Alles draait om strategie

De een kiest voor een bliksemstart, de ander vertrouwt op een snelle slotronde. En in beide gevallen kan het goud waard zijn....

TACTIEK? 'Ach, het is straks gewoon een kwestie van de hele handel aan puin rijden', zegt Rintje Ritsma.

Jaja, was het maar zo simpel.

Het koningsnummer van de negentiende Olympische Spelen, de 1500 meter, brengt dinsdag meer kanshebbers dan ooit tevoren ten tonele. Zeker tien schaatsers azen op het goud, variërend van de sprinters Lee en Cheek tot de allrounders Parra en Ritsma. In dat spel om tienden van seconden - zoniet honderdsten van seconden- is de cruciale vraag vooral wie de slimste route naar de finish kiest.

In opdracht van het Internationaal Olympisch Comité doet bewegingswetenschapper Jos de Koning onderzoek in Salt Lake City. De 1500 meter is één van de vraagstukken die hem het meest bezighoudt, zegt hij: 'Die tien kanshebbers zijn fysiologisch volstrekt verschillende types, maar ze hebben ieder voor zich toch iets specifieks dat hen tot de beste kan maken. Dus waar draait het om? De strategie! Wie zijn sterke en zwakke punten in de juiste balans kan brengen, pakt de titel.'

Een vergelijking dan maar?

De Koning: 'Stel, wij staan beiden voor een stoplicht, ik zit in een Ferrari, jij in een Volkswagen. We doen wie het snelst anderhalve kilometer heeft afgelegd en we spreken af dat ik de motor van mijn Ferrari na achthonderd meter uit zet. Jij mag de motor van jouw Volkswagen het hele stuk op volle toeren laten draaien. Wie denk je dat het eerst bij de finish is?'

Want zo werkt het dus straks. Kyu-Hyuk Lee zal, zoals alle sprinters, furieus van start gaan (als de Ferrari) maar halverwege de race nagenoeg alle brandstof al verbruikt hebben. Op een laaglandbaan staat die strategie gelijk aan zelfmoord, maar op een snelle piste als Salt Lake City kan juist vanwege die bliksemstart een sprinter relatief makkelijk naar de eindstreep glijden. Dat maakt het voor types als Parra en Ritsma (de Volkswagen) lastig om dankzij hun grotere longinhoud in het tweede deel van de race nog tijd terug te winnen.

'Driekwart seconde te langzaam openen, dat haal je niet meer in', zegt Ritsma.

'Maar je mag je ook niet gek laten maken door de sprinters. Wie forceert bij de start, komt kracht te kort voor de slotronde', zegt Adne Sondrål.

'Sprinters zullen in 23,2 openen. Als je boven de 23,6 zit, ben je gezien', zegt Ritsma.

Adne Sondrål, sprinter noch allrounder, geldt al bijna een decennium als de grootmeester van de middenafstand. Olympisch goud (1998) en zilver (1992) alsmede twee wereldtitels (1998 en 2001) accentueren zijn specialisme. Naast 'natuurlijke aanleg' schrijft de dertigjarige Noor zijn klasse toe aan de zware trainingen begin jaren negentig aan de zijde van alleskunner Koss waarmee de basis werd gelegd voor de verbluffende slotronde die hem al zoveel titels opleverde. Dinsdag geldt S ndrål als dé te kloppen man.

'Hij is de enige die in de laatste ronde dik een seconde terug kan pakken', zegt de Duitse coach Achim Franke.

'En Ids Postma', zegt Sondrål zelf.

Toch vreest ook Sondrål in het bijzonder de sprinters. 'Van Postma weet ik hoe hij rijdt en dat hij mij kan verslaan. Sprinters zijn onberekenbaar. Van de zes gaan er vijf dood in de slotronde, maar juist die ene kan de hele wedstrijd op z'n kop zetten.'

De statistieken tonen bovendien aan dat sprinters in de loop der jaren steeds nadrukkelijker bezit hebben genomen van de metrische mijl. Zo zijn de twee laatste wereldrecords op de 1500 meter gerealiseerd door sprinters - Leeuwangh (1.45,56) en Lee (1.45,20) - en bewees Wennemars recent met een officieus record (1.44,45) uit welke hoek dinsdag het gevaar komt. Het is een trend die eind jaren tachtig werd ingezet door de in gebruik name van indoor-banen en die de voorbije vijf jaar werd versterkt door de introductie van de klapschaats.

Achim Franke: 'Indoorbanen en de klapschaats hebben voor hogere snelheden gezorgd. Elke afstand is in tijd gemeten veel korter geworden waardoor de 1500 meter op een sprint is gaan lijken.'

Jos de Koning: 'Door de klapschaats werken spieren efficiënter. Daardoor treedt minder snel verzuring op en dat leidt er weer toe dat sprinters nu langer een race volhouden.'

Franke: 'Doordat spieren efficiënter werken, kan er meer en intensiever getraind worden. En aangezien er maar één afstand is waarop sprinters en allrounders elkaar treffen, is op die afstand het niveau de laatste jaren ook het meest opgestuwd.'

Ritsma: 'In die tien jaar dat ik nu aan de top sta, is de concurrentie op de 1500 meter verdubbeld. En de verschillen onderling zijn minimaal.'

En dan vindt de olympische veldslag dinsdag ook nog eens 1400 meter boven de zeespiegel plaats. Op die hoogte stelt de lage luchtweerstand schaatsers in staat met een relatief geringere inspanning nog sneller hun topsnelheid te bereiken. Hoewel dat effect theoretisch voor sprinters en allrounders gelijk is, lijken statistisch vooral sprinters van de ijle lucht te profiteren. De Olympische Spelen van 1988 in Calgary - indoor en op 1035 meter hoogte - leverden reeds het bewijs.

Pagina 39

Vervolg van pagina 37

Ritsma: 'Het is gewoon gaan, gaan, gaan'

Alleen rijder die bocht durft aan te vallen, maakt kans op de overwinning

DESTIJDS IN Calgary schaarden zich zeven sprinters onder de beste tien op de 1500 meter - een unicum in de olympische historie. Reeds in 1956 in Cortina d'Ampezzo (1756 meter) en in 1960 in Squaw Valley (1870 meter) had sprinter Jevgeni Grisjin aangetoond dat sprinters zodra het olympisch podium zich hoog boven de zeespiegel verheft het goud kunnen incasseren. Beide keren moest de Rus de zege trouwens delen, respectievelijk met de sprinter Joeri Michailov en de allrounder Roald Aas.

In 1988 in Calgary betekende de overwinning van de Oost-Duitser Andre Hoffmann een surprise. Achim Franke, de coach achter de toenmalige kampioen, mag er nog altijd graag aan herinneren. 'Hoffmann was een goede 1500 meter-rijder, maar niet de beste. Michael Hadschieff bijvoorbeeld was beter. Maar de concurrentie hield geen rekening met de speciale effecten van Calgary, wij wél.'

Al ruim voor het vuur in de Canadese stad werd ontstoken, was de schaatselite volgens Franke ervan overtuigd dat het goud slechts te verdienen viel via een wereldrecord. Het gros van de trainers en schaatsers ging echter voorbij aan de fysiologische en psychologische consequenties die daaruit voortvloeiden. Zo bleef Hadschieff die winter onverstoorbaar de 1500 meter, 5 kilometer en 10 kilometer combineren, terwijl Franke zijn pupil Hoffmann een jaar vóór de Spelen beval dat allrounden voortaan taboe was.

Met een uitgekiend schema prepareerde het Oostduitse koppel zich voor de mijl. Franke: 'Hoffmann trainde dat seizoen als een allrounder, maar in wedstrijden reed hij alleen de 500, 1000 en 1500 meter. Fysiek was hij daardoor gewend om te gaan met pijn en verzuring, maar mentaal was hij helemaal gefixeerd op snelheid.'

Dat bleek op het moment suprème. Franke: 'Hoffmann was de enige die zijn kracht bij die enorme snelheden op een hooglandbaan onder controle wist te houden.'

De Koning: 'Klopt. Ik herinner me nog dat bijna alle schaatsers in Calgary moeite hadden de bocht te houden.'

Franke: 'Elke bocht die je te ruim neemt, kost je een- of tweetiende.'

Snelheidsbeleving heet dat in trainersjargon. Ook dinsdag in Salt Lake City zullen de matadoren met meer vaart dan ze ooit ervaren hebben op de bocht afstormen. Het kan uiteenlopende psychologische reacties veroorzaken. Wie bang wordt, verkrampt en kan het goud vergeten. Wie daarentegen op safe speelt, neemt de bocht te ruim of te langzaam en rijdt eveneens een verloren race. 'Wie de bocht durft aan te vallen, maakt een kans', zegt De Koning.

Franke: 'Daarom is Ritsma vrijwel kansloos. Tot voor een paar weken lag voor hem het accent nog op de vijf kilometer. En hij is deze winter niet één keer op trainingskamp geweest in Calgary of Salt Lake City. Pas de laatste weken is hij op hoogte gaan trainen. Dat is te laat. Zijn lichaam heeft de snelheids-prikkel niet genoeg gehad. Met zijn zware lichaam wordt hij straks zo de baan uitgeslingerd.'

Adne Sondrål is voorbereid, al maanden. Met de olympische atletiekkampioen op de 800 meter Vebjorn R dal (Atlanta 1996) wisselde hij in de zomer ideeën uit omtrent specifieke trainingsvormen voor de middenafstand en tegelijkertijd liet hij aan de universiteit van Oslo races van wereldkampioen sprint Jeremy Wotherspoon analyseren. R dal adviseerde hem de omvang van zijn trainingen te verminderen doch de intensiteit te vergroten, terwijl S ndrål van Wotherspoon de finesses van de bochtentechniek afkeek.

'Wotherspoon laat zijn schaatsen in de bochten iets naar buiten wijzen waardoor hij meer kan hangen en feller kan afzetten', beweert S ndrål.

Die details kunnen dinsdag het verschil maken. 'Ik heb mijn tactiek niet veranderd, ik heb 'm geperfectioneerd', zegt S ndrål.

De pijn die onvermijdelijk zal volgen schrikt hem niet meer af. Of iemand nu snelle spiervezels heeft en dus eerder in ademnood zal komen (sprinters) of hoofdzakelijk over trage spiervezels beschikt en aldus een iets grotere longinhoud heeft (allrounder), in beide gevallen slaat tijdens de race de verzuring ongenadig toe. Sprinters ervaren die halverwege hun race, allrounders bij het ingaan van de laatste ronde.

Op dat moment is doorslaggevend wie zijn techniek het best weet te bewaren en zo de gemiddelde snelheid het hoogst weet te houden. De 1500 meter is een rekensom die opperste concentratie vereist, concludeert Jos de Koning.

Vier jaar geleden in Nagano liet Ids Postma in gewonnen positie twee steekjes vallen, waarna Sondrål vanuit geslagen positie langszij wist te komen en vervolgens toch nog de gouden medaille voor zich opeiste.

Franke: 'Op de 1500 meter komt een schaatser zichzelf tegen op een manier die onvergelijkbaar is. Alles doet pijn, het gevoel is uit de benen, de longen scheuren.'

Ritsma: 'Juist dan is het van belang om ontspannen te blijven schaatsen.'

Sondrål: 'Voor mij is dat het mooiste moment in de race: als je het duiveltje in je hoofd kunt verslaan.'

Ritsma: 'Het is gewoon gaan. Gaan, gaan, gaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden