Alles loopt op rolletjes

De nieuwe jacht op drie gouden medailles tijdens één olympisch toernooi begint volgende week bij de NK afstanden. Dankzij een door een blessure afgedwongen sabbatsjaar staat in Heerenveen een geduldiger Kramer aan de start.

Sven Kramer geeft een hand bij het aantreden voor het gesprek. Er is ook een hand bij het afscheid. Het mag illustratief heten voor de lossere manier waarop de schaatsheld de wereld van vandaag tegemoet treedt. Voorheen was hij obsessief met zijn gezondheid bezig. De besmetting via huidcontact probeerde hij te vermijden. Handen werden liever niet geschud.


In het Duitse Ruhpolding, tijdens het laatste trainingskamp voordat het olympische schaatsseizoen losbarst, hangt de negentienvoudig wereldkampioen onderuit op een bank. Hij schuift minder ongeduldig heen en weer dan in het recente verleden. Relaxed, dat gevoel straalt hij uit. Zoals altijd zijn de verwachtingen groot, maar hij zegt er beter mee te kunnen omgaan.


Kramer springt ter verklaring van zijn nieuwe mentale beheersing vlotjes terug naar de vorige olympische winter, die van Vancouver 2010. Het was een zware gang langs de internationale ijsbanen, culminerend in de foute baanwissel op de 10 kilometer. Voor de herbeleving van dat onderwerp reisden onlangs vele internationale verslaggevers naar de Max Aicher Arena te Inzell, waar Kramer nog één keer geduldig uitlegde wat er toen was gebeurd.


'Binnen' had buiten moeten zijn, dat was het in wezen. 'Ik snap dat die internationale jongens daar naar vragen. Voor hen is dat een herkenningspunt.'


De druk voor Vancouver was volgens Kramer 'gigantisch'. 'Ik probeerde in die maanden afstand te houden tot de buitenwereld, omdat de situatie anders niet goed te beheersen was. Daarover heb ik nu meer controle gekregen. Ik heb meer rust van binnen. Ik maak bewustere keuzen.'


Hij werd destijds geleefd. 'Ik ben nu ouder. Ouder en wijzer. Ik kan beter mijn stempel drukken. Als ik nu nee zeg, dan is het nee. Voorheen liet ik me overhalen iets toch te doen. Dan had ik er geen goed gevoel over, maar zat ik toch bij die afspraak. Als ik het nu doe, dan sta ik er volledig achter. Als ik het niet doe, dan doe ik het lekker niet.'


Het collectieve falen van de schaatsploeg TVM in de aanloop naar die Olympische Winterspelen verscherpte de situatie. Directeur Bos had vijf tot acht medailles voorspeld voor een groot, groen gekleurd team, Kramer ging uiteindelijk als enige man naar Canada, met twee vrouwen (Wüst en Groenewold).


Toen deed hij alsof het hem niet deerde, nu geeft Kramer toe dat het anders was. 'Dat het hele team in die winter niet lekker liep, was belemmerend. Ik presteer beter in een team dat onwijs goed loopt dan in een ploeg die moeizaam functioneert.


'Dat ik deed voorkomen dat ik het in mijn eentje kon? Ja, wat moet je dan zeggen? Nee, het gaat kut, en ik zie wel wat ik ervan kan maken. Dat doe je ook niet. Je probeert er het beste van te maken. Zoals iedereen. Als ik terugkijk, dan moet ik zeggen dat de sfeer in het team nu veel beter is.'


Met één voorbehoud: 'De sfeer in een prestatiegerichte groep is inherent aan de prestaties. Altijd. Nu is het hier leuk aan tafel en in de lobby. Als morgenmiddag zes van de acht brandhout rijden, is het hier morgenavond niet zo gezellig. Sfeer hangt altijd van prestaties af. Zo is het gewoon. Het is topsport.'


Hij werd tot het olympisch jaar in 2010 uit de wind gehouden door de grote, ervaren jongens in het schaatsen. 'In het begin had je Rintje, Gianni, Erben (Ritsma, Romme, Wennemars, red.). Ik hoefde nergens iets van te vinden, mijn mening telde niet. Wennemars zei het wel namens ons. Ik heb zeker vier jaar van de luwte van Erben mogen profiteren. Door hem kon ik weleens een mindere 1.500 meter rijden. Erben won 'm toch wel. Dat gaf rust.


'Op een gegeven moment verandert dat. Je verandert zelf. Je positie in het schaatsen verandert. Die grote jongens stoppen. Er wordt meer waarde gehecht aan mijn mening. In de kwestie-Terpstra (de KNSB-voorzitter stapte op na kritiek van Kramer, red.), waar ik niet te veel over wil zeggen, probeerde ik mijn punten inhoudelijk te beargumenteren. Dat hij opstapte en het zo veel stof deed opwaaien, tja. Verbaasd is een groot woord. Laten we zeggen dat het misschien voor meer reuring heeft gezorgd dan ik zelf wilde.


'Maar ik heb nergens spijt van. Het heeft me ook niet gehinderd in mijn voorbereiding. Als je van tevoren weet dat het wel zo is, moet je zoiets natuurlijk niet doen. Dan heb je alleen jezelf ermee.'


Sterveling

Er was meer dat hem onder druk zette de voorbije jaren. De afnemende voorsprong, de teruglopende superioriteit ten opzichte van de concurrentie, greep hem lichtjes bij de keel. Superman Kramer had op sommige dagen en op sommige afstanden weer iets van een sterveling.


'Ik had een enorme winnende reeks achter de rug na de Spelen van 2006. Maar een jaar voor Vancouver kreeg ik moeite met mijn 1.500 meter. Die werd na het zilver van de WK afstanden van 2008 steeds minder. Ik had echter nog zo veel over ten opzichte van de concurrentie op de lange afstanden, de 5 en de 10, dat zorgde voor camouflage. Soms reed ik heel goed hoor. De 6.09 minuten op de 5 kilometer van het WK allround in 2009, in Hamar, was mijn beste ooit. Vond ik.'


De winning mood mocht niet verstoord raken. 'In Heerenveen versloeg ik de Noor Bøkko op mentale kracht. Ik was ziek. Toch reed ik. Dat zou ik nu niet meer doen.'


Het lichaam gaf en het lichaam nam. Kramer raakte na de Spelen van Vancouver geblesseerd en de diagnose plus genezing van de zenuwaandoening in het bovenbeen namen zo veel tijd in beslag dat hij ongewild een sabbatsjaar (2010-2011) beleefde. 'Ik reed in de laatste maanden van die olympische winter op karakter mijn wedstrijden. Het lijf was op. Dat kun je twee of drie maanden volhouden, maar dan gaat het niet meer.


'Mijn geluk is geweest dat ik na dat seizoen ernstig geblesseerd raakte. Anders was ik in de herfst van 2010 gewoon weer op het ijs gestapt en waren de resultaten ernaar geweest. Niet goed. Nu staat er een blanco rijtje in de statistieken. Winter 2010-2011, Kramer nul.'


Hij zegt gelukkig te zijn dat hij die neergang niet heeft hoeven meemaken. Had hij zichzelf kunnen dwingen tot zo'n helend en heilzaam sabbatsjaar? 'Nee. Nu moest ik wel.'


Of hij het nu zou kunnen? 'Ja. Halve competitie in het naolympisch jaar, dat zou ik nu kunnen. Het wordt mentaal steeds moeilijker om alle wedstrijden er vol in te gaan, wat in mijn karakter zit. Als je ouder wordt, is dat gewoon zo. Ik heb helemaal geen moeite met belangrijke wedstrijden, maar wedstrijden die er minder toe doen, worden lastiger. Of ik op Van den Hoogenband lijk? Ja. Zit wel iets in.'


Het sabbatsjaar was van een murw makende onzekerheid. Van april tot december werd de definitieve diagnose niet gesteld. Het been wilde niet gehoorzamen. Hij komt met de vergelijking met zijn vriendin, hockeyinternational Naomi van As. Zij scheurde dit jaar de voorste kruisband in de knie. 'Naomi wist na een dag wat ze had, ik na vele maanden. Dat gaf vertraging, vooral de onwetendheid maakte het moeilijk. Wat is er aan de hand met mij? Pas als je weet wat het is, kun je een plan maken.


'Ik heb het in die periode moeilijk gehad. Depressief? Nou nee, dat is een te groot woord. Ik heb ook veel lol gehad. Dat klinkt een beetje gek, maar in normale tijden zie ik mijn trainer vaker dan Naomi. Ik heb een huis met haar in Amsterdam. Ik heb in die maanden veel tijd met haar doorgebracht, maar ook met familie en vrienden. Dat komt er anders nooit van. Nee, echt niet. Geen tijd voor in dit bestaan.


'Nu stond ik er elke dag. Dat was best grappig. Maar als ik dan 's ochtends brak wakker werd, omdat ik te veel gezopen had, dan dacht ik: 'Dit is het ook niet.' Achteraf denk ik dat het goed voor me is geweest.'


Hij heeft er geduld door gekregen, meer gevoel voor de verhoudingen. De Sven Kramer van de ijsbanen, van de camera's en al het mediageweld, is een andere Kramer dan de man in het hart van het team, bezweert een coach als Gerard Kemkers. Fysiotherapeut Arthur Bennink noemt hem zelfs lief, een vent die meer geeft dan opeist in de ploeg. In een reclamefilm voor Procter & Gamble, in de campagne Bedankt Mam, toont de schaatser zich ook van zijn zachte kant.


Wie zijn moeder Elli echter als inspirator naar voren schuift, krijgt nee te horen. 'Ik heb veel aan mijn moeder te danken. Door haar en mijn vader ben ik wie ik nu ben.' Maar schaatsen doet hij 'in eerste instantie' voor zichzelf.


De vergelijking met provinciegenoot en generatiegenoot Epke Zonderland past hem ook niet. Qua aaibaarheid is er een groot verschil met de turnkampioen die altijd voor de hele wereld lijkt klaar te staan. Of Kramer net zo aaibaar zou willen zijn? 'Nou nee. Prima zo. Ik moet er niet aan denken. Zo zou ik mijn sport niet kunnen beleven.'


Hij is ook van dertig uur trainen in de week, maar dat doet hij ver weg, niet steeds in een vertrouwde sportzaal zoals Zonderland in Heerenveen. Kramer geldt ook meer als het alfadier, boven op de apenrots. Hij heeft niet gevraagd om die vergelijking. 'Hij is geforceerd, wat mij betreft. Ik snap dat mensen me die rol toedichten. Maar in mijn ploeg heb ik dat gevoel helemaal niet. Ik sta achter hoe het team naar buiten treedt, dat is ook mijn merk.'


In de voorbereiding op het olympische seizoen heeft Kramer sterk geleund op het werk van zijn diesels, Christijn Groeneveld en Douwe de Vries. Hij heeft gangmakers nodig, om zijn kansen op olympisch goud op de 5 en de 10 kilometer te vergroten. 'Met de ploegachtervolging zijn dat mijn grote doelen deze winter.'


Gedwongen inactiviteit

In dat ene, vermaledijde jaar van gedwongen inactiviteit gaf Kramer zijn voorsprong op de concurrentie weg. De rest liep, onder aanvoering van Jorrit Bergsma, op hem in. Het leek er in die onzekere dagen op dat hij zelfs van trainer wilde wisselen. Het werd geen Bart Veldkamp, die vertrok bij TVM. Het werd geen Jillert Anema, die hem onvoldoende kon bieden. Het bleef Gerard Kemkers.


Het bleef vooral het team, TVM. 'Ik onderhandelde met Jillert uit nieuwsgierigheid. Niets mag vanzelfsprekend zijn. Ook niet de verlenging van een contract. Het is naast Gerard ook de organisatie waarvan ik deel uitmaak. Als Gerard er niet is, een week of een maand, dan gaan de zaken gewoon verder. Misschien denkt-ie zelf van niet, maar zo is het wel. Dit team functioneert zelfstandig.'


Hij leunt op Kemkers en diens schema's. 'Ik kwam hier op mijn 18de binnen als leerling-prof. Een broekie met branie. Ik kreeg een schema. 'Hee, uitvoeren', zeiden ze. Zo heb ik het nog steeds het liefst. Ik ben anders dan Jan Blokhuijsen, die dingen zelf wilde bedenken. Ik geloof in de staf. Zij zijn met zijn achten, zij hebben ervoor geleerd.'


De NK afstanden naderen, daarna de wereldbekerwedstrijden in Noord-Amerika en Kazachstan en dan via het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) van eind december naar de Winterspelen van Sotsji. Alles loopt op rolletjes. 'Iedereen heeft weleens wat, maar ik heb deze zomer nog geen training hoeven skippen. Dat is de grootste winst ten opzichte van vorig jaar. Toen had ik in deze periode last van de rug. Ik heb toen een maand niks kunnen doen.'


Hij kijkt vergenoegd. Het seizoen wordt mooi. 'Vast wel.'


Programma Sotsji 2014

Zaterdag 8 februari: 5 kilometer mannen (15.30 uur - 18.25 uur plaatselijke tijd)


Maandag 18 februari: 10 kilometer mannen (17.00 uur - 20.00 uur)


Zaterdag 22 februari: ploegenachtervolging mannen (17.30 uur - 20.05 uur)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden