Alleen voor ijdele mannen

BRUSSEL IS VEEL MEER DAN MANNEKEN PIS EN DE GROTE MARKT. DE GEMEENTEN ELSENE EN SINT-GILLIS BEWIJZEN DAT...

DOOR BART DIRKS

Het lommerrijke parkje is een geheime oase waar nu geen bezoekers worden toegelaten. Maar als het aan Brita Velghe ligt, komt er ooit in de tuin van Antoine Wiertz een tearoom. Is het geen oase van rust in de drukte?, vraagt de conservatrice van het Antoine Wiertz Museum. Toen ik laatst vanuit het Europese Parlement naar beneden uitkeek op deze plek, dacht ik: oh, zó kwetsbaar!

Tegenwoordig liggen het woonhuis en het atelier van kunstschilder Antoine Wiertz (Dinant 1806 Elsene 1865) ingesloten tussen de spiegelpui van het Europees Parlement en het oranjegrijze Museum voor Natuurwetenschappen. Maar in Wiertz tijd waren hier enkel glooiende heuvels, zo ver het oog kon zien.

Antoine Wiertz was een ijdel man. Hij vond dat hij recht had op een atelier op staatskosten, ter meerdere eer en glorie van zichzelf en het piepjonge België. En dus schreef hij in maart 1858 aan minister-president Charles Rogier dat hij weliswaar ijdel en trots was, maar dat alleen ijdele mannen grote projecten aankunnen.

Het was grootspraak, maar Wiertz meende het en het raakte een gevoelige snaar bij Rogier, zegt Brita Velghe. Die drukte de schilder alleen op het hart om een niet al te duur stuk land te kiezen.

Het atelier is nu museum geworden. Wiertz, een belangrijke naam in de Belgische romantiek, schilderde doeken van gigantische afmetingen. De Opstand van de engelen is ruim elf bij bijna acht meter groot en het hangt nog steeds in het atelier. Maar hij was niet enkel ijdel, haast Velghe zich te zeggen. Ze wijst op De overhaaste begrafenis: De man in de kist was nog niet dood, maar uit vrees voor tbc-besmetting was hij al begraven. Wiertz heeft dit doek als felle aanklacht geschilderd.

Het gratis toegankelijke museum is geopend van dinsdag tot en met vrijdag en om de twee weekends. Het andere weekend worden de suppoosten ingeroosterd in het woonhuis en atelier van beeldhouwer en schilder Constantin Meunier (Etterbeek 1831 Elsene 1905), aan de Abdijstraat in Elsene.

De ateliers van Meunier en Wiertz maken deel uit van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, legt Velghe uit. Als er in de hoofdmusea enkele suppoosten ziek zijn, moeten wij soms noodgedwongen op zaterdag en zondag dicht blijven.

Die problemen zijn er niet enkele kilometers verderop in Sint-Gillis, voor de woning en atelier van Victor Horta (Gent 1861 Brussel 1947). De architect van tientallen prachtige art nouveau-panden in Brussel zal nooit zoveel bezoek hebben gehad toen hij er zelf woonde: ruim vijftigduizend per jaar.

Al werden in de woonkamer destijds ook veel potentiële opdrachtgevers ontvangen, zegt conservatrice Françoise Aubry. De opkomst van de art nouveau was ook de tijd waarin de nieuwe burgerij zon huis wilde laten bouwen.

Horta moet zijn potentiële opdrachtgevers de ogen hebben uitgestoken. Hij woonde in een pareltje van een huis. Zelfs de kleinste details, van meubels tot deurklinken in de kenmerkende sierlijke gebogen lijnen, ontwierp hij eigenhandig.

Niet toevallig werden veel van Brusselse art nouveau-panden in Elsene en Sint-Gillis gebouwd. Hier had men nog de ruimte, voegt Aubry toe. Begin negentiende eeuw was Sint-Gillis nog een tuindersdorp terwijl het centrum van Brussel wel al dicht was bebouwd.

Zo werden Elsene en Sint-Gillis typische negentiende-eeuwse stadsuitbreidingen. De huizen aan het water en de vijvers vormen een staalkaart van de mooiste architectuur uit die periode, van art nouveau tot neogotiek. De statige Avenue Louise snijdt Elsene doormidden: de Louizalaan met dure modewinkels en dito hotels hoort merkwaardig genoeg tot 1000 Brussel.

Toch is het verschil tussen 1050 en 1060 kunstmatig, want in heel het Brussels Hoofdstedelijk Gewest liggen de gouden randjes en de volksbuurten naast elkaar. Zo kronkelt door Elsene ook de Waversesteenweg (Chaussée de Wavre) met de levendige Afrikaanse wijk Matonge.

Zelfs de gevangenen van Sint-Gillis wonen op het eerste oog op stand. De gevangenis aan de Ducpétiauxlaan uit 1884 oogt als een middeleeuws kasteel in Tudorstijl. Binnen moet het echter minder fraai zijn: de cellen zijn overvol en als de gevangenen niet muiten, dan zijn het wel de cipiers die staken.

Elsene heeft een betere faam dan Sint-Gillis, zegt Brita Velghe in het Wiertzmuseum. Maar zelf woon ik in Sint-Gillis. Het is minder bourgeois, meer artistiek. Ik voel me daar beter thuis. Het voordeel van een matige reputatie: je kunt er ruim wonen voor weinig geld.

Victor Horta had in 1919 genoeg van zijn art nouveau-huis en atelier aan de Amerikaansestraat in Sint-Gillis. Hij betrok een in vergelijking doorsnee herenhuis aan de Louizalaan, enkele kilometers verderop.

Wij kunnen dat nu moeilijk begrijpen, zegt Aubry, maar Horta was tijdens de Eerste Wereldoorlog in Amerika geweest en hij concludeerde dat de art nouveau achterhaald was. Hij wilde zijn opdrachtgevers niet in een ouderwets huis ontvangen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden