'Alles ademde avant-garde ' Eeuwig Zonde/7

Je zou ze zo graag willen zien, de schilderijen die verloren gingen in een brand, je zou de manuscripten willen lezen die de schrijver voor zijn dood vernietigde, de muziek horen waarvan de partituur verloren is gegaan....

Spitzen waren er in de jaren zestig van de 20ste eeuw alleen om pirouettes te draaien. Toen danseres Alexandra Radius in New York in het stuk Opus Twaalf haar pointes niet gebruikte om te zweven, maar aards contact met de dansvloer te maken, kreeg ze na de voorstelling de verbolgen spitzenfabrikant van het merk Capezio achter zich aan. De man eiste dat hij haar schoenen mocht zien. Hij weigerde te geloven dat er op zijn merk zo kon worden gedanst.

Dat was midden jaren zestig. De moderne dans in Nederland stond op het punt geboren te worden. Alles zou anders worden. Opus Twaalf (1964) was een vroeg ballet van Hans van Manen, die later met stukken als Squares (1969), Three Pieces (1968) en Live (1979, een ballet waar de danseres met videocamera tot op straat wordt gevolgd) tot de canon van 20ste eeuwse dans zou toetreden. Opus Twaalf, op het Divertimento voor strijkorkest van Béla Bartók, met twaalf dansers, onder wie het fameuze danspaar Han Ebbelaar en Alexandra Radius, was ontroerend mooi, volgens zij die erbij waren. Een belangrijke vroege Van Manen. Maar Opus Twaalf is weg. Van Manen kan het niet herroepen, de dansers zijn het kwijt, de opbouw, de structuur, de passen, het is niet te reconstrueren. Te lang geleden. En het is niet op film of video vastgelegd.

In de jaren zestig en zeventig is zo veel gebeurd in de Nederlandse dans, juist daarom is dit een jammerlijk hiaat, zegt Roel Voorintholt, artistiek directeur bij Introdans in Arnhem. Hij duikt graag en vaak in de recente dansgeschiedenis. Introdans is een van de weinige gezelschappen die regelmatig moderne meesters op het repertoire neemt. Want oude stukken herdansen zit niet in de genen van moderne dans. ‘Choreografen zijn steeds bezig met het nieuwe. Achterom kijken vinden ze niet interessant.’ Maar stukken die toen ontroerden, ontroeren vandaag nog steeds, zegt Voortinholt: ‘Als ik nu Squares van Van Manen zie, dat is nog steeds ijselijk modern. Het had gisteren gemaakt kunnen zijn.’

Er is meer in de moderne dans dat als verloren moet worden beschouwd. ‘Het dualisme komt tot uiting in de controverse pointedans en aardse blootvoetigheid, in het plastisch scherp geprofileerde allegro naast het uit mysterieuze geluidsflarden samengestelde ontroerende adagio.’ Schreef de dansrecensent van Het Binnenhof in 1967 over Dualis, een ander Van Manen-stuk met muziek van Bartók. Ook dit ballet is buiten bereik. Zestien dansers met uitzondering van Radius blootsvoets op het podium: het was in Nederland nog niet vertoond. De dans was best nog braaf met zijn sur pointes, arabesques, en dehors, plié’s en demi-plié’s. De modernen speelden met de conventies. Er was die nieuwe minimale muziek van Philip Glass en Steve Reich, dansers gingen de straat op. ‘Alles was mogelijk’, zegt Voorintholt, ‘het was opwindend, levendig. Ik had het graag gezien.’

Maar ook Dualis is voor Van Manen niet meer op te roepen en niet op video gezet. Er zal meer kwijt zijn. Want er is in Nederland de laatste veertig jaar zo veel gechoreografeerd. En er zijn weinig gezelschappen die er eer inleggen om oud werk te dansen. Voorintholt herinnert zich haarscherp de reactie van Jirí Kylián, een andere grote naam uit de Nederlandse dans, toen Introdans hem voorstelde een oud stuk van hem opnieuw op te voeren. ‘Maar dat is Jurrasic Park!’

Kylián, Van Manen, Rudi van Dantzig, Toer van Schayk: een generatie die tot ver in het buitenland Nederlandse dans beroemd zou maken. Ze zijn inmiddels op een leeftijd dat ze aan hun nalatenschap moeten denken. Maar dans archiveren is lastig. ‘Er bestaan wel notatiemethodes voor choreografie, een soort notenschrift waarin dansbewegingen kunnen worden opgetekend’, zegt Voortintholt. ‘Maar dat vak beheerst bijna niemand. En het is kostbaar.’

De beste manier om een choreografie vast te leggen, is met video. ‘Veel is op tape, maar niet alles.’ Is het niet gek dat Van Manen zich zijn eigen balletten niet herinnert? ‘Nee, dat is niet gek’, zegt Voorintholt. ‘Hij heeft meer dan 120 balletten gemaakt. Hij is nu 78, Dualis en Opus Twaalf stammen van bijna een halve eeuw terug. Een eenvoudige pas de deux kun je nog reconstrueren, maar dit waren complexe balletten met forse bezetting, 16 en 12 dansers. Dat krijg niet je meer terug.’

Wat Introdans aan oud repertoire kan blijven dansen, is slechts een minimaal gedeelte van wat er aan dans is. Terwijl stukken die niet meer worden gedanst, volgens Voorintholt ten dode zijn opgeschreven. Neem de vorig jaar overleden Merce Cunningham, de Amerikaanse choreograaf, die in zijn eentje een eeuw dansgeschiedenis meetorst. ‘Die heeft voor zijn dood geregeld dat zijn eigen dansgezelschap tot een aantal jaren na zijn overlijden zijn werk blijft dansen. Maar straks houdt het op. Wat gebeurt er met zijn werk?’ Hetzelfde geldt voor het oeuvre van Ton Simons, de Rotterdamse choreograaf die een kwart eeuw aan Dance Works Rotterdam was verbonden. ‘Daar is een nieuw artistiek leider, die kun je niet vragen alleen maar werk van zijn voorganger te dansen.’

Soms wordt nagedacht over een danserfenis, zoals bij het oeuvre Hans van Manen. Er is een stichting opgericht die de stukken gaat beheren. Maar bij een belangrijke choreograaf als de Amerikaan William Forsythe, die in de jaren negentig de toon zette in de danswereld, is het onduidelijk wat de toekomst van zijn opus is. ‘Forsythe wil niet dat er na zijn dood nog iets van zijn werk wordt gedanst.’

De geschiedenis van moderne dans is jong, er is wellicht te weinig achterom gekeken. ‘Daar komt bij dat dans zich technisch sterk ontwikkeld heeft’, zegt Voorintholt. ‘Dansers zijn veel virtuozer geworden.’ Een oude choreografie is daarom voor hedendaagse dansers technisch minder uitdagend. Introdans probeert dat op te vangen, door de originele dansers en choreograaf bij de heruitvoering te betrekken. 31 Jaar geleden werd het spraakmakende Dance van Lucinda Childs opgevoerd. Een choreografie op muziek van Philip Glass en met decor/film van conceptueel kunstenaar Sol LeWitt. Alles ademde avant-garde aan dit stuk. ‘Door met de dansers de context van dat stuk en die tijd terug te halen, door de uitvoerders van toen erbij te betrekken, proberen we de opwinding van het moment opnieuw tot leven te brengen’, zegt Voortinholt. ‘Dat inspireert de dansers om de oorspronkelijk geest van het stuk terug te halen.’

Top 5 van verloren balletten
1 Opus Twaalf (1964) van Hans van Manen, Divertimento voor strijkorkest, Belá Bartók. Stuk is niet meer te achterhalen. Er is geen registratie van.

2 Dualis (1968), Hans van Manen, compositie van Bartók voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta. Geen filmbeelden van beschikbaar. Choreograaf kan stuk niet herroepen.

3 Merce Cunningham (1919-2009), de Merce Cunningham Dance Company houdt binnenkort op te bestaan. Gevreesd moet worden voor het oeuvre van een choreograaf die al bij leven een legende was.

4 Love Songs (1979), William Forsythe, geruchtmakend ballet van de Amerikaanse choreograaf die zijn glorietijd kende met het Ballett Frankfurt. Forsythe is ontevreden over het stuk en wil niet dat het wordt opgevoerd. Na zijn dood mag zijn werk niet meer worden gedanst.

5 Das Triadische Ballett, (1922). Bauhaus-choreografie, naar ontwerp van kunstenaar Oskar Schlemmer. Imposant en historisch kostuumballet, waarvan heropvoering al jaren stuit op problemen met de erven Schlemmer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden