papieren voor mij mee – ik heet geloof ik Giovanni – en vervolgens is mijn verhaal op Schiphol dat ik haar in Amsterdam ben tegengekomen, dat we verliefd zijn geworden en dat we nu samen naar haar huis gaan.’

Corruptie

Blerim is absoluut niet de enige jonge Albanees met dergelijke plannen. Wie je ook aanspreekt, in Tirana of daarbuiten, wil weg of heeft vrienden die al zijn vertrokken. Hotelportier Saimir Koldashi (35) woonde een tijd lang in Denemarken, tot hij werd teruggestuurd. Kapper Alban Allmuça (31) heeft een buurman die binnenkort naar Nederland vertrekt. Marktkoopman Edi (27), die moet rondkomen van de 15 euro winst die hij dagelijks maakt op de verkoop van ongeveer vijfhonderd bananen: ‘Ik ben twee jaar geleden naar België gegaan, waar al familie woont. Ik ben overal cafés en winkels in gelopen om te vragen om werk, maar het antwoord was altijd nee. Na drie maanden moest ik weer terug, maar zodra er een nieuwe kans is, in welk land dan ook, probeer ik het opnieuw.’

Edi (27) verkoopt bananen op de straten van Kamez, onderdeel van het stedelijk gebied van Tirana. Foto Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Vooral jonge Albanezen, zowel hoog- als laagopgeleiden, voelen de drang te vertrekken uit Albanië, omdat het er voelt alsof hun levens stilstaan. Het gemiddelde salaris schommelt rond de 200 euro per maand, er is een enorme werkloosheid en dankzij de alomtegenwoordige corruptie gaan de meeste baantjes naar vrienden van machtshebbers. En dan is er nog de verstikkende greep van de georganiseerde misdaad. Zo is Albanië momenteel de grootste Europese exporteur van marihuana – tot 40 procent van het landbouwareaal zou tot voor kort worden gebruikt om hennep te telen.

Het achtergestelde karakter van Albanië heeft veel te maken met het recente verleden. Zo gold het land tot begin jaren negentig als het Noord-Korea van Europa. Onder het stalinistisch bewind van dictator Enver Hoxha werden elektrische hekken bij de grens gezet, werd privébezit verboden, net als de vrijheid een eigen kapsel te kiezen. Nadat zijn regime viel, begon een periode van financiële anarchie, gevolgd door een diepe economische crisis.

Schapenkaas

‘Sindsdien is het leven wel wat beter geworden’, zegt Fatmir Tosku, de schaapherder van het dorp Shengjergj, een paar uur ten noorden van hoofdstad Tirana. ‘Als 100 procent het perfecte leven is, zaten we toen op 10 procent en nu op 50 procent.’

Fatmir Tosku zorgt voor zijn schapen. Foto Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Voor Tosku is dat genoeg, maar sinds de televisie ook zijn donkere boerderij verlicht met beelden voetballers die diamanten oorbellen dragen, droomt zijn zoon wel van een leven buiten Shengjergj.

Shengjergj is een van die vele dorpen op het Albaneze platteland die tot de meest afgelegen plekken van Europa behoren. Vanwege het ruige landschap dat zich maar moeilijk laat bereizen, speelde volledige familiegeschiedenissen zich eeuwenlang op dezelfde plek af; alle ooms, opa’s en oudtantes werden er geboren, trouwden en stierven er, iedereen ging naar hetzelfde schoolgebouwtje, dezelfde moskee en gebruikte hetzelfde recept om schapenkaas te maken. Maar die tijden zijn ook hier voorbij, zegt Tosku. Nu woont 40 procent van het dorp in het buitenland.

‘Mijn zoon is 14 en houdt niet van schapen’, zegt Tosku. ‘Ik begrijp hem wel. Het is heel mooi hier, maar het leven is ook heel moeilijk.’

Om de toestroom van Albanezen te stoppen is het Nederlandse ministerie van Veiligheid en Justitie vorig jaar een informatiecampagne begonnen. Onder andere op scholen en universiteiten wordt jonge Albanezen uitgelegd dat het niet veel zin heeft om naar Nederland te emigreren. ‘Ik wil de Nederlandse overheid bedanken’, zegt onderminister Voda. ‘Het is heel effectief.’

Het probleem is daarmee niet opgelost: het aantal Albanese asielaanvragen in Frankrijk en België steeg vorig jaar. De bestemming verandert, maar de motieven blijven gelijk. Dat verandert volgens Voda pas als de noodzaak om te emigreren verdwijnt – kortom, als Albanië echt gaat samenwerken met de Europese Unie, idealiter via toetreding.

‘Als je echt naar Engeland wilt, kun je het beste via Bilbao reizen’, zegt Blerim. ‘Als je daar in een vrachtwagen klimt, is de kans 99 procent dat je in Engeland aankomt. Alleen kost dat een paar duizend euro, en die heb ik niet. Daarom ga ik het via jullie luchthaven proberen. Brussel en Parijs zijn onmogelijk na alle aanslagen, zegt iedereen, maar ik heb gehoord dat er in Nederland nog weinig controle is.’

Schuldig over al het illegaals dat hij gaat ondernemen, voelt hij zich niet. Blerim vindt dat hij recht heeft op een beter leven, net zoals iedereen in Europa. En als de Europese Unie niet naar hem toekomt, dan gaat hij zelf wel die kant op. ‘Misschien is het over tien jaar wel beter in Albanië, ja’, zegt hij. ‘Maar tegen die tijd ben ik een fucking oude man. Dan heb ik er niets meer aan.’