'Alles wat we zelf kunnen, doen we ook'

Zorg is duur, de overheid treedt terug. Steeds meer ouderen regelen de zorg daarom onderling. Met professionals waar nodig en met oog voor elkaar: 'de tuin doen, een praatje maken'.

ELSENDORP - Elke morgen gaat Riek Lankveld (76) met haar scootmobiel naar de dorpsschool om een half uur lang vier leerlingen uit groep 4 te helpen met lezen. Het is haar oude vak, ze was onderwijzeres. Ze is een van de actieve ouderen in Elsendorp in de Brabantse Peel. Haar dementerende man, die thuiszorg krijgt, verzorgt als oud-tuinder tuintjes bij Elsendorpers die dat niet meer kunnen. Als Riek boodschappen doet, gaat hij mee om haar in en uit haar scootmobiel en de auto te helpen.


In Elsendorp (ruim duizend inwoners, 10 procent ouder dan 75) zorgen ze voor zichzelf. 'Alles wat we zelf kunnen doen, doen we ook', zegt Hannie Penninx-Donkers. Ze is er sinds 2007 dorpsondersteuner. De hulp die bewoners elkaar kunnen bieden of van buiten nodig hebben, regelen ze zelf via de commissie Zorg op Maat. 'Tegenwoordig vertrekken er veel minder ouderen naar verzorgingshuizen elders. Nog maar twee sinds wij in 2007 begonnen.'


Het aantal ouderen stijgt, de zorg dreigt onbetaalbaar te worden, de overheid treedt terug. Sociale netwerken kunnen de kosten beheersbaar houden en de hulp op peil, zegt minister Edith Schippers van Volksgezondheid bij herhaling. Ze wordt op haar wenken bediend, lijkt het. Steeds meer ouderen en hun omgeving nemen zelf het initiatief om hulp en ondersteuning te organiseren, het liefst dicht in de buurt. De coöperatie, de klassieke vorm van zelforganisatie, waarbij de leden het voor het zeggen hebben, wordt daarbij steeds populairder.


Alleen al het bestaan van de dorpsondersteuner drukt de zorgkosten in Elsendorp. Penninx, zelf afkomstig uit de zorg, staat voor acht uur per week op de loonlijst van de plaatselijke welzijnsinstelling. In werkelijkheid werkt ze veel meer: in het kleine Elsendorp bellen mensen haar of spreken haar aan op straat. 'Ik leg verbindingen tussen mensen die om hulp vragen en mensen die willen helpen. Met het opknappen van de tuin, voor een praatje of een klusje. Of voor het regelen van thuiszorg.' Met als resultaat, zo blijkt uit onderzoek van de provincie Noord-Brabant uit 2010, dat bijna alle verzoeken aan de gemeente voor huishoudelijke hulp, vervoer of woningaanpassing (tot dan toe 115), onderling zijn opgelost. De gemeente hoefde slechts negen keer in actie te komen.


Door bundeling van krachten is het in Elsendorp gelukt de vaste hulpverleenster terug te krijgen, die nog tijd heeft voor een kopje koffie. Via een klein thuiszorgbureau uit Eindhoven. De grote thuiszorginstellingen uit de omgeving zeiden daar niet toe in staat te zijn. Nu doen hulpverleensters uit Elsendorp het, die formeel in dienst zijn van de Eindhovense instelling.


Voor verandering moet je het niet hebben van bestaande instituten, zegt Jacques Allegro (72), oprichter en voorzitter van Nederlands jongste zorgcooperatie, StadsdorpZuid, midden in Amsterdam. 'In Nederland zijn veel meer mensen afhankelijk van instituties dan elders in Europa. Als er in de zorg een tekort aan handen is, moeten we andere handen aanspreken.' Ouderen tussen de 55 en 75 zijn vaak nog best in staat hulp te bieden aan de echte senioren, denkt de voormalig hoogleraar Arbeid en Gezondheid.


Stopwatch

In het stadsdeel Oud-Zuid - dat relatief veel oudere, hoogopgeleide bewoners telt met een goed inkomen - helpen de 240 leden van het Stadsdorp elkaar om zo lang mogelijk thuis te kunnen blijven wonen en vereenzaming te voorkómen. Hulp en vriendendiensten over en weer zijn daarbij net zo belangrijk als bridgeavonden, concertbezoek en het uitwisselen van tips over betrouwbare klusjesmannen. Thuishulp wordt indien nodig geleverd door vaste krachten en niet door telkens andere hulpverleensters die binnenkomen met de stopwatch in de hand.


Alleen al in Brabant zijn nu vijf 'coöperatie-achtige' initiatieven actief, zegt Ad Pijnenborg (67, oud-directeur verzorgingshuis), voorzitter van de eerste zorgcoöperatie van Nederland, opgericht in 2005. Daarnaast zijn er twintig 'volgers', dorpen die overwegen er een te beginnen. Zij beseffen dat zij geen gesprekspartner kunnen zijn voor machtige partijen als zorgverzekeraars, grote zorginstellingen en provincies. Inmiddels hebben ze zich verenigd in een platform. 'Ze moeten niet meer om ons heen kunnen', zegt Pijnenborg. 'Als wij niet groter worden, graven we ons eigen graf. Dan worden we weggevaagd.'


In het Brabantse dorp Hoogeloon wijst Pijnenborg trots op twee grote, vrijstaande huizen in aanbouw. In het ene komen, na jaren van procedures, eind dit jaar zeven dementerende ouderen uit Hoogeloon te wonen. 'Als het kan tot de dood.' De andere woning is bedoeld voor mensen met een verstandelijke handicap. Hij ziet 'de villa's' als het nieuwste succes van de coöperatie.


In Hoogeloon (2.200 inwoners, naar schatting eenderde boven 65) wonen veertien ouderen zelfstandig in een wijkje. In een steunpunt kunnen ouderen uit het dorp terecht voor een warme maaltijd, koffie, de bieb en gezelligheid. Professionals uit naburige instellingen leveren de zorg. Pijnenborg rekent erop dat ook bij de nieuwe huizen de familie de handen uit de mouwen steekt. 'Als ze hun moeder kunnen wassen zolang ze nog thuis woont, kan dat straks natuurlijk ook.'


COöPERATIES OUDEREN WEERSPIEGELEN TREND

De zorgcoöperaties van ouderen passen in een tijdsbeeld. De laatste jaren zijn op allerlei terreinen tientallen burgerinitiatieven ontstaan, blijkt uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut. De financiering is divers en vaak karig: wat subsidie van de gemeente, eigen bijdragen van de leden, bar-inkomsten. In Hoogeloon deed een woningbouwstichting mee bij de bouw van de 'villa's'; liefdadigheidsfondsen helpen StadsdorpZuid in Amsterdam.


'Mensen organiseren zich niet louter omdat de terugtredende overheid het laat afweten', zegt onderzoekster Astrid Huygen. Ook de toegenomen mondigheid van de burger speelt mee. 'Maar de overheid moet niet zich niet te passief opstellen en oog hebben voor wat er leeft aan eigen initiatieven en die ondersteunen.'


Het oude maatschappelijk middenveld, ontstaan in het verzuilde verleden, lijkt dat beter te begrijpen. Sinds 2010 brainstormen kopstukken van het pensioenfonds voor zorg en welzijn PGGM, enkele grote nonprofit-zorgverzekeraars, de Rabobank en woningcorporaties over wat zij noemen 'Het nieuwe oud worden'.


Tot dusver hebben ze 2 miljoen euro geïnvesteerd in initiatieven om de zorg toegankelijker te maken. Dit najaar presenteert het middenveld zijn plannen. 'We stoppen allemaal geld of menskracht in de pot', zegt Michel van Schaik, Rabodirecteur gezondheidszorg. 'Het is een cadeautje aan de samenleving. Wij zijn bezig de solidariteit nieuw leven in te blazen op een manier die past bij deze tijd.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden