Alleen op de wereld

Het zal waarschijnlijk niet voor niets zijn dat de meeste mensen zich bij het woord 'zwerver' altijd een mannelijke figuur voor de geest halen. Ik weet althans persoonlijk niet beter of de geschiedenis heeft maar heel weinig vrouwelijke landlopers gekend. Wat moet je je daarbij ook voorstellen?


Vrouwen houden per slot van rekening helemaal niet van zwerven. Vroeger niet, en nu nog steeds niet. Hooguit telt ons land een contingent 'wandelaarsters'. Van die iets oudere vriendinnen ('maatjes') die samen het Pieterpad, een vierdaagse of een andere uitgestippeld traject lopen. En van die vrouwen die een uurtje per week met elkaar 'nordic-walken'.


Zulke sportieve activiteiten zijn natuurlijk hartstikke leuk en heilzaam voor kranige, resultaatgerichte meiden onderling. Maar als man en ook als jongen heb je niets aan zulk gezelschap wanneer je weer eens zin hebt om een beetje serieus te gaan landlopen.


Terecht vinden de jongens bij ons thuis dat er weinig aan is om zoiets met mama te gaan ondernemen. Die verwacht als mooiweer-wandelaarster immers achter iedere bocht in het bos ten minste één terras ('Ah, kom op, even koffiedrinken') waar ze kan neerploffen. En dat dus nota bene zelfs als je met z'n allen nog geen twintig minuten onderweg bent.


Dat zwerft begrijpelijkerwijs niet lekker voor de Swiebertjes die wij als mannen graag zijn. Tel daarbij nog op dat veel vrouwen gedurende het landlopen de oren gewoon van je kop blijven kletsen of alsmaar over hun bemodderde, dure laarzen blijven dooremmeren, en het mag duidelijk zijn dat doelloos rondlummelen, lanterfanten en kuieren in de natuur (en ook door de stad) toch echt meer een vader/zoongebeuren is, zoals ik eerder al in Met de mannen! (Mo'Media, 2009) schreef. Een ritueel dat zijn eigen, specifiek masculiene eisen aan de beoefening ervan stelt.


Want, als gezegd: het betere zwerven hoort bijvoorbeeld in betrekkelijke zwijgzaamheid te verlopen. Mannen moeten op een onbestemde expeditie door weilanden, maisvelden en geboomte uitgebreid de kans hebben om over hun vrije en onbezonnen jeugd te kunnen mijmeren.


Over de jaren waarin ze direct na school en op lange zomeravonden met vriendjes de weidse omgeving afstruinden, op zoek naar avontuur. Over de tijd ook waarin je als ontdekkingsreiziger of als 'Robin Hood' de lome zondagmiddagen bestreed door de stoute schoenen aan te trekken en huis en haard 'voorgoed' achter je te laten. Het Alleen-op-de-wereldgevoel, zeg maar.


Mijn eigen ouders hebben in de jaren zeventig nogal wat aardappelen bij de avondmaaltijd moeten missen. Ik ging altijd met een geruite vaatdoek vol piepers op pad, wanneer ik weer eens vaarwel zei tegen mijn te weinig spannende bestaan als kind in een nieuwbouwwijk aan de rand van Eindhoven, om de rest van mijn leven in de Brabantse rimboe te gaan doorbrengen. En als ik bij mijn beste en langste poging niet ooit midden in de nacht door een wit weggetrokken boer uit zijn hooiberg was geplukt, had ik daar ongetwijfeld nu nog gewoond.


Jammer ook dat onze Ierse setter Zeppo er op een andere wegloop-missie na acht uur wandelen de brui aan gaf, en midden op de Oirschotse hei voor pampus bleef liggen. Daar ging mijn zoveelste afscheid van de moderne beschaving opnieuw de mist in. Ik zou bij een naburige heks of kluizenaar naar huis moeten bellen om mijn vader weer eens naar me op zoek te kunnen laten gaan. Een vrijheidsideaal was in de knop gebroken.


Over dergelijke, weemoedig stemmende zaken moet je als landloper 'en route' dus eindeloos in stilte in gedachten kunnen dwalen. Meelopende landloopjongetjes voelen dat van nature aan, en zijn in navolging van papa daarnaast ook zelf druk met dagdromen. Want er valt op zes- en vijftienjarige leeftijd vanzelfsprekend nog veel over een bestaan als ongebonden, vrije man te fantaseren.


En geen betere gelegenheid daarvoor dan tijdens een klassieke zwerftocht over de Hollandse steppes of door onze grote wouden. Waar je je, op gepaste afstand van je vader, alvast voorbereidt op het leven onder een groen bladerdak - met straks alleen een vaatdoek vol aardappelen van je moeder om op terug te kunnen vallen.


Hé kijk, daar ligt een stok die straks bij dreigend gevaar rond je boomhut mogelijk als wapen kan fungeren. 'Pap! Stop even! Wil je hiervan een speer voor me maken? Het is voor tegen de wilde dieren!'


w.dejong@volkskrant.nl


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden