Alles zit aan elkaar vast

Hij is de spin in het web van beleggingen, van torenhoge winsten, van verliezen tot op de bodem. De beurshandelaar is geen marktkoopman meer, geen bluffer en geen vechter, maar een slimme jongen die fris moet blijven....

Het is de dag na weer een zwarte dag. Het is 6 uur en de handelaar ontwaakt. Hij zet CBNC aan, omdat hij wil weten wat Azië heeft gedaan. Wat zal de opening zijn? Hoe zal deze dag gaan?

Het kan altijd slechter.

Zijn vrouw ligt nog te slapen. De Blackberry braakt nieuws en koersen uit. De wires beloven weinig goeds.

Hij is fris, frisser dan hij altijd was. Hij is opgehouden met drinken, al stelde dat al weinig voor. Hij sport, en nu ook elke dag. Hij moet fris zijn, frisser dan ooit. Hij zit midden in de crisis en mag niks missen. Hij heeft zijn hele geest nodig in deze onrustige tijd. De beslissingen die hij nu moet nemen, zijn van levensbelang, ook voor zijn klanten.

In zijn hoofd galmen nog de woorden van de klant die hij de dag ervoor aan de lijn had: ‘Haal me eruit! Haal me eruit!’

‘Waaruit?’, vroeg hij nog.

‘Maakt me niet uit. Als ik er maar uit ben.’

Hij smeert zijn brood.

Zo zal hij achter het scherm zitten, om te spelen tegen mensen die hij niet ziet, tegen allemaal slimme mensen, slimmere mensen dan ooit, slimmer ook dan hij. De dealingroom, voor zover die nog bestaat, is steeds minder het domein van het allegaartje van bluffers en vechters van vroeger. Het zijn nu allemaal hogeropgeleiden. De marktkoopman, die is echt helemaal verdwenen, en de beursvloer zelf natuurlijk ook.

Het heeft zijn invloed gehad op de informatievoorziening. Je hoorde nog eens wat op de vloer. Nu kijkt hij naar schermen, naar vele schermen tegelijk. Het analytische is in plaats gekomen van de handelsgeest. Maar in deze markt maakt het allemaal niets meer uit. De rekenkundige modellen vertellen het nu ook niet.

Niemand weet het meer. Je maakt je zo klein mogelijk, om vooral niet te worden geraakt. Bewegen moet geen pijn doen.

Hij ziet ze overal in de dealingrooms, de quants. Quant is de uit Amerika overgewaaide bijnaam van Quantative Analyst – kwantitatief analist. Cijferbeest.

Het zijn jonge gasten in gebleekte T-shirts, met Mars-wikkels en blikjes cola light om zich heen. Nerds zijn het, al heten ze quants. Ze komen overal vandaan, uit India of Australië, en ze komen bijna altijd uit de bètahoek. Ze promoveerden cum laude in theoretische natuurkunde, sterrenkunde of chemie.

Twintig jaar geleden liep de eerste binnen in de optiehandel, en sluipend hebben ze de macht gegrepen. Niet alleen bij de opties, maar overal. De aandelenhandel namen ze over, de derivatenhadel, de grondstoffenhandel, de hedgefondsen en de obligatiehandel. Sinds een jaar of vijf zijn de quants ook binnen bij de banken en andere financiële instellingen. Die hebben complete eigen afdelingen met quants bij elkaar, zoals bij ABN Amro, waar ze in een van de torens zaten. Vreemde snuiters, vonden de bankiers om hen heen.

De quants zijn de harde number-crunchers, die scenario’s tot op de zestiende decimaal achter de komma kunnen doorrekenen. Ze zien het werk als een wiskundige of intellectuele uitdaging.

Hebzucht? Of, om met Gordon Gekko uit de film Wall Street te spreken: ‘Greed is good’? Die kennen ze niet. Alle clichés die buitenstaanders hebben van de beurshandel – snelle jongens in snelle pakken in snelle auto’s die snel geld verdienen – kunnen overboord.

Een handelaar nu is een bebrilde jongen met piekerig, ongekamd haard die in zijn baseball-shirt (met tekst ‘Why me?’) zit te grinniken achter een van zijn acht schermen.

De nieuwe Masters of the Universe (zoals in Tom Wolfe’s boek Vreugdevuur der ijdelheden), de nieuwe Big Swinging Dicks (naar dat andere Wall Street-boek uit de jaren tachting dat iedereen heeft gelezen: Liars Poker) zijn deze geniale rekenaars.

De quants en de handelaar moeten ook vandaag weer liquiditeit brengen op de markt: ze moeten ervoor zorgen dat er gehandeld kan worden. Dat kopers en verkopers elkaar ontmoeten, dat er deals tot stand komen. Makelaars zijn zij, effectenmakelaars, derivatenmakelaars. Zij leven van het verschil tussen aan- en verkoopprijs. Vroeger kon je daar heel rijk van worden, maar de computer heeft de marges verdund. Rijk worden kan nog steeds, maar heel snel heel rijk – dat is iets van vroeger.

Niet dat de quants daarnaar talen. Voor hen is de financiële wereld een ideale speeltuin. De formules die er gebruikt worden, zijn identiek aan de modellen die in de natuurkunde worden gebruikt in de vloeistofmechanica en de gasdynamica. Wie tien jaar gasdeeltjes heeft bestudeerd, wil weleens wat anders. Iets in de echte wereld.

Hij, de man aan de ontbijttafel, de handelaar die deze jongens aanstuurt, is eigenlijk al te oud, want begin veertig. Dead and gone, voor de quants. History, weet je. Kom op opa!

Vroeger, na een beroerde dag, maar net zo goed na een topdag, nam hij met zijn dertig beursmaten een café over. Als hij nu begint over bier, moet hij eerst uitleggen wat dat ook alweer is.

Hij hoort het ook van zijn collega’s bij de banken: de quants en de bankiers daar praten volkomen langs elkaar heen. Als er iets is misgegaan in de financiële wereld, is dat het. Als zijn cijferaars het mis hebben, gaan zij op hun bek in de handel. Dan zie je de koers weglopen van de modellen. Bij banken werkt dat anders. Daar bedachten de quants producten die niet via de markt werden verkocht, maar die banken onderling sleten. Ook pensioenfondsen en verzekeraars vraten die spullen. Maar nu wil niemand ze meer hebben.

De bèta’s bij de banken hadden geen enkel benul van hoe de echte wereld in elkaar zat. Wij hebben modellen en wiskunde, zeiden ze . De wiskunde klopt altijd, daar is het wiskunde voor. Maar de werkelijkheid, de financiële wereld die de natuurkundigen imiteerden, bleek veel ingewikkelder en menselijker dan in de modellen van nu te vangen is.

Mensen zijn geen waterdeeltjes die altijd op dezelfde manier reageren. In de echte wereld zijn er situaties dat je modellen niet meer werken. Dat je je computer uit moet zetten en op je koopmanschap moet vertrouwen. Dat besef was bij de banken helemaal weg. Niemand begreep de sommen die de quants maakten, maar iedereen geloofde de uitkomsten wel. Het is door de allerslimste mensen ter wereld uitgerekend, het gaat al jaren goed, en dus is het waar – zo werd er tegen aangekeken.

Hoe goed een model ook is, als het niet correspondeert met zijn onderbuikgevoel, dan hebben ze iets gemist. De modellen zijn hulpmiddelen die vooral van pas komen als er niets afwijkends gebeurt. Dan kun je er geld mee verdienen. Maar als het anders loopt, zijn ze waardeloos, of zelfs destructief. Dat is een van de lessen van de tegenwoordige crisis.

Hij heeft de internetcrisis ook meegemaakt – ja ja. Maar die was tenminste overzichtelijk. Toen werd één sector getroffen. Nu kan 25 miljard in 48 uur verdampen. Alles kan verdwijnen, alles zit aan elkaar vast, alles en iedereen kan de volgende zijn. Alles valt om – als hij het maar niet is.

Alle beurswijsheden zijn gesneuveld. Go away in may, come back in september – hij hoort het al jaren. Maar deze septembermaand had hij het liefst op een onbewoond eiland gezeten.

Hij gaat zo naar kantoor, en staat niet te trappelen. Wat staat hem nu weer te wachten?

Hij moet de prijzen in lijn houden. Zijn positie moet altijd risiconeutraal zijn. Ze vallen bij bosjes, maar hij moet keurig in het midden blijven. Meer kan je als handelaar niet doen op dit soort dagen, en dat is al moeilijk genoeg.

Juist nu moet je posities zoveel mogelijk hedgen, verzekeren zeg maar. Aan de upside én de downside, want de koersen gaan als een wilde op een neer. Vijf procent winst kan in een uur omslaan in een enorm verlies.

Hij moet alles zien. Hoe gaat Londen? Hoe ziet het orderboek eruit? Wat doen de parameters van de modellen? Wat drijft de termijnmarkt? En hoe voelt het? Zijn er wel kopers? Waar zijn de kopers?

Waar doet hij het allemaal voor? Voegt hij eigenlijk wel iets toe aan de samenleving? En al die bèta’s, al die slimme jongens? Moeten die geen briljante medicijnen ontwikkelen, theorema’s bewijzen of nieuwe energiebronnen uitdokteren, in plaats van aandelen heen en weer te schuiven? Zitten zij nou wel op hun plek, of heeft de belofte van geld en beweging hen naar een verkeerde baan gelokt?

Ja, hij is dus filosofischer geworden, door al deze ellende. Hij houdt zich vast aan waar hij zich aan vast kan houden. Hij maakt geen meubels, wil hij maar zeggen. Wat hij maakt, kan hij niet eens grijpen. Hij verleent een dienst, geeft een stukje rendement aan de mensen, de bedrijven.

Of Petrus bij de hemelpoort zal zeggen: loop jij maar door – hij betwijfelt het. Hij verdient al jaren goed zijn brood, maar of de maatschappij er iets aan heeft. Of zijn gezin. Of de school van zijn kinderen.

Nooit gedacht dat dit soort gedachten hem zouden overvallen.

Maandag dacht hij opeens aan de aanslag op de Twin Towers. Dat gevoel van de eerste vijf minuten. Niemand wist wat er aan de hand was. Niemand wist of het wel echt was. De handelaar heeft qua gevoel hetzelfde, al is het qua mensenleed totaal anders.

Het is financieel leed. Maar de impact is hetzelfde. Hij voelt zich even machteloos. Ja, zelfs hij, na al die jaren in de handel. Wie haalt hem er eigenlijk uit?

Al die gedachten, man. En de dag moet nog beginnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.