Alles was beter voor Guarani-Kaiowá-indianen voordat de blanken er waren

Niemand weet precies hoe het was voordat 'de blanken' er waren. Maar dat alles toen beter was, daar twijfelen de Guarani-Kaiowá-indianen niet aan.

Araldo Veron, lokaal opperhoofd. Beeld Leonardo Wen

'De blanken hebben onze bossen gekapt, ze vergiftigen onze aarde', zegt Julia Cavalheiro. De 79-jarige indiaan kijkt misprijzend naar de akkers die haar huisje omringen. 'Volgens hen is dat beschaving', zegt ze met een hoofdbeweging naar de rokende ethanolfabriek in de verte. 'Ons noemen ze onderontwikkeld.'

Cavalheiro woont met haar familie in Taquara, in de Braziliaanse deelstaat Mato Grosso do Sul. De plaatsnaam stamt uit de tijd dat het gebied bestond uit dichtbegroeid bos, waar de Guarani-Kaiowá naar hartenlust konden jagen en verzamelen. Maar op Google Maps bestaat Taquara niet. Het heet 'Fazenda Brasilia do Sul', Landgoed Brasilia van het Zuiden, onderdeel van gemeente Juti. Met de naam zijn ook de bomen verdwenen. Wat rest is een groene woestijn van mais, soja en suikerriet.

Drie tieners van de Veron familie. Beeld Leonardo Wen

'Ons land'

Cavalheiro en zo'n honderd andere families hebben stukken akker weggekapt en er kleine huizen van hout, plastic en golfplaten neergezet. 'Illegale indringers', vindt de eigenaar van het landgoed. Zelf zien de indianen dat anders. 'Wie is hier nu de indringer?', zegt Araldo Veron, de 48-jarige zoon van Cavalheiro en lokaal opperhoofd. 'Dit is ons land.' Veron heft zijn handen verontwaardigd in de lucht: 'De zogenaamde eigenaar heeft zijn giftige mais boven op onze voorouders geplant.'

'Kijk, dit is de deelstaat', vertelt Veron terwijl hij met een tak een grote cirkel in de rode aarde tekent. Hij maakt acht kleinere cirkels op de geïmproviseerde landkaart. 'Dit zijn de indianenreservaten waar we sinds halverwege de vorige eeuw gedwongen wonen.' Hij bekijkt zijn tekening, krabt even met de tak tussen zijn tenen, en tekent een worstachtige vorm in het midden van de kaart. 'Dit is Taquara', zegt hij. 'De regering heeft bepaald dat deze 9.700 hectaren aan ons toebehoren, maar de eigenaar weigert te vertrekken.'

In Brazilië hebben inheemse volkeren recht op het land van hun voorouders. Dat staat in de grondwet die in 1988 werd geschreven als kroon op het einde van de dictatuur. Regeringsinstituut Funai kreeg de taak antropologisch onderzoek te verrichten om te bepalen welk land de indianen toebehoort.

Julia Cavalheiro laat iets aan haar kleinzoon zien op haar mobiele telefoon. Beeld Leonardo Wen

Brazilië als economische grootmacht

Bijna dertig jaar later heeft Funai ruim zeven vierkante kilometer land in Mato Grosso do Sul als inheems bestempeld, zo'n 2 procent van het totaal. Maar die zeven vierkante kilometer zijn begroeid met soja, mais en suikerriet, of er lopen koeien. De eigendomspapieren van de boeren stammen uit de tijd van dictator Getulio Vargas (1937-1945).

Vargas droomde van een geïntegreerd, modern Brazilië, een economische grootmacht. Hij lokte inwoners uit de steden naar onontgonnen uithoeken, en deed hen grote stukken land cadeau. Als enige tegenprestatie verwachtte hij dat ze de grond productief maakten. Dat er indianen woonden op dat land, daar had niemand het over.

Leren leven als blanken

In 1910 hadden de autoriteiten immers al besloten dat de indianen 'geciviliseerd' moesten worden. Er kwam een Service voor de Bescherming van Indianen (SPI), een instantie die tot doel had de inheemse bevolking te assimileren en te integreren. In de acht reservaten moesten indianen 'leren leven als blanken'. Missionarissen stonden klaar om de indianen van hun 'heidense' goden te ontdoen, artsen namen het werk van sjamanen over.

De nieuwkomers van Vargas gebruikten het land aanvankelijk voor veeteelt. De indianen die nog op het land woonden, zagen zich gedwongen onder slavernij-achtige omstandigheden hun eigen land te ontbossen. Veel van hen verhuisden liever naar de reservaten. In jaren vijftig en zestig, als alle bomen zijn gekapt, zijn de laatste indianen naar de reservaten gejaagd.

In de decennia die volgen, stappen veel boeren over op de lucratieve soja- en suikerriet-industrie. Dan krijgen ze plotseling van Funai te horen dat hun eigendomsrechten vervallen omdat het land is aangewezen als inheems grondgebied. De wet voorziet niet in een schadeloosstelling, eigenaren worden geacht zonder morren afstand te doen van soms duizenden hectaren land. Ze zijn woedend en vechten het besluit aan bij de rechter. Anderen huren knokploegen in om de indianen van het land te verjagen.

Lucio Damalia. Beeld Leonardo Wen

Knokploegen

Een harde wind doet de maisplanten ruisen, een dreigend zwarte lucht komt langzaam dichterbij. Araldo Veron loopt met zijn broer en medicijnman Ernesto door het veld, bij een grote steen met een rood kruis houden ze halt. 'De knokploegen van de landeigenaar kwamen midden in de nacht', vertelt Veron. ' Ze sloegen het hoofd van mijn vader op deze steen kapot. Daarna vergrepen ze zich aan onze vrouwen. Wij zaten op de grond, vastgebonden.'

Ernesto kijkt omhoog, naar de bliksemschichten die in de verte oplichten boven de maisvelden. Hij prevelt wat, schudt met zijn van gedroogde pompoen gemaakte sambaballen. 'Ik bid', legt hij uit. 'In de hoop dat de regen wegblijft.' Hij kijkt opnieuw naar de lucht. 'De bliksem zal ons niet raken', verzekert hij. 'De bliksem heeft een vaste route, jullie blanken begrijpen dat niet.'

De broers begroeven hun vader enkele honderden meters verderop. Ernesto strijkt de aarde van een grafsteen, plukt wat gras weg. 'Hier ligt ook mijn andere broer, Antonio', zegt hij zacht. 'Zijn vrouw was acht maanden zwanger die nacht dat ze mijn vader vermoordden. Door de verkrachtingen verloor ze de baby.' Hij weifelt even, zoekt naar de juiste woorden. 'Antonio kon niet omgaan met zijn gedachten', zegt hij tenslotte. 'Hij heeft zich opgehangen.'

Vanila Alves Valentim en haar man Derli Vieira Roacha. Beeld Leonardo Wen

Een stukje land

Op het kerkhof liggen nog zestig indianen die in de loop van de jaren in het conflict om het leven zijn gekomen. Tussen de hoge begroeiing zijn de houten kruizen nauwelijks zichtbaar. 'We vragen echt niet zoveel', zegt Ernesto. 'We willen een stukje land. Niet om het vol gif te stoppen of er rijk van te worden, maar om ermee samen te leven. We willen de rivier gezond maken, zodat de vissen terugkomen. We willen het land weer tot leven brengen.'

De oorlog in Mato Grosso do Sul is een ideologische strijd. Een gevecht tussen de rationele wetten van het kapitalisme en de op eeuwenoude spiritualiteit gestoelde logica van de indianen. Tussen het westerse idee van vooruitgang en een meer holistische kijk op ontwikkeling. De indianen verwerpen de genetisch gemanipuleerde gewassen en het landbouwgif, grootgrondbezitters gruwelen bij de kleinschalige en inefficiënte landbouw die de indianen voor ogen hebben.

Theo Fernandes Veron. Beeld Leonardo Wen

Grimmig

'Wie wil er nou in het bos wonen?' Lucio Damalia, voorzitter van de rurale vakbond, schudt moedeloos zijn hoofd. 'Die zogenaamde indianen willen toch ook gewoon een mobiele telefoon en wifi? Als ze land willen, moeten ze het maar kopen.' Damalia heeft geen goed woord over voor de indianen die het land van de vakbondsleden bezetten. 'In de Verenigde Staten mag je indringers gewoon neerschieten', zegt hij. 'Hier in Brazilië worden ze door de regering beschermd.'

Damalia zit op de zachtleren bank in zijn kantoor in Dourados. Op de grond ligt een koeienhuid, aan de muur hangt een fotogalerie met afbeeldingen van zijn voorgangers: Europees ogende mannen in statige pakken. 'Onze sector is de motor van de Braziliaanse economie', zegt Damalia en toont de cijfers. De agrarische sector levert bijna een kwart van het bruto binnenlands product, en is goed voor bijna de helft van de export. De economie kwakkelt al jaren, maar de plattelandsproductie groeit gestaag. 'Zonder ons is Brazilië verloren', aldus Damalia.

Wetswijzigingen

De besluiten van Funai leiden ook op andere plaatsen tot conflicten, maar nergens is de oorlog grimmiger dan in Mato Grosso do Sul. 'De grondwet is bedacht met de Amazone in het achterhoofd', zegt Marcos Homero, als antropoloog werkzaam voor het Federaal Openbaar Ministerie. 'Daar wonen de indianen nog steeds in hun oorspronkelijke leefgebied en heeft niemand eigendomspapieren. De situatie hier is totaal anders. Hier vragen de indianen land dat al decennialang andere eigenaren heeft. Die eis kwam onverwacht, maar de indianen staan wel in hun recht.'

Daar komt binnenkort wellicht verandering in. Het Congres, waar de grootgrondbezitters een grote stem hebben, debatteert momenteel over twee wetswijzigingen die grote gevolgen hebben voor de indianen in Mato Grosso do Sul. De eerste wet bepaalt dat indianen alleen aanspraak kunnen maken op het land van hun voorouders als ze daar in 1988 nog woonden (het moment dat de grondwet van kracht ging). De tweede wet maakt een eind aan de rol van Funai. Besluiten over inheems grondgebied worden dan voortaan door het Congres genomen.

De vorig jaar aangetreden president Michel Temer is voorstander van de wetswijzigingen. Hij is vastberaden de economie op de rails te krijgen en doet wat nodig is om de exporteurs te paaien. Temer heeft de conservatieve baptistenpastoor Antônio Costa aangewezen als directeur van Funai. Costa vindt dat 'indianen moeten integreren en productief moeten worden'. Ook de nieuwe minister van Justitie zei dat 'het uit moet zijn met de discussie over land, want land vult geen magen'.

Mistroostige reservaten

De indianen zijn moe van het leven in mistroostige reservaten. Bij de oprichting waren die reservaten al te klein, nu is de situatie voor de 40 duizend Guarani-Kaiowá helemaal onhoudbaar geworden. Werkloosheid, alcohol en drugsverslaving vormen het grote probleem, de zelfmoordcijfers onder de Guarani-Kaiowá behoren tot de hoogsten ter wereld.

In het Jaguapiru-reservaat aan de rand van Dourados ligt het vuil hoog opgestapeld. Piepjonge meisjes verkopen hun lichaam voor een habbekrats, jongens scheuren doelloos rond op brommers en bejaarden zitten apathisch voor hun eenvoudige huisjes. Sommige indianen ontvluchten de reservaten en vestigen zich in sloppenwijken in de steden. Anderen bouwen krotten langs de snelweg, waar ze stoïcijns toekijken hoe de vrachtwagens vol soja en suikerriet langsdenderen.

Een jaar geleden besloten inwoners van het Jaguapiru-reservaat om tweehonderd hectaren land te kraken, pal naast het overvolle reservaat. Het gebied is niet door Funai erkend, er loopt niet eens een onderzoek. 'Ze bezetten het om de autoriteiten tot actie aan te sporen', aldus antropoloog Homero. 'Pas als er sprake is van conflicten en onrust, begint de trage bureaucratische molen van Funai te draaien.'

Nachtmerries

Vanilda Valintin (34) had samen met haar man een melkveehouderij van 19 hectaren in het bezette gebied. 'We werden midden in de nacht wakker van geschreeuw', vertelt Valintin. 'Ik keek uit het raam en ons huis was omsingeld door indianen met beschilderde gezichten. Ze droegen fakkels en zwaaiden met speren en pijl en boog.' De boerin trekt haar jongste zoon tegen zich aan en strijkt hem over het hoofd. 'Hij heeft er maandenlang nachtmerries van gehad.'

Halsoverkop vluchtten ze het huis uit, sindsdien woont het echtpaar met hun drie kinderen enkele honderden meters verderop in een oude schuur van een kennis. Een deel van de koeien hebben ze kunnen redden, hun honden zijn door de indianen vermoord. 'Zij wonen nu in ons huis, ze gebruiken onze spullen', aldus Valintin met van emotie overslaande stem. 'Wij zijn geen grootgrondbezitters. We hebben geen geld om bewapende beveiliging in te huren, of om dure advocaten te betalen.'

Bekijk meer beelden

Wilt u meer foto's van deze indianen in Brazilië zien? Bekijk dan deze fotoreeks.

Beeld Leonardo Wen

Integreren

'Ik heb mijn hele leven keihard gewerkt', zegt Valintins man Derly Vieira (58) eveneens met tranen in zijn ogen. 'Toen we die grond kochten, stond er niks. In vijftien jaar tijd hebben we ons huis en bedrijf opgebouwd.' Hij kijkt naar zijn oudste dochter, die zachtjes heen en weer wiegt op een houten schommel naast de schuur. 'Mijn kinderen hadden allemaal een eigen kamer', zegt hij. 'We hadden fruitbomen, een kaasmakerij, een plek om oud te worden. Nu zijn we alles kwijt.'

Vakbondsvoorzitter Damalia heeft al zijn hoop gevestigd op de politiek. Hij gaat ervan uit dat de twee omstreden wetten worden goedgekeurd en voor eens en voor altijd afrekenen met de opstandige indianen. 'Privébezit is heilig, de politiek moet een eind maken aan die illegale bezettingen', zegt hij. 'Indianen moeten gewoon integreren in de Braziliaanse samenleving.'

Voor de indianen is dat geen optie. 'Als ze die wetten goedkeuren is het oorlog', zegt Veron fel. Zijn broer Ernesto spuugt op de grond, zijn ogen schieten vuur. 'Ik schiet als het moet een pijl door president Temer', aldus de medicijnman.

Ook Lucia Cavalheiro, de moeder van de mannen, is vastbesloten te sterven op het land waar ze werd geboren. 'Ons bloed zal in deze aarde rust vinden', zegt ze. 'Op welke manier dan ook.'

Rellen

Duizenden Braziliaanse indianen hebben deze week voor het parlement in Brasilia gedemonstreerd voor hun rechten. Het kwam daarbij tot rellen met de oproerpolitie, waar zij met speren en pijl-en-bogen stonden tegenover het traangas en dienstpistolen van de agenten. Het parlement overweegt de rechten van indianen op hun voorouderlijke grondgebied, zoals vastgelegd in de Grondwet van 1988, ongedaan te maken. De indianen verzetten zich daar op alle mogelijk manieren tegen: de Xucuru-indianen hebben bijvoorbeeld bij het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten een rechtszaak aangespannen tegen de Braziliaanse staat om de regering te dwingen vaart te maken met het nakomen van oude beloften.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden