Alles Gute aus Berlin

Theaterfestival in Berlijn toont de beste voorstellingen uit Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Drie ervan komen naar Nederland.

'Ik ben een fucking mongool, en ik stotter heel erg. En daarom ben ik ook verdrietig.' Dat zegt Titiana, een van de elf artiesten die mee doet aan de voorstelling Disabled Theater van de Franse choreograaf Jér¿me Bel. Hij maakte deze voorstelling bij Theater Hora in Zürich dat vooral met geestelijk gehandicapten werkt.


Een fucking mongool. Het is een allesbehalve politiek correcte, maar wel duidelijke benaming van wat doorgaans keurig wordt aangeduid als het syndroom van Down.


Elf geestelijk gehandicapten, netjes op een rijtje, sommigen duidelijk nogal ver heen, anderen hooguit een beetje anders. Ze stellen zich voor, ze zeggen waaraan ze lijden (sommige noemen zich 'langzaam van begrip' of 'achtergesteld'). Dan mogen ze een dansje doen op zelf uitgekozen muziek: Michael Jackson, ABBA, Justin Bieber, snoeiharde Duitse hardrock. Ze vertellen wat ze van hun eigen show vinden en hoe anderen erop hebben gereageerd. Damien zegt bijvoorbeeld dat zijn moeder Disabled Theater een freakshow vond, maar ook erg mooi.


Zo gaat dat bijna anderhalf uur door, in een voorstelling die eigenlijk geen voorstelling is, maar nogal ongemakkelijk reality-theater. Elf geestelijk gehandicapten die het publiek deelgenoot maken van iets dat balanceert tussen bezigheidstherapie en vrije expressie. Intussen werd Disabled Theater wel geselecteerd voor Theater Treffen (TT) in Berlijn, waarin jaarlijks in mei de tien beste voorstellingen uit Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk te zien zijn. De jury koos juist vanwege dat confronterende ongemak voor Disabled Theater en wil hiermee ook het publiek aan het denken zetten. Moet theater altijd iets representeren of kan het ook een-op-een direct zijn? Jér¿me Bel onderzoekt al langer de rol van de toeschouwer en met deze productie zet hij daarmee een stevige stap voorwaarts. Of te ver, volgens sommigen.


Hoe dan ook waren Bels levensechte performers afgelopen weekeinde top of the bill tijdens Theater Treffen. Moet je hard klappen voor die jongen die een waanzinnig nummertje breakdance ten beste geeft, terwijl het kwijl uit zijn mond loopt? Lopen de tranen over je wangen van het lachen of van medelijden als dat behoorlijk mongoloïde meisje uit haar dak gaat op Dancing Queen van ABBA? Dat soort vragen dringen zich bij het kijken naar deze productie voortdurend op. Tijdens een nagesprek bleken de meningen verdeeld: men vond het of een gênante vertoning of diep ontroerend. Het Nederlandse publiek kan binnenkort overigens zelf kennismaken met Disabled Theater: de voorstelling is geprogrammeerd op het festival Julidans.


Vier voorstellingen in drie dagen tijd - dat was de score afgelopen weekeinde in het perfect georganiseerde Theater Treffen, dat dit jaar ook nog eens zijn vijftigjarige jubileum vierde. Onder meer met een bustocht door de stad, waarbij zes belangrijke theaterplekken werden aangedaan. Variërend van het Berliner Ensemble waar Bertolt Brecht furore maakte tot de Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz waar het anarchisme van Frank Castorf nog steeds hoogtij viert.


In de bus vertelde actrice Sandra Hüller allerlei wetenswaardigheden over de rijke Berlijnse theaterhistorie en over opzienbarende opvoeringen, waaronder die van Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui van Bertolt Brecht, in regie van Heiner Müller. Een voorstelling uit 1995 (Müller stierf een half jaar na de première) die nog steeds op het repertoire staat. Sterker nog: in juni is deze legendarische productie te zien op het Holland Festival.


Deze gouden editie van Theater Treffen maakt intussen een avontuurlijke indruk, vooral door de vele uiteenlopende locaties waar de producties te zien zijn (van het statige Haus der Berliner Festspiele tot het hippe Radialsystem V), maar ook door de voorstellingen zelf. In de selectie dit jaar is uiteraard ook weer voldoende degelijk Duits teksttoneel te zien - van drie uur Elfriede Jelinek tot ruim vijf uur Krieg und Frieden (naar Tolstoj).


Ook regisseur en acteur Luk Perceval is aanwezig, dit keer met een theaterbewerking van Hans Fallada's roman Jeder stirbt für sich allein, opgevoerd door het Thalia Theater uit Hamburg. Een tikkeltje vaderlandse trots straalt af van de voorstelling Die Strasse. Die Stadt. Der Überfall. Tekst: Elfriede Jelinek, gezelschap: Münchner Kammer-spiele, regie: de Nederlandse theaterregisseur Johan Simons. In München zelf is deze productie op z'n zachtst gezegd gemengd ontvangen, in Berlijn lustte men er wel pap van.


Op verzoek van de Kammerspiele, dat vorig jaar zijn eeuwfeest vierde, schreef Jelinek een ingewikkeld taalbouwwerk met als uitgangspunt de Maximilianstrasse in München, de stad waar zij deels woont. In deze statige laan hebben zich de afgelopen jaren alle exclusieve modezaken van de wereld gevestigd. Vuitton, Valentino, Chanel, Prada, Bottega Veneta en Dior zijn er zij aan zij gevestigd, winkel na winkel. Het hele jaar door wordt hier uitbundig geshopt door rijke Duitsers, 's zomers komen vooral vermogende Arabieren met hun families inkopen doen. De stad ontvangt ze gretig, want de kassa's rinkelen en München is met Hamburg intussen de welvarendste stad van Duitsland.


Over dat ongebreidelde consumentisme en de mode-industrie zelf, gaat Die Strasse. Die Stadt. Der Überfall. Maar Jelinek haalt er als vanouds van alles en nog wat bij: van haar eigen ervaringen met de belastingdienst tot de dood van Rudolph Moshammer, de excentrieke homoseksueel die in de Maximilianstrasse een winkel in stropdassen had en, op zoek naar liefde, door een Arabische schandknaap werd vermoord. Dat levert soms lichtvoetig, maar vaak ook ondoorgrondelijk theater op, in stijl variërend van een statisch hoorspel tot bijna Brechtiaans muziektheater. Met Sandra Hüller (op dit moment dé jonge actrice van Duitsland) in de glansrol van verwarde, modeverslaafde vrouw. Winkelen wil zij, vooral om iemand anders te worden. In een schitterende monoloog staat zij voor een etalage, ziet een mooie rok, schaft hem aan, maar ervaart dat zij ook in die rok net zo onaanzienlijk blijft als daarvoor. Je kunt wel wegkruipen in de mode, maar je verandert zelf niet. Haar spiegelbeeld in de etalage liegt niet, die peperdure rok wel.


'Vijf jaar geleden zaten in de Maximilianstrasse nog cafés en kleine winkeltjes, nu alleen nog maar die chique zaken. En ons theater ligt er middenin. Ik moest maar eens een steen door die etalageruiten gooien, bedacht ik, en die steen is dit stuk van Jelinek geworden'. Regisseur Johan Simons toont zich na afloop blij met de ontvangst van zijn voorstelling in Berlijn. Sterk aan Jelineks' stuk is dat het niet belerend is, vindt hij.


Simons: 'Het gaat over representatie ten opzichte van authenticiteit. Jelinek zelf ziet er nogal excentriek en exclusief uit, ze loopt in de duurste kleding rond. Ze is een grande dame en weet veel van mode af. Zij stelt zich dus niet op als slachtoffer van het kapitalisme, zij is ook deelneemster, en plaatst daar allerlei kanttekeningen bij. Dit stuk gaat ook over ons, ik draag nu ook een jasje van Dries Van Noten, omdat ik er kek wil uitzien.'


Niet chic modieus, maar Berlijns hip is het publiek bij de voorstelling Reise durch die Nacht in Radialsystem V. In dit voormalige pompgebouw aan de Spree is een alternatief theater gevestigd waar deze multimedia-productie een diepe indruk maakt. Regisseur is de Engelse Katie Mitchell die vaker in Keulen werkt en extreem geïnteresseerd is in de zielenroerselen van eenzame, dolende vrouwen. Daarbij hanteert zij altijd een baanbrekende theatertechniek. In dit geval resulteert dat in een verbluffende mix van theater en film, een live-actionvoorstelling met een intens droevige uitwerking.


Een vrouw in een ongelukkig huwelijk reist met haar man in de nachttrein van Parijs naar Wenen en herbeleeft in de slapeloosheid van die nacht allerlei jeugdtrauma's. In filmbeelden en tekst wordt schoorvoetend een tipje van de sluier opgelicht. Het speelvlak is horizontaal in tweeën gedeeld: op het bovenste deel wordt filmisch ingezoomd op wat eronder live wordt gespeeld. De filmset is als het ware in het theater geïncorporeerd, met camera- en geluidsmensen die almaar heen en weer rennen. De vrouw vindt nog enige troost bij een aantrekkelijke conducteur, hetgeen een vrij heftige, sofpornografische scène in de treincoupé oplevert. Maar als zij aan het eind van deze nacht in Wenen aankomt, is alle hoop op een beter leven verdwenen.


Is Reise durch die Nacht een onbetwist hoogtepunt in TT, de productie Murmel Murmel van de Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz is de meest bizarre vertoning. Elf acteurs ontpoppen zich hierin als formidabele slapstickartiesten, acrobaten, performers, zangers, dansers en ledenpoppen. Met als basis het één-woord-drama Murmel (1974) van de Zwitserse Fluxus-kunstenaar Dieter Roth, heeft regisseur Herbert Fritsch een showy voorstelling gemaakt waarin ontelbare variaties op het woord 'Murmel' voorkomen. Intussen stuiteren de acteurs als flipperballen over het podium en duiken de orkestbak in, gekleed in jarenzestigpakken en -jurken, tussen felgekleurde en voortdurend schuivende panelen, en op muziek die varieert van minimalistisch tot slow swing. Murmel Murmel is vooral een dadaïstische performance, die waarschijnlijk naar Amsterdam komt, en het publiek in grote verwarring zal achterlaten.


Die uitgelatenheid staat in schril contrast met de intens treurige, bijna lege blik van Miranda, een van de elf geestelijk gehandicapten uit Disabled Theater. Miranda ziet er vrij normaal uit, ze is alleen een beetje in zichzelf gekeerd, een stil en bozig meisje. Terwijl de anderen zich vermaken, zit zij wezenloos voor zich uit te staren. Alsof ze zich in een niemandsland bevindt tussen artiest en publiek, tussen normaal en abnormaal. Straks, tijdens Julidans in Amsterdam zal Miranda waarschijnlijk weer stil zijn. Behalve als ze haar dansje mag doen, dan is ze een paar minuten lang een ster. Dan lacht ze verlegen. Dat heeft ze zich waargemaakt. Dan geeft ze zich gewonnen.


Vervolg van pagina V9


Lees verder op pagina V10


Credit: Johan Simons

Voor de Nederlandse theatermaker Johan Simons is het al de vijfde keer dat een regie van hem werd uitgekozen voor het Theater Treffen in Berlijn. Dit jaar was hij present met Die Straße. Die Stadt. Der Überfall. Eerder voorstellingen waren Anatomie Titus, Fall of Rome (2004, Münchner Kammerspiele), Elementarteilchen van Houellebecq (2005, Schauspielhaus Zürich), Kasimir und Karoline (2010 Schauspiel Köln) en Gesäubert/Gier/4.48 Psychose von Sarah Kane (2012, Münchner Kammerspiele).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden