'Alles in Damascus voelt vreemd'

Het leven in de hoofdstad gaat door, restaurants en winkels zijn open. Maar de burgeroorlog die Syrië verscheurt, grijpt diep in. Wat wil je nog als actrice als de crisis al je dromen en ambities verplettert?

DAMASCUS - Nadia kijkt geen nieuws, leest geen kranten en blijft verre van politiek. 'Ik haat ze allemaal', zegt ze. Al hoort Nadia bij de christelijke minderheid in Syrië, dat betekent niet dat ze zonder meer het regime steunt. Of de rebellen. Of de buitenlandse extremisten. Of een van de vele andere strijdende partijen, die een puinhoop hebben gemaakt van haar land en haar leven.


'De crisis heeft mijn dromen en ambities verpletterd', schreef Nadia in een e-mail, halverwege 2013. 'Alles waarvoor ik de afgelopen vijf jaar zo hard heb gewerkt, had nu resultaat moeten opleveren. Maar op het moment dat ik de vruchten van mijn werk kon plukken, stortte alles in.'


Praten met journalisten is gevaarlijk in Syrië. Onder een schuilnaam wil de beginnend actrice en zangeres wel meewerken aan dit verhaal. Om te laten zien hoe gewone burgers vermalen raken in een conflict waar ze niet om hebben gevraagd, maar waaraan ze ook niet kunnen ontkomen.


In Damascus, waar ze woont, heeft het regime van Bashar al-Assad de controle behouden. Daar zijn de winkels open, gonzen de restaurants en staat het verkeer vast. Maar ook hier lijdt de bevolking - zij het op een andere manier. Nadia, bijna 30, komt uit een middenklassegezin in een middenklassewijk. Voor de oorlog werkte haar vader in de Arabische Golfregio om het gezin te onderhouden. Nadia en haar zus studeerden, moeder deed het huishouden. Sinds 2011 staat alles stil.


Musical

Het conflict in Syrië brengt een verloren generatie voort. Direct, omdat er in rebellengebied zoveel mensen ontheemd en op de vlucht zijn. Indirect, voor degenen in regeringsgebied, wier leven is opgeschort tot de strijd ten einde is. 'Ik ben te oud', zegt Nadia steeds. 'Ik heb drie jaar verspeeld en moet opnieuw beginnen. Maar mijn kansen gaan aan me voorbij. In deze bedrijfstak moet je jong zijn.'


Vlak voor de opstanden begonnen kreeg Nadia voor het eerst de hoofdrol in een musical op het meest vooraanstaande podium van Damascus. Ze speelde in een Syrische soap, trad op met bands, legde contacten met westerse producers en had een lijntje naar Broadway in het vizier. Toen kwamen de protesten en de burgeroorlog. Theaters sloten, televisieproducers vertrokken, musici stopten met optreden. Haar vader stond op het punt na tien jaar terug te komen naar Syrië en een restaurant te openen - maar hoe kan dat, midden in een oorlog?


Nadia heeft tal van vrienden verloren doordat ze weigert een kant te kiezen. Of doordat mannelijke leeftijdsgenoten zijn gevlucht voor de dienstplicht, omgekomen in het leger of anderszins verdwenen. Met zachte stem vertelt ze over een boezemvriend die nabij Damascus werd ontvoerd en ondanks de betaling van losgeld nooit is teruggekeerd. Geen rebellen, benadrukt Nadia: gewoon een bende criminelen.


Het maakt haar murw. 'Ik relativeer alles', zegt ze. 'De dood is niet zo'n groot iets meer. Ik maak er grapjes over met mijn zus, als we de telefoon ophangen. 'Zie je straks, hè? En zo niet: het is een leuke tijd geweest.' Ik merk trouwens dat ik überhaupt steeds vaker lach zonder dat er een reden voor is. Niemand is meer normaal in Damascus. Het voelt allemaal zo onwerkelijk.'


Nachtmerries

Hoezeer jongeren ook proberen hun fragiele dagelijks leven in stand te houden, de werkelijkheid haalt hen in. Nadia ontsnapte nipt aan de dood toen een mortier insloeg op de plek waar ze seconden ervoor met haar auto stond. Een agent had haar berispt voor fout parkeren. De agent is dood.


Haar moeder, inmiddels ook aangeschoven, heeft nog nachtmerries van de weken dat granaten uit een aangrenzende wijk insloegen in die van hun. Ze kan, zegt ze met opengesperde ogen, vertellen hoe buurtgenoten met afgerukte ledematen eruitzien.


'Er waren dingen fout', zegt Nadia. 'Corruptie, armoede, onderdrukking - er moest verandering komen.' Maar de activisten die de opstanden ontketenden, in navolging van Tunesiërs en Egyptenaren, hebben de context verkeerd ingeschat, zegt ze. Syrië was er niet klaar voor, de manier van denken niet ontvankelijk voor vrijheid en democratie. En ze hadden kunnen weten dat het regime een campagne van ongekende repressie zou lanceren.


De angst voor het groeiend extremisme duwt ook Nadia in de richting van het regime. 'Als ik tussen een extremist en een regeringssoldaat sta, zal die soldaat mij verdedigen.'


Ze denkt even na. 'Ik weet dat bijna ieder land door deze fase is gegaan, inclusief Europa en de VS. Uiteindelijk zou er iets goeds uit voort kunnen komen, maar op dit moment zie ik niet in hoe. Ik wil gewoon dat het ophoudt.'


Voorlopig zit dat er niet in en dus wil Nadia weg. Weg uit Damascus, weg uit Syrië. Vroeger was dat geen probleem, maar wie geeft Syriërs nu nog een visum? Ze kijkt naar Beiroet, naar Dubai - misschien dat ze daar iets kan opbouwen in de entertainmentindustrie. Haar moeder fronst bij de suggestie. De parels aan haar ketting dansen terwijl ze langzaam haar hoofd schudt.


Daar zitten ze dan: pa in het buitenland, moeder weigert weg te gaan, Nadia en haar zus hopen op een beter leven elders. Naarmate het geweld voortduurt, zal het gezin verder uit elkaar worden getrokken, al bezweert moeder dat ze alles zal doen om haar dochters bij zich te houden. 'Dit is ons land', zegt ze. 'Hier horen we thuis.'


Nadia luistert ernaar. Ze lacht nog maar een keer. Zonder reden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.