Allochtoon moet ook burger m zijn

Als allochtonen nog onvoldoende zijn geegreerd, moet de overheid er wel alles aan doen om discriminatie bij huisvesting, op de arbeidsmarkt en bij clubs tegen te gaan, meent Sadik Harchaoui....

Sadik Harchaoui.

Met het rapport 'Bruggen Bouwen' kiest de commissie-Blok, over het integratiebeleid, voor gedeeld burgerschap als uitgangspunt. Dit begrip staat ook centraal in het beleid van minister Verdonk van Justitie. Gelet op de uitkomsten van het rapport, worden de verplichtingen echter eenzijdig neergelegd bij allochtonen en wordt voorbijgegaan aan de verantwoordelijkheid van de overheid zelf.

Het beleid moet niet alleen bindend maar ook verbindend zijn. Burgerschap betekent dan: burger mogen, kunnen en willen zijn. De samenleving dient de aanwezigheid en deelname van allochtonen nu eens te aanvaarden en aandacht te hebben voor de diversiteit tussen en binnen groepen. Doorslaggevend blijft echter het individu. Dit uitgangspunt onderschrijft de commissie. Bestrijding van discriminatie en vooroordeel moeten, zoals de commissie terecht stelt, daadkrachtiger ter hand worden genomen. Allochtonen kunnen zich geen burger van dit land voelen als ze aan de poorten van de arbeidsmarkt, instellingen en van vrije tijdsvoorzieningen worden geweigerd. Daarom ook wijzen wij ideeaf om op selectieve gronden rechtsverschillen tussen werknemers te cren. Wat betreft huisvesting, Vinex-locaties moeten beter toegankelijk worden voor allochtonen.

De commissie constateert dat discriminatie actief moet worden bestreden. Daar kan aan worden toegevoegd dat hieraan de afgelopen jaren veel te weinig prioriteit is gegeven. Politie en justitie moeten een actiever vervolgingsbeleid hanteren. Burgerschap veronderstelt anderzijds ook zelfredzaamheid, kritisch vermogen en weerbaarheid. Allochtonen moeten zich niet te snel in de hoek laten drukken. Dat discriminatie en vooroordeel vomt, betekent niet dat alle autochtonen zich daar schuldig aan maken. Behalve de nuance die op dit punt op zijn plaats is, moet erkend worden dat vooroordeel en discriminatie ook binnen en tussen etnische groepen nog te vaak voorkomen.

Veel allochtonen slagen er, blijkens de conclusies van de commissie, wonderwel in vooruitgang te boeken. Ze willen dus burger van dit land zijn. In de eerste plaats betekent dat het onderschrijven van de belangrijke rechtstatelijke fundamenten van onze samenleving. Zij dienen net als autochtonen de waarden en normen in acht te nemen, zoals die in de wet zijn verankerd. Tegelijkertijd leidt dit ertoe dat allochtonen als burger het recht genieten om volwaardig te worden beschermd door diezelfde rechtstaat: geen discriminatie, geen verschillende bejegening in wet- en regelgeving en geen verschil van behandeling in het publieke domein.

Met inachtneming van eenieders verantwoordelijkheid voor de wet, staat de vrijheid om het leven op eigen wijze in te richten en om te emanciperen - net als bij autochtonen - buiten kijf. Beletselen bij bijvoorbeeld het uiting geven aan religieuze opvattingen en partnerkeuze, dienen derhalve getoetst te worden aan algemeen geldende regels. De inburgeringsverplichting die sinds vijf jaar geldt, is een goede opstap voor daadwerkelijke integratie. De commissie constateert dat dit traject te laat (pas in '98) en met te weinig middelen door de overheid is ingezet. Urgenter op dit moment is dat inburgering inhoudelijk goed doortimmerd moet zijn. Alleen door kwaliteit en maatwerk is effectieve inburgering mogelijk. Financi en bureaucratische drempels moeten worden geslecht. Het gevoel van urgentie hierbij ontbreekt nog bij beleidsmakers.

Om burger te kunnen zijn, zijn eveneens gelijke kansen in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, bij de huisvesting en in het maatschappelijke middenveld een voorwaarde. Eigen verantwoordelijkheid van de allochtoon dient hier hand in hand te gaan met de toegankelijkheid van voorzieningen en instellingen. Op dit punt wordt te weinig vooruitgang geboekt.

Het blijft van cruciaal belang om maatregelen voort te zetten waarmee allochtonen aan het werk komen, en blijven. Volgens de bronnenstudie van het rapport van de commissie-Blok zijn immers vooral zeer specifieke convenanten effectief. Dat had richting werkgevers dwingender opgeschreven kunnen worden.

Het inburgeringsbeleid dient gebaseerd te zijn op realistische doelstellingen en middelen. Onrealistische verwachtingen dragen slechts bij aan ongeduld en paniek en vergroten de kloof tussen allochtone en autochtone burgers. En op dit moment is juist niets anders nodig dan bruggen bouwen tussen allochtone en autochtone burgers, tussen politiek en samenleving.

Het past dan ook niet dat diegenen die de commissie hebben ingesteld, nu al de eerste aanzet voor die brug aan het afbreken uit al dan niet partijpolitieke overwegingen. Door, in feite op voorhand, te zeggen dat de integratie is mislukt. Dan heeft discussie geen zin meer. Het beleid mag hiervoor niet gebruikt worden. Daarvoor is integratie, als wederzijds proces, ons te dierbaar.

Sadik Harchaoui is directeur van FORUM, instituut voor multiculturele ontwikkeling.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden