Alles in het nette

Filmmaker Robert Oey maakte voor de VPRO een driedelige serie over de geschiedenis van de politieke correctheid. De partner van Femke Halsema sprak met links en met rechts, van Marcel van Dam tot Leon de Winter....

Het eerste deel van het VPRO-drieluik Wonderland is al een tijdje onderweg als maker Robert Oey (1966) een van zijn progressieve ex-leraren aan het lyceum in Middelburg vraagt of er eind jaren zeventig, begin jaren tachtig niemand rechts was op school.

Was het voltallige lerarenkorps tegen kernenergie? Of durfde geen mens in de lerarenkamer openlijk te zeggen dat hij eigenlijk niet zo een-twee-drie argumenten tegen Borssele kon bedenken? De oud-leraar antwoordt met een tikje verbaasde verontwaardiging dat als er collega's voor kernenergie waren geweest, ze dat uiteraard hadden moeten zeggen. 'Als je voor zaken staat, dan draag je die toch uit?'

Daar zit wat in, denk je als kijker. Hoezo politiek-correcte dwang? Oey maakte met Wonderland een kleine filmgeschiedenis van de jaren zestig en wat daarna kwam. Hij wilde laten zien, onder meer aan de hand van zijn eigen belevenissen als Middelburgse scholier, hoe zich de Werdegang voltrok van de vrolijke revolutie naar het keurslijf van de voorgeschreven linkse standpunten van de jaren tachtig.

Maar na drie impressionistische afleveringen vol opgewekte beelden van Maagdenhuis en Woodstock, afgewisseld met brandende Macro-gevels, een uitgejouwde Hans Janmaat, een kraker die van achter een duikbril verklaart dat 'jullie rechtsstaat de onze niet is', zit je voor de televisie met lege handen. Is die politieke correctheid nou een serieus probleem of niet? En als er dan een meningenkeurslijf bestaat, vloeit dat dan in beweging voort uit de baas-ineigen-buik-beweging, de provo's en de anarchisten uit de glorietijd van de Hollandse bevrijding?

Een kleine week geleden zat ik met dit soort gedachten te tobben, na afloop van de voorvertoning, toen een mevrouw een vraag wilde stellen aan de filmer. Waarom had hij de querulant Theo van Gogh en de rechtse Leon de Winter zo uitgebreid aan het woord gelaten? Zij had 'liever de grijstinten', en zei dat ze 'dat geluid wel kende'.

Kijk, dacht ik, zo werkt politieke correctheid in Nederland. Natuurlijk roept niemand dat het een schande is of verboden moet worden. Alles in het nette. In Nederland zeg je: dat geluid kennen we wel. Dat gold kennelijk niet voor Marcel van Dam, die in de film nog eens uiteen mocht zetten dat de jaren zestig 'fantastische jaren waren', niet alleen voor hemzelf, maar 'ook voor de samenleving'. Niks op tegen, maar om nou te zeggen dat we dgeluid nog niet kenden, is toch wat overdreven.

Het werd nog leuker na die voorvertoning, toen Robert Oey de mevrouw antwoord gaf. Hij vertelde hoe hij het plan voor zijn film had voorgelegd aan de subsidiegever van de staat, het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroeporganisaties, kortweg Stifo. 'Daar zaten acht filmers op een rijtje. Allemaal linkse filmers uiteraard.' En die zeiden precies hetzelfde als de kritische mevrouw. Of het met die rechtse De Winter en die vreselijke Van Gogh niet een onsje minder kon. Zo demonstreerde Robert Oey - ik had de indruk dat hij het zelf niet in de gaten had - nog voor de daadwerkelijke uitzending van zijn Wonderland dat Nederland nog lang niet van zichzelf af is.

Voor Robert Oey vertegenwoordigen de jaren zestig vooral het gevoel dat hij iets fantastisch heeft gemist. 'Voor wie waren de jaren zestig niet magisch? De verbeelding aan de macht, het persoonlijke is politiek, de opstand van jongeren en vrouwen, de internationale solidariteit, nooit meer oorlog en vooral het optimisme dat de samenleving maakbaar is.'

Hijzelf had het niet meegemaakt, zijn leraren verhaalden over hun linkse levensgevoel. Ze luisterden naar Donovan, Bob Dylan en de Doors. Oey staat uitgebreid stil bij de verkiezingsposter van de PSP uit 1971, met de blote vrouw die voor een koe staat. Hier kan alles, zei die poster. Later zag hij de film Turks Fruit, met Rutger Hauer en Monique van de Ven op de fiets door Amsterdam en kussend met doorkijkblouse in de regen. 'Schaamteloos romantisch', is het terugblikkende commentaar op die film van Leon de Winter, met de hartelijke instemming van Robert Oey.

Dan komen de donkere wolken. De linkse hemelbestormers worden lid van de CPN. Beelden van een zaal vol bebaarde Nijmeegse studenten die unaniem stemmen voor 'de demonstratie'. De erfenis van de Tweede Wereldoorlog, van goed en fout, wordt door de naoorlogse generatie op de ruzie met hun eigen vaders geplakt. Louis van Gasteren maakt de film Allemaal rebellen en suggereert dat de opstand tegen de regenten niet anders was dan die tegen de nazi's.

En vervolgens naadloos de donkere jaren tachtig. De protestgeneratie is aan de macht gekomen. Geen generatie die het zo goed weet, commentarieert Oey. En altijd de inzet van de Tweede Wereldoorlog om het eigen gelijk te halen, tot Dijkstal en de jodenster en Pronk en de deportatie aan toe. Racisme en fascisme worden de toetssteen van alle kwaad. Met terugwerkende kracht tamelijk schokkend zijn de beelden van CD-politicus Hans Janmaat die, op weg naar de Tweede Kamer, een haag joelend gepeupel moet passeren.

Analytisch zijn de critici van de jaren zestig heel wat sterker dan de terugverlangers. De filosoof Kinneging legt uit hoe het idee dat iedereen ongebreideld zijn impulsen moest volgen - lekker zichzelf en de schaamte voorbij - vanzelf leidt tot meer geweld en dus uiteindelijk tot dwang en repressie. 'Dat zijn de consequenties van het hippiedenken.'

Van Gogh doet uit de doeken hoe de nieuwe vrijheid 'oneindig' onverdraagzamer was dan de hoge heren die bestreden moesten worden. En Leon de Winter maakt een reuzensprong met zijn stelling dat we met het cultuurrelativisme, dat een product is van de jaren zestig, op 11 september enorm op de koffie zijn gekomen. Mooi is de film als blijkt dat ook Volkert van der G. bij Robert Oey op de Middelburgse school heeft gezeten. De linkse leraren kijken beteuterd. Hadden zij ook invloed gehad op de ideeen idealen van de moordenaar van Pim Fortuyn?

Maar net toen ik dacht dat er nog maar een zetje nodig was om de jaren zestig definitief over de rand te duwen, stopte Robert Oey. De doodklap aan de erfenis van de revolutie wordt niet uitgedeeld. Hij blijft stug terugverlangen, bijna tegen beter weten in, zoals de Franse communisten zoveel jaar na dato nog altijd bezig zijn de 'goede Marx' van de 'slechte Lenin' te redden.

'Moet alles afgebroken worden? Of alleen de dogma's?', vraagt Oey zich af. Hij wil de onschuld terug, de onbekommerde idee dat we met zijn allen op de goede weg zijn. Beelden van dansende Sovjet-meisjes voor het Kremlin, zonder je af te hoeven vragen of die Sovjet-Unie wel helemaal in de haak was. Anno 2004 hebben we van de boom der kennis van goed en kwaad gegeten. Het Kremlin is zijn onschuld al jaren kwijt, 'vrijelijk drugs gebruiken op straat' is geen onverdeeld symbool van vooruitgang meer, net als vrije liefde of de opstand tegen de gevestigde macht in het algemeen.

Het lijkt erop dat Robert Oey de twijfels, de onzekerheid en het onbehagen van nu niet kan verdragen en hunkert naar de heelheid van veertig jaar terug. In dat verband is het veelzeggend dat hij die jaren niet zelf heeft meegemaakt; heelheid bestaat immers alleen maar in de kerk en in de film.

Zodoende kwam het mooi uit dat de jaren zestig de beginperiode van de televisie waren. Anno nu zijn die jaren niet meer dan die voor iedereen herkenbare, maar o zo selectieve televisiebeelden van Maagdenhuis, barricades van Parijs, Apollo naar de maan, B-52-bommenwerpers boven Vietnam. Een steeds herhaalde gebedsmolen van beelden waarbij ook woorden horen. Solidariteit. Progressief. 'Ik wil weer met zijn allen de straat op', becommentarieert Oey, 'het optimisme, hoopvol en zonder angst.'

Wat ging daaraan vooraf? De donkere jaren vijftig. Letterlijk donker, want er was geen televisie. Robert Oey laat een paar fotootjes van zijn ouders zien. En stelt verbaasd vast dat ze het nog leuk schenen te hebben ook. Vader Oey die twee meisjes omarmt aan de Cd'Azur. 'Mijn ouders leken de jaren zestig niet nodig te hebben.'

Hoe is dat nou mogelijk, dat mensen de jaren zestig niet nodig hadden? Maar de laatste, analytische stap om de mythe inderdaad als mythe te bestempelen, zet hij niet. Integendeel. 'Van politiek correct links naar angstig rechts loopt een rechte lijn', staat in de persfolder over de film. Volgt een portret van de enge linkse activist Leo Adriaenssen, die goedkeurend knikt bij de kleurenfoto van een tram die tijdens een kraakactie in vlammen opging.

Adriaenssen was erbij toen Wil Schuurman, de vrouw van Hans Janmaat, als gevolg van een rookbom haar been verloor. 'Geen disproportionele straf', vond hij dat, gezien haar opvattingen. Een duidelijk enge man en bovendien een kwarteeuw met een uitkering. Maar de brommerige schrijver annex HP/De Tijd-journalist Joost Niemr komt er niet veel beter af. Hij was ooit links, maar is nu bang voor de islam en voor hoofddoekjes die je niet aankijken bij de kassa en die 'de boel gaan overnemen'.

Niemr is de enige die een overdrachtelijke oorvijg krijgt als we vervolgens beelden zien van een meisje dat haar hoofddoek losknoopt, de camera inkijkt met een smeltende glimlach en dan haar heerlijke bos ravenzwart haar uitschudt.

Van de islam hebben we niks te vrezen, is de boodschap. Het zijn de intoleranten voor wie we moeten uitkijken, links of rechts, de Adriaenssens en de Niemrs. En met een handige retorische pirouette blijkt de hoofdschuldige van de moord op de jaren zestig Volkert van der G., die met vijf schoten een eind maakte aan de droom van tolerantie en gedogen.

Begrijp je dat voor mij Pim Fortuyn ook bij de jaren zestig hoort?, vraag Oey in deel drie aan de GroenLinkse politica Femke Halsema, die zijn levenspartner blijkt te zijn. Nederland Wonderland. 'Nederland blijft een gidsland, zowel in binnen-als buitenland', antwoordt ze. 'Het is jouw opdracht aan de kijkers om er wat van te maken.' Het zou me niet verbazen als Robert Oey een prijs krijgt voor zijn film. Maar ook na Wonderland is Nederland nog lang niet van de jaren zestig af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden