'Alles beter sinds we Vogelaarwijk zijn'

Zijn alle inspanningen voor de veertig slechtste buurten echt voor niets geweest, zoals het SCP concludeerde? Bewoners zijn vaak verbijsterd. Deskundigen zijn minder verbaasd: 'Als je de verwachtingen zo hoog maakt, krijg je teleurstellingen.'

AMSTERDAM / ARNHEM - 'Namens heel veel vrijwilligers en buurtbewoners van de wijk Klarendal in Arnhem vragen wij ons af hoe het kan dat de inspanningen die we de afgelopen jaren hebben gedaan niets hebben geholpen naar u mening. Wat is onze wijk vooruit gegaan en wat zijn we daar tros op.'


Deze e-mail stuurde Ron Onstein dinsdag naar het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Onstein komt uit Klarendal, een roemruchte volkswijk in Arnhem. Hij bestiert er al 33 jaar een speeltuincomplex, de Leuke Linde. Klarendal werd in 2007 benoemd tot Vogelaarwijk, een van de 40 slechtste probleemwijken van Nederland. Dat verbaasde Onstein niet in het minst. Maar toen hij het journaal deze week hoorde vertellen dat de Vogelaarwijken 'mislukt' zijn, zat Onstein als versteend voor zijn televisie. 'Alles is beter geworden sinds we een Vogelaarwijk zijn. Echt alles.'


De volgende morgen mailde hij het SCP, vanuit zijn zongestoofde opzichtershok van de speeltuin. Terwijl buiten de Klarendalse jeugd voorbij gleed over de zeepsopbaan, schreef Onstein een e-mail in kapitalen. 'Vraag het de Klarendaller! Vraag het de Arnhemmer! Zo doet u ons bewoners en vrijwilligers tekort.'


Het Vogelaarbeleid, een miljard voor de 40 zwaarste probleemwijken van Nederland, heeft volgens het SCP niets tastbaars opgeleverd.


Dat een rapport dat overheidsbeleid evalueert kritisch wordt ontvangen, is tamelijk gangbaar, maar niet vaak gaan de reacties zoveel kanten op als nu. 'Het verbaast me niets', zeggen vooral wetenschappers over de conclusies van het SCP. Maar gemeentebestuurders en corporatiedirecteuren zijn boos en tronen televisiecamera's mee naar de paradepaardjes van 'hun' Vogelaarwijk.


PvdA'er Jacques Monasch staat nog steeds vierkant achter het beleid en wil het zelfs tot een hoorzitting laten komen. De PVV wil, natuurlijk, weten hoeveel geld er is verspild aan dit 'naïeve linkse idealisme'.


Stef Blok, minister voor Wonen en Rijksdienst, nam in mei al een voorschot op de uitkomst van het rapport toen hij stelde dat het afgelopen moest zijn met de sociale activiteiten van woningbouwcorporaties. Ze moesten zich voortaan weer beperken tot 'het stapelen van stenen'.


De discussie ontsteeg al snel het niveau van de buurtregisseurs en straatstenen. Rechtse blogs typeerden de Vogelaarwijk als laatste ademtocht van het (linkse) geloof in een maakbare samenleving. En daarmee ging het opeens niet meer alleen over de stand van zaken in veertig wijken, maar over de vraag of maakbaarheid door de overheid toekomst heeft, of alleen zal leiden tot miljarden die verdampen in buurtbarbecues, sportveldjes en ingrepen 'achter de voordeur.'


Vogelaarwijken al exit

Voor de goede orde: het Vogelaarbeleid is sinds vorig jaar niet meer. Eind 2011 maakte Rutte I een eind aan de financiering, zes jaar eerder dan afgesproken. Deze aftocht door de achterdeur past in de zweem van onzaligheid die de aanpak vanaf het begin aankleeft. De onzaligheid die in ons collectieve geheugen is gevangen door het beeld van een getergde Ella Vogelaar, belaagd door GeenStijl-verslaggever Rutger Castricum.


Het plan was zes jaar geleden als volgt: de wijken kregen per jaar een paar miljoen extra. Dat geld kwam, na een jaar geharrewar, grotendeels van woningbouwcorporaties. De wijken mochten ermee doen wat ze wilden, zolang de projecten binnen de gestelde kaders vielen, de vijf vingers van Vogelaar: wonen, leren, werken, veiligheid en integratie.


Het moest een mix worden van hard en zacht beleid: slopen en bouwen, om mensen met hogere inkomens naar de wijken te halen, maar ook sociale projecten. Daarbij was het nadrukkelijk de bedoeling dat de projecten een termijnvisie hadden. Tien jaar geld waren immers gegarandeerd.


'De Vogelaarwijken en de tamtam waarop die werden gepresenteerd, schiepen torenhoge verwachtingen,' zegt socioloog Vasco Lub. 'Vogelaar had het over meer inspraak voor burgers, empowerment. Dit lossen we wel even op, straalde ze uit.' Maar de burgerparticipatie is in de Vogelaarjaren juist afgenomen, schrijft het SCP.


Lub is een van de mensen die niet verbaasd is over het predicaat 'mislukt.' 'Als de verwachtingen zo hoog maakt en je kunt ze uiteindelijk niet inlossen, dan leidt dat tot grote teleurstelling bij de bewoners van de wijken. Dat is wat hier gebeurd is.'


Lub is socioloog en verdiept zich in grootstedelijke vraagstukken. In april verscheen zijn studie Schoon, heel en werkzaam? over de wetenschappelijke onderbouwing van leefbaarheidsprojecten. Veel van de casussen die hij onderzocht waren deel van de Vogelaaraanpak. 'Neem bijvoorbeeld het sportveldje', zegt Lub. 'Daarvan zijn er veel, omdat het mooie, zichtbare prestigeprojecten zijn. De theorie is dat jongeren door sport positieve normen en waarden zouden aanleren. Maar daarvoor is geen wetenschappelijk bewijs. Sterker nog, er zijn meerdere studies die uitwijzen dat sport niet van invloed is op sociaal gedrag.'


Lub verbaasde zich deze week over de vele wethouders die voor de camera beweren dat dit soort projecten bij hen in de wijk zo geslaagd zijn. 'Dan vraag ik me af: waarop baseer je dat, als de wetenschap het tegenovergestelde beweert? Wat heb je eraan als mensen alleen het gevoel hebben dat ze het beter hebben, maar dat gevoel niet meetbaar te onderbouwen is?'


Het gaat het niet om wetenschap, of wat je kunt meten, vindt Berry Kessels, manager van woningbouwcorporatie Volkshuisvesting uit Arnhem. Net als speeltuinhouder Ron is hij trots op Klarendal en wat zijn werkgever daar tot stand heeft gebracht.


Eerlijk is eerlijk, Klarendal in landelijk als een geslaagd voorbeeld van hoe je een achterstandswijk kunt 'pimpen'. De gemeente en de corporaties kwamen op het idee om er modeateliers te vestigen. 'Nee, niet met de gedachte dat wijkbewoners een jurk van 300 euro zouden kopen', zegt Kessels. 'Maar omdat je om vooruitgang te krijgen economie in een wijk moet brengen.' Het werkt. Klarendal is veiliger en schoner. En dankzij de nodige sloop en nieuwbouw wonen er naast oude Klarendallers en immigranten nu ook veel studenten van de kunstacademie.


Zwetend in zijn overhemd wandelt Kessels langs de lage arbeidershuisjes uit de 19de eeuw. De gevels weerspiegelen de zon en het gemengde karakter van de wijk: een coffeeshop naast een hoedenatelier, een hip eetcafé tegenover een bladderige gevel met droefgeestige lamellen.


Gelooft hij in maakbaarheid? 'Dat durf ik niet te beweren. Je moet ook geluk hebben, keepersgeluk. Maar ik geloof wel voorwaarden kunt scheppen, waaronder je dat geluk kunt afdwingen.'


Zo ging er een met Vogelaargeld betaalde sociaal werker en participatiecoach langs alle huurwoningen, op zoek naar mensen met schulden, hulpbehoevenden en om werklozen aan een baan te helpen. Dat werkte. Maar sommige uitgaven, vooral die aan sociale projecten, waren een gok. 'Als er een les is die ik heb geleerd, is het dat je niet kunt voorspellen wat een project oplevert. Maar dat is niet erg. Maar ja, hoe meet je het effect van bijvoorbeeld de toneelvoorstellingen die hier een paar zomers geleden hadden? Ik heb geen idee, maar het was wel lollig.'


Het gevoel van de bewoners is het belangrijkst, vindt hij. 'Dat stond toch ook in dat rapport, dat bewoners positiever denken over hun wijk?'


'Over het belang van perceptie moet je niet geringschattend doen', vindt ook socioloog Evelien Tonkens, werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam. Voor haar boek Als Meedoen Pijn doet deed zij vier jaar lang onderzoek naar het activeren en inzetten van bewoners in achterstandswijken.


Tonkens is kritisch over de manier waarop het SCP de effecten van de Vogelaargelden heeft willen meten. Het rapport maakt een vergelijking tussen de effecten in Vogelaarwijken en andere achterstandswijken die in 2007 net buiten de boot vielen. In beide typen wijken, zo schrijft het SCP, is dezelfde vooruitgang te zien. 'De conclusies zijn best positief', vindt Tonkens. 'Ze kunnen alleen niet direct worden toegeschreven aan het Vogelaargeld, omdat veel projecten al waren ingezet voordat de politiek er een naam aan gaf.'


Ze vreest dat de politiek er misbruik van zal maken. 'Ik word er heel wantrouwig van. Het komt het ministerie nu ook wel erg goed uit om te zeggen dat dit soort beleid niet werkt en dat het dus niet nodig zou zijn om er verder geld in te steken.'


Wat is waar? De pessimistische lezing van Lub, of de optimistische van Kessels en Tonkens? Het beangstigende is: het zou weleens allemaal waar kunnen zijn. Als uit het SCP-rapport en de daaruit ontstane discussie al een conclusie valt te trekken, is het wel dat maakbaarheid slecht meetbaar is.


Nooit meer aan beginnen?

Maar betekent het niet kunnen meten ook dat we er niet meer aan moeten beginnen? Is het beter om probleemwijken aan hun lot over te laten? Moeten we, zoals bestuurskundige Paul Frissen eerder deze week op Radio 1 opperde, de kunst van het nietsdoen beoefenen?


Geen van de ondervraagden vindt dat een goede oplossing, ook Vasco Lub niet. 'De kans is groot dat dit rapport door de politiek wordt uitgelegd als 'stop maar met investeren'. Daar ben ik het niet mee eens; het moet alleen met minder tamtam en gerichter, met een goede wetenschappelijke probleemanalyse voordat ergens geld in wordt gestoken. Niet zo'n schot hagel meer als de Vogelaarprojecten.


De ministeriele voorganger van Ella Vogelaar, VVD-er Pieter Winsemius schetste in 2006 een angstvisioen van achterstandsbuurten die verworden tot Amerikaanse getto's waar overheid en handhavers vogelvrij zijn.


'Zo'n vaart zal het in Nederland niet lopen, denkt socioloog Reijer Verwer. 'Maar als de overheid niet een minimum van leefbaarheid en veiligheid in stand houdt, kunnen wijken wel verder afglijden en worden bewoners passiever. De slechte plekken zullen veel slechter worden.' Voor zijn proefschrift, Een kwestie van Vertrouwen, volgde Verwer vier jaar lang de ontwikkeling van Klarendal en de andere vier Arnhemse Vogelaarwijken.


Net als het SCP ontdekte hij dat het effect van sociale maatregelen, buurtcoaches, speeltuinprojecten, inspraakgroepen en straatfeesten, moeilijk meetbaar is. Maar daaruit de conclusie trekken dat ze 'mislukt' zijn, vindt hij misleidend.


In zijn proefschrift suggereert Verwer een alternatief: de overheid moet zich richten op de noodzakelijke voorwaarden waaronder dit soort projecten kunnen werken, zoals veiligheid, genoeg betaalbare woningen en strikt optreden tegen overlast en criminaliteit. 'Op die manier win je het vertrouwen. Dat zie je in de wijken die ik heb onderzocht heel duidelijk. Als de overheid zich daar nu terugtrekt, de mensen aan hun lot overlaat, dan wordt dat vertrouwen diep geschaad. Dan krijg je op de slechtste plekken getto's, ja..'


Speeltuinhouder Ron Onheim kreeg dinsdagmiddag meteen antwoord van het SCP. Het was een lange mail, uitgeprint meer dan een kantje. Het ging over nuances en grotere gehelen. Maar een ding wilde Jeanet Kullberg, de schrijfster van het rapport, Onheim op het hart drukken: 'Het is absoluut niet onze bedoeling geweest om u en uw medebewoners of bewoners van andere aandachtswijken te kort te doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden