Als Amerika van Saddam af wil, laat het dat dan hardop zeggen

Het akkoord tussen de VN en Irak lijkt de positie van Saddam Hussein eerder te hebben versterkt dan verzwakt. Hoe komt de wereld ooit nog van deze dictator af als oorlog geen optie is?...

VEEL mensen vinden dat de Verenigde Staten korte metten moeten maken met Saddam Hussein. Hoe zou men daarbij te werk kunnen gaan?

De meest voor de hand liggende manier is Irak aanvallen met een combinatie van lucht- en grondtroepen. Maar vrijwel niemand in Amerika durft het risico aan grondtroepen naar Irak te sturen en iedereen is het er over eens dat luchtaanvallen alleen niet genoeg zijn. In plaats daarvan zouden, volgens sommigen, de Verenigde Staten een 'stille' moord op Saddam Hussein moeten overwegen.

Laten we even vergeten dat het steunen van een politieke moord binnen de huidige wetgeving verboden is. Laten we ook even vergeten dat eerdere pogingen om andere leiders te verdrijven, iets dat de Amerikanen bijvoorbeeld in de jaren zestig met Fidel Castro probeerden, op niets uitliepen.

Maar zou Amerika zo'n moord ook inderdaad kunnen plegen? Misschien wel, al blijft het twijfelachtig. En zou zo'n moord in alle stilte kunnen plaatsvinden? Geen sprake van. Er zijn zeker omstandigheden waarin moord te rechtvaardigen valt - zoals destijds in het geval van Hitler. Maar een ommekeer in het anti-moordbeleid van de VS vraagt om strenge voorwaarden: unanieme steun van de bondgenoten; genoeg mensen, met name in de regio, die vinden dat de despoot moet verdwijnen; enige zekerheid dat de opvolger minder erg is dan degene die het veld moet ruimen.

Men moet ook een inschatting kunnen maken van de schade die de Amerikaanse invloed en belangen in het Midden-Oosten zullen ondervinden, als bekend wordt dat de Verenigde Staten, al is het maar zijdelings, bij de moord betrokken zijn. Nee, moord is geen goede optie.

Wat te denken van omverwerping van de Iraakse regering via een geheime operatie? De Amerikaanse regering bedient zich al heel lang van dit belangrijke middel. Het houdt het midden tussen openlijke oorlogvoering en diplomatie: dat wil zeggen de Verenigde Staten proberen de politieke gebeurtenissen in een ander land te beïnvloeden, maar dan wel anoniem.

Volgens mij is geheime actie een steeds belangrijker wapen aan het worden, met name in de oorlog tegen drugs, terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens. Maar zou de verguisde CIA een actie tot omverwerping van Saddam Hussein op touw kunnen zetten, zonder dat duidelijk wordt dat de Verenigde Staten er de hand in hebben gehad?

Natuurlijk is dit niet de eerste keer dat wordt gezocht naar een eenvoudige manier om zich te ontdoen van een lastige buitenlandse leider. President Eisenhower nam eind jaren vijftig in Indonesië zijn toevlucht tot geheime acties tegen president Soekarno en Kennedy probeerde het met de Varkensbaai tegen Castro.

In 1954 werd president Jacobo Arbenz in Guatemala afgezet en kolonel Edward G. Lansdale liet in een legendarische operatie van de CIA op de Filipijnen zien hoe je in het geheim een legitieme regering kunt steunen tegen opstandige communistische elementen.

Maar het lukt niet altijd, zoals de ervaringen in Irak laten zien. De CIA steunt al sinds 1991 een aantal groepen dissidenten - de Koerden in het noorden, dissidenten in Londen, en meest recentelijk een groepje dissidenten binnen het Iraakse leger. Saddam zit echter nog steeds in het zadel.

Het probleem is dat beleidsmakers het middel van de geheime operatie vaak gebruiken om niet tot hardere keuzes te hoeven overgaan - directe militaire actie, of de moeilijke openlijke diplomatie die nodig is om een buitenlandse leider te vervangen.

Sinds het einde van de Golfoorlog bestaat er al weerstand om openlijk aan te sturen op de vervanging van Saddam Hussein. Er is geen duidelijke leider om te steunen, Saddam is populair bij de Arabieren en er is het risico van terroristische acties tegen Amerika.

In een ondoorzichtige situatie als deze - weet u het nog, van Nicaragua? - wordt stille actie bijna onmogelijk. Denkt u maar eens aan de problemen waarmee de CIA-agent die verantwoordelijk is voor dit soort operaties te maken krijgt, als hij gaat praten met een toekomstig leider van een coup tegen Saddam Hussein.

Deze coupleider is vast geen Thomas Jefferson. Hij of zij zal vragen stellen als: zullen de Verenigde Staten militaire hulp bieden in de eerste paar uur na een poging tot machtsovername? Aan wie zullen de VS steun geven na de val van Saddam? Is er enig bewijs voor regionale steun (de buurlanden zijn belangrijk) voor het regime dat aantreedt na de val van Saddam Hussein?

Hoeveel geld beloven de Verenigde Staten te zullen geven als de coup slaagt en hoeveel daarvan is een voorschot (in kleine coupures)? Hoe zullen de Sunnieten, Shi'ieten en Koerden de macht verdelen in Irak, als Saddam Hussein er niet meer is? Zelfs al kon de CIA-agent deze vragen beantwoorden, dan is het slechts de eerste hindernis die moet worden genomen. Als een dergelijke beweging eenmaal in gang is gezet, zal de CIA de opstandige elementen onder controle willen houden, en de CIA weet dat dat niet kan.

Het is alom bekend dat groepen dissidenten door hun gedrevenheid nogal optimistisch zijn over wat ze kunnen bereiken. Zo willen ze vaak het plaatselijke radiostation opblazen in plaats van de zendtoren, of het spoorwegstation in plaats van de spoorlijn. Dergelijke acties kunnen tot veel bloedvergieten leiden.

Een geheime actie mag niet een soort op-hoop-van-zegen pass zijn aan het einde van een voetbalwedstrijd, maar moet onderdeel uitmaken van een weloverwogen obstructie- en tackeltaktiek.

Als Washington zich publiekelijk bereid verklaart Saddam Hussein uit de weg te ruimen, dan moet het laten weten financiële steun te willen geven aan een nieuwe, door de Amerikanen zelf te vormen, groep Iraakse dissidenten.

Washington moet met andere regeringen in de regio aan de slag om duidelijk te maken wat voor Irak en de Irakezen de politieke en economische voordelen zijn van een nieuw regime; een regime dat noch uit is op massavernietigingswapens noch de veiligheid van de regio bedreigt.

Een dergelijke benadering zal eerder leiden tot de gewenste veranderingen dan een kogel uit het geweer van een moordenaar.

John Deutch is hoogleraar scheikunde aan het Massachusetts Institute of Technology, en was directeur van de CIA en onderminister van Defensie in de eerste regering-Clinton.

The New York Times/de Volkskrant

Vertaling: José van Zuijlen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden