'Alles draait om mezelf bevrijden van whatever mij beklemt'

Vraag ontwerper Maarten Baas niet of zijn werk nu kunst of design is, vraag hem liever wat hij mooi vindt. Dan vertelt hij over Tom Waits, Michel Gondry, Johan Cruijff en de stoeptegel.

Maarten Baas. Beeld Els Zweerink

Maarten Baas houdt van bordspelletjes. In zijn woonkamer staat een hele kist vol: Mens erger je niet, Stratego, Monopoly. Maarten Baas houdt ook van spelen. Zijn eerste grote overzichtstentoonstelling, vanaf zaterdag in het Groninger Museum, heet niet voor niets Hide & Seek. Als een van Nederlands grootste hedendaagse ontwerpers speelt hij verstoppertje voor iedereen die hem in een hokje wil stoppen. Maakt hij nou kunst of design - die vraag achtervolgt hem sinds hij in 2004 met zijn serie verbrande meubels afstudeerde aan de Design Academy in Eindhoven.

Onzinnige vraag. Boeit hem niet. Zei Anthon Beeke, een van zijn docenten op de academie, niet al: een stijl hebben is als een gevangenis. Baas zegt het hem na: 'Op het moment dat je mijn werk kunt duiden, is het zaak weer weg te wezen.'

De meeste mensen zullen hem kennen van zijn spel met de tijd. Of, nou ja, noem het maar een spel. Wie ooit zijn filmpje bekeek waarin twee mannen elke minuut met bezems een streep vuilnis in de vorm van de wijzer van een klok vooruitduwen, heeft misschien ook deze ervaring gehad: dat je nooit eerder zo lijfelijk voelde dat die minuut alweer geschiedenis is, verleden, een stap dichter bij de dood.

Langs zijn Real Time-klok op Schiphol, waar op de plek van de wijzerplaat een film wordt afgespeeld waarin een mannetje met stift een minuut tekent en weer wegpoetst, lopen jaarlijks miljoenen mensen. Grappig: het idee ontstond ooit precies daar, hij stond op zijn koffers te wachten en keek naar een instructiefilmpje, 'door een slecht reclamebureau gemaakt, het was een rip-off van de muziekvideo van Bob Dylans Subterranean Homesick Blues, die waar hij steeds een bordje met een woord uit het nummer omhooghoudt en weer weggooit. Ik dacht: als ik die bordjes gebruik met de tijd erop, steeds een volgende minuut, en die gooi ik weg, dan krijg je ook een soort klok. Op dat idee ben ik gaan voortborduren, tot ik de man in de klok had die de wijzers uitveegt.'

Het is niet zijn specialiteit om zijn werk onder woorden te brengen, zegt Baas in het gesprek waarin maar een paar zinnen helemaal worden afgemaakt. 'Anders was ik wel schrijver geworden.' Voor zijn laatste tentoonstelling, Maarten Baas Makes Time, vorig jaar tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven, vroeg hij dichter Ingmar Heytze om woorden te geven aan zijn werk. Die zullen ook in het boek staan dat bij Hide & Seek in Groningen wordt gepubliceerd. 'Geen kunsthistorische context, geen rationalisatie, anders slaat alles dood.' Heytze schreef gedichten, zoals deze, over zijn serie gekleide meubelen:

CV

19 februari 1978 geboren in Arnsberg, Duitsland
1996-2002 Design Academy
2004 expositie Where There's Smoke in galerie Moss in New York, met 25 verbrande designklassiekers, waaronder de ZigZagstoel van Rietveld.
2005 oprichting DHPH studio met zakelijk partner Bas den Herder.
2006 presentatie Clay, serie kleimeubelen op Salone del Mobile in Milaan.
2009 Real Time, serie 12 uur durende films waarin een acteur elke minuut de huidige tijd aangeeft. De Grandfather Clock wordt onder andere door het Rijksmuseum aangekocht.
Organisatie van Design Miami benoemt hem tot Designer of the year.
2012 Smoke en Clay opgenomen in de lijst 'klassiekers van de toekomst' door The New York Times
2016 Ambassadeur Design Week Eindhoven, tentoonstelling Maarten Baas Makes Time.

Het werk van Maarten Baas is opgenomen in de collecties van onder andere het Stedelijk Museum, Museum of Modern Art, Rijksmuseum, Victoria & Albert Museum, San Francisco Museum of Modern Art en in privécollecties van Brad Pitt en Kanye West.

Kind zijn is niet ingewikkeld.

Moeilijker is het om te weten hoe het was,

Niet wat je je ervan herinnert of hoe het voelde

maar wat het betekende dat alles vanzelfsprekend kon,

terwijl je het verzon bestond het al, maakbaar

met wat voorhanden was.

Nog moeilijker: iets maken waardoor anderen

Zich herinneren wat we waren, dat we

dat nog altijd zijn.

1. Muziek: Tom Waits

'Het eerste album dat ik hoorde was The Heart of Saturday Night, met de wegrijdende claxonnerende auto aan het begin. Waits gebruikt altijd akoestische instrumenten, met soms wat rauwe geluidssamples en vaak een soort potjes-en-pannetjespercussie. Zijn stem is steeds rauwer geworden door de jaren. Ik hou van al die stemmen, maar soms, als ik iemand wil laten kennismaken met Tom Waits, begin ik bij de jaren zeventig, toen hij nog gewoon, braaf, als Bruce Springsteen klonk. Haha! Zijn teksten zijn supermooi, hij varieert hierin van bijzondere poëtische en inhoudelijk goeie teksten tot nonsensexperimenten. Ook in zijn muziek doet hij dat: ballads, jazz, rock, experimenteel, blues en alles ertussenin. En op een of andere manier is zoals hij het doet altijd goed. Hij blijft ongrijpbaar, lijkt altijd een rol te spelen, zo houdt hij zichzelf op afstand, maar ondertussen heel dichtbij.'

2. Zin: 'I like it, what is it?', Anthony Burril

'Een tijdje geleden liep ik langs een ontwerpbureau en zag ik een poster hangen, met de tekst: I like it, what is it. En ik dacht: wat een grappige zin. Ik was altijd nog van plan er een keer aan te bellen en te vragen of ik die poster kon kopen, misschien dat zij hem hadden ontworpen. Tot ik, twee weken geleden, in het Design Museum in Londen was, en hem daar zag hangen, gesigneerd door Anthony Burrill, en dacht: ha, het is dus kunst!

'Burrill is een grote naam in de designwereld, hij staat bekend om zijn kleurrijke affiches met prikkelende zinnen. I like it, what is it: in een notendop wordt hier korte metten gemaakt met onze behoefte om te categoriseren. En ingeruild voor het accepteren van het niet-weten en niet kunnen duiden. Natuurlijk, soms kan structureren en iets een naam geven handig zijn. Dat je bij de bakker een brood bestelt en geen tros tomaten krijgt, dat is fijn. Maar juist in de wereld waarin ik me bevind, de wereld van design en van kunst, gaat het om het zetten van stappen in onontgonnen gebied, om iets maken dat nog niet bestaat. Dan is het dodelijk om iets in een hokje te willen stoppen.'

3. Bloem: strelitzia

'Vergeleken met het getrut van de gerbera en de roos en al die andere bloemen met hun mooie blaadjes en hun patroontje, is de strelitzia echt een maffe, uitspattende, totaal asymmetrische bloem. Hij tart alle wetten van de schoonheid, met die rare harde punt, en die zachte flap van een bloem eruit. En tegelijkertijd is-ie duidelijk, expressief, en overtuigend.'

4. Boek: Rupsje Nooitgenoeg, Eric Carle, 1969

'Ik hoorde laatst Magnus Carlsen, de Noorse wereldkampioen schaken, vertellen dat hij tussen wedstrijden door ontspant door de Donald Duck te lezen. Want, zei hij: om te ontspannen moet je iets doen wat je in je kindertijd deed. Dat vond ik zo'n eyeopener.

'Niet dat ik Rupsje Nooitgenoeg regelmatig open sla. Maar het ligt hier wel in de kast, en het is een van mijn favoriete boeken. Ik vind alleen de titel slecht vertaald. Het origineel, Very Hungry Caterpillar, is veel fijner, neutraler en onschuldiger dan het inhalige 'nooitgenoeg'. Voor mij gaat dit boek niet over hebzucht, maar over een rupsje dat zijn intuïtie volgt. Hij ziet een appel, denkt: lekker. Twee pruimen: ook lekker. Drie stukken taart, daar baant hij zich ook een weg doorheen, niet wetend waar het gaat eindigen. Dan, op de laatste prachtige spread, waar ik als kind al uren naar kon kijken, wordt al die honger en al dat eten uitbetaald en is hij vlinder geworden.'

Rupsje Nooitgenoeg, Eric Carle, 1969.

5. Sportmoment: De penalty van Johan Cruijff tijdens Ajax - Helmond Sport, 1982.

'Cruijff neemt een penalty, legt de bal op de stip. Je verwacht, zoals het altijd gaat, en zoals de regels dat ook voorschrijven, dat hij een aanloopje neemt en in één vloeiende beweging de bal richting doel schiet.

'Maar wat doet Cruijff? Hij geeft de bal een tikje opzij, naar een van zijn medespelers, die speelt hem weer terug naar Cruijff, de keeper is inmiddels ver uit zijn doel gekomen, en Cruijff schiet de bal vervolgens met een lullig tikje in het net. Iedereen verbouwereerd. De keeper boos op de scheidsrechter: dit mag toch niet. Maar het mocht wel, en dat vind ik het leuke: binnen de regels iets doen dat niet de bedoeling is.'

De penalty van Johan Cruijff tijdens Ajax - Helmond Sport, 1982. 'Wat doet Cruijff? Hij geeft de bal een tikje opzij. Dat vind ik het leuke: binnen de regels iets doen dat niet de bedoeling is.' Beeld ANP

6. Kunstenaar: Teun Hocks

'Hocks was een van mijn docenten op de Design Academy. Net als een andere kunstenaar die ik bewonder, Wim Delvoye, communiceert zijn werk via de voordeur. Eerst komt het gevoel, daarna pas komen de diepere lagen. Je hoeft je niet eerst door een woud van knowhow te worstelen om te voelen waar een werk over gaat. Het is het belangrijkste dat ik van hem heb geleerd.

'Ik heb een werk van Hocks waarop hij jongleert met de letters SHOW. De S is op de grond gevallen, boven hem hangen alleen nog de letters HOW in de lucht. Ik heb dit schilderij gebruikt als basis voor een presentatie in Milaan in 2014, Baas is in town. Het was een presentatie in de vorm van een circus, met bewegende lampen en meubels en vrolijkheid. Van één lamp, SHOW, waren alleen de letters HOW verlicht. Waarmee ik wilde zeggen: ik presenteer me hier wel op de grootste piste, maar tegelijkertijd twijfel ik over of het wel de goede weg is. Soms pruts je maar wat, heb je geen benul van wat je aan het doen bent.'

Baas is in town van Teun Hocks. 'Eerst komt het gevoel, daarna pas komen de diepere lagen.'

7. Film: Funny Games, Michael Haneke (1997)

'Ik kom er steeds meer achter dat alles in mijn leven draait om mezelf bevrijden van whatever mij beklemt. Relaties, vriendschappen, eigendommen, contracten: alles wat me op een bepaalde manier vastlegt, beangstigt me. Ik word al nerveus als ik op een feestje ben, en degene met wie ik ben meegereden heeft het naar zijn zin en ik wil al naar huis. De angst om niet meer jezelf te kunnen zijn, de beklemming van geen kant meer op kunnen, die is nergens zo goed in beeld gebracht als in Funny Games van Michael Haneke, waarin een conventioneel gezinnetje van vader, moeder en zoon in hun vakantiehuis wordt gegijzeld door twee psychopaten. Ze sluiten een weddenschap af met hun slachtoffers: denken ze dat ze de volgende ochtend om negen uur wél, of niet meer leven zijn?

'De mooiste scène vind ik de beroemde 'rewind'-scène. De moeder heeft net in een daad van verzet een geweer van tafel gepakt en een van de gijzelaars doodgeschoten, zijn vriend wordt nog bozer, roept: waar is de afstandsbediening, hij vindt hem ergens op de bank, en spoelt het beeld van de film terug tot het moment vlak voor de moeder het geweer pakt. Even denk je nog als bioscoopbezoeker: hee, er is iets mis met de techniek. Maar dan zegt de gijzelaar tegen de moeder: 'Dat had je niet moeten doen.' En dan weet je dat het misgaat. Wat ik daar mooi aan vind, is dat Haneke filmtechniek gebruikt om de inhoud van zijn verhaal te versterken. Het terugspoelen is geen gimmick, het versterkt de suspense.'

8. Regisseur: Michel Gondry

'Hij is bekend geworden met zijn film Eternal Sunshine of the Spotless Mind, maar ik hou vooral van de muziekclips die hij maakte voor bijvoorbeeld The White Stripes en The Chemical Brothers.

'Gondry gebruikt vaak stop motion, een oude animatietechniek waarbij je beeldje voor beeldje apart fotografeert en achter elkaar monteert zodat er beweging wordt gesuggereerd. En dat raakt mij veel meer dan een film met hightech digitale effecten. Kijk maar eens naar Let Forever Be van The Chemical Brothers. Daarin zitten allemaal kaleidoscopische scènes met een roodharig model. Die zou je met één druk op de computer kunnen maken, maar Gondry werkt met tientallen look-a-likes, en doordat je ziet dat het geen trucage is, word je nog meer in die spacetripbeelden gezogen.'

Regisseur Michel Gondry. 'Doordat je ziet dat het geen trucage is, word je nog meer in die beelden gezogen.'

9. Gebouw: Domtoren Utrecht

'En dan vooral omdat het middenschip tijdens een storm in de 17de eeuw is ingestort, en de toren dus los staat van wat er nog rest van de kerk. Met middenschip zou het een archetypische kerk zijn geweest, een beetje groter dan de gemiddelde dorpskerk. Een grote kathedraal - ja, zo kennen we er nog meer. Maar nu staat hij in zijn eentje. Net als de Plompe Toren in Zeeland, trouwens, waar ik ben opgegroeid. Hele dorp overspoeld door de watersnoodramp, maar de toren is blijven staan. Heel vervreemdend, zo alleen in het landschap.

'Ik denk weleens: wat als er een terroristische aanslag zou zijn in Nederland? Waar zou ik dan door geraakt worden? Als ze aan de Domtoren komen. Dan zou de ziel uit Utrecht weg zijn.'

10. Ding: stoeptegel

'Juist omdat het zo'n niksig ding is vergeleken met bijvoorbeeld de strelitzia. In al zijn grijze onbeduidendheid dient de 30x30 stoeptegel ons allemaal. Bovendien - dat weet ik want ik had op mijn 16de een zaterdagbaantje als stratenmaker - is het een fijn tegeltje om mee te werken. Je kunt er lekker meters mee maken.'

'Ik hou niet zo van metropolen, maar in Tokio heb ik altijd het gevoel dat ik door een dorpje loop.' Beeld Joost van den Broek

11. Stad: Tokio

'Ik hou niet zo van metropolen, maar in Tokio heb ik altijd het gevoel dat ik door een dorpje loop. Er is bijna geen criminaliteit, iedereen stopt voor rood, er wordt niet getoeterd in het verkeer, je portemonnee wordt niet gerold, je kunt hem zelfs op een terras op tafel vergeten, een uur later ligt hij er nog. Dus die radar van opletten geblazen, die in grote steden altijd aanstaat, die kan in Tokio uit.

'Ik ga nu een link leggen die ik nooit eerder zo zag, maar wat mij op dezelfde manier fascineert is: hoe een gigantisch concern als Ikea erin slaagt mij het gevoel te geven, als ik door die enorme winkel loop, dat ze er speciaal voor mij zijn. Dat je richting kassa loopt en er ergens een bordje hangt: vergeet niet een pollepeltje mee te nemen, en dat je dan denkt: verrek, Ikea kent mij. Heel huiselijk.'

Hide & Seek, overzichtstentoonstelling van Maarten Baas, t/m 24 september in het Groninger Museum. Bij uitgeverij Lecturis verschijnt het gelijknamige boek, euro 39,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden