Alles van waarde

Welke schatten dit weekeinde zijn gestolen uit het Nationale Museum van Bagdad is nog niet precies duidelijk. Dat de schade onvoorstelbaar groot is, staat wel vast....

'Het is nog erger dan ik dacht, ik word hier werkelijk niet goed van', zegt de kunsthistorica Lucinda Dirven. De onderzoekster aan de Universiteit van Amsterdam heeft net een verslag in de Washington Post gelezen van de plundering van het Nationale Museum van Bagdad, afgelopen weekeinde. Eén kleine passage is keihard aangekomen.

Nabhal Amin, onderdirectrice van het museum en inmiddels beroemd omdat ze op tv schreeuwend achter de plunderaars aanrende, leidt de Amerikaanse verslaggever rond langs lege vitrines, brokstukken en verscheurde dossiers. 'Ze wijst twee beelden aan van goden op de troon. Ze zijn onthoofd. Ik weet precies welke beelden dat zijn.'

Vorig jaar maart nog stond Dirven op dezelfde plek en bewonderde de sculpturen. Ze was in Bagdad om beelden te inventariseren die het museum bewaart uit Hatra, een Parthische stad uit het begin van de jaartelling die drie aanvallen door de Romeinen weerstond. De stad zelf staat op de wereldranglijst van de Unesco, de beelden zijn van onschatbare waarde. 'Ik hoop dat ze nog gerestaureerd kunnen worden', verzucht Dirven.

De onthoofde goden zijn maar twee van de mogelijk 170 duizend archeologische schatten die de afgelopen dagen zijn vernield of verdwenen. Na de ineenstorting van het regime hebben Irakezen het hele museum leeggeroofd. Waarschijnlijk waren het vooral arme, jarenlang onderdrukte shi'ieten uit de wijk Saddamstad, schrijft de Britse verslaggever Robert Fisk, die ter plekke was, in The Independent. Het Amerikaanse leger greep niet in.

Daarmee is een van de belangrijkste musea van het Midden-Oosten enorme schade toegebracht. Dirven: 'Vooral omdat ze blijkbaar ook zijn doorgedrongen tot de bomvrije depots in de kelders. Dat is rampzalig, want daar ligt zoveel kostbaars. Het Nationale Museum van Bagdad is voor het Midden-Oosten wat het Louvre en het British Museum zijn voor Europa.'

De grenzen van Irak omvatten Mesopotamië, het befaamde Tweestromenland, de 'bakermat van de beschaving'. Van alle culturen die zich er vanaf 5000 voor Christus hebben ontwikkeld, van de Sumeriërs die de eerste steden bouwden tot de Assyriërs, de Babyloniërs, de Arabieren en de moslims, bezit het Nationale Museum belangwekkende artefacten.

Dat is vooral te danken aan het beleid dat de museumdirecties sinds de onafhankelijkheid hebben gevoerd, vertelt Dirven. In de koloniale tijd waren belangrijke stukken naar Europa verdwenen: de wetscodex van Hammurabi naar het Louvre, de Leeuwenpoort van Babylon naar Berlijn. Vanaf 1920 mochten westerse archeologen nog wel in Irak werken, maar moesten ze de helft van de vondsten afstaan aan de Iraakse Oudheidkundige Dienst. Deze dienst, opgericht door de excentrieke Engelse Catharine Bell, 'koos natuurlijk de beste voorwerpen'.

Dirven kan moeilijk zeggen welk museumstuk het kostbaarst is - álles in het museum is belangrijk, van kleitabletten met spijkerschrift tot de gouden sieraden van de Assyriërs. Neem 'De Vaas van Warka/Uruk'. 'Die is van 2500 voor Christus. Er staat de oudste afbeelding ter wereld op van een menselijk ritueel. Waarschijnlijk is die nu gewoon wég.'

Of 'De Vrouw van Uruk'. 'Een hoofd van wit marmer uit de eerste helft van het derde millennium voor Christus. Het staat te boek als de eerste menselijke buste. Als die verdwenen is. . . dat is echt mega.' Andere befaamde unica zijn een harp met stierenkop, gevonden in de koninklijke begraafplaats te Ur, uit 2500 voor Christus, en de kostbare gouden helm van koning Meskalamdug.

Op dit moment heerst er grote onzekerheid onder archeologen. Wat is verdwenen, wat is onherstelbaar beschadigd, wat kan nog worden gerestaureerd? Bovendien: waarschijnlijk heeft ook Saddam Hussein veel naar zijn paleizen versleept.

McGuire Gibson, befaamd archeoloog en Irak-kenner aan de Universiteit van Chicago, is net als Dirven 'geschokt, ontmoedigd en ontzettend woedend'. Begin dit jaar presenteerde Gibson samen met collega's een lijst van meer dan vijfduizend archeologisch belangrijke plaatsen aan het Pentagon. 'En bij elk gesprek heb ik op de kaart het museum aangewezen en gezegd: dit is de állerbelangrijkste plek. Ik kreeg de verzekering dat het Amerikaanse leger er goed op zou letten.'

Niet dus. 'En ze waren in de buurt. Het Iraakse ministerie van Defensie is tweehonderd meter verderop. Toen de eerste plunderaars verschenen, renden de medewerkers van het museum naar buiten, naar een tank, en riepen om hulp, zo is mij verteld. De Amerikanen schoten in de lucht en de menigte verdween. Maar een halfuur later vertrokken de soldaten en kwamen de plunderaars terug. Het leger is incompetent geweest, of hield zich opzettelijk afzijdig. Ik gehoord dat er nu wél bewaking is.'

Volgens Gibson is er niet alleen door arme, gefrustreerde Irakezen geplunderd. 'Ze hebben de onderste kelders, waar de mooiste voorwerpen liggen, zonder geweld geopend: dat duidt op een organisatie die de sleutels had. Misschien zijn het dezelfde benden die de afgelopen jaren verschillende plekken in Irak hebben leeggeroofd. Ze profiteerden toen van het embargo, waardoor er geen geld meer was voor bewaking. Ik krijg nu al e-mails dat er voorwerpen in Parijs opduiken.'

Of die e-mails meer dan geruchten bevatten, weet Gibson niet. Maar hij is er zeker van dat snelle actie nodig is. Samen met zijn studenten probeert hij te redden wat er te redden valt. 'Voor het Amerikaanse leger maken we een lijst met soorten voorwerpen die zijn gestolen - van gouden schalen tot kleizegels. Hopelijk kunnen ze daarmee aan de grensposten artefacten onderscheppen. Het leger heeft de verplichting de kunstschatten van het bezette land te beschermen.'

Daarnaast werkt Gibson met zijn studenten aan een website met afbeeldingen en beschrijvingen van de belangrijkste museumstukken. Die moet binnen een dag of twee verschijnen op de site van het Oriental Institute in Chicago (www-oi.chicago.edu), aldus Gibson. 'We moeten het smokkelaars zo moeilijk mogelijk maken.'

Deze week nog vertrekt Gibson naar Parijs. Donderdag houdt de Unesco daar een spoedconferentie over het lot van de Iraakse kunstschatten. Er komen afgevaardigden bijeen van de belangrijkste oudheidkundige musea en archeologische instituten in de wereld.

'We gaan er bespreken hoe we het archeologisch erfgoed van Irak kunnen beschermen', zegt Mounir Boucheneki, assistent-directeur-generaal Cultuur van de Unesco. 'Italië, dat altijd veel onderzoek in Irak heeft verricht, heeft al vierhonderdduizend dollar toegezegd voor een missie om de schade te inventariseren.'

Er zal in Parijs ook een 'plan van actie' worden besproken. Boucheneki: 'We denken eraan het voorbeeld te volgen van Cambodja, waar de Franse politie met onze hulp een police du patrimoine - een erfgoedpolitie - heeft opgeleid. Die bewaakt daar nu belangrijke plekken. Een soortgelijk initiatief loopt in Afghanistan, om de plaatsen van de vernietigde boeddhabeelden te beschermen.'

De Unesco onderneemt intussen verwoede pogingen ook Donny George uit te nodigen, een Iraakse oudheidkundige die sinds jaar en dag optreedt als woordvoerder van het museum. George, zo is de hoop, kan vertellen hoe het instituut er werkelijk aan toe is. Niemand heeft tot nu toe iets van hem gehoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden