Alles nog steeds onder controle

Chinese journalisten zitten klem, merkt Fokke Obbema in Peking. Het volk verlangt via sociale media informatie over misstanden. Maar de staat eist trouw aan De Partij.

'Wat het volk van het Achttiende Partijcongres verwacht', stond vorige week veelbelovend op de cover van de Beijing Review. Was dit Engelstalige blad er echt toe overgegaan aan burgers te vragen wat zij van het congres van de Chinese Communistische Partij dachten?


Helaas. Het artikel over 'de hoop van het volk' baseerde zich op experts van de partij die meenden te weten wat de gewone man wenste. Zelf kon die zich via Weibo, het Chinese Twitter, nauwelijks in het debat mengen. Zodra hij discussie over het congres opzocht, stuitte hij op de mededeling: 'Sorry, het Achttiende Partijcongres kan niet worden gevonden.'


Zowel kranten en televisie als de sociale media konden zich in de voorbije weken geen vrijheden veroorloven. 'Zelfs wanneer je op Weibo het partijcongres had willen prijzen om zijn geweldig grote democratische gehalte was dat niet mogelijk', zegt de 37-jarige Michael Anti lachend. Als Chinese blogger geniet hij bekendheid, zowel in eigen land als in het Westen, omdat hij zich voor de persvrijheid inzet. Dat er tijdens het congres niets mogelijk was, komt 'doordat er te veel op het spel staat. We hebben het over een leiderschapswissel die zich eens in de tien jaar voordoet. Dan wil de Partij geen enkel risico lopen. Bij de jaarlijkse bijeenkomst van het parlement is er altijd nog wel enige ruimte, maar nu helemaal niet.'


Op de inhoud van het congres wil de voormalige Harvard-student nauwelijks ingaan. Anti, die met zijn pseudoniem een houding van permanent verzet uitdrukt, noemt het 'een grap van opa's', die hij niet serieus kan nemen: 'Zij leven in hun wereld en wij in die van ons.' Hij ziet er vermoeid uit, omdat hij net terug is uit de VS, waar hij voor een Chinese opdrachtgever de Amerikaanse verkiezingen mocht verslaan. Wonderlijk genoeg kunnen Chinezen die via hun eigen media wel tot in detail volgen. 'Van de hemel in de hel', zo omschrijft hij zijn terugkeer naar het politieke bestel in eigen land.


Accreditaties voor de staatsmedia

Een journalist van het zakenweekblad Caixin, dat vanwege zijn aandrang tot onderzoeksjournalistiek als een luis in de pels van de macht geldt, is niet minder kritisch. 'Wij kregen niet eens een accreditatie voor het congres. Dat is belachelijk, want het gaat over de toekomst van ons land. Maar de accreditaties gaan naar de staatsmedia, omdat ze die volledig onder controle hebben', aldus de journalist, die anoniem wenst te blijven uit vrees voor repercussies.


Toch zegt Jeremy Goldkorn, een Zuid-Afrikaanse journalist die in 1995 naar China emigreerde, dat er in vergelijking met de jaren negentig sprake is van 'een onmiskenbaar grote vooruitgang'. In 2003 begon hij met zijn Engelstalige blog Danwei, 'omdat ik een ander beeld van de Chinese media wilde laten zien dan dat wat in de westerse wereld domineert. Daar leeft het idee dat het allemaal propaganda en censuur is. Maar ik zag en zie allerlei interessante pogingen om aan echte journalistiek te doen.'


Om zijn vooruitgangsgeloof te onderbouwen wijst hij erop dat onderzoeksjournalistiek vroeger onbestaanbaar was: 'Deze eeuw is die van de grond gekomen en gangbaar geworden'. Ook de kwaliteit van de verslaggeving is verbeterd: 'Journalisten komen niet alleen van scholen voor journalistiek, maar hebben allerlei universitaire disciplines als achtergrond. Positief is ook dat steeds meer Chinezen in het buitenland journalistieke ervaring hebben opgedaan.'


De grootste verandering is de opkomst van Sina Weibo, het Chinese Twitter. Zo'n 400 miljoen burgers zijn erop aangesloten en het kent 70 miljoen actieve gebruikers. De autoriteiten mogen het Amerikaanse Twitter dan niet toelaten, met Weibo en diverse klonen daarvan heeft het land voor het eerst een publieke discussieruimte gekregen. Bekende bloggers, veelal van de categorie 'Bekende Chinezen', bedienen een miljoenenpubliek. Kranten en tijdschriften kunnen daar met hun oplagen niet aan tippen. De snelheid van het medium zet de autoriteiten onder druk.


Het sterkste voorbeeld daarvan kwam in de zomer van 2011, toen zich bij Wenzhou een ongeluk met twee hogesnelheidstreinen voordeed waarbij veertig doden vielen. De autoriteiten probeerden de berichtgeving in de hand te houden, maar hadden door alle tweets en snel verspreide foto's geen kans. Op Weibo vond een uitbarsting van woede plaats en werd het ontslag van de verantwoordelijke minister geëist.


Kranten en televisie konden niet achterblijven - een bekende presentator hield een tirade op televisie over alle onzekerheden waarmee Chinezen moeten leven. Via de Centrale Propaganda Afdeling probeerden de autoriteiten het tij te keren met de opdracht 'zo snel mogelijk alle informatie van het Transportministerie te publiceren'. Het was verboden verslaggevers te sturen naar de plek van het ongeluk. Maar het mocht niet baten. Vooral het weekblad Caixin excelleerde in onderzoeksjournalistiek naar de treinen en hun netwerk. De gebreken van dit paradepaardje van de regering kwamen zo aan het licht.


Klokkenluider

De hulp die de traditionele media in dit geval van de sociale media kregen, vertelt maar een deel van het verhaal. Blogger Michael Anti beweert zelfs dat Weibo uitgesproken schadelijk is voor de journalistiek. Voor de traditionele media ziet hij een waterscheiding in 2009, toen Weibo werd opgericht. 'Met onderzoeksjournalistiek ging het tot dat jaar steeds beter, omdat de toegang tot informatie voor journalisten sterk was verbeterd. Zowel bedrijven als overheden moesten op hun websites veel meer informatie publiceren en journalisten wisten die te benutten.


'Maar na 2009 heeft de onderzoeksjournalistiek haar kracht verloren. Nu zet een klokkenluider zijn informatie liever anoniem op Weibo dan dat hij naar een journalist gaat. Want hij loopt een veel groter risico bij een journalist, aangezien die zijn bronnen geen bescherming kan bieden. Als de autoriteiten echt willen weten wie er achter een verhaal zit, kunnen ze de druk zo ver opvoeren dat de journalist zijn informanten wel moet prijsgeven. Daardoor kunnen de traditionele media veel minder dan voor 2009 de rol van controleur en tegenspeler van de macht vervullen.' Als enige oplossing ziet Michael Anti samenwerking tussen traditionele media. 'Dan kunnen ze dieper graven en het hele verhaal vertellen, in plaats van een flard zoals op Weibo vaak gebeurt.'


'Het is waar dat onze positie door de sociale media is verslechterd', geeft de Caixin-verslaggever toe. 'Ik debatteer vaak met collega's over de vraag of de persvrijheid nu wel of niet is verbeterd door Weibo. Zij denken van niet, maar ik denk van wel. Waar het om gaat, is dat de waarheid aan het licht komt. Dankzij Weibo gebeurt dat meer dan voorheen. Het is dus niet goed voor ons, maar wel voor de waarheid.'


Journalisten bij kranten en televisie hebben volgens de verslaggever nog een wereld te winnen door beter hun best te doen. 'Ook binnen de beperkte ruimte die de regering ons laat, kunnen we veel meer en slimmer onderzoek doen naar zaken als corruptie en milieuvervuiling. In plaats daarvan klagen journalisten over hun betaling, ze missen zelfkritiek. Ik denk dat hooguit 20 procent goed werk aflevert.'


Ook onderzoeksjournalist Wang Keqin die niet bang is om met zijn naam in de krant te komen, is kritisch: 'Vooral dit jaar hebben we geen goede onderzoeksjournalistieke verhalen gezien. Bij veel media zijn de afdelingen daarvoor opgeheven.' Toch heeft hij wel hoop, omdat kranten en televisie niet langer worden gesubsidieerd, zoals vroeger, en dus commerciële druk voelen: 'Om winst te maken, moeten media nu wel met belangwekkende verhalen komen waarin de waarheid wordt verteld'.


Dat optimisme ten spijt is het algemene gevoel dat de autoriteiten de censuur in de afgelopen jaren alleen maar hebben opgevoerd. Ook Goldkorn die wel vooruitgang ziet sinds de jaren negentig, is het daarmee eens. Zelf ondervond hij tegenwerking in 2009, toen zijn site over het functioneren van de media werd geblokkeerd: 'Ik ben nooit achter de reden gekomen.' De verklaring voor die teruggang is dat de leiders zijn gaan vrezen dat oude en nieuwe media 'de stabiliteit' in gevaar konden brengen. Tekenend was hun reactie toen de 'Jasmijn-revolutie' in de Arabische wereld in 2011 uitbrak en elk gebruik van het woord 'jasmijn' op internet werd gecensureerd. Zelfs een filmpje waarin president Hu Jintao de jasmijnbloesem toezong, ontsnapte niet aan de censors.


Door het slijk

De controledwang omvat ook de sociale media. Zo viel op Weibo niets te lezen over de recente onthulling over het vermogen van premier Wen Jiabao door The New York Times. En speculatie over het lot van Xi Jinping, de nieuwe president die in september tien dagen buiten beeld was, werd de kop ingedrukt.


Daarnaast zetten de autoriteiten de macht van Weibo in voor de eigen politieke doelen. Zo stond het de gebruikers vrij om de reputatie van toppoliticus Bo Xilai door het slijk te halen, nadat Peking zelf de beslissing had genomen hem te laten vallen. 'Bo was populair, vooral bij arme mensen, dus het kwam de centrale macht wel goed uit om hem te laten afserveren', analyseert Anti.


Ook ziet de regering in Weibo een wapen om corruptie op lokaal en provinciaal niveau aan te pakken. 'De servers staan in Peking, dus staan lokale en provinciale autoriteiten in beginsel machteloos - zij kunnen zelf niet besluiten om beschuldigingen te censureren. Maar als de centrale regering in het geding komt, kan die zich wel beschermen.'


De macht van de partij gaat nog verder: alle hoofdredacteuren, ongeacht of het om commerciële of staatsmedia gaat, worden eerst gescreend. Hun benoeming staat of valt met goedkeuring door de partij. Dat geldt ook voor het handjevol media dat een zogeheten 'liberale koers' vaart. Zij blijven voor hun voortbestaan afhankelijk van 'de steun van vrienden op hoge posities', zegt Goldkorn. Dat maakt hen kwetsbaar. Het illustreert dat de machtspositie van de partij nog grotendeels intact is, alle vooruitgang sinds de jaren negentig ten spijt.


MEDIA

LIBERAAL OF FERVENT NATIONALISTISCH


Door hun politieke tegenstanders worden ze wel aangeduid als media die 'universele waarden' nastreven - en dat is negatief bedoeld. De zakentijdschriften Caixin en Caijing en het weekblad Southern Weekly staan bekend om hun liberale koers: individuele rechten en de rechtsstaat gaan hen ter harte. Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich de Global Times, die fervent nationalistisch is en het westen graag de maat neemt. China Daily, ook in Europa verkrijgbaar, schippert daar tussenin. In de strijd om de aandacht verliest die krant het van de meer uitgesproken media.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden