Alptraum

Toen Hitlers minister Albert Speer ziek werd, brachten de nazi's hem onder in Slot Goyen in Zuid-Tirol. Laat dat nou net het kasteel zijn dat de overgrootvader van Jaap Scholten had gekocht.

Anderhalf jaar geleden kreeg schrijver Jaap Scholten een versleten stewardessenkoffertje in handen. Het bleek bomvol te zitten met prachtig, verloren gewaand materiaal over zijn familie. Oorlogsbrieven, dagboeken, testamenten, glasafdrukken, foto's. Een van de dingen die er in zat was een fotoalbum over kasteel Goyen, het huis dat zijn overgrootvader in Zuid-Tirol had gekocht. In de Tweede Wereldoorlog werd het huis geconfisqueerd door nazi-architect Albert Speer. In Jaap Scholtens in stilte voorbereide boek Horizon City verweeft hij de persoonlijke geschiedenis steeds met de wereldgeschiedenis.

Hoofdthema van het boek is de onmogelijkheid te ontsnappen aan de invloed van de geschiedenis en aan de invloed van je familie. In Scholtens geval een dominante familie, een Twentse fabrikantenfamilie waarin het belang van het individu altijd ondergeschikt was aan het belang van de groep. Dat dynastieke denken ijlt na. De ondertitel van Horizon City luidt: Een onvolledig en historisch niet noodzakelijkerwijs altijd correct portret van een familie van opgejaagde mennonieten, grootindustriëlen, kleinwildjagers, landhuizenbouwers, collectioneurs, polygame avonturiers, dromers en dappere vrouwen.

Vijf jaar voor de oorlog, op 1 november 1935, schreef mijn overgrootmoeder Catrien van Heek-van Heek vanuit kasteel Goyen in Merano in Zuid-Tirol aan haar dochter Mijne:


Toch moet het mij van het hart dat het moeilijke tijden zijn voor grootere gezinnen. Jij bent luxueus opgebracht, Jan evenzoo. Jan heeft zijne luxueuze genoegens en als de fabrieken niet zoo florissant zijn, en misschien ook niet worden weer, stemt dit tot nadenken. Maar nu het feit er is, zal ik grootmoeder Van Heeks woord aanhalen: het dertiende was mij even welkom als het eerste. Zulke woorden mogen in dezen tijd nog wel naklinken, waar de jonge vrouwen met kleine kinderen hun eigen leven wenschen te leiden en absoluut geen verantwoordelijkheid op zich willen nemen. Ik hoop maar zeer dat je je goed voelt en moet je je vooral niet teveel vermoeien en te veel uitgaan. Ook moet je me beloven niet meer te fietsen en vooral in geen geval Hermken meer achter op de fiets nemen. Dat je eene goede hulp bij de kinderen wilt nemen, juich ik zeer toe, maar waarom geen Hollandsche, van jouw standpunt zou ik in geen geval eene Duitsche bij de kinderen willen hebben. Zet een advertentie in de H.P. of De vrouw en haar huis, neem iemand die met kinderverpleging op de hoogte is, maar ook goed fröbelen en naaien kan. Je kunt immers je condities maken dat ze 's avonds met de kinderen vooruit eet en boven zit. Je moet haar echter niet met de meiden gelijk willen stellen, dat zou moeilijkheden geven. Wanneer ze fröbelen kan zal Hermken ook beter beziggehouden worden en zal hij niet ondeugend zijn en zijn tantes de bril van den neus slaan.


Vele groeten aan allen van oma Goyen


De genoemde Hermken is mijn vader, geboren in 1933. Oma Mijne Scholten, die wij als kleinkinderen 'oma Bouwhuis' noemden, heeft blijkbaar geschreven dat zij zwanger is. Oma Scholten reisde als meisje al veel naar de bergen en kwam als jonge vrouw op Goyen. Ze hield erg van die plek. Voor de oorlog, toen oom Juuk en mijn vader klein waren, reisde oma bij herhaling met de peuters naar het famliehuis om daar enige tijd door te brengen.


Overgrootvader Ludwig overleed op 19 februari 1931 op Goyen. In het koffertje zit een serie foto's van de ceremonie aldaar. Het gehele dorp liep uit. Hij had zich in de omgeving van Merano in de vier jaar dat hij er verbleef, geliefd gemaakt. Vlak voor zijn dood droeg hij mijn overgrootmoeder op goed voor de pachters te zorgen. Uit een brief van april 1932 van mijn overgrootmoeder, verstuurd vanuit Goyen aan haar dochter, oma Scholten, valt op te maken dat zij over de behandeling van de pachters net zo dacht als haar man, want ze vertelt oma dat ze 'iets moet slikken' van een pachter. Nu gaat het ineens voor me leven; met de erfenis van een goed kreeg je er natuurlijk ook de pachtboeren met hun mooie en lelijke kanten bij.


Er was kennelijk veel animo om op Goyen te komen logeren, vooral op huwelijksreizen. Ook mijn eigen ouders zouden later op huwelijksreis enige tijd op Goyen doorbrengen (in 1956). Overgrootmoeder schrijft in maart 1932: 'Er zijn veel Hollanders hier die allen Goyen wenschen te zien, maar wij houden ons maar een beetje bakzeil. De menschen zijn vaak onbescheiden.' Het zou een omineus zinnetje blijken.


Merano, slot Goyen en het nabij gelegen slot Labers vormen het decor voor enkele voetnoten bij de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Het slot ligt aan de ingang van het Naifdal in een kom omringd door 3.000 meter hoge bergen en is een van de oudste kastelen van de streek. Overgrootvader Ludwig kocht het in 1927 omdat de lucht goed voor hem was. Hij leed aan tuberculose. Er hoorden zestien hectare wijnbouw bij het huis. Goyen is nog altijd in de familie en wordt bewoond door een achterneef en zijn gezin. De hellingen zijn verpacht. De druivenranken zijn weg, de pachtboer heeft appelbomen geplant.


Goyen dateert van voor de 12e eeuw, maar is mogelijk veel ouder. Het wordt ook wel Gaiano genoemd en zou die naam te danken hebben aan de romein Gaius. Het ligt dicht bij de Brennerpas, voorheen de verbinding tussen Italië en het Derde Rijk. Op het stationnetje op de Brennerpas hebben Hitler en Mussolini elkaar enkele keren ontmoet. Het microklimaat en de Duits-idolate Tiroler bevolking maakten de omgeving van Goyen geliefd bij de nazi's. Het is een van de schaarse plekken op aarde waar palmen groeien, Duits gesproken wordt en waar je je beschermd weet door besneeuwde bergtoppen.


Zuid-Tirol hoorde tot 1919 bij Oostenrijk en werd met het Verdrag van Saint-Germain aan Italië toegekend. In 1923 zette Mussolini de Italianisering van het gebied in. De Duitse taal werd verbannen; de naam van het kuuroord Meran veranderde in Merano. 75.000 Tirolers verlieten het gebied. Toen de oorlog uitbrak, moesten ook alle buitenlanders Zuid-Tirol verlaten. Mijn overgrootmoeder werd opgehaald en naar Brussel gebracht. Alleen Nettie van Gent, de Twentse hulp, getrouwd met een Tiroler, bleef in het huis achter. Zij was voor de duvel niet bang en sprak in de oorlogsjaren de op Goyen kwartiermakende soldaten streng toe. Ze dienden binnenshuis niet te schieten en het bezit van de familie Van Heek niet in hun legertrucks te laden.


Eind 1943 was Albert Speer, minister van bewapening en munitie, op het toppunt van zijn macht. Hij was verantwoordelijk voor de gehele industriële productie in Duitsland. Daartoe was een miljoenenleger dwangarbeiders aan het werk. Hij behoorde tot de inner circle rond Hitler. In januari 1944 kreeg Speer last van een opgezwollen linkerknie en werd opgenomen in Hohenlychen, een SS-ziekenhuis buiten Berlijn, onder controle van Himmler, een van zijn concurrenten. Na enige weken behandeld te zijn door Gruppenführer und Generalleutenant der Waffen-SS Prof. Dr. med. Karl Gebhardt bevond Speer zich op het randje van de dood. Of dit opzet was, is onduidelijk. Speer vreesde in ieder geval dat Himmler hem probeerde te vergiftigen. Dr. Gebhardt werd bij de Neurenbergprocessen veroordeeld tot de galg vanwege zijn experimenten op gevangenen.


Dankzij een bevriende arts kon Speer op 18 maart 1944 Hohenlychen verlaten. Met een speciale wagon van de Reichsbahn werd hij naar Lazarettstadt Merano in Zuid-Tirol vervoerd, wel nog steeds onder de hoede van Dr. Gebhardt en een escorte van 25 SS'ers. In Salzburg kwam Hitler hem opzoeken. De verhouding tussen de twee mannen, die jarenlang innig was geweest, naderde een dieptepunt.


Slot Goyen was geconfisqueerd en werd op de komst van Speer voorbereid. Hij kwam met zijn gezin in Merano aan. Prof. Dr. Gebhardt werd in het dorp ingekwartierd, de 25 SS'ers namen bezit van Goyen en Speer verbleef met zijn gezin in het pachtershuis dat onder het kasteel ligt. Het was destijds omringd door rijen wijnstokken. Vanaf het balkon keek Speer uit op slot Labers. Het ligt anderhalve kilometer van Goyen, lager op de helling. Labers is nu een hotel; destijds was het een Befehlszentrum, de plek van waaruit 'Aktion Bernhard' werd gecoördineerd. Dat was de grootste vervalsingsonderneming in de geschiedenis, geleid door SS-majoor Bernhard Krüger met als doel de Engelse economie te ontwrichten door het land te overspoelen met valse ponden. De biljetten zouden vanuit vliegtuigen uitgestrooid gaan worden.


De productie van de biljetten vond plaats in concentratiekamp Sachsenhausen-Oranienburg. Een van de experts in het team van 142 vervalsers was de Oekraïener Salomon Smolianoff, die al sinds 1927 Britse ponden vervalste. Er rolden in Oranienburg in totaal 135 miljoen valse ponden van de pers. De biljetten werden gebruikt om agenten in het buitenland te betalen en grondstoffen te kopen. Toen na D-Day de geallieerde troepen naderden, verhuisde het legertje vervalsers met de drukpersen naar concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk. Vandaaruit vluchtte men later door naar Ebensee. Uiteindelijk wierpen de nazi's de nog onaangebroken pakken met valse bankbiljetten niet uit over Engeland, maar in twee extreem diepe Oostenrijkse bergmeren, het Toplitzmeer en Grundlmeer. Nog altijd zijn duikers daar in de zwarte diepte op zoek naar nazischatten. Het plan was de Joodse gevangenen die het vervalsingswerk deden te vermoorden, maar door de snelle nadering van het Amerikaanse leger kwam het daar niet van. De geestelijk vader van de uit slot Labers aangestuurde vervalsingsactie, SS'er Bernhard Krüger, eindigde zijn leven als postzegelhandelaar in Zwitserland.


Mijn vader vertelde dat het Enschedese dienstmeisje Nettie de wind er goed onder had bij de soldaten die op Goyen ingekwartierd zaten, maar bij de SS lukte dat niet. Ze verdreven de verveling in baldadigheid en schoten daarbij op een haar na de knecht van slot Labers dood, die de gewassen aan het besproeien was. De SS'ers doorzeefden met hun Mausers de vaten in de wijnkelder van Goyen, waardoor je in de kelder kon pootjebaden in Weißburgunder, Rheinriesling en Traminer. De SS'ers haalden vrouwen uit het dorp binnen de kasteelmuren en gooiden de poorten achter ze in het slot.


Ondanks de aanwezigheid van Dr. Gebhardt herstelde Speer. Hij verbleef zes weken op Goyen. In totaal was hij drie maanden uit de running. Göring, Himmler en Bormann lieten dat buitenkansje niet voorbij gaan en namen zoveel mogelijk van Speers macht over. Speer voelde zich meer en meer van Hitler verwijderd. Op 19 april 1944, een dag voor Hitlers 55e verjaardag, stuurde minister van bewapening en munitie Albert Speer vanuit Goyen zijn ontslagbrief naar Hitler.


Speer was twee jaar eerder, op 8 februari 1942, verantwoordelijk geworden voor de oorlogsproductie nadat de minister van Bewapening Frits Todt omkwam bij een vliegtuigongeluk. Speer had toen een sterke band met Hitler, een band die door psycholoog Mitscherlich als 'erotisch maar seksloos' werd beschreven: ze vonden in elkaar wat zij in zichzelf misten. Speer had wel een afkeer van Hitlers kleinburgerlijke smaak. Door zijn positie en zijn intieme band met Hitler kwam Speer onvermijdelijk in het krachtenspel van het groepje hyena's rond Hitler terecht - Goebbels, Himmler, Bormann, Göring - allen probeerden zij de Führer voor zich te winnen.


Een dag na verzending van zijn bericht kreeg Speer op Goyen bezoek van industrieel Walter 'Panzer' Röhland die hem smeekte aan te blijven als minister. Later op de dag diende er zich een delegatie aan onder leiding van Feldmarschall der Luftwaffe Erhard Milchen. Die drong er eveneens op aan dat Speer zijn verzoek tot ontslag zou intrekken. Op Goyen sprak Speer daarop tegen de veldmaarschalk de historische woorden: 'Der Führer soll mich am Arsch lecken.'


Vier dagen later werd Speer door Dr. Gebhardt sterk genoeg bevonden om vanuit Goyen naar Hitler te worden gevlogen. In Hitlers huis De Berghof in Berchtesgaden - door het Engelse Homes & Gardens in 1938 beschreven als 'licht en luchtig' - werd Speer hartelijk ontvangen. Hij liet zich door Hitler inpakken en overhalen zijn ontslagbrief te verscheuren. Exact één jaar later, 24 april 1945, zouden de twee mannen elkaar voor het laatst zien, in de Führerbunker in Berlijn, vijf dagen voor Hitlers zelfmoord.


Onder Speers leiding is de Duitse oorlogsproductie in 1944 viermaal zo groot geworden als in 1942. Sommige historici menen dat de oorlog een jaar langer heeft geduurd vanwege Speers organisatietalent. In dat laatste jaar vielen meer doden dan in alle voorgaande oorlogsjaren tezamen. Bij de Neurenbergprocessen betuigde Speer schuld en ontliep als een van de weinige nazi-topstukken de doodstraf.


Zuid-Tirol was een soort niemandsland, al vanaf het eind van de Eerste Wereldoorlog toen het aan Italië werd toegekend. De inwoners waren fervent pro-Hitler omdat zij hoopten dat hij de terugkeer tot Oostenrijk zou bewerkstelligen, maar na de annexatie van Oostenrijk in 1938 kwam Hitler met Mussolini overeen dat hij Zuid-Tirol niet bij het Derde Rijk zou trekken als dank voor Mussolini's steun.


Merano werd na de oorlog het 'Eldorado voor collaborateurs' genoemd. De gevluchte nazi's vonden onderdak in de sanatoria, ziekenhuizen, pensions, hotels, boerderijen, kastelen en berghutten in en rond Merano. Zuid-Tirol was een safe haven. In april 1945 kwamen de families van prominente nazi's vanuit Obersalzberg bij Berchtesgaden naar Merano: de familie van Hitlers persoonlijke secretaris Martin Bormann en Emmy Göring, de tweede vrouw van Rijksmaarschalk Hermann Göring. Emmy Göring leefde vervolgens jaren in Merano. West-Europa werd overspoeld door vluchtelingen: oorlogsmisdadigers, nazi's, collaborateurs, gedeserteerde soldaten, Duitsers en anticommunisten die uit door Russen bezette gebieden vluchtten, dwangarbeiders, ontheemden, soldaten, overlevenden van de vernietigingskampen, Joden op weg naar huis en naar Israël. De wegen krioelden van de mensen.


Oma Scholten werd na de bevrijding in 1945 met de chauffeur en de Buick van een van haar broers naar Zuid-Tirol gestuurd om poolshoogte bij Goyen te gaan nemen. Het was direct na de oorlog lastig papieren en deviezen te krijgen maar via de internationale fabriekscontacten lukte dat. De tocht duurde een week. Europa lag in puin en de wegen waren vergeven van de checkpoints en controles.


Oma reisde over München, Salzburg en de Brennerpas. Dezelfde route waarlangs duizenden nazi's vluchtten. Om vanuit Duitsland Oostenrijk in te komen, maakten de nazi's gebruik van door de Amerikanen ingehuurde Duitse vrachtautochauffeurs die over de Autobahn tussen München en Salzburg met de Amerikaanse legerkrant Stars and Stripes pendelden. Gisela Heidenreich, auteur van een boek over de nazi-ontsnappingsroutes, schrijft dat de lijn van Duitsland naar Zuid-Amerika liep via kloosters in Oostenrijk en een vaste rustplaats in Zuid-Tirol. De Joodse ondergrondse smokkelde tegelijkertijd zoveel mogelijk Holocaust-overlevenden via Italië, langs de Britse havenblokkade naar Israël. Smokkelpaden over de Alpen naar Zuid-Tirol werden bewandeld door nazi's en Joden: de mensensmokkelaars maakten geen onderscheid wie ze over de bergpassen hielpen.


Van 1945 tot 1947 vonden 15.000 mensen die de concentratiekampen hadden overleefd, onderdak in de voormalige Lazarettstadt Merano. Simon Wiesenthal schreef:


I know a small inn near Meran where every now and then, illegal Nazi transports and illegal Jewish transports spent the night under the same roof without knowing about each other. The Jews were hidden on the second floor and instructed not to stir; and the Nazis on the ground floor were urgently warned not to let themselves be seen outside the establishment.


Zuid-Tirol vormde het zenuwcentrum van de stromen vluchtelingen. De nog in omloop zijnde valse ponden van 'Aktion Bernhard' uit slot Labers in Merano kwamen zowel in handen van vluchtende nazi's als van Joden. De door Joodse vervalsers gedrukte biljetten hielpen bij het bouwen van nazi-dorpen in Zuid-Amerika en bij de vestiging van de staat Israël.


Oma Scholten trof Goyen in redelijke staat aan. Nettie had de witte wijn uit de door de ss aan splinters geschoten wijnkelder inmiddels opgedweild. Amerikaanse soldaten wilden voorjaar 1945 Goyen leeghalen, maar Nettie maakte duidelijk dat de familie Van Heek aan de kant van de geallieerden stond. De commandant van de Amerikaanse troepen, kolonel Peter Skalkos, had zijn manschappen ervan weerhouden de huisraad in de legertrucks te tillen. Oma Scholten was hem innig dankbaar en in de naoorlogse jaren kwam de in Heidelberg gelegerde Skalkos nog meerdere malen met zijn bloedmooie dochter of maîtresse, dat was niet geheel duidelijk, in Twente op Het Bouwhuis logeren. Oma Scholten bleef een tijdje op Goyen voordat ze terugkeerde naar Nederland om haar moeder te vertellen dat zij met een gerust hart af kon reizen naar het familiehuis in Merano.


Toen oma Goyen enkele maanden later de tocht langs de ruïnes van Europa gemaakt had en zich op Goyen had geïnstalleerd, vroeg ze per brief aan oma Scholten of zij de set zilveren schalen met ingegraveerde S per ongeluk achtergelaten had. Oma zei dat zij een dergelijke zilverset nooit in haar bezit had gehad. Het drong tot mijn overgrootmoeder door dat het niet de S van Scholten, maar de S van Speer was.


INFO:

Horizon City verschijnt op 12/4 bij AFdH Uitgevers. 480 pagina's, ruim 300 illustraties; prijs 25 euro. Tegelijkertijd zal er in het Enschedese Museum TwentseWelle een tentoonstelling worden geopend met dezelfde titel als het boek, geïnspireerd op tien personen uit het boek. De expositie is samengesteld door fotograaf-kunstenaar Rommert Boonstra. De tentoonstelling is te zien t/m 26/5

+++++


Albert Speer

Berthold Konrad Hermann Albert Speer (1905-1981) was een Duitse architect. Hij verbouwde in 1932 het NSDAP-hoofdkwartier in Berlijn en speelde zich daarmee in de kijker bij der Führer. Speer zou diens rijksbouwmeester en later minister van bewapening worden. Hij bouwde onder andere het vliegveld Tempelhof en het Olympisch stadion van 1936. Hij werd na de oorlog veroordeeld tijdens de Neurenbergprocessen. Terwijl hij zijn straf uitzat in Spandau schreef hij zijn memoires. Zijn zoon, Albert Speer jr. (1934), is ook architect en ontwierp onlangs acht stadions voor het WK in Qatar in 2022.


Jaap Scholten

Jaap Scholten (Enschede, 1963) debuteerde in 1990 met de verhalenbundel Bavianehaar en chipolatapudding. Vijf jaar later verscheen zijn eerste roman Tachtig. Scholtens verhalen bevatten autobiografische elementen: hoofdpersoon Frederik uit Tachtig is, net als Scholten, telg uit een familie van textielfabrikanten. Zijn roman Morgenster (2000), over de treinkaping in 1997 bij De Punt, is net als Tachtig in het Duits vertaald. Sinds 2003 woont hij met zijn gezin in Boedapest, Hongarije. In 2011 won hij de Libris Geschiedenis Prijs voor Kameraad Baron (2010), over de ondergang van de Transsylvanische adel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden