Als de dood komt, verdwijnt de nep

Waar je niets van weet, daar moet je niet over schrijven, zei Kristien Hemmerechts ooit in een interview. Ook het omgekeerde lijkt zij tot haar devies te hebben verheven: waar je veel van weet, dat is je onderwerp....

Judith Janssen

De dood is waar zij alles van weet, of op z'n minst veel van lijkt te weten. Ze verloor twee kinderen aan de wiegendood, en haar man, de Vlaamse dichter Herman de Coninck, stierf onverwacht. De dood is haar onderwerp, en zal het blijven. In haar romans combineert ze de ellende waarmee de dood meestal is omgeven met een laconieke luchtigheid, waardoor ze zich verre houdt van sentimentaliteit. Door spitsvondige vergelijkingen en eerlijk taalgebruik toont ze de gruwelen van het leven als een uiting van schoonheid, hoe paradoxaal dat ook lijkt.

Ook in de nieuwste roman van Hemmerechts, De laatste keer, komt een sterfgeval voor. Yoko, door haar ouders verwekt tijdens een heuse sleep-in, heeft enkele maanden tevoren haar David verloren door een auto-ongeluk en probeert struikelend en stamelend het leven weer op te pakken. Ondanks de zorgen van haar vader en buurvrouw Thea lukt dat niet echt, al heeft zij een goed inzicht in haar eigen situatie, getuige de contemplatieve opmerkingen die zij maakt: 'Het was net of ik samen met David uit het leven was gestapt, alleen had hij een grotere stap gezet dan ik.'

De naam Yoko (denk aan Ono) is niet de enige verwijzing naar de wereld van glamour en glitter. Yoko vlucht in films en musea om haar ellende te doorstaan. Ze voelt zich niet zelden een altruische weldoenster als Ame Poulain, de hoofdpersoon in de film Le fabuleux destin d'Ame Poulain, een professor Higgins of een prinses.

Net als haar man, een museumdirecteur, is ze gewend aan een wereld waarin banaliteiten 'door kunstige ingrepen naar een hoger niveau' worden getild. Maar nu ze geconfronteerd wordt met de harde werkelijkheid van de dood, brokkelt de nep, de gekunsteldheid of kak af.

Dat proces begint wanneer ze de zwerver Hichi ontmoet. Hij staat voor alles wat Yoko niet is: jong, eenvoudig en niet belust op uiterlijke schoonheid. Hij leeft in een 'letterlijke wereld', waarin zijn woorden 'volstrekt met zijn gedachten samenvallen'. Als 'louter lichaam' confronteert hij haar met de opsmukloze werkelijkheid van seks, eten en geld - of, banaler nog, een gebrek aan dat alles.

Hoe bevrijdend zijn liefde aanvankelijk ook lijkt, eenduidig is Hichi niet. Door een administratieve fout - een gevolg van de befaamde millenniumbug - staat hij per 1 januari 2000 genoteerd als overleden. En wat de springlevende Hichi ook probeert, geen ambtenaar kan de bureaucratische fae doorbreken. Levend voor de mensen om hem heen, maar dood voor rekeningen en uitkeringen, leidt Hichi een schijnbestaan. En het is deze onbepaaldheid tussen waan en werkelijkheid die uiteindelijk zijn ondergang zal worden.

Wat aan De laatste keer opvalt, is dat er weinig lijn in zit. De plot is weliswaar goed gestileerd, maar ontbeert urgentie en geloofwaardigheid. Suspense is er nauwelijks, of het moet zijn dat de schrijfster de lezer nieuwsgierig maakt naar hoe zij het verhaal na elk dood punt weer tot leven gaat wekken.

Hemmerechts bedient zich in haar nieuwe roman van het grote gebaar: er zijn mysterieuze ontmoetingen met een wereldvreemde kinderboekenschrijver en met een lesbische radiopresentatrice, en ze probeert het verhaal op gang te houden met absurde gegevenheden of gebeurtenissen, zoals het riool waarin Hichi verblijft en zijn (echte) dood, die eerder lachwekkend dan tragisch overkomt. De zelfmoordactie met een gigantische ventilator - de 'ultieme performance': dood bevestigt leven - lijkt slechts bedoeld om een punt achter het verhaal te kunnen zetten.

Hemmerechts wil groots schrijven en tegelijkertijd nadrukkelijk het verhaal beheersen. Stilistisch is dat laatste geen probleem - haar zorgvuldige taalgebruik dwingt als altijd bewondering af -, maar inhoudelijk des temeer. Wat aan De laatste keer ontbreekt is intimiteit. Het lijkt wel alsof Hemmerechts bang is zichzelf bloot te geven. Ze blijft op veilige afstand van haar personages en van de capriolen die ze uitvoeren en reduceert hen tot dezelfde kunstmatigheid waarin Yoko zo graag wegvlucht.

Empathie met haar personages wordt ondergeschikt gemaakt aan een afstandelijke analyse van het leven en de dood. Hemmerechts onderbouwt die analyse met een grondige documentatie van gebeurtenissen, gevoelens en onwankelbare wijsheden als: 'Om het heden in stand te houden moest in de toekomst worden geleefd' en: 'Elk mens was een kameleon'. Maar haar sprookje brengt weinig klaarheid in de manier waarop Yoko werkelijk probeert een David-loos leven te leiden. Van Yoko blijft niet veel meer over dan een interpretatie, een zwalkend personage die haar eenzaamheid probeert te verdrijven met verbeeldingskracht.

De laatste keer is een ode aan de fantasie, waarbij het werkelijke leven er even niet toe doet en zelfs in verval mag raken: 'de gebeurtenissen waren geen film die kon worden teruggespoeld of anders gemonteerd', maar dromen mag, en daarin kan David gewoon blijven leven, zoals ook Hichi dat kan.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden