Alleen voor ondernemer met lange adem

Maatschappelijk betrokken ondernemen in arme landen is ook voor het midden- en kleinbedrijf interessant. Maar de weg erheen is bezaaid met lastige en vaak corrupte lokale bestuurders.

Ruim tien jaar geleden verhuisde Olav Boenders met zijn bloemkwekerij naar Oeganda. De reden was simpel: de omstandigheden zoals de temperatuur, de luchtvochtigheid en het aantal zonuren zijn in Oost-Afrika een stuk beter dan in Nederland.


In de buurt van zijn bedrijf zette Boenders twee jaar geleden een gezondheidscentrum op. Omdat 80 procent van zijn werknemers vrouw is, staat een groot deel van het centrum in het teken van moederschap. In de eerste anderhalf jaar dat de kliniek bestond, werden er zo'n 40 duizend patiënten behandeld. In die tijd is er geen enkele zuigeling overleden - een bijzonderheid in Oeganda.


Belangrijkste doel

Als we de definitie van netwerkorganisatie MVO Nederland aanhouden, is Olav Boenders dankzij de kliniek een "internationaal maatschappelijk betrokken ondernemer". Met andere woorden: Boenders doet iets goed voor de wereld zonder dat winst zijn belangrijkste doel is. Maar ook al kost dit type ondernemen financieel gezien meer dan dat het oplevert, toch is het een weg die meer Nederlandse midden- en kleinbedrijven moeten inslaan, zo stelt MVO Nederland.


Dat heeft een aantal redenen, waarvan 'omdat het hoort' het meest voor de hand liggende is. Toch is dat volgens MVO niet het enige argument om geld en tijd te investeren in ontwikkelingslanden: er is veel meer te winnen is dan moreel appèl alleen. Dat blijkt uit een onderzoek dat de netwerkorganisatie onlangs onder Nederlandse midden- en kleinbedrijven uitvoerde. 'Onder kleinere ondernemingen heerst vaak het idee dat maatschappelijk betrokken ondernemen alleen iets is voor multinationals', zegt Bernedine Bos van MVO. 'Maar dat is onterecht. IMBO kan hen juist zakelijke kansen opleveren.'


Dat blijkt ook uit het voorbeeld van Olav Boenders. Want hoewel de baten van zijn Oegandese gezondheidscentrum lastig in geld uit zijn te drukken, is het wel duidelijk dat hij er zakelijk voordeel van ondervindt. Naast de grootschalige sympathie die hij oogst onder zijn werknemers, ziet hij een forse daling in het ziekteverzuim. Dat levert hem geld op. Bovendien is de relatie met de plaatselijke overheid beter geworden dankzij het project. Processen die voorheen jaren konden duren in een corrupt land als Oeganda - een teruggave van de btw bijvoorbeeld - zijn nu binnen enkele maanden geregeld, aldus Boenders.


Maar internationaal maatschappelijk betrokken ondernemen (IMBO) is niet alleen bestemd voor bedrijven die zelf in ontwikkelingsgebieden opereren, stelt MVO. Ook bedrijven met hun kantoor in Nederland moeten zich volgens de netwerkorganisatie vaker met soortgelijke projecten inlaten. Ook voor hen zijn er de nodige voordelen te behalen. Bos: 'De Nederlandse overheid vraag bijvoorbeeld steeds vaker aan bedrijven om 5 procent van de omzet te investeren in social return. Dit soort IMBO projecten vallen onder dat kopje. Maar uit ons onderzoek blijkt ook dat IMBO-projecten Nederlandse werknemers kunnen inspireren. Dat is goed voor een bedrijf. Het creëert betrokkenheid. Denk bijvoorbeeld aan sponsorlopen of andere inzamelingsacties.'


Sluizen- en bruggenproducent Jansen Venneboer is een Nederlands bedrijf dat precies aan deze definities van MVO voldoet. Dertig jaar geleden ontwikkelde het een serie handpompen die speciaal waren bedoeld voor ontwikkelingsgebieden; goedkoop en weinig noodzakelijk onderhoud. Inmiddels staan de pompen in Mozambique, Angola, Niger, Burkina Faso, Mali en Zambia. 'Als je kijkt naar onze andere projecten is deze pomp inderdaad een vreemde eend in de bijt', zegt Arjan Buitenhuis van Jansen Venneboer. 'Maar toch blijven wij er energie in stoppen.'


De reden daarvoor is simpel: de productie van de handpomp levert inderdaad veel gewin op. Buitenhuis: 'Naast alle morele argumenten die je kunt bedenken, geven dit soort projecten je bedrijf ook een bepaalde uitstraling. Je kunt je er mee profileren en die naamsbekendheid levert op zijn beurt weer economische voordelen op.'


'Bovendien', zo zegt Buitenhuis, 'is dit project voor de Nederlandse medewerkers ook een bron van trots. Het was voor mijzelf bijvoorbeeld een reden om hier te solliciteren.'


Verliespost

Jansen Venneboer zorgt er overigens wel voor dat de pompen geen verliespost zijn op de balans. Ze worden aan organisaties als Unicef verkocht tegen de kostprijs, meestal rond de 1.200 euro. 'Vaak beginnen IMBO-projecten vanuit een filantropisch oogpunt', zegt Bos van MVO, 'maar op gegeven moment kan het wel degelijk een winstgevende business case worden.'


Uit het onderzoek van MVO blijkt dat er wel veel haken en ogen aan IMBO-projecten zitten. Bijna alle onderzochte MKB'ers - van pluimveebedrijven die landbouwprojecten in Ethiopië ondersteunen tot textielbedrijven die advies geven aan Colombiaanse kledingfabriekjes - gaven aan dat 'een lange adem' een absoluut vereiste is. Ook waren er veel negatieve ervaringen met lokale en vaak corrupte bestuurders waardoor de doelstellingen vaak moesten worden bijgesteld.


Want, zo geeft ook MVO toe, hoewel het kan lonen om te investeren is ontwikkelingslanden, zijn de successen voor het Nederlandse MKB wel aanwezig, 'maar vele malen kleiner dan de successen die hier in Nederland te boeken zijn', aldus het onderzoek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden