Alles wat een renner kan wensen

Nergens leven en trainen zo veel wielrenners als in het Catalaanse Girona. 'Alles wat je hier verzint, is al een keer eerder uitgevonden.'

GIRONA - Hé renners van Garmin een zijstraat in. En is dat niet het appartement van Robert Gesink, waar de was buiten hangt te drogen?


Het is een frisse lentedag in Girona. De lunch is aanstonds en dus slalommen ook de laatste profwielrenners over de terrassen, terug naar hun appartement. Wanneer de gezamenlijke ochtendtraining erop zit, steken ze hun arm op naar elkaar. Morgen zien ze elkaar vast weer. Of anders overmorgen.


Het zijn er deze ochtend lang niet zoveel als normaal, zo zal het Nederlandse bezoek later te horen krijgen. Het heeft te maken met de overvloedige regenval die in Catalonië is voorspeld. Renners houden niet van regen, dus is Robert Gesink vandaag voor de buien uit gereden. Een korte achtervolging met de auto loopt op niets uit: de streek rond de stad kent te veel vluchtroutes.


De kopman van de Rabobankploeg tijdens de Tour - en deze week in het Critérium du Dauphiné- is aan zijn tweede jaar bezig in Girona. Een verplichting was zijn gang naar Spanje niet, vertelt hij aan de keukentafel. In Nederland was hij ook wel in staat geweest zich op zijn wedstrijden voor te bereiden. 'Alleen gaat het nogal vervelen als je elke dag zeven uur lang rondjes over de Elkersberg of de Posbank moet rijden.'


Nu keert hij alleen nog naar de Achterhoek terug als hij in Nederland of België een wedstrijd moet fietsen, of wanneer hij even vrij is. Maar omdat Gesinks programma bijna geen rustmomenten toelaat, verblijft hij het grootste deel van de tijd in Girona.


Hij heeft er alles wat een profrenner zich kan wensen, zegt hij. Vriendin Daisy kookt, wast en doet de boodschappen. De Spaanse masseur komt aan huis en de omgeving rond de stad leent zich voor elke denkbare vorm van training. Gesink kan er klimmen, op het vlakke rijden en zijn benen testen op de puntige heuveltjes in de glooiende stad. Wil hij tegen de wind in fietsen, dan ligt de kust op nog geen 40 kilometer afstand op hem te wachten.


Het is vooral de variatie die een verblijf in Girona aantrekkelijk maakt voor een profrenner, vindt Gesink. In wezen verschilt het niet veel van andere Spaanse steden met nog geen 100 duizend inwoners. Het wordt in de winter nooit kouder dan 5 graden en kan in april al voelen als hoogzomer. Maar die andere steden hebben geen vliegveld dat lijnvluchten aanbiedt naar bijna alle Europese landen, waaronder Nederland.


Zestig renners, mannen en vrouwen, verblijven in Girona, schat Koen de Kort. De renner van Skil-Shimano streek vier jaar geleden neer in Palamós, een kustplaats op nog geen uur fietsen van Girona. Het kwam zijn ontwikkeling als tweedejaars prof bij het Spaanse Liberty Seguros zonder meer ten goede, zegt hij. Maar hij was wel de enige Nederlander in Palamós.


Toen hij vorig jaar bij een bezoek aan Girona een appartement te huur zag staan, wist hij meteen wat hem te doen stond: hij belde het nummer op het aanplakbiljet. Niet veel later maakte hij ook deel uit van de intercontinentale mix van profs, die bestaat uit allerlei typen renners van uiteenlopende leeftijden.


Steven Kruijswijk, de nieuwste Nederlandse troef voor het grote rondewerk, is behalve de ploeggenoot ook de buurman van Gesink. Dennis van Winden, een andere Raborenner, woont even verderop en deelt zijn appartement met Theo Bos, de sprinter die veel vaker niet in Girona is dan wel. De Kort: 'Ze delen samen de huur. Dennis zegt daarom weleens: Theo is de beste huisgenoot die ik mij kan wensen.'


De Rabo-coureurs vormen, net als die van Sky, BMC en HTC-Highroad een smaldeel in de stad die vooral door collega's van Garmin-Cervélo wordt bevolkt. Ruim de helft van de Amerikaanse ploeg woont in de stad, waar ook de nieuw gebouwde, drie hallen grote materiaalloods is gebouwd. Ideaal, noemt manager Vaughters de situatie.


Ouderen als Christian Vande Velde, David Millar en David Zabriskie leven met hun gezin aan de rustige rand van Girona. De minder ervaren renners verkiezen de drukte en wonen nabij de ramblas of de Pont de Pedra, de Stenen Brug die als vaste verzamelplaats voor de ochtendtrainingen geldt.


De Ocine-bioscoop is het andere centrale vertrekpunt. Vanaf hier leidt Peter Stetina het bezoek uit Nederland op zijn fiets rond door de omgeving. 'Ik ben zomaar een paar wegen ingeslagen', zegt de jonge Amerikaan na afloop achteloos. Maar de rondgang van een uur onder een waterig zonnetje is jaloersmakend.


De stad uit gaat het in een noodvaart langs de kerk, over heuvels en door bossen, langs open velden en vrijstaande villa's met palmbomen. Toch denkt Stetina niet dat hij de eerste is die deze route, hoe divers ook, heeft bedacht. Want of het nu de 970 meter hoge Pujada a Rocacorba is, waar slechts een weg naar de top leidt, of de Els Angels, die door de renners al vlot tot Hells Angels-klim werd omgedoopt: 'Alles wat je hier verzint, is al een keer eerder uitgevonden.'


Misschien wel door Johnny Weltz, de ploegleider van Garmin-Cervélo. Hij claimt dat hij als renner Girona in de jaren tachtig ontdekte. Pas in de jaren negentig zouden Lance Armstrong, George Hincapie en Tyler Hamilton, diens steunpilaren van de US Postalploeg, volgen.


Het huis dat de zevenvoudig Tourwinnaar bewoonde aan de Carrer de la Força (de Straat van de Kracht) laat zich ook jaren na zijn terugkeer naar Amerika moeiteloos raden. Een groter en luxueuzer ogend appartement is in de smalle straat niet te vinden. Dat Armstrong er verbleef wanneer hij zich in Europa terugtrok, heeft de populariteit van het autovrije Girona ongetwijfeld goed gedaan.


De Kort: 'Tegen jongens van mijn ploeg zeg ik weleens: je kunt wel in Nederland wonen en keer op keer naar Limburg rijden om goed te kunnen trainen. Maar dan ben je misschien twee uur onderweg om daar te komen. Dan kun je beter hier zijn. Heb je nog het hele jaar mooi weer ook.'


De progressie die renners boeken in Girona, waar ze met hun navigatie-setje en laptop hun routes thuis uitstippelen, wordt voor een groot deel aan hun woonplaats toegeschreven. Kruijswijk ruilde zijn achttiende plaats in de Giro van 2010 dit jaar in voor de negende. De 23-jarige Stetina eindigde als 22ste.


In zijn favoriete koffiebar zegt de Amerikaan: 'Als renners hebben we er behoorlijk veel voor over om hier te kunnen zijn. Je hoeft je alleen op het wielrennen te concentreren. Dat geeft rust. En als iets je niet duidelijk is, kun je het altijd aan iemand anders vragen.'


Stetina hoeft er slechts zijn stem voor te verheffen. Zo veel ploeggenoten wonen er in zijn appartementencomplex aan de markt, dat het tot YMCA is omgedoopt. De galerij is bezaaid met fietsen. 'Iets anders is hier moeilijk te betalen', zegt Stetina. De makelaar even verderop biedt appartementen van 85 vierkante meter aan. Vraagprijs: 500 duizend euro.


Er wordt dus vooral gehuurd, liefst in het centrum met zijn terrasjes en uitgebreide warenmarkt. Het gevolg: concurrerende wielrenners lopen elkaar geheid een paar keer per week tegen het lijf. De Kort: 'Voor het trainen is het handig om altijd iemand te weten met wie je mee kunt. Maar het kan ook te druk worden, met constant mensen om je heen.'


Stetina: 'Laatst kwam ik op de rambla vier profs tegen. Met sommigen ben ik bevriend, maar niet met iedereen. Met hen maak je een praatje en zeg je: hé, keertje trainen samen? Terwijl je allebei allang weet dat dat toch niet gaat gebeuren.'


Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.