Alles is informeel

Wie ken je, wat weet je, bij wie moet je zijn. Nog meer dan in Den Haag draait het in Brussel om sociale contacten.

Wat helpt in Brussel is dat je de stukken hebt gelezen. Een goed verhaal is ook nooit weg. Maar het allerbelangrijkste, het levenswater zijn je contacten.


Wim van de Camp houdt van de lift. Hij is christen-democraat, loopt mee in het Europees Parlement sinds juli 2009, hij kent het klappen van de zweep. Joviaal zijn, altijd joviaal zijn - het is in zijn geval meer dan alleen een karakterkwestie. In de lift van het parlementsgebouw, eigenlijk in elke lift van elk kantoor, wordt doorgaans stijfjes gezwegen. Men staat te dicht op elkaar om een gesprek te beginnen.


Niet Wim van de Camp. Die begroet bij het binnenstappen luidruchtig de medereizigers. Hij heeft slimme ogen, hij ziet meteen of iemand in het gezelschapje voor hem van waarde is. Hij informeert naar de toestand thuis, alles goed?, ja, alles goed. Dan, eigenlijk al bij het scheiden van de markt, fluistert hij, bijna in het voorbijgaan: 'Can I pass by this afternoon, I have an amendment I would like to discuss.'


Het is een heerlijk gezicht hem zo te zien schuiven; het is politiek bedrijven als sociale activiteit. 'Een partij moet mensen naar Brussel sturen', zegt hij, 'die in elk geval sterk zijn in het sociale contact.' Hij roemt 'Neelie', eurocommissaris mevrouw Kroes. 'Neelie is een tijgerin, die zoekt je altijd weer op als ze iets van je wil.'


Niet-Noordeuropees

Het gaat niet om zaken die het daglicht niet kunnen velen. Het is ook geen handjeklap, al is een wederdienst te gelegener tijd niet verboden. Het is de manier waarop veel van de Brusselse politiek gemaakt wordt. Er is een lawine aan papier; ook dubbelzijdig gedrukt is het een aanslag op ieders incasseringsvermogen. De vergaderplekken zijn als een kermisterrein. Men draaft van attractie naar attractie. Maar de zaken worden maar al te vaak gedaan aan de bar, aan de telefoon, in het restaurant. Of in de lift. Brussels beleid bloeit in de bubble.


Het is een niet-Noordeuropese cultuur. 'Mijn stage voor Europa is mijn verblijf in de Belgische politiek geweest.' Derk Jan Eppink, Nederlands journalist, schreef in de jaren negentig bijna vijf jaar over het parlement en de regering van België. Hij werd topambtenaar bij Frits Bolkestein toen deze Europees commissaris was. Tegenwoordig is Eppink parlementslid namens de Vlaamse conservatieven.


Eppink over Belgisch Brussel en Europees Brussel: 'Zelfde dubbele bodems, zelfde culinaire cultuur. Zaken doe je in een restaurant. Nee, niet bij een broodje. We hebben het over serieuze maaltijden.'


Alles, althans veel, is informeel. En daarmee per definitie voorlopig, legt hij uit. 'Ik moet altijd hartelijk lachen als Nederlanders hier zeggen: ja maar, dat was afgesproken. Ja, boven een glas. In Europa is een afspraak een tijdelijk arrangement, namelijk zo lang als het duurt. Men doet zijn best, lukt het niet, dan is de vraag: hoe kunnen we nu verder rommelen? Kein Geloel, Fussball spielen, zei Ernst Happel al.


Peter van Dalen, nu zelf europarlementariër , was al in de jaren tachtig beleidsmedewerker voor de gezamenlijke kleine, christelijke partijen. Later kwam hij als rechterhand van opeenvolgende ministers van Verkeer en Waterstaat veel over de vloer.


Van Dalen: 'Het eerste wat hier opvalt is het belang van het informele circuit. Veel meer dan in Den Haag gaat het hier om de vraag: wie ken je, wat weet je, bij wie moet je zijn? In de commissievergaderingen van het parlement willen de discussies nog wel stevig zijn. Maar een arena, met een coalitie en een oppositie en een debat waarin besluiten vallen, is hier niet. Het maakt dat je je zaken in de wandelgangen probeert te regelen. '


Veel koffie drinken

Met Dennis de Jong van de SP is hij voorzitter van een werkgroep Godsdienstvrijheid. Wat doe je dan zoal? 'Veel koffie drinken, vooral met ambtenaren van de Commissie en de Europese Raad. Je luncht en je schuift ondertussen een concepttekst naar hun bord, waarmee ze, hoop je dan, in de Commissie aan de slag kunnen.' Het eerste resultaat hebben Van Dalen en De Jong binnen: 'Brussel' heeft inmiddels een richtlijn over mensenrechten en godsdienstvrijheid naar de 150 EU-ambassades gestuurd, overal ter wereld.


Van Dalen kent uit eigen ervaring het verschil tussen de Haagse ministeries en de kabinetten van de Europese commissarissen. 'Die kabinetten hier moet je met hoofdletters schrijven. Het zijn allemaal topjongens. Ze beginnen 's ochtends om zeven uur met bellen. 's Nachts om kwart voor een doen ze hun laatste telefoontje.'


Een categorie hors concours is het kabinet van Europa's president Herman van Rompuy. Hij werd begin 2010 de eerste voorzitter van de raad van regeringsleiders. Europa had een loodsman nodig, zeker vanwege de ingewikkeldheid van de eurocrisis. Het is een buitengewoon kwetsbare positie. Van Van Rompuy, voormalig Belgisch premier werd bij zijn benoeming gezegd dat wie België bij elkaar weet te houden ook zou weten hoe je de EU moet leiden.


Informeel dus, discreet. Van Rompuy heeft een kabinet van niet meer dan twintig mensen, inclusief secretariaat. Het zetelt op twee gangen van de vijfde verdieping van het Lipsiusgebouw, recht tegenover het Berlaymont van de Commissie. 'Als de vier muren van die twee gangen konden spreken', zegt een topambtenaar, 'had je een roman van wereldfaam.'


Op die vijfde verdieping komt alles samen, de politieke druk vanuit de Commissie, vanuit de Eurogroep, die over de financiële stabiliteit gaat, vanuit de raad van regeringsleiders en, een klein beetje, vanuit het parlement. 'Het is zeer behoedzaam werk', zegt de topambtenaar. 'Je moet aanvoelen in welke richting een oplossing gezocht zou kunnen worden die iedereen thuis op zijn eigen manier kan uitleggen en verdedigen. Het gaat niet om aanvaardbaar, het gaat om beheersbaar.'


Op de vijfde verdieping worden de ambassadeurs ontvangen van de 28 lidstaten. Er wordt vooral gebeld, de godganse dag. Met Berlijn en dan met een aantal andere hoofdsteden en tenslotte weer met Berlijn. Want in de Duitse hoofdstad ligt het eerste en het laatste woord.


Raad, Commissie en parlement - het leeft naast en met elkaar, op dikwijls weergaloos complexe wijze. Ieder systeem kent natuurlijk zijn informele overleg. Maar in Brussel is het heviger, omdat een heldere politieke structuur ontbreekt. Er zijn drie verschillende machtscentra, waaronder een parlement van niet minder dan 766 leden en een dagelijks bestuur dat met 28 commissarissen ook topzwaar is. Nationale belangen doorkruisen voortdurend het algemeen-Europese. 'De Italianen', zegt een parlementariër, 'zijn hier in Brussel voor twee belangrijke zaken: Parmaham en Fiat.'


Er is nog een belangrijke vierde partij in Brussel, de lobby. Deze partij moet het per definitie van het informele hebben. De belangen zijn vaak groot, de gevechten bij tijd en wijle vlijmscherp. Phillip Morris, het sigarettenmerk, wilde coûte que coûte Australische toestanden voorkomen: op een pakje alleen nog maar gezondheidswaarschuwingen. 'Als je het bedrag wist dat ze ingezet hebben, zou je koud worden', zegt een lobbyist.


Het is niet alleen het bedrijfsleven dat in de gaten heeft dat er subsidie te halen is en vooral invloed op Europese wetgeving. Parlementariërs als Sophie in 't Veld (D66) en Judith Sargentini (GroenLinks) vechten al jaren tegen de bemoeienis van Amerikaanse bedrijven én de Amerikaanse politiek met Europese regels voor privacybescherming.


In elke straat, in elk blok van de Europese wijk van Brussel hangen de naambordjes aan de gevel: ESRT, European Security Round Table, COAG, Coordinadora de organizaciones de agricultores y ganaderos, Bundesagentur für Arbeit, European Generic Medicines Association. Het is een bonte stoet en allemaal hebben ze iets in Brussel te halen of te verdedigen. Ook keurige consumentenorganisaties, milieugroepen en regionale overheden.


Ich bin ein Brabander

Nóg zijn er oudgedienden die zich de Brabantdag van 2007 herinneren. Toine Manders, europarlementariër uit Noord-Brabant, nam het initiatief, de ervaren lobbyist Wytze Russchen voerde het plan uit. Er kwam een grote, witte tent op het Place du Luxembourg te staan, pal voor het parlementsgebouw, per bus werden 600 bestuurders en ondernemers aangevoerd uit Noord-Brabant en Belgisch Brabant. Er waren seminars; na twee, drie uur was het wel mooi geweest en werd op z'n Brabants een biertje gedronken met half Brussel. Wil Tura kwam zingen, de voorzitter van het parlement, de Duitser Hans-Gert Pöttering, hield een toespraak die hij onvergetelijk afsloot met 'Ich bin ein Brabander'. Het was een topdag.


Lobbyist Russchen stelt vast dat lobbyen een vrijwel algemeen aanvaarde activiteit is in Brussel: 'We zitten hier onder de knoflookgrens. Olijfolie, smeerolie hoort hier bij de maaltijd.


'Mijn vak is makelaar in contacten. Hoe komt het wijzigingsvoorstel van mijn klant op de juiste tijd bij de juiste ambtenaar of politicus? Hoe kom je aan telefoonnummers van insiders? Hoe snel kun je ze aan de lijn krijgen ?


'Het belangrijkste is dat je connected bent. Je hebt de drie P's van position, proces en people. Ik ben voornamelijk van de people. De rookpauze is belangrijker dan de vergadering. Ook als je niet rookt.'


Hoe grijpt dat alles - raad van ministers, Commissie, parlement, lobbywezen - nu op elkaar in? In de complexe verhoudingen van Brussel is vaak moeilijk te herleiden wat op welk moment door wiens toedoen de doorslag geeft.


Nieuwe spelregels

Van belang is dat sinds een paar jaar de positie van het parlement is versterkt. De raad van ministers kan niet langer een besluit van het parlement van tafel vegen alsof het kruimels zijn. De nieuwe spelregels komen tegemoet aan de algemene klacht dat Europa lijdt onder een democratisch tekort.


Er moet tegenwoordig gepraat worden, tussen de ambtenaren uit de Europese Raad en de ambtenaren en politici uit het parlement. De term is co-decisie, het is even doorbijten. Het betekent dat men veroordeeld is tot elkaar: samen moeten we eruit komen. De praktijk is minder zoet dan het papieren woord. 'Waterige soep is niet zelden de uitkomst', zegt een hoge ambtenaar bij de Commissie.


Hij is de enige niet die tot deze conclusie komt. 'Verschillen worden afgevlakt, dikwijls nog voordat een onderwerp in stemming komt in het parlement.' Michiel van Hulten is oud-parlementslid; tegenwoordig is hij consultant en als zodanig directeur bij Votewatch, een organisatie die de besluitvorming binnen de EU op de voet volgt.


Hij constateert dat de grote fracties in het europarlement vaak onderling een compromis sluiten. Zo probeert men brute afwijzing door lidstaten voor te zijn. Met het compromis op zak peilt men de stemming bij Raad en Commissie. Zo nodig volgt aanpassing, en bij voortdurend verschil van mening nieuwe aanpassing. Van Hulten: 'Visies worden in zo'n procedure afgevlakt. Totdat je iets overhoudt waarin niemand zich meer herkent en dat ook nog eens achter gesloten deuren is beklonken.'


'Mensen moeten het gevoel hebben dat ze weten wie wat besluit en waarom', zei de Amerikaanse politiek filosoof Larry Siedentop enige tijd geleden in de Volkskrant. Maar dat is heel moeilijk in een politieke moesjawaracultuur waarin partijen gehouden zijn uiteindelijk overeenstemming te bereiken met elkaar. Zo werkt het systeem van Brussel nu eenmaal. En er is niemand die weet hoe je die knoop van in elkaar grijpende posities en belangen zó kunt ontwarren dat het beeld klaar en helder wordt.


Zegt lobbyist Wytze Russchen: 'Mijn klant heeft een loodsbootje nodig. Het is hier een log bedrijf.'


Jan Tromp in Brussel

Vonk stuurde Jan Tromp, met ervaring in Den Haag en New York, een poos naar Brussel. Tromp twijfelde maar gaat daar nu de confrontatie met de instituties aan. Hier verschijnen zijn stukken, op volkskrant.nl/vonk spreekt hij van tijd tot tijd per webcam met Vonk-chef Kustaw Bessems over het project en zijn bevindingen.


Op Twitter kun je met Jan Tromp in gesprek: @TrompVolkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.