Als China geen democratie wordt, wat dan wel?

Keer op keer is de ondergang van communistisch China voorspeld. Na de economische openstelling zou politieke liberalisering volgen. Jan van der Putten verklaart waarom dat niet zal gebeuren.

De zon komt langzaam op boven de skyline van Sjanghai. Beeld afp

China wordt een democratie. De Chinese bevolking zal in opstand komen. De Communistische Partij is gedoemd ten onder te gaan. China loopt nu nog wat achter, maar binnenkort zullen de Chinezen worden als wij. Het klinkt westerlingen bekend in de oren. Alleen, het is allemaal nooit gebeurd. Over China hebben we het consequent mis gehad. China wordt geen democratie, de bevolking komt niet in opstand, althans niet massaal, de Communistische Partij zal nog lang aan de macht blijven en straks lopen wij achter op China. Zodat het tijd wordt de vraag onder ogen te zien: als China geen democratie wordt, wat wordt het dan wél?

Praktisch vanaf het moment dat de Volksrepubliek China werd geboren, is in het Westen haar dood voorspeld, want Mao Zedong was geen blijvertje, dat zag iedereen. Het duurde dertig jaar voordat de Verenigde Staten de Volksrepubliek officieel hadden erkend. Over de nieuwe leider Deng Xiaoping was het Westen bijzonder tevreden, want die schafte de klassenstrijd af en ontdekte de markt. Politieke hervormingen zouden spoedig moeten volgen, want iedereen wist dat het kapitalisme alleen in een democratie goed kan functioneren. De tanks die in 1989 de eis tot democratische hervormingen in bloed smoorden, rekenden grondig af met die westerse zekerheid.

Na 'Tiananmen' duurde het even voordat de Chinese economie weer aantrok, maar toen was er ook geen houden meer aan. Die adembenemende groei verraste iedereen, want iedereen was vergeten - of had het nooit geweten - dat het Rijk van het Midden in 20 van de laatste 21 eeuwen de grootste economie van de wereld was geweest. Westerse politieke leiders, wetenschappers en journalisten, iedereen voorspelde dat China's brandnieuwe middenklasse het land onverbiddelijk naar een democratische revolutie zou leiden, want zo was het altijd gegaan: een groeiende, steeds welvarender wordende middenklasse wordt zich bewust van haar macht, wil niet meer worden betutteld, eist meer inspraak en dwingt van een dictatuur democratische vrijheden af.

Wishful thinking

De Chinese middenklassers weigeren echter nog altijd zich te gedragen volgens het boekje. Ze zullen wel gek zijn. Waarom zouden ze zich keren tegen een systeem waaraan ze alles te danken hebben? De Communistische Partij heeft hen ingelijfd in het systeem. De middenklasse vraagt geen democratie, wel welstand, veiligheid, efficiency, onkreukbaarheid. Maar er zijn in China toch diverse protestdemonstraties van de betere standen geweest? Jazeker, maar dat waren not in my backyard-protesten, niet gericht tegen het systeem maar tegen, bijvoorbeeld, de bouw van een vervuilende fabriek om de hoek. In de westerse pers verschenen artikelen daarover met koppen als 'Chinese middenklasse komt in opstand tegen regime'. Ze waren vooral informatief als voorbeelden van wishful thinking.

Het westerse narratief over China is doortrokken van wensdenken, zowel in positieve ('China wordt een democratie') als negatieve zin ('China gaat ten onder'). The Coming Collapse of China van de Chinese Amerikaan Gordon Chang was in 2001 een bestseller. Deze geziene talkshowgast gaf de Communistische Partij nog tien jaar. In 2011 erkende hij dat hij zich had vergist: de Partij zou niet dat jaar, maar het jaar daarop instorten. Inmiddels heeft de Volksrepubliek China de VS ingehaald als 's werelds grootste economie qua koopkracht, maar Chang gaat in de Amerikaanse media nog altijd unverfroren door met zijn onheilsboodschappen. Zijn publiek wil niets liever horen.

Als wensdenker is Chang geen uitzondering. Niemand minder dan Bill Clinton wist zeker dat China's economische openstelling zou uitmonden in politieke liberalisering en uiteindelijk in democratie. Behalve westerse producten zouden immers ook westerse ideeën China binnenstromen en die zouden door het geknechte volk juichend worden ingehaald. Hetzelfde liedje hebben we in diverse toonaarden gehoord. Zo was de toewijzing van de Olympische Spelen van 2008 aan Peking volgens het IOC een soort democratische aanmoedigingsprijs. En zo zouden miljoenen Chinese toeristen en studenten tijdens hun verblijf in het Westen door onze democratische ideeën worden bevrucht om ze vervolgens in eigen land uit te dragen.

Waarschijnlijk de grofste vergissing was de veronderstelling dat internet China democratie zou brengen. De gevangen winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede Liu Xiaobo noemde internet een 'gave Gods aan China'. Clinton zei het zelf: het controleren van internet in China 'is als het vastspijkeren van Jell-O aan de muur'. Jell-O is een gelatinepuddinkje. Inmiddels heeft China 641 miljoen internetgebruikers, is het kwabje aan de Chinese Muur vastgespijkerd en is het 'internet met Chinese karakteristieken' een feit. Ongetwijfeld heeft de gave Gods heel wat losgeslagen, maar nog sterker heeft ze de vindingrijkheid van de censoren gestimuleerd. De effectieve Chinese censuurtechnologie wordt nu geëxporteerd. In november belegde China een conferentie om zijn ideeën over internetbeheer mondiaal uit te dragen. In de conferentiestad waren de westerse sociale media vrij toegankelijk - gedurende drie dagen.

Liu Xiaobo, de gevangen winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede. Beeld reuters

Corruptiebeerput

Keer op keer hebben westerse politieke profeten de naderende ondergang van het communistische bewind voorspeld, en nog altijd zien ze van alle kanten het onheil opdoemen: barstende bouwbubbel, nationaal bankroet, volksopstanden, milieucatastrofe, sociale wanhoopsexplosie. China is volgens hen wat Amerika was voor Mao: een kolos op lemen voeten. Natuurlijk is het onzinnig de ernst van de problemen te ontkennen. Dat doen de leiders zelf ook niet. Maar het is wel onzinnig om het aanpassingsvermogen te onderschatten. De Volksrepubliek China is eerst de nationale zelfdestructie onder Mao te boven gekomen, heeft daarna de ondergang van het Sovjetcommunisme overleefd en heeft zich vervolgens steeds aangepast aan nieuwe omstandigheden. De leiders hebben China en zichzelf gemoderniseerd, zonder hun machtsgreep ook maar een moment te laten verslappen. De huidige leider Xi Jinping is bezig met een van de grootste aanpassingsmanoeuvres, te beginnen met een gedeeltelijke schoonmaak van de communistische corruptiebeerput. Het doel van de aanpassingen is steeds hetzelfde: het handhaven van het machtsmonopolie van de Partij. Het is het Tijgerkat-principe: iets veranderen, desnoods alles veranderen, opdat alles hetzelfde blijft.

De Chinezen hebben zich voortdurend aangepast, de Amerikanen niet. Die vinden het communistische regime intrinsiek slecht en illegitiem, omdat het niet uit vrije verkiezingen is voortgekomen. Met dit klassieke anticommunisme mengt zich een oude angst voor het Gele Gevaar. Het resultaat is de overtuiging dat een regime als het Chinese het verdient ten val te komen. China, vonniste Clinton eens, staat 'on the wrong side of history'. Al tientallen jaren pogen de Amerikanen China naar de 'goede' kant van de geschiedenis te duwen. Nu eens proberen ze China's macht in te dammen, zoals de bedoeling is van Obama's Pivot to Asia, een project om de Amerikaanse militaire en economische macht te concentreren op het Pacific-gebied. Dan weer mikken ze op constructieve samenwerking (if you can't beat them, join them), zoals op het gebied van handel, milieu en piratenbestrijding. Die samenwerking is zo intens geworden, dat de twee aartsrivalen een financieel-economische Siamese tweeling zijn geworden: Chinamerica.

Langzamerhand begint het de Amerikaanse (opinie)leiders te dagen dat het uitgangspunt van het Chinabeleid een vergissing is geweest. De verwachting dat het Chinese regime vroeg of laat wel zou moeten liberaliseren om de macht niet te verliezen, is stukgelopen op de realiteit van een steeds zelfbewustere regering. Een regering die met haar totalitaire maatregelen, vervolging van andersdenkenden en Mao-achtige campagnes - kunstenaars moeten het volk dienen en worden naar het platteland gestuurd, kritische bloggers gedwongen tot zelfbeschuldingen op tv - het westerse model gedecideerd verwerpt. Xi Jinping heeft het klaar en helder gezegd: er is maar één systeem dat in China werkt en dat is het 'socialisme met Chinese karakteristieken'.

Wensdenken en communistenangst zijn niet de enige verklaringen voor de westerse misvatting over het Chinese politieke systeem. Gebrek aan elementaire kennis over de Chinese geschiedenis en cultuur is een andere reden. De gemiddelde westerling heeft er nauwelijks benul van dat China al vele eeuwen voor Leonardo da Vinci, Shakespeare en Kant een hoogontwikkelde cultuur had, en dat de Chinezen daar apetrots op zijn. China situeert zichzelf vanouds in het centrum van de beschaafde wereld, waar het is omgeven door een binnenkring van vazallen en een buitenkring van barbaren. De enige relatie die het beschaafde China zich met het barbaarse buitenland kon voorstellen was die tussen keizer en vazal.

In de 'Eeuw der Vernedering' (1839-1949), die China tot speelbal maakte van de westerse mogendheden en Japan, werd het Chinese zelfrespect door de barbaren afgrijselijk gekrenkt. Maar China is teruggekomen. Eerst zette Mao de buitenlanders op hun plaats door hen het land uit te wijzen, daarna begon Deng Xiaoping aan het herstel van China's economische grandeur. En nu onder Xi Jinping is China weer helemaal terug op het wereldtoneel. Niet om te worden als het Westen, maar om weer te worden als zichzelf. Zeker, Amerika en Europa zijn nodig voor China's economische groei. Maar ze dienen te beseffen dat China zich nooit meer zal laten ringeloren. En dat falende westerse politieke systemen en economieën minder dan ooit voor China een voorbeeld kunnen zijn. Eigenlijk heeft Amerika voor de Chinese leiders afgedaan, al blijven ze hun kinderen naar de beste Amerikaanse universiteiten sturen.

Vijandige krachten

Buitenlandse bemoeienis gaat in Peking, terecht of ten onrechte, al gauw voor vijandig door, en dan wordt het oude slachtoffergevoel uit de Eeuw der Vernedering ingezet. Het is een van de grote inspiratiebronnen van de Chinese buitenlandse politiek geworden. 'Vijandige buitenlandse krachten', waarmee westerse regeringen, bedrijven, ngo's en journalisten worden bedoeld, zouden de aanstichters zijn van ongeveer alle protestacties - van het etnische geweld in Xinjiang en Tibet tot de grote demonstraties voor democratie afgelopen herfst in Hongkong. Bedoelde vijandige krachten zouden erop uit zijn om China opnieuw te vernederen, zijn uitgroei tot wereldmacht te fnuiken en de Communistische Partij omver te werpen.

Dat de Atlantische hoofdsteden nog altijd moeilijk China's positie kunnen bevatten, is uit historisch oogpunt wel begrijpelijk, want het is niet makkelijk om afstand te nemen van een vijf eeuwen oude traditie, die begon toen Columbus Amerika ontdekte. Sindsdien heeft het zwaartepunt van de wereld gelegen in een westers land, van Spanje tot de VS. Daardoor zijn we dat vanzelfsprekend gaan vinden. China is allergisch voor die superieure houding, temeer daar het zichzelf ook superieur vindt. Het wenst niet meer voor de laatste maal te worden gewaarschuwd door Luxemburg, en evenmin door de VS. Wat China eist, is erkenning en respect voor zijn eigen systeem.

Een systeem dat inderdaad niet door het volk is gekozen, maar het Chinese volk heeft nog nooit gekozen. Behalve die ene keer, ruim honderd jaar geleden, kort na de val van het keizerrijk. Ongeveer 5 procent van de bevolking mocht toen deelnemen aan verkiezingen. De winnaar werd direct vermoord. Voor Xi Jinping is daarmee het bewijs geleverd dat de democratie voor China niet geschikt is. Veel Chinezen zijn het met hem eens. Democratie is voor hen een onbruikbaar westers concept en haast een synoniem voor chaos. De ontwikkelde minderheid ziet er ook een ander gevaar in: dat de onderontwikkelde meerderheid aan de macht komt.

Over het 'socialisme met Chinese karakteristieken', het enige model dat volgens de Communistische Partij bruikbaar is, is in het Westen vaak lacherig gedaan. Het werd gezien als een verbale capriool die China's economische slalom van Marx naar markt moest maskeren. Natuurlijk moest het mislukken, want er was geen westers equivalent voor. Sinds het uitbreken van de financiële wereldcrisis in 2008 is die zekerheid verdwenen. Het socialisme met Chinese karakteristieken is niets anders dan een aan het socialisme ontsproten leer die zich voortdurend aanpast aan de omstandigheden. Het weerspiegelt de pragmatische aanpak waarmee de Communistische Partij haar hoogste doel hoopt te verwezenlijken: voor altijd aan de macht blijven.

Chinese Droom

Wat gaat deze elastische leer China en de wereld brengen? Xi Jinping geeft het antwoord: de verwezenlijking van wat hij noemt de Chinese Droom. Iedere Chinees moet deze droom dromen en daardoor het geestelijke vacuüm vullen waarin China zichzelf heeft gestort, eerst door Mao's Culturele Revolutie, daarna door het teugelloze materialisme van de economische revolutie. In de Chinese Droom wordt China een welvarende natie en gaat het wereldtoneel er heel anders uitzien. Economische hervormingen zullen geleidelijk van een miljard arme mensen welvarende consumenten maken. De Partij droomt naar twee eeuwfeesten toe: in 2021, wanneer ze 100 jaar bestaat, moet het inkomen per hoofd van de bevolking twee keer zoveel bedragen als in 2010. En in 2049, het eerste eeuwfeest van de Volksrepubliek, moet het land rijk, de bevolking welvarend en China machtig zijn.

Politieke hervormingen - zoals meer transparantie en minder willekeur, meer respect voor de mensenrechten en minder inmenging van de overheid - zullen er mogelijk wel komen, maar die zullen alle bedoeld zijn om het autoritaire systeem beter te laten functioneren. De huidige grote zuiveringen onder corrupte politici en militairen dienen hetzelfde doel. Wellicht kan de partij zich op den duur zelfs een meerpartijensysteem veroorloven van Singaporese snit, met verkiezingen die altijd met rond de 90 procent door de regeringspartij worden gewonnen. De Partij zal zich echter niet laten inspireren door de democratie, maar door twee oude Chinese politieke scholen: het confucianisme, waarin de voorbeeldige deugd van de vorst centraal staat, en het legalisme, waarin de vorst met strenge wetten zijn onderdanen onder de duim houdt.

Op het wereldtoneel staat China nu al vooraan. Het wil niet alleen meer macht in de huidige door Amerika gecreëerde wereldorde, het wil tegelijk ook een parallelle orde scheppen, waarin het zelf de hoofdrol speelt. China heeft een Aziatische rivaal van de Wereldbank opgericht. Het ijvert voor een vrijhandelszone in het Pacific-gebied als alternatief voor het Trans-Pacific Partnership dat Amerika wil stichten met uitsluiting van China. Het is van plan een Aziatische veiligheidsorganisatie op te bouwen die kan uitgroeien tot een tegenhanger van de NAVO. Het wil op termijn de Amerikaanse dollar als internationale reservemunt terugdringen ten gunste van de Chinese yuan.

Steeds meer mensen in het Westen beginnen te geloven dat de Eeuw van China is aangebroken. De Volksrepubliek laat immers overal in de wereld haar economische macht gelden en investeert kolossaal in intercontinentale megaprojecten zoals de Nieuwe Zijderoute en de Maritieme Zijderoute. Bovendien is China op basis van zijn economische macht ook zijn militaire macht aan het uitbouwen en treedt het in de aangrenzende zeeën assertief, om niet te zeggen provocerend, op. Zal China inderdaad de nieuwe wereldleider worden? In elk geval niet een wereldleider naar Amerikaanse trant. China wil missionaris noch politieman zijn. Het heeft voor de wereld geen politieke boodschap, het wil de wereld niet inrichten naar zijn beeld en gelijkenis. Als de wereld China maar respecteert en bijdraagt aan zijn economische ontwikkeling. Zodat de Communistische Partij voor altijd aan de macht zal blijven.

Jan van der Putten is onder meer oud-correspondent van de Volkskrant in China. janvanderputten.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.