Alles doen en zeggen

Het begon in een spiegeltent waar de salsa werd gedanst. Twintig jaar later staat het nog als een huis: de relatie tussen Marleen (50) en Ruben (55)....

ZIJ: ‘Ik wilde liever alleen blijven dan een saaie man hebben’

‘Ik leerde hem kennen in de Spiegeltent in Nijmegen, waar we allebei salsa dansten. Ik verveelde me altijd met mannen. Maar deze man was anders. Hij stond geleund tegen een pilaar met een biertje. Vol onmiddellijke aandacht. Niet uit op seks of avontuur, nee, geinteresseerd. Niet achteloos, maar bewust van zijn aanwezigheid, en die van mij. Ik ben die avond langer gebleven dan ik me had voorgenomen en toen hij me naar huis bracht, probeerde hij me niet te versieren. We stonden voor mijn deur en kletsten. Niet eens één zoen, zelfs niet op de wang. We hebben alleen maar gepraat, en gemerkt dat we elkaar mochten.

De volgende ochtend werd ik lachend wakker. Ik nam een dag vrij en ging naar de winkel om een wasmachine te kopen. Later vertelde ik dat aan Ruben; hij begreep er niets van. Een wasmachine is niet het eerste waaraan je denkt als je verliefd bent, maar ik had er een nodig en deze dag, waarop ik dit blakende humeur had, leek me daar zeer geschikt voor. Misschien wilde ik mijn zelfstandigheid bewijzen. Een wasmachine staat ergens voor. Voor volwassenheid, het echte leven, je eigen plan.

Een week later ging de telefoon. Ik verstond hem niet. ‘Met wie?’, vroeg ik. ‘O, ben jij die jongen van zaterdagavond?’ ‘Ja’, zei hij, ‘ik wil je weer zien.’ We spraken nog dezelfde avond af. De vrienden die ik die avond te eten had, zijn naar huis gegaan toen ze zagen hoe acuut de situatie was, maar gezoend werd er ook nu niet. Je kunt ook té discreet zijn, dus toen we samen een paar dagen later op een feest belandden, een geweldige avond hadden, wist ik: met deze man moet ik naar bed. Als ik vannacht niet bij hem kan blijven, dan vreet ik me door een betonnen muur heen. Ik zei: ‘Ik wil bij je slapen, straks.’ Hij voelde bekend en spannend tegelijk, de ideale combinatie. Dat is nu twintig jaar geleden en het is lastig voor te stellen dat het al weer zo lang geleden is.

De vertrouwdheid van dit lange huwelijk is groot en nodigt uit om alles te zeggen wat in je hoofd opkomt. Dat ik kan zeggen: ‘Zo, en nu heb ik zin om te vrijen’, is zo prettig. Of: ‘Zo, zullen we nu een rondje op de motor maken?’ Dat je alles uitspreekt, ja, geen geheimen hebt, dat de ander echt een verlengde is. Het kan ook té vanzelfsprekend zijn. Dat was wat me stoorde in andere relaties. Ik was 30 toen ik Ruben leerde kennen, ik wilde liever alleen blijven dan een saaie man hebben. Maar als je allebei actief een eigen leven leidt, blijkt vanzelfsprekendheid juist een steun. Ruben verveelt zich nooit. De praktijk die ik sinds een paar jaar heb, loopt als een tierelier, maar zonder hem had ik nooit de moed, het zelfvertrouwen gehad die te starten. Hij noemt mij zijn speld in de hooiberg. Hoe vaak hij niet verzucht: ‘Als ik jou niet had*’ Hij is nog altijd even enthousiast over mij als vroeger. Hij heeft mateloos veel vertrouwen in me, prijst me de hemel in. Zozeer dat ik soms denk: o help. Maar fijn is het wel. Conflicten blijven beperkt tot kleine irritaties. Hij eet soms lelijk, met malende kaken. ‘Ga toch rechtop zitten’, zeg ik weleens, ‘eet fatsoenlijk.’ Of: ‘Laat je mond niet steeds open staan.’ Maar strijd, concurrentie, al die ondermijnende kwesties die een relatie kunnen verstikken, nee, daar hebben we nooit mee te maken gehad.

Onderhandeld over de huishouding hebben we eigenlijk ook nooit. Ruben kookt als hij thuis is. Op andere dagen kook ik. Zo simpel kan een afspraak zijn. Als de agenda’s veranderen, veranderen de kookbeurten mee. Het voordeel van een lang huwelijk is ook dat ik niet alleen weet wanneer ik er moet zijn, maar ook wanneer ik er even niet moet zijn. We hebben pas het huis verbouwd. Hij wil een kast. Maar als ik vraag: ‘Wat moet er precies in die kast?’, krijg ik een vaag antwoord. De tv moet erop en ik vermoed dat de cd’s en de dvd’s eringaan, maar voor de rest blijft die nieuwe kast leeg. Alle zaken zijn we afgeweest, maar geen lege kast is goed genoeg. Ik wacht rustig af. Ruimte maken, dat is toch het belangrijkst. En tegelijk weten dat je het beste voor elkaar bent. Toen de kinderen nog klein waren, ben ik zes jaar geveld geweest door een vermoeidheidsziekte. Ik had overal pijn en kon alleen nog maar liggen. Ruben nam alle opvoeding en verzorging op zich, zonder zich ook maar een ogenblik af te vragen hoe lang dit allemaal zou duren, en zonder de moed op te geven.

Die toewijding, het onvoorwaardelijke, is een belangrijke pilaar. Dat kon ik destijds in de Spiegeltent ook niet vermoeden. Het was een gok. En toch ook weer niet, want ik had het gezien. Aan zijn houding. Aan de nieuwsgierigheid die echt was.’

HIJ: ‘Ik viel voor de zuidelijke gloed in haar ogen’

‘Ik zag haar in de Spiegeltent in Nijmegen. Ze was met een vriendin die ik ook kende. Ik dacht: dat zoiets moois bestaat. Haar donkere ogen, het halflange zwarte haar. Klassiek. Zo verleidelijk. Ik wilde met haar dansen. Ze zei: ‘Ik kan er niks van’, en dat klopte, maar het kon me niet schelen, ik was al verliefd. Ik heb haar aan het eind van de avond naar huis gebracht, achter op de fiets, en haar verteld hoe mooi ik haar vond. Thuis draaide ik heel hard Ike and Tina Turner. Vijf nachten heb ik niet geslapen en aan het eind van die week dacht ik: dit kan zo niet langer, ik moet er werk van maken.

Ik wist niet meer in welke straat ik haar had afgezet. Ik belde een ex voor het telefoonnummer van de vriendin van Marleen, en eindelijk, na veel omzwervingen, belde ik voor het eerst in mijn leven de vrouw die ik eigenlijk niet kende. ‘Ben jij die jongen van zaterdagavond?’, vroeg ze. ‘Ja’, zei ik, ‘zullen we vanavond afspreken?’ Ze kon eerst niet, en later weer wel, en toen we elkaar ontmoetten, zag ik tot mijn opluchting dat haar lach, de ogen, het haar, hetzelfde waren gebleven. Door haar truitje heen zag ik dat haar borsten rond en goed gevormd waren, maar in de eerste plaats viel ik voor haar ogen, de zuidelijke gloed erin. Drie, vier kroegen later heb ik haar aan het eind van de nacht een kus gegeven. Het woord ‘kinderen’ was toen al gevallen. Ik vond haar fantastisch. En dat vind ik twintig jaar later nog steeds.

Jazeker, er is van alles veranderd. Twee kinderen, een hele geschiedenis die zich heeft opgestapeld, ingewikkelde toestanden met ziekten, maar al die tijd ben ik ervan overtuigd gebleven dat ik een goede keuze heb gemaakt. Ik hoef bijvoorbeeld bij Marleen mijn eigenaardigheden niet te verbergen uit angst haar solidariteit te verliezen. Ik ben een moeilijk mens. Ik doe soms ingewikkeld over simpele dingen als de inrichting van een huis, ik neem lang de tijd. Marleen raakt nooit geïrriteerd. Ze laat me. En dat afstand nemen op momenten dat de meeste vrouwen er bovenop zouden springen, geeft mij een enorm besef van vrijheid. Toen ik Marleen leerde kennen had ik wat losse verhoudingen gehad, maar telkens weer had ik het idee dat ik ergens in werd meegesleurd en opeens een part van een geheel werd, in plaats van een individu met een relatie. Bij Marleen kon ik al die jaren mezelf blijven. Vroeger is mij zo vaak verweten dat ik dominant ben. Maar nu heb ik gemerkt dat ik lastig kan zijn zonder dat zij zich omver laat blazen. Zonder mij iets te verwijten, en dus zonder dat het de relatie schaadt.

De zomervakanties bijvoorbeeld. Ik neem het voortouw, ik zoek een mooie natuurcamping in de Auvergne waar we perfect kunnen verblijven, zoals afgelopen zomer. Dit keer niet in het tentengedeelte, maar in een huisje aan de rand van het terrein, want de kinderen wilden niet meer in hun blootje. Marleen zegt: ‘Doe maar, het gebeurt toch zoals jij het wilt’, en ze vindt het prima, want ze heeft geen behoefte zich in onze relatie te bewijzen door zich met alle details te bemoeien. Andersom steun ik haar ook, als ze na een lang ziekbed besluit geen werk meer tegen haar zin te doen en een eigen praktijk wil beginnen.

Het vertrouwen dat wij het belangrijkste zijn voor elkaar, zit hem niet in het greep willen hebben op het leven, maar veel meer in het eindeloos informatie uitwisselen. Sinds kort ben ik op woensdag thuis. Meer dan op het in alle rust werken, verheug ik me op onze geanimeerde lunches samen. Het gaat maar door, een onophoudelijk praten over werk, de kinderen, en alles komt vanzelf: de woorden, argumenten, het eens worden.

Het verbaast me weleens hoe een gevoel zo lang heel kan blijven. Het zogenaamde werken aan een relatie kost me nauwelijks energie, het enige waarvoor ik moet zorgen is dat ik alert blijf. Dat ze minder met kunst heeft, een titel van een film meteen weer vergeet en soms in een razend tempo door een tentoonstelling wandelt, is jammer, maar past tegelijk bij het spontane karakter dat ik zo liefheb. Ik geniet van wat ik heb, erger me niet aan wat ik mis. Met concessies heeft dat niet te maken. Meer met luisteren, kijken, opmerken. Plezier beleven aan dat wat je samen deelt, en loslaten wat je niet deelt. Mijn huwelijk is: sporten in mijn eentje en tango’s dansen met Marleen; met een vriend een boek lezen en weer uit wandelen met Marleen. Met haar in het gras liggen. En ook: niet ingewikkeld doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden